PlusInterview

John Albert Jansen, maker van docu over Heere Heeresma, heeft kritiek op Idfa: ‘Het leed wordt er per strekkende meter uitgerold’

Documentairemaker John Albert Jansen: ‘Ik heb een eigen handschrift, dat vindt men lastig.’ Beeld Marc Driessen
Documentairemaker John Albert Jansen: ‘Ik heb een eigen handschrift, dat vindt men lastig.’Beeld Marc Driessen

Zaterdag is de première van de documentaire En de naam is: Heeresma, van filmer en documentairemaker John Albert Jansen (68), over schrijver Heere Heeresma. In het OBA Theater, en dus niet op het Idfa, dat woensdag begint. Daar wil hij wel iets over zeggen.

Maarten Moll

In coronatijd werd hij overvallen door acute leukemie. Kreeg er een longontsteking eroverheen. Hij lag, zoals hij het zelf zegt, ‘op het randje’.

Maar toen het grootste gevaar was geweken, had de gelouterde filmer en documentairemaker John Albert Jansen op zijn ziekbed voldoende tijd om ‘iets van een balans op te maken’. Hij maakte prachtige documentaires over kunstenaars. Bijvoorbeeld over de Surinaamse dichter Michaël Slory, over schrijver Herta Müller, dichter Wislawa Szymborska, schrijver John Berger, schilder Luc Tuymans. En nog zo’n twintig films.

En eenmaal uit het ziekenhuis voltooide hij het even zo mooie En de naam is: Heeresma. De documentaire over de recalcitrante en volstrekt eigenzinnige schrijver Heere Heeresma (1932-2011), bekend van onder andere Een dagje naar het strand, Zwaarmoedige verhalen voor bij de centrale verwarming, Een jongen uit plan Zuid (twee delen). De documentaire gaat zaterdag in het OBA Theater in première.

Leed per strekkende meter

John Albert Jansen zit aan de grote tafel van een appartement op de Oostelijke Handelskade, tevens kantoor van het door hem opgerichte Oogland Filmproducties. Ietwat fragiel, maar ook strijdbaar.

“Het gaat redelijk, ik ben snel moe. Maar het is zo’n beetje onder controle en mijn behandelend arts is heel tevreden. En ik functioneer op zestig, zeventig procent, dus ik kan gewoon weer werken.”

En de naam is: Heeresma wordt niet vertoond op het International Documentary Filmfestival Amsterdam (Idfa), dat vandaag is begonnen.

Still van schrijver Heere Heeresma in  de documentaire ‘En de naam is: Heeresma’, van John Albert Jansen. Beeld
Still van schrijver Heere Heeresma in de documentaire ‘En de naam is: Heeresma’, van John Albert Jansen.

Waarom is de film niet op het Idfa te zien?

“Ik heb niet gehoord waarom niet,” zegt Jansen neutraal. “Maar aan mijn ervaring en kunde kan het niet liggen.”

Misschien aan zijn kritiek op het festival?

“Kijk, op het Idfa wordt naar mijn mening het leed per strekkende meter uitgerold. Het is een vergissing dat engagement betekent dat je met een hobbelende camera achter een transseksueel uit Mali aanloopt. Engagement is ook ritme, vorm, compositie. Poëzie. Het moet een wisselwerking zijn. En dat zit allemaal wel in mijn films, die zich altijd op het snijvlak bevinden van kunst, literatuur, maatschappij, en politiek. Ik maakte een film over het emancipatieproces dat leidde tot onafhankelijkheid van Suriname, over schrijvers als individuen in totalitaire samenlevingen, over de eerste fundamentalistische aanslag in Turkije.”

“Ik wil de mogelijkheid hebben om ook de tijdgeest van toen, maar ook van nu kritisch te bevragen. Ik heb een eigen handschrift, dat vindt men lastig. Bij het Idfa ligt de nadruk heel erg op… kijk, als er weer ebola is, krijg je een hele stroom ebolafilms. En over vluchtelingen, en het moet altijd multicultureel zijn. Nu zijn de gevleugelde woorden inclusiviteit, gender, identiteit en diversiteit. En al die mensen die voortdurend gekwetst zijn. Maar in een open, vrije samenleving bestaat er geen recht om niet gekwetst te worden!”

Een documentaire, zo zegt Jansen, is meer dan dat. “Het gaat niet alleen om onrecht. “Een mespuntje minder onrecht, een theelepeltje minder leed, dat zou een verademing zijn. Kijk, als mijn film, ook een familiegeschiedenis, maar half zo goed zou zijn geweest, maar hij zou uit Kirgizië komen, was hij in het hoofdprogramma opgenomen.”

Dit is de strijdbare John Albert Jansen. Die op zijn ziekbed dus de balans opmaakte. “Dan denk je bij jezelf: ik heb voor de radio VPRO Boeken gepresenteerd en eindredactie gedaan, talloze radiodocumentaires gemaakt, stukken over literatuur geschreven voor de Volkskrant en Vrij Nederland. Op een gegeven moment ben ik films gaan maken omdat ik meer tijd en ruimte aan onderwerpen wilde geven. Ik heb ondertussen op mijn eigen eigenwijze manier 25 films gemaakt. Dat is een oeuvre waar je mee voor de dag kunt komen.”

Filmcriticus Hans Beerekamp zei er in NRC ooit over: ‘Jansen slaagt er als geen ander in literatuur, landschappen en persoonlijke en nationale geschiedenis te vervlechten tot een documentaire, die zelf ook kunst is. Het is een poëtische vorm van visuele essayistiek’.

Alstublieft.

“Ik heb in die zin dus niets te klagen, maar het is ook een vorm van film maken die, in mijn ogen, te weinig gezien wordt, of te weinig erkend wordt. En dus wil ik nu wel de vinger op de zere plek leggen. Dat de ruimte om onafhankelijke, kunstzinnige documentaire of auteursfilm te maken steeds kleiner wordt. Dat er wel eindeloos reisdocumentaires op televisie zijn te zien waarin je voortdurend bekende Nederlanders ziet die met hun kop tussen de camera en het beeld staan. Voor André Rieu in China, ik noem maar iets, wordt zo een miljoentje gevonden om het te maken. En dat noemen ze dan ook een documentaire…”

Het brutale neefje van Karel en Gerard van het Reve

Hij vindt het Idfa een prachtig festival, laat dat gezegd zijn. “Daar draaien 250 films, zeg veertig, vijftig films zijn echt goed, maar zeker 150 zijn rubbish. Engagement is blijkbaar belangrijker dan kwaliteit, zo zie ik het. En dat vind ik nou een uitermate neerbuigende houding. Volkomen uit balans, bevoogdend. Ik vind wel dat je wel een zekere kwaliteit mag eisen.”

O ja, politieke correctheid, dat was hij net vergeten te noemen. Ook al zo’n woord waar je als filmmaker eigenlijk niets mee kunt.

Still uit ‘En de naam is: Heeresma’. Zoon Heere jr. Beeld
Still uit ‘En de naam is: Heeresma’. Zoon Heere jr.

“In die zin is zo’n Heeresma natuurlijk een heerlijk personage. Hij is recalcitrant, hij is tegen de keer, hij is onweerstaanbaar grappig, je zou het in zekere zin het brutale neefje van Karel en Gerard van het Reve kunnen noemen. Karel van het Reve, die stond altijd argwanend en wantrouwend stond tegenover nieuwerwetsigheden en overheden. Staat Heeresma bij het monument van Van Heutsz (een omstreden Nederlandse militair die vocht in Nederlands-Indië), aan de Apollolaan en roept hij: ‘Geweldige vent!’ Dat deed hij ook om te jennen. Maar dat kennen de mensen niet meer, ironie. Figuren die die de tijdgeest bevragen of bespotten of aan de orde stellen. Ach, we hebben zulke mensen zo nodig in dit volkomen verstikkende klimaat.”

Heere Heeresma had volgens zijn zoon, Heere Heeresma jr. (ook in de film te bewonderen), ‘een instinctieve afkeer van mensen die zich heel nadrukkelijk aan de goede kant willen plaatsen, het ostentatief politiek correcte dat heel goedkoop is en geen enkele inzet kost’. Jansen: “Nou ja, daar kan ik wel voor een groot deel in meegaan. En daarom zeg ik ook een beetje spottend: de film is ook namens Heeresma met compassie en mededogen gemaakt voor allen die mensen langs een moralistische meetlat leggen, voor alle ideologische scherpslijpers, valse profeten, en andere marskramers, en voor iedereen die bij het woord ironie denkt aan een covid-variant.”

Zo is dat! Waar een ziekbed al niet goed voor is.

“Natuurlijk ga ik naar het WK-voetbal kijken! Wat is dat voor een vraag? Iedereen celebreert zijn rechtschapenheid na een film op het Idfa te hebben gezien, hangt blauwgele vlaggen uit voor Oekraïne, knipt lokken af voor de vrouwen in Iran, maar we zijn allemaal calculerende burgers, want als het ook maar even tegenzit en het water loopt ons over de voeten, schreeuwen we moord en brand.”

Als hertjes in de koplampen

“Het is heel makkelijk om op die manier solidair te zijn, terwijl hier een ongelofelijke angstcultuur heerst. Kijk naar de gasten in Op1 of Khalid & Sophie. Allemaal zitten ze daar met zweet op hun hoofd als hertjes in de koplampen van en auto te kijken, bang om iets verkeerds te zeggen, om buiten de bandbreedte te vallen. We hebben een traditie vanaf de 16de, 17de eeuw van spotprenten, satirische tijdschriften, schotschriften. Ik vraag me af wat daar nog van over is. De angst om je uit te spreken over de islam of wat dat ook. Hypocriet.”

De film over Heeresma was niet de zwanenzang van John Albert Jansen.

“Nee, zeg. Ik heb besloten tot mijn 75ste door te gaan.”

Op een kast bij het raam liggen diverse boeken van de Duits-Joodse schrijver Edgar Hilsenrath (1926-2018). Het onderwerp van zijn volgende documentaire.

“Hilsenrath schreef De nazi en de kapper, een van de merkwaardigste boeken uit de wereldliteratuur.”

Hij begint te lachen. “Het is een combinatie van The Marx Brothers en de holocaust. Volkomen absurd. Ik heb er ontzettend veel zin in.”

De naam is: Heeresma gaat op zaterdag 12 november om 16.00 uur in première in het OBA Theater (er zijn nog kaartjes in de verkoop). Op maandag 14 november is de documentaire op televisie te zien, om 22.18 uur op NPO2, na Nieuwsuur.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden