PlusEssay

Journalist Milou Deelen moet iets kwijt: ze houdt niet van dieren

Iedereen houdt van dieren. Toch? Journalist Milou Deelen (25) niet. En ze moet het kwijt. Al weet ze dat ze zich zo niet populair maakt. De deskundige raadt haar aan: ‘Kijk nou eens in de ogen van zo’n hond.’ Tja.

Journalist Milou Deelen houdt niet van dieren. Beeld Paul Faassen
Journalist Milou Deelen houdt niet van dieren.Beeld Paul Faassen

Sinds kort hebben mijn ouders hond Lobke. Lobke is een blonde field trial labrador. Iedereen is lyrisch over haar: vrienden willen haar dolgraag ontmoeten en mijn ouders vragen steeds wanneer ik langskom om ons ‘nieuwe familielid’ te ontmoeten. Mijn moeder is ervan overtuigd dat ik Lobke schattig ga vinden.

Dat hoor ik vaker, mensen die denken dat ik hun dier ineens wél leuk vind. Alsof ze niet kunnen geloven dat het anders kan. Daarnaast legt het een druk op de ontmoeting, waardoor ik er tegenop ga zien. Ik voel me onbegrepen, elke keer moet ik mezelf verantwoorden waaróm ik niet van ze houd.

Vorig weekend heb ik Lobke ontmoet, en hoewel ik blij ben dat ze er is, omdat mijn ouders ‘zielsgelukkig’ zijn, voel ik voor Lobke zelf niets. Ik voel me een beetje harteloos, omdat ik zie hoeveel liefde mijn ouders voor haar voelen en Lobke voor mijn ouders.

“Vind je het niet heel schattig hoe ze daar ligt?” vraagt mijn moeder meermalen op de dag van de eerste ontmoeting. Diezelfde avond lig ik met mijn ouders op de bank en vraag ik ze: “Als jullie zouden moeten kiezen: 50.000 euro of Lobke?” Mijn moeder antwoordt zonder enige twijfel: “Lobke.” Ik app naar mijn beste vriend − levensgroot dierenliefhebber − dat ik mijn oren niet kan geloven. Maar hij begrijpt mijn moeder volledig. “Nee, maar ik zou mijn pink zelfs afstaan voor mijn kat, misschien zelfs mijn hand.”

Ik moet het kwijt: ik heb niets met dieren, en écht: helemaal niets. En ik besef dat me dat niet populair maakt: niet van dieren houden. Hoe kan het dat het lijkt alsof iedereen dol is op dieren, behalve ik?

Ik bel Antoinnette Scheulderman. Zij schreef het boek Dan neem je toch gewoon een nieuwe − een opmerking die ze regelmatig kreeg na de dood van haar hond Bubbels, het boek gaat over rouwen om een (huis)dier. Ik vraag wat een huisdier voor haar betekent. Ze haalt meteen Chris Dusauchoit aan, de Vlaamse radio- en tv-presentator die ook boeken over honden heeft uitgebracht, waaronder Honden zoals ze echt zijn. “Hij schrijft daarin dat zijn hond zien voelt als een warme saus die door z’n lichaam loopt, en ik kan het niet beter beschrijven dan dat. Ik krijg een heel warm gevoel als ik naar mijn hond Dizzy kijk, een gevoel van diepe liefde.”

Even later zegt ze: “Ik geloof dat de wereld leuker zou zijn als mensen een huisdier zouden hebben, je wordt er een zachter, warmer mens van. Soms vind ik mensen niet leuk, en als ik dan vraag of ze iets met dieren hebben en ze zeggen nee, denk ik: zie je wel.”

Ik vraag wat ze vindt van mensen zoals ik, die zich weinig kunnen voorstellen bij de liefde die baasjes voelen voor hun dier. “Door de poging om het te onderzoeken, heb je al een groot streepje bij me voor. Ik neem het je ook niet kwalijk, maar vind het jammer voor jou dat je het gevoel niet kent. Als jij een leuke hond voor jezelf zou hebben, ben jij in een jaar tijd van mening veranderd. Dat weet ik honderd procent zeker. Als je dat niet zou hebben, zou ik je wantrouwen. Ik schat jou in als een normaal, leuk mens. En normale, leuke mensen gaan overstag. Tegen jou als dierenliefde-ontkenner, zou ik zeggen: kijk nou eens in de ogen van zo’n hond. Het liefst eentje met grote, bruine ogen.”

Dat heb ik echt al geprobeerd: ik kijk regelmatig naar dieren, maar ik vind ze niet schattig. Begrijp me niet verkeerd: ik zou een dier nóóit iets aandoen. De bio-industrie vind ik afschuwelijk, ik eet geen vlees, en de bontjas van mijn oma ligt al jaren op zolder. Alleen, ik word simpelweg gewoon niet warm of koud van een gapend babykatje, een pup met grote ogen of een pluizig konijntje.

Waarom vinden ‘we’ dieren dan zo schattig? “We zijn biologisch voorgeprogrammeerd om uiterlijke kenmerken met ronde vormen schattig te vinden,” zegt Maarten Reesink aan de telefoon. Hij introduceerde het keuzevak Animal Studies aan de Universiteit van Amsterdam en vorige maand verscheen zijn boek Dier en mens – de band tussen ons en andere dieren. “En het liefst twee ronde vormen, dus een hoofd en romp, met grote ogen, een groot, plat voorhoofd, piepende geluidjes en haartjes. Baby’s dus. En je begrijpt dat het evolutionair gezien handig is dat we die schattig vinden. We vinden dieren leuk die dezelfde uiterlijke kenmerken hebben als baby’s. Daarvan bestaan twee groepen: aapjes, maar dat zijn geen ideale huisdieren, want die maken alles kapot en schijten alles onder. En roofdieren die klein blijven, of lange tijd klein blijven, zoals honden en katten. Hormonen zorgen ervoor dat als we daarnaar kijken, er stofjes in onze hersenen vrijkomen en dat we ze schattig vinden.”

Het is niet dat ik dat hormoon niet heb, want ik vind baby’s vreselijk schattig. Je kunt natuurlijk ook van dieren houden en niet van baby’s − of andersom, zoals ik. Hoe komt het dan wel?

null Beeld Paul Faassen
Beeld Paul Faassen

“Dat heeft te maken met een complex aan factoren,” vertelt Reesink. Hij vraagt of ik met dieren ben opgegroeid, en of ik weleens erdoor ben gebeten. Dat laatste is niet het geval, maar ik ben zeker met dieren opgegroeid. Thuis hadden we konijnen, wandelende takken, katten, hamsters − noem maar op. Reesink: “Dan ben je een boeiend geval. De meeste mensen die niet van dieren houden zijn er ook niet mee opgegroeid.”

We gaan wat dieper in op mijn dierenverleden. Ik vertel dat ik eigenlijk geen idee heb waar die dieren vandaan kwamen en dat mijn ouders en zussen ook niet enorme liefhebbers waren. “Ik ben geen psycholoog, maar het klinkt alsof het niet hele betekenisvolle wezens in jullie leven waren. Dat kan ervoor zorgen dat het lastig is om die liefde te ontwikkelen.”

Als niemand echt fan was, waarom waren ze er dan eigenlijk? Ik bel mijn moeder. “Alle kinderen willen een huisdier en wij vonden dat in pedagogisch opzicht een goed idee,” zegt ze. “Als kind leer je ergens voor te zorgen, verantwoordelijk te zijn en dat iets ook dood kan gaan. Maar je vader en ik hadden er niet zo veel mee.”

Daarom was ik dus zo verbaasd over de komst van hond Lobke: mijn moeder heeft ook nooit iets met dieren gehad. Een reden kan natuurlijk zijn, zo zegt Reesink, dat ouders de behoefte krijgen om voor iets te zorgen als de kinderen het huis uit zijn.

Dus, zou je kunnen denken, wat is nou het probleem? Dan neem je toch gewoon geen huisdier? Nee, dat doe ik ook niet, alleen vrienden dringen het voortdurend aan me op. Dieren(filmpjes) overheersen het internet. Ik word er krankjorum van hoeveel van mijn medemillennials om de haverklap iets met dieren op hun telefoons laten zien. “Kijk, deze puppy nou, awhhhh.” Of: “Kijk dit nest met kittens, awhhhh.”

Iemand die me begrijpt is M. Ik heb een lotgenoot gevonden! M. wil graag anoniem blijven, omdat ze dierenliefhebbers vaak militant vindt. “Het is sociaal niet geaccepteerd en ik vrees dat vrienden me excommuniceren als ze lezen dat ik mijn afkeer voor dieren zo expliciet wereldkundig maak.”

Als ik vraag waarom ze niet van dieren houdt, barst ze los: “Ik begrijp dat mensen het leuk vinden, maar ik heb er helemaal niets mee. Met geen enkel dier. Ik voel me er niet prettig bij, vind het niet leuk. Al dat gesnuffel en gelik. Eigenlijk heb ik meer moeite met dierenbezitters dan met dieren zelf, en het lijkt alsof dat steeds een grotere groep wordt. Het gedweep waarmee mensen foto’s aan je opdringen.”

Dierenbezitters doen ‘vieze dingen’, zegt ze. “Ik heb een vriendin die een hondenkoekje in haar mond stopt, en de hond eet het eruit. Dat vind ik weerzinwekkend. En dat huis ruikt ook naar hond. En de manier waarop ze tegen die hond praat, met een babystem, dat vind ik het allerergst. Ik voel me veroordeeld. Mensen vragen constant, hoe kán je dit nou niet leuk vinden? Alsof ik word ontmenselijkt.”

En dat is, denk ik, het probleem: ik begrijp dat mensen dieren leuk vinden, maar waarom is het zo moeilijk om dat andersom te geloven? Misschien weet ik inderdaad niet wat ik mis. Maar in het leven kun je nou eenmaal niet alles meemaken. En van alles houden.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden