PlusInterview

Joods Museumdirecteur schrijft thriller: ‘Meer Dan Brown dan Umberto Eco’

Emile Schrijver (59) is directeur van het Joods Historisch Museum. Hij debuteert als romanschrijver met de thriller De Hillel Codex. Over de jacht op een eeuwenoud, waardevol manuscript met mogelijk explosieve inhoud.

Emile Schrijver schreef De Hillel Codex: ‘Ik ben me heus ­bewust van ­gevoeligheden. Ik had het veel bonter kunnen maken.’ Beeld Nina Schollaardt
Emile Schrijver schreef De Hillel Codex: ‘Ik ben me heus ­bewust van ­gevoeligheden. Ik had het veel bonter kunnen maken.’Beeld Nina Schollaardt

Het was in 1993, in Tel Aviv. Emile Schrijver was een jonge onderzoeker, net gepromoveerd op Hebreeuwse handschriftenkunde. Hij bezocht een verzamelaar van oude joodse boeken en manuscripten. “’s Avonds gingen we eten en aan dat diner zat ook een schrijfster. Ik vertelde dat ik al een tijd rondliep met het idee een roman te schrijven. Die schrijfster begon toen heel erg hard te lachen. Ze vond me weer zo’n jonge intellectueel die denkt dat hij een ­roman kan schrijven.”

Emile Schrijver glimlacht. De directeur van het Joods Historisch Museum staat op en loopt naar een koffiemachientje dat op een tafeltje staat dicht bij de deur van zijn werkkamer en duwt een cupje in het apparaat.

Als het kabaal is verstomd: “Op dat moment dacht ik: je hebt gelijk. En toen ben ik gestopt. Nou ja, ik was nog niet eens begonnen aan een roman, maar ik heb het idee om het te gaan doen losgelaten.”

Hij komt weer aan tafel zitten.

“Vanaf zo ongeveer 2008 ging ik als onderzoeker van joodse boeken steeds meer reizen, en in 2013 werd ik hoogleraar geschiedenis van het joodse boek. Dat ben ik nog steeds. Maar goed, ik werkte in Zwitserland aan een tentoonstelling van een Joodse privéverzamelaar. En die heeft een manuscript in zijn collectie waar teksten in voorkomen die gebaseerd zijn op de Hillel Codex. En daar heb ik mijn inspiratie opgedaan om dan toch die roman te gaan schrijven. Al zat ik er wel meer dan tien jaar aan te pielen voor ik in deze coronatijd eindelijk het boek kon ­afronden. Dus…”

Stop.

Even een korte uitleg. De Hillel Codex is de naam voor de volgens de legende al in 600 met de hand en in het ­Hebreeuws geschreven 24 boeken van het Oude Testament. De schrijver zou een zekere Hillel ben Moses ben Hillel zijn, en bijna alle andere bijbelhandschriften zijn op basis van deze tekst herzien. Een zeer belangrijk boek dus, deze Hillel Codex. Helaas is de Hillel Codex onvindbaar. Of verloren gegaan. Al is dat maar de vraag, want nu ligt er een boek in de winkel met diezelfde titel. En dat is het ­romandebuut van Emile Schrijver: De Hillel Codex.

In die roman gaat de jonge Joods-Amsterdamse onderzoeker Max Blitz in opdracht van Herbert Amann, een ­nazistische Oostenrijker en verzamelaar van bijbels en ­antisemitische objecten, op zoek naar de Hillel Codex. De queeste brengt Max in New York, Bregenz, Londen, ­Milaan, Mantua en Monsey (een ultraorthodoxe gemeenschap in de staat New York). En in contact met de begeerlijke Italiaanse onderzoeker Isabella Rieti. Wat voor een spel speelt zij? En wil iedereen wel dat de Hillel Codex ­boven water komt? Staat daar misschien iets controversieels in?

De Hillel Codex is een spannend en vlot geschreven thriller. Ergens laat Schrijver een personage zeggen dat wat Max overkomt net een detectiveverhaal is, ‘een soort joodse Da Vinci Code’.

Schrijver lacht. “Een geintje… Maar in Zwitserland dacht ik wel: hoe kan het, hoe kan het nou dat de Joden zo’n ­belangrijke tekst verloren laten gaan? En is dat boek misschien nog ergens te vinden? Men weet dat het bestaan heeft. Misschien is het verbrand, of ligt het ergens begraven, of onder in een kist ergens op zolder. Dat prikkelde mijn fantasie, ja. En ik had al zo veel geschreven voor, zeg, 23 man, dat de gedachte iets voor een groter publiek te schrijven me wel aanstond.”

“Kijk, ik ben een debutant met driehonderd publicaties. Ik schrijf opiniestukken voor kranten, essays, wetenschappelijke artikelen, columns – ik weet hoe dat moet, schrijven – maar ik had me nooit aan fictie gewaagd. Wist ook niet hoe dat moest. Hoe schrijf je een dialoog? Mijn dochter is actrice en die heeft de eerste honderd bladzijden gelezen. Die keek vooral naar scènes. Ze zei bijvoorbeeld: dit personage kan dit woord niet gebruiken, of zo handelen. Daar heb ik veel van geleerd.”

Een obsessie met geld

En daar komt Dan Brown weer. “Een thriller schrijven vereist een paar technieken. Dat je af en toe recapituleert om de lezer bij de les te houden, en dat je alles wat de plot niet ondersteunt moet schrappen. Dan Brown zegt: iedere ­belofte die je je lezer doet, moet je waarmaken. Daar moet je dus ook goed op letten. Ik heb het met ontzettend veel plezier geschreven, maar ik vind het ook razend spannend nu het in de winkels ligt. Nu mag iedereen er iets van vinden. Zoals de Duitsers zeggen: Jetzt geht es um die Wurst.”

En al staat er toch dat vermaledijde ‘literaire thriller’ op het boek, Schrijver zegt aan de ene kant bescheiden te zijn en niet per se literaire pretenties te hebben, maar ook, en vol zelfvertrouwen, dat hij een spannend verhaal in een spannende context wilde vertellen. “Meer Dan Brown dan Umberto Eco, dat is toch wel zo.”

Hij staat weer op om koffie te bereiden.

In De Hillel Codex komen beelden van joden voorbij die stereotiep lijken. Haveloos geklede chassidische joden, een obsessie met geld. Kon hij zich dat veroorloven omdat hij Joods is?

Schrijver, hij heeft een niet-Joodse moeder en een Joodse vader: “Ik denk het wel. Ik ben ook algemeen directeur van het Joods Cultureel Kwartier, dus ook van het Nationaal Holocaust Museum. Dus ik ben me heus bewust van ­gevoeligheden. Ik had het veel bonter kunnen maken, maar ik weet dat ik in bepaalde kringen een deels publiek persoon ben, dus dat er naar me gekeken wordt. Maar wat ik schrijf, daar sta ik als schrijver binnen de context van ­deze roman volledig achter. Als je dit soort gevoeligheden weglaat… in zekere zin is het ook een beetje een schelmenroman en om dan constant op de rem te moeten trappen. Dan kun je het beter niet doen. Je moet ook risico durven nemen. Ik vind het spannend hoe dit wordt opgepikt.”

“Maar ik laat Max Blitz ook begrip hebben voor de orthodoxe joden die het problematisch vinden dat het boek ­boven water komt. Ik vind dat ik daarmee evenwicht in het boek aanbreng. Het klinkt arroganter dan bedoeld, maar mijn reputatie kan ook wel een stootje hebben. En het is fictie, hè, laten we dat niet vergeten.”

IJdeltuit

Over Max Blitz, het soms behoorlijk irritante, pedante, wat vrouwonvriendelijke hoofdpersonage. In hoeverre is Emile Schrijver Max Blitz of Max Blitz Emile Schrijver?

“Allereerst delen we de obsessie en fascinatie voor het vakgebied. Ik heb de krankzinnigste dingen meegemaakt. Zat ik in een bankkluis op een krukje met de mooiste oude boeken in mijn handen, of keek ik op de 73ste verdieping van een flatgebouw bij een diamantair in een vitrine naar zeldzame manuscripten… Ik denk dat deze roman laat zien hoe die fascinatie voor het oude boek me raakt. Ik ­beschrijf een koortsdroom van Max die daarmee te maken heeft. Die heb ik zelf ook gehad, daar geef ik mezelf wel bloot.”

Al is het in de roman niet Schrijvers eerste doel te waarschuwen voor het maar niet minder wordende antisemitisme, de behoorlijk enge Herbert Amann is de representant daarvan, hij wil wel iets kwijt over het Jodendom. “Ja, wat als metaniveau boven het boek hangt is het idee van de boekenprofessor die zijn Joodse fascinatie voor overdracht van kennis wil delen met de wereld. Uiteindelijk gaat het om het doorgeven van kennis. En daar al dan niet iets aan toe durven te voegen, wijzigingen in aanbrengen.”

Maar hoe zit dat nou met Max?

“Het is een ijdele, lichtmisogyne man in een vervroegde midlifecrisis die door vrouwen op de vingers wordt getikt. Als je zo iemand uitwerkt, laat je vast ook het een en ander van jezelf zien, meer dan je misschien wilt.”

Hij trekt even aan het jasje van zijn pak. “Max houdt van mooie kleren, lekker eten, dure racefietsen, jazz…. Net als ik. Het is wel een ijdeltuit, onze Max, en dat ben ik ook een beetje. En ik ben vast ook een zelfverzekerde man. Laat ik je eerlijk zeggen dat ik er ook nog wel wat vanaf heb ­gehaald om het voor iedereen wat verteerbaarder te ­maken. Maar ik hoop ook dat ik een stuk aardiger ben dan Max.”

Emile Schrijver: De Hillel Codex. Prometheus, €22,50.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden