Plus Achtergrond

Jongste antiquair (28) van Nederland: ‘Ruil Ikea in voor antiek’

Dick Zebregs: ‘De gemiddelde antiekkoper is zestigplus.’ Beeld Diederick Bulstra

Dick Zebregs (28) is de jongste antiquair van Nederland. Hij opende onlangs zijn zaak in het Spiegelkwartier, dat hij aantrekkelijk wil maken voor leeftijdsgenoten.

Dick Zebregs gaat met zijn vinger langs de letters IVH op de buik van een porseleinen fles en zegt: “Joan van Hoorn. Hij was de gouverneur-generaal van Nederlands-Indië in de 17de eeuw en zo schathemelrijk dat hij bij feestjes deze kruiken gevuld met jenever schonk aan vrienden. Voor één zo’n fles kocht je toen een grachtenpand. Van Hoorn was echt de Kim Kardashian van zijn tijd.”

“Tachtig jaar geleden werden dit soort stukken nog verkocht met een totaal Hollands Glorieverhaal. Maar die Van Hoorn is over lijken gegaan in Indonesië en Afrika. Dat verhaal is superrelevant in de huidige slavernijdiscussie en dat vertel ik dan ook. Als ik Indonesisch was, zou ik zo’n fles kopen om een lange neus te maken naar het koloniale verleden.” Zebregs is de jongste antiekhandelaar van Nederland. Begin vorige maand opende hij ­Zebregs&Röell Fine Art and Antiques op de hoek van de Spiegelstraat en de Keizersgracht. Hij wil het stof blazen van de branche, die kampt met een oubollig imago.

Merklabel

“De gemiddelde antiekkoper is zestigplus,” zegt hij. “Tot in de jaren tachtig vond je in vrijwel elke woonkamer een vitrinekastje, maar die zijn allemaal de deur uit. Je ziet het aan de olifantenverzamelingen op Marktplaats.”

“Dertigers en veertigers ­weten niet meer wat het is om met antiek te leven, dingen te verzamelen. Hun meubilair is functioneel en voorzien van een merklabel. Ze zien ook geen antiek meer bij opa en oma, want die hebben ook een wit en kaal interieur. Er wordt niets doorgegeven. Dat wil ik doorbreken. Ik wil het verzamelen aantrekkelijk maken voor een jongere groep.”

Zebregs liefde voor antiek kwam tot bloei bij Veilinghuis AAG in de Rivierenbuurt. Hij kwam er als uitzendkracht tijdens zijn studie Applied Museum & Heritage Studies aan de Reinwardt Academie en bleef er tien jaar hangen, om te eindigen als hoofd van de afdeling antiek.

“Ik zat ­altijd te neuzen in de kast met potjes en pannetjes. Ik kocht weleens een klapmutskom of een Indonesisch schilderij, maar mijn grootste passie is taxidermie. Bij mijn opa stond een opgezet doodshoofdaapje en toen ik op kamers ging, kreeg ik die mee. Ik begon te handelen in ­opgezette dieren en binnen de kortste keren stond mijn appartement aan de Rozengracht zo vol dat vrienden spraken over ‘de jungle’.”

Brief aan Attenborough

Die vrienden noemden hem ook grappend David Attenborough, naar de Britse maker van natuurdocumentaires. “Ik heb de echte David Attenborough een keer een brief geschreven, want ik zat er toch een beetje mee; die opgezette dieren. Kan het wel, zelfs als ze antiek zijn? Binnen drie dagen had ik antwoord, een handgeschreven brief. Hij vond dat die beesten voorlichtend kunnen werken. Mensen kunnen ze van dichtbij bekijken en doordrongen raken van het belang van natuurbescherming. Misschien eten ze ook een stukje minder vlees daardoor.”

Het ethische aspect van zijn handel houdt Zebregs bezig. “Ik verdien toch aan een koloniaal verleden. Maar goed, dat is er en dat blijft er. Dan kan ik maar beter zorgen dat het goed gerestaureerd en beschreven wordt en op een verantwoorde manier de wereld ingaat.”

Het was nooit zijn bedoeling een zaak te ­beginnen, maar toen Zebregs vorig jaar op Tefaf kennismaakte met de gerenommeerde Maastrichtse handelaar Guus ­Röell klikte het meteen. Toen vervolgens het pand in de Spiegelstraat vrijkwam, was het: nu of nooit. Röell staat op de luifel als partner, maar inrichting en sfeer zijn 100 procent Zebregs.

“Het is een rariteitenkabinet,” zegt hij over het eclectische aanbod, dat varieert van Afrikaans houtsnijwerk en een opgezette pauw tot Japanse netsuke en een notenhouten dressoir. “De tijd van de stijlkamers is voorbij. Ik laat zien dat je best een Frans kastje kunt combineren met een modern ­abstract schilderij en een stel kandelaars. En ja, daar kan best nog een Ikeabank bij. Maar waarom zou je tweeduizend euro uitgeven aan zo’n bouwpakket als je voor dat geld ook een antieke tafel kunt kopen met een verhaal? Het is bovendien zo veel duurzamer. Zo’n Ikeameubel valt na twee keer demonteren uit elkaar en ­belandt bij het grofvuil. Die antieke tafel kun je gewoon weer verkopen zodat hij weer een volgend leven heeft.”

Broodjeszaak of schoenenwinkel

Met zijn enthousiaste verhalen tijdens speciaal georganiseerde borrels en via zijn Instagramaccount weet ­Zebregs een jonger publiek te trekken dan zijn collega-antiquairs. “De drempel is vaak hoog,” zegt hij. “Bij sommige zaken durf ik zelf niet eens naar binnen.” Toch heeft hij ­bewust gekozen voor het Spiegelkwartier.

“Amsterdam was vroeger het antiekcentrum van Europa en deze buurt is het kloppend hart daarvan. De allure is er nog steeds, maar er is vergrijzing en soms geen opvolging. Als er een gat valt, wordt dat vaak opgevuld met een broodjeszaak of een schoenenwinkel. Dat is zonde. Er moeten meer jongeren bij om de antiekhandel te behouden voor het Amsterdamse straatbeeld.”

Epicentrum

Het Spiegelkwartier is het Nederlandse epicentrum van de handel in oude kunst en antiek. In de 18de eeuw zaten de meeste zaken echter in de Nieuwmarktbuurt, vlakbij het Trippenhuis, de voorloper van het Rijksmuseum. Toen in 1885 het Rijks aan het Museumplein opende, volgde de handel. Amsterdam heeft enkel concurrentie van Den Haag (Noordeinde, Denneweg). Het aantal van vijftien à twintig specia­listen in het Spiegelkwartier daalt door de hoge huren, verkoop via internet en een veranderende smaak.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden