PlusInterview

Kamerlid Sadet Karabulut: ‘Discriminatie, seksisme, ik heb het allemaal meegemaakt’

Sadet Karabulut.Beeld Jitske Schols

Het Amsterdamse SP-Kamerlid Sadet Karabulut (45) is bij de verkiezingen van volgend jaar niet langer beschikbaar voor de Tweede Kamer. Vijftien jaar zat ze in het parlement en nu is het genoeg. ‘Mijn advies aan andere vrouwen in de politiek: blijf jezelf, beheers de inhoud.’

Het valt niet mee: thuiszitten als je de wereld wilt veroveren. Want, volksvertegenwoordiger zijn, dat doe je niet van ­achter een beeldscherm. “Natuurlijk,” zegt Sadet Karabulut. “Je ontmoet de mensen digitaal. Beetje zoomen. Maar het echte contact mis ik verschrikkelijk.”

Karabulut, het politiek talent uit Amsterdam dat onlangs aankondigde volgend jaar, na de verkiezingen, niet terug te zullen keren in de Tweede Kamer – na een lidmaatschap van vijftien jaar. Socialist vanaf de dag dat ze op school protesteerde tegen de opkomst van Hans Janmaat met zijn Centrumdemocraten en zich, later, via de vredesbeweging aansloot bij de Socialistische Partij (SP).

Bekend om de onbuigbare stijl waarmee ze vanaf de uiterst linkse flank stenen gooit in de vijver van de ‘neoliberale’ kabinetten van VVD’er Mark Rutte. Strijden tegen armoede en voor internationale solidariteit.

In 2013 weigerde ze bij de inauguratie van koning Willem-Alexander de eed van trouw af te leggen, omdat ze vond dat ze slechts verantwoording hoefde af te leggen aan het volk dat ervoor had gezorgd dat ze in het parlement kwam.

Straks komt u nog een keer in aanmerking voor een lintje.

“Ik denk dat ze wel drie keer na­denken.”

U kunt weigeren!

“Ik zal er eens over nadenken. Doorgaans geef ik cadeaus door aan anderen.”

Hoe ging het de afgelopen tijd met het thuisonderwijs?

“Wonderwel goed eigenlijk. We hebben hier twee kids.”

Wilden ze naar u luisteren?

“Hahaha, het was pittig. Ik ben er vooral achter gekomen dat lesgeven een bijzonder vak is. Mijn man en ik wisselden een beetje af, maar ze misten echt wel de juf en de meester en de vriendjes en vriendinnetjes. Sinds Rutte heeft aangekondigd dat de deuren weer opengaan zijn de kinderen fan van hem.”

Socialistenhumor. Onze premier gaat lekker op de crisis.

“Het land is niet ingestort, nee. Als crisismanager doet hij het op zijn manier hartstikke goed. Soms lijkt hij het socialisme wel te omhelzen, maar ik spreek genoeg mensen die zich heel goed herinneren waar hij ook voor verantwoordelijk is. De bezuinigingen op de zorg bijvoorbeeld. Dezelfde zorg waar we nu zo trots op zijn.”

Krijgt hij wel voldoende tegengas?

“Het knelt. Deze crisis is groot en on­gekend. We realiseren ons nog steeds niet helemaal wat er gaande is en wat de gevolgen zullen zijn, dus is het logisch dat je dan de mensen die aan het stuur zitten ook even laat sturen…”

Maar…?

“Maar het kan niet zo zijn dat de democratie op slot gaat.”

Waar doelt u op?

“Ik ben woordvoerder Buitenlandse Zaken en Defensie. Minister Ank Bijleveld stuurde een brief aan de Kamer dat ze ons weer verkeerd had geïnformeerd over de zeventig burgerdoden die zijn gevallen na de Nederlandse luchtaanval op de Iraakse stad Hawija. Precies op het moment dat er geen debat kon worden aangevraagd vanwege de coronalockdown.”

Dat is geen toeval?

“Nee, dat is geen toeval. En zo zijn er nog wel een paar onderwerpen geen toeval. Pas geleden zijn er bezuinigingsopties naar buiten gekomen, doorrekeningen van ambtenaren. Dan gaat het om nog meer bezuinigingen op de zorg en verlaging van uitkeringen. Je gelooft het gewoon niet. Het marktdenken zit peilloos diep bij Rutte.”

“De Canadese activiste Naomi Klein noemt dat de shockdoctrine: hoe de ge­vestigde orde probeert bij elke crisis het bestaande systeem te redden. Dat hebben we bij de bankencrisis gezien. En let maar op: wie gaat straks de rekening van de economische crisis betalen die ons na corona staat te wachten?”

Zegt u het maar.

“Wat mij betreft zijn deze keer de grote bedrijven en de multinationals aan de beurt. En de tien procent die twee derde van het vermogen in bezit hebben.”

U bent een optimistisch mens.

“Zonder optimisme kun je jezelf beter voor altijd opsluiten in je eigen huis.”

Sadet Karabulut achter de interruptie­microfoon: de kin omhoog, de volumeknop een tandje extra open. Het gestaalde kader van het socialisme. Laat de rijken de crisis maar betalen! Is dat nou een typische SP-pose?

“Nee.”

Bent u dan echt boos?

“En oprecht, kan ik van mezelf zeggen. Ik word boos als er tegen mij wordt ge­logen over een oorlog waar wij aan meedoen. Ik word boos als rijke mensen zich nog verder verrijken ten koste van arme mensen. Dat drijft mij om mijn punt te maken.”

Vindt u het moeilijk om uw boosheid te laten zien?

“Dat gaat vanzelf, ik ben daar niet erg mee bezig.”

Een boze vrouw wordt al snel weggezet als een emotionele vrouw.

“Daar heb ik dus totale schijt aan. Ik laat me er niet door weerhouden. Ingaan op de vorm is ook een trucje om het niet over de inhoud te hoeven hebben. Minister Stef Blok die in een debat begint over de grote, donkere ogen van mevrouw ­Karabulut… Hahaha.”

U lacht erom?

“Zo’n man heeft het niet eens in de gaten. Terwijl ik denk: doe normaal. Ik vind het zielig, maar je moet je er niet door uit het veld laten slaan. Dat is ook mijn advies aan andere vrouwen in de politiek: blijf jezelf, beheers de inhoud, dan kun je boven dat soort zaken gaan staan. De politiek is al technocratisch genoeg. Ik denk dat het goed is dat er ook nog idealistische mensen zijn, die boos durven worden.”

De politiek werd er bij haar thuis niet in­geramd, zegt Karabulut. “Maar wel het idee dat je niet alleen leeft voor jezelf.”

Zonder optimisme kun je jezelf beter voor altijd opsluiten in je huis.Beeld Jitske Schols

Ze is de jongste dochter van Turks-Koerdische gastarbeiders. Haar vader kwam begin jaren zeventig naar Nederland om te werken in een kippenfabriek en later bij Philips. Geronseld, zoals zovele andere gastarbeiders uit die tijd. In de rij voor de keuring, inclusief een kijkje in de mond of het gebit wel goed was. In Turkije heerste werkloosheid en in Nederland zocht men naar gezonde, sterke arbeiders.

“Ik heb foto’s uit die tijd. Best wel gaaf: van die mannen in pensions, die in hun vrije tijd een driedelig pak aandeden. Mijn vader kwam uit Dersim, dat nu Tunceli wordt genoemd, in het zuidoosten van Turkije, tegen de grens met Irak en Iran. Een vrij bekende plek, omdat daar in 1938 genocide is gepleegd door Atatürk. Die vond de alevieten en Koerden uit dat gebied te opstandig en progressief. Een pijnlijke geschiedenis, waarover ik een paar jaar geleden voor het eerst een oom van mij hoorde spreken.”

Ze moet, rekent ze voor, zijn verwekt tijdens een van de laatste tripjes die haar vader naar haar moeder in Turkije maakte, voordat ook zij in 1974 naar hier kwam en ging werken in de shampoofabriek van Schwarzkopf. Een generatie van dankbaarheid en dienstbaarheid, zegt Karabulut. “Grijp je kansen, zet je in, maak je nuttig voor een ander. Zeker de beginperiode in Nederland vonden ze bijzonder, vooral hoe ze werden opgevangen. Natuurlijk was er uitbuiting, natuurlijk was er heimwee en het verlies van familie, maar ze hebben meegeholpen het land op te bouwen. Daar waren ze trots op. Er zijn echte vriendschappen ontstaan. Met een deel van de oude buren hebben ze nog steeds contact.”

Ze had, zegt ze, een heel fijne jeugd in Dordrecht en is na haar studie in Rotterdam voor de liefde naar de hoofdstad gekomen. “Ik ben bij hem ingetrokken en dat is altijd zo gebleven. Een rasechte Amsterdammer. Zijn vader is hier vanuit Istanboel op de scheepswerf beland. Ik wil nooit meer weg. Amsterdam is klein en groot tegelijk, met de diversiteit waar ik zo van hou.”

Uw ouders communiceerden met elkaar per cassettebandje, toen ze nog niet met zijn tweeën in Nederland waren.

“Dat heb ik ontdekt toen ik jaren geleden in Izmir was om de verkiezingen te volgen. Ik was bij de jongste broer van mijn vader en die haalde opeens zo’n bandje tevoorschijn. Op de achtergrond hoorde ik mijzelf als kind. Zo bijzonder. Kennelijk vonden ze het makkelijker om elkaar cassettebandjes te sturen dan ­brieven. Mijn oom heeft die bandjes aan hem bewaard, mijn ouders helaas niet.”

Wanneer hebben uw ouders besloten hier te blijven?

“Dat moet samen hebben gehangen met het settelen als gezin, met het grootbrengen van de kinderen. In de beginjaren hadden ze zeker nog het idee om terug te gaan, maar dat is echt veranderd. En als het niet was veranderd, was het wel afgedwongen door de kinderen. Ze hebben nu een appartementje in Turkije. Daar zitten ze een paar maanden per jaar. Niet te lang, want anders missen ze de kleinkinderen te erg.”

Waren ze politiek actief?

“Nee.”

Helemaal niet?

“Nou ja, ze waren fan van PvdA-voorman Joop den Uyl, maar welke gastarbeider was dat in die tijd niet? Ze waren ­geëngageerd. We zijn alevieten, dus thuis werd ook gesproken over de politiek en onderdrukking van de alevieten in Turkije. Die geschiedenis dragen zij ook met zich mee.”

Maken ze zich geen zorgen over u?

“Hoe bedoel je?”

In Turkije is het gevaarlijk om links te zijn.

“Ze hebben na de militaire coup van 1980 mijn oudste broer uit Turkije gehaald, tegen zijn zin overigens. Hij was achtergebleven en politiek actief in de linkse beweging. Mijn ouders vonden het te gevaarlijk worden. Maar ik ben hier geboren en getogen. Ik bedoel… Ik zal niet zeggen dat ze me hebben aangemoedigd, maar ze hebben me wel altijd gesteund.”

Komt u zelf nog wel eens in Turkije?

“De laatste jaren niet meer.”

Waarom niet?

“Ik sta vast op lijstjes. Ik zou graag gaan, ook omdat ik daar vrienden heb. En de politieke situatie is mega-interessant. Maar er is zo veel verslechterd, er zit zo’n autoritaire leider, het is allemaal zo gevaarlijk geworden. En dan hebben we nog de drama’s met de Turkse politiek in Nederland, de aangiften, de kliklijnen. Ongewenste beïnvloeding die ik hoog op de politieke agenda heb weten te zetten. Met resultaat, zoals de ondervraging door een commissie van het parlement over ongewenste financiering van moskeeën vanuit onvrije landen.”

De politiek van Denk zal u niet ge­holpen hebben.

“Nee, de beschuldiging dat ik een PKK-terrorist ben heeft niet geholpen. Het is vreselijk wat ze allemaal hebben gedaan. Ordinaire politiek die uitdraait op scheldpartijen en intimidatie. Ze hebben mee­gedaan aan ophitserij. Maar kijk: ik ben een harde, ik kan het allemaal wel handelen. Echt erg is het dat ze hun eigen achterban, waarvoor ze op zeggen te komen, enorme schade hebben berokkend. Als je zegt dat je staat voor een ongedeeld Nederland zonder racisme en discriminatie, waarom voed je dat dan voortdurend? De staat waarin die partij nu verkeert zegt ook wel iets over de gehanteerde strategie.”

De gemeente heeft net weer onderzoek gedaan: als u zich met uw achternaam meldt bij een makelaar is de kans niet erg groot dat u een huurhuis krijgt.

“Discriminatie, seksisme, ik heb het allemaal meegemaakt, maar ik heb daar op de een of andere manier goed mee leren dealen, misschien wel omdat ik de jongste uit het gezin ben. Ik laat niet over me heen lopen. Ik vind: als zoiets zich voordoet, dan moet je dat benoemen, dan moet je mensen ermee confronteren en het bespreken. Racisme versterkt ongelijkheid en maakt dat we niet alle talent benutten.”

“Ik prijs mij gelukkig. Mijn kinderen hebben alles, maar ik ken ook veel kinderen die dat niet hebben vanwege hun achternaam of de dikte van de portemonnee van hun ouders. Dat moet echt veranderen. Wat ik merk is dat er geen geduld meer is voor een gesprek over oplossingen. Er is zo veel verwarring. Het is: beschuldigen over en weer. Debatten over racisme verzanden al snel in emotionele discussies. Als je erover begint, is er altijd wel een demagoog die opstaat en zegt: jullie vinden elke Nederlander een racist. Maar zo is het niet. Ik ben Nederlander en ik ben geen racist.”

Mijn ouders waren fan van Joop den Uyl, maar welke gastarbeider was dat in die tijd niet?Beeld Jitske Schols

U heeft per Facebook uw vertrek uit de Kamer aangekondigd.

“Ja.”

Is dat niet een beetje treurig?

“Hoezo? Het leek mij een gepast medium om mijn boodschap te delen met de mensen met wie ik heb samengewerkt, die mij volgen en met wie ik mijn idealen deel.”

Hoe is het gevallen?

“Ik ben bedolven onder de reacties. Ongetwijfeld heeft er ergens iemand stiekem een klein feestje gevierd, maar het overgrote deel was positief. Dat heeft me wel geraakt.”

Welke emotie voert bij u de boventoon?

“Dat het goed is zo. Het doet pijn, volksvertegenwoordiger zijn is een van de mooiste dingen die je mag en kunt doen. Stoppen was de moeilijkste beslissing die ik tot nu toe heb moeten nemen, maar ik heb er goed over nagedacht, het was een weloverwogen besluit. En ik heb nog een jaar. Je ziet mij voorlopig niet op een strandstoel liggen.”

De tekst van uw afscheid was nogal cryptisch.

“O ja?”

Er staat: ‘De afgelopen jaren zijn voor mijn partij en voor mij persoonlijk niet altijd even makkelijk geweest.’

“Toen ik begon in 2006 was de SP een brede en open partij. Sindsdien zijn er nogal wat ideologische en programmatische discussies geweest. Die horen erbij, maar dat was niet altijd makkelijk.”

U bedoelt: de SP is naar binnen gekeerd?

“Ik bedoel: we zijn een brede partij met een breed programma. Het gaat niet alleen om zorg of armoede, maar ook om internationale solidariteit, klimaat en vluchtelingen. Wij zijn socialisten en dan kun je niet lekker shoppen in de onderwerpen die je toevallig goed uitkomen. Het gaat mij om het grote verhaal. Daar heb je het over met elkaar en dat was niet altijd gemakkelijk. En niet altijd leuk. De magere resultaten die we haalden bij verkiezingen ook niet. Wat is het? Samenwerken met anders­denkenden, de ramen openzetten, het behoeft absoluut verbetering. Maar uit­eindelijk beslissen de leden en maak je met elkaar de koers.”

Vond u het werk ook te zwaar worden?

“Nee, politiek is alles voor mij. Ik vind dat prachtig mooi.”

We hebben er de laatste jaren nogal wat Kamerleden aan onderdoor zien gaan.

“Het vergt opoffering, ja. Dat hoort erbij. Anders bereik je niets.”

U wilde in 2017 nog fractievoorzitter en partijleider worden.

“Maar ik ben het niet geworden. Dat was de uitkomst van een democratisch proces. Het is zoals het is.”

Heeft dat een rol gespeeld bij uw ­vertrek?

“Zeker. Misschien dat je daar een drama van wilt maken, maar dat is het niet. Ik heb mijn bijdrage geleverd en nu ga ik de strijd voortzetten op een andere manier.”

Maar niet in de SP.

“Niet in de Tweede Kamer. En verder heb ik geen flauw idee wat ik volgend jaar ga doen. Ik bedoel: de wereld veranderen, dat is mijn ervaring na veertien jaar, doe je niet per se vanuit het parlement.” 

Sadet Karabulut

28 april 1975, Dordrecht

1981-1989

Mauveschool, Dordrecht

1989-1996

Scholengemeenschap Noordendijk/Da Vinci College, Dordrecht

1996-2001

Studie Bestuurskunde, Erasmus Universiteit Rotterdam

2001-2006

Trainee en beleidsadviseur, gemeente Amsterdam

2005

Lidmaatschap van de SP

2005-2006

Beleidsmedewerker voortgezet speciaal onderwijs, stichting Orion, Amsterdam

2006

Lid van de gemeenteraad van Amsterdam voor de SP

2006-heden

Lid van de Tweede Kamer voor de SP

Karabulut woont in Oost met haar man en twee kinderen van 6 en 9 jaar.

Sadet Karabulut
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden