PlusInterview

Juliette de Wit tekent coronacartoons van gesprekken die ze hoort op straat

Illustrator Juliette de Wit (61) ontwikkelde een nieuw talent. Sinds een week of drie tekent ze coronacartoons, geïnspireerd op Amsterdammers die ze buiten tegenkomt. ‘De humor ligt op straat.’

Beeld Juliette de Wit

Ze weet nog precies wanneer ze verlicht werd. “Ik liep in het Vondelpark. Daar zag ik op een bruggetje een man en een vrouw, goed gekleed en duidelijk hoogopgeleid, met tussen hen in een kleuter. Midden op de dag, terwijl ze ­eigenlijk op de Zuidas hoorden te zitten. Zegt die vrouw ­tegen die man: ‘Is dit over een week ook nog leuk?’ Zo grappig! Ik wist meteen dat ik daar een tekening over moest maken.”

Juliette de Wit (61) illustreerde talrijke kinderboeken – onder meer de series Spekkie en Sproet en De Wilde Kippen Club – verzorgde de tekeningen voor het ­befaamde bevallingsboek Duik in je weeën van Carita Salomé en maakte kleurboeken over onder meer Amsterdam. Ze zit op haar werkkamer in haar huis vlak bij het Vondelpark. Keurig op anderhalve meter van de verslaggever. En ze vertelt over haar coronacartoons.

Beeld Juliette de Wit

Harde humor

“Je moet jezelf opnieuw uitvinden, dat is best moeilijk. Ik had laatst een quarantainekleurplaat voor kinderen gemaakt. Gaat iedereen dat nu doen! Een half jaar geleden had ik ineens weinig opdrachten voor kinderboeken. Buiten schilderen – ik ben ook stadsschilder in opdracht – ging ook niet in de winter: te koud, te veel wind. Toen ben ik met bekende tekenaars, onder wie Thé Tjong-Khing en ­Aimée de Jongh, een stripproject begonnen. Lang geleden ben ik aan de Rietveld Academie afgestudeerd op strip­tekenen, en ik heb nog les gehad van Thé Tjong-Khing. Voor het stripproject verstripten we een verhaal van Lilian Blom, ieder een eigen versie. We vonden een ingang bij het blad StripGlossy, maar toen kwam het virus. De uitgever had andere prioriteiten en dat blad lag plat. Dus ik loop door het Vondelpark…”

En daar liep Juliette de Wit met gespitste oren naar die veel te luid pratende Amsterdammers te luisteren, speurend naar cartoons. “Inmiddels heb ik het weer behoorlijk druk met de kinderboeken, maar ik kan tussendoor elke dag wel een cartoon over corona maken. Het ging, en gaat, overal alleen maar over corona. In de Jan Pieter Heije­straat liep ik langs een hele hippe wijnwinkel. Daar kun je aan de deur je bestelling oppikken. Er stond een behoorlijke rij. Zegt een vrouw tegen een andere vrouw: ‘Durf jij nog met keukenrollen over straat?’ Zegt die andere vrouw: ‘Zó gênant!’ Haha, echt, de humor ligt op straat.”

De Wit plaatst haar cartoons vooralsnog alleen op haar Facebookpagina en haar Instagramaccount. Ze krijgt veel positieve reacties. “Ja, nu krijg ik allemaal verzoekjes: kun je dit tekenen want ik hoorde iemand dat zeggen, of: mijn vrouw zei dit, of: ik hoorde twee mannen dat vertellen. En dat doe ik dan. Ik krijg zelfs verzoeken uit het buitenland, blijkbaar zeggen de tekeningen al genoeg. Nee joh, ik verdien hier geen geld mee.”

De cartoons van Juliette de Wit zijn vooral ook lief. “Ik houd zelf erg van harde humor, maar ik zit al 38 jaar in de kinderboeken – ik moet ook aan mijn naam als illustrator van kinderboeken denken. Je mag al niet eens meer blote kinderbilletjes tekenen, zo preuts is het geworden. Dan zou ik onder pseudoniem cartoons moeten maken, maar dat vind ik weer zo laf. Mijn man zei: ‘Teken een patiënt bij de dokter. Die patiënt ziet er heel slecht uit. En dan zegt die dokter tegen de patiënt: wees gerust, het is gewoon ­kanker.’ Ik kan daar om lachen, maar ik ga niet voor die grappen kiezen als ik cartoons maak.”

Beeld Juliette de Wit

Slordig en spontaan

Verfrissend, zo ziet De Wit de afwisseling tussen het illus­treren van kinderboeken en het tekenen voor volwassenen. “Ik heb altijd al voor volwassenen getekend, nog voor ik opdrachten voor kinderboeken kreeg. Voor Het Parool bijvoorbeeld, tekeningen bij verhalen over maatschappelijke en psychologische onderwerpen. Zo ben ik begonnen, en ik teken nog steeds over opvoeden en psycho­logie.”

“Ik heb nu ontdekt dat ik niet meer heel precies een tekening uitwerk. Een schets is veel dynamischer. Met die ­cartoons denk ik: hats, hup, klaar. In tien minuten staat het er. Ik ga er niet aan priegelen en schaven als er een lelijk beentje of een verkeerd neusje bij zit. Het is wat het is. Ik vind gezichtsuitdrukkingen en houdingen heel belangrijk, en of die knie dan niet klopt, nou ja, jammer. Ik merk dat deze manier van werken, het slordiger en spon­taner tekenen, die cartoons enorm ten goede komt.”

Over dat tekenen: dat doet ze digitaal. “Ik was een van de eersten die op de computer gingen tekenen. En nee, ik mis niet de feeling met het materiaal. Dat is een romantische gedachte. Ik word heel moe van dat gegum, en al die vieze vlekken, bah. En als je een streepje verkeerd hebt getekend kun je de hele boel weer overnieuw maken. Dit gaat lekker snel.”

Ze kijkt naar buiten, waar het park alweer lonkt. “Ik moet wel een beetje oppassen nu. Mijn probleem is dat mijn gevoel voor humor niet groot genoeg is om zelf grappen te verzinnen. Ik merk dat ik sinds een paar dagen achter mensen aanloop om gesprekken op te vangen. Die spreek ik dan stiekem in op mijn telefoon. Best eng dat gedrag, vind je niet?”

De coronacartoons van Juliette de Wit zijn te bekijken op haar Facebookpagina en haar Instagramaccount.

Beeld Juliette de Wit
Beeld Juliette de Wit

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden