Plus

Job Cohen: ‘Een lege Dam op 4 mei zal ons opnieuw een vorm van verbondenheid geven’

Beeld LInda Stulic

Oud-burgemeester Job Cohen (72), voorzitter van het Amsterdams 4 en 5 mei comité, hoopt dat de wereld na de coronacrisis anders wordt ingericht. ‘Een totaal lege Dam op 4 mei zal ons opnieuw, hoe raar dat ook klinkt, een vorm van verbondenheid geven.’

Het scherm blijft op zwart. Job Cohen, voormalig burgemeester van Amsterdam, kan op zijn computer het knopje van de camera niet vinden. Hij grinnikt. Communiceren in tijden van corona. “Gelukkig kan ik jou wel zien.”

Heeft u moeite met alle nieuwe techniek?

“Absoluut ja, hahaha. Dat merk je wel. Ik heb geen idee hoe ik die camera aan krijg. Maar laten we wel wezen: het is fantastisch dat dit allemaal kan. Moet je je voorstellen dat we al die techniek niet hadden gehad. Dan had de wereld er nog veel erger uitgezien.”

Hoe vergaat het u?

“In het licht van deze tijd: heel erg goed. Ik ben hertrouwd en mijn echtgenote woonde al in Maarssen. Daar breng ik nu het grootste deel van mijn tijd door. Ik heb mijn appartement in Amsterdam nog wel. Heel soms ga ik er even de post ophalen, maar op het ogenblik maken vooral mijn kinderen er gebruik van als ze een beetje rustig willen werken. Wij zitten intussen met zijn tweetjes in een verrukkelijk huis in een omgeving waar het makkelijk is om veel buiten te zijn en lange wandelingen te maken. Ik barst van de vrije tijd.”

Vindt u het niet vervelend te worden gedwongen tot nietsdoen?

“Het valt me mee, moet ik zeggen. Het kost me niet ontzettend veel moeite en het geeft ook wel weer ruimte in mijn hoofd. Ik had het best druk met van alles en nog wat en dat is nu een stuk minder. Het verbaast me om te zien hoe snel de dagen voorbijgaan. Tegelijkertijd realiseer ik me wat voor ongelooflijk gelukkig en bevoorrecht mens ik ben. Ik bedoel: als je ergens driehoog-achter in De Pijp zit in een klein appartementje met een paar kinderen die nauwelijks naar buiten mogen, dat is echt heel andere koek.”

Wat doet u zoal de hele dag?

“Ik volg het nieuws uitvoerig. En wat ik zei: veel wandelen. Meer dan tien kilometer op een dag, wat voor een oude man als ik toch heel behoorlijk is. En verder een beetje lezen en Facetimen met de clubjes die ik heb. En niet te vergeten: elke avond om kwart over zeven lees ik via Zoom mijn kleinkinderen een verhaaltje voor uit Jip en Janneke. Die kunnen me dan wél zien.”

Maakt al dat nieuws u niet gek?

“Soms, als er achter elkaar door van die verschrikkelijke verhalen langskomen. Maar ik ben ook razend nieuwsgierig. Hoe gaat dit verder? Wat betekent dit voor de economie? Hoe ziet de wereld er straks uit? Wat betekent dit voor mensen bij wie de rem keihard is ingedrukt en die van de ene op de andere dag geen brood meer op de plank hebben? Kunnen die op een gegeven moment weer door? Het is een spannende tijd.”

Enige idee welke kant het opgaat?

“Geen enkel. Misschien is dit een reden om straks te zeggen: we moeten de wereld anders inrichten, we moeten de ongelijkheid in de wereld eindelijk eens aanpakken. Wij leven in een ontzettend rijk land, maar moet je je voorstellen dat je nu ergens in Syrië woont of in Afrika. Om maar eens iets te noemen.”

Maakt u zich zorgen?

“Over mijzelf?”

Over uw gezondheid.

“Nee, nul. Ik ben zo gezond als een vis.”

Ik wil niet vervelend doen, maar u bent toch ook alweer over de zeventig.

“Ik weet het, maar nee, ik maak me geen enkele zorgen. Natuurlijk heb ik erover nagedacht, en dit kan mijn lieve echtgenote beter niet horen, maar ik denk: als het gebeurt, gebeurt het. Ik heb nu al een fantastisch leven gehad.”

‘Elke avond lees ik via Zoom mijn kleinkinderen een verhaaltje voor’Beeld Linda Stulic

“Het is een vraag die nu heel snel op ons afkomt: waar hechten we het meeste belang aan? Aan de ouderen of de jongeren? Vergis je niet, hoe meer we in deze crisis voor de ouderen doen, hoe moeilijker het op de lange termijn voor de jongeren wordt. Dit gaat ten koste van opleidingen, van banen en van God mag weten wat voor jongeren. Daar maak ik me zorgen over, niet over mezelf.”

U kunt ziek worden.

“Het houdt me niet bezig, Ik pas op, ik zie weinig mensen, ik hou keurig afstand. Maar verder? Wat komt dat kome.”

Hoe vindt u dat de stad de crisis doorstaat?

“Typisch Amsterdams: met veel lawaai en een warm hart. Natuurlijk: zeikerds heb je overal, dat hoort ook bij de stad, maar over het algemeen denk ik dat iedereen zijn best doet om er het beste van te maken. In moeilijke tijden zijn we opeens allemaal Amsterdammers.”

Had u in deze tijd burgemeester willen zijn?

“Goh, daar vraag je me wat. Daar heb ik helemaal niet over nagedacht. Ik weet wel dat ik het niet meer zou kunnen.”

Hoezo niet?

“Nou ja, mijn geheugen is gewoon slechter geworden. Ik heb het zo vaak, dat ik na een vergadering de notulen lees en denk: o ja, was ik daarbij? Je moet als burgemeester zo veel weten en zo snel kunnen reageren. Het is maar goed dat ik het niet meer ben. Maar als je het zo vraagt: ik zou het wel spannend vinden. Gemeentesecretaris Erik Gerritsen had het altijd over defining moments. Dat zijn het nu. Verschrikkelijk moeilijk, maar ook belangrijk en mooi om mee te maken.”

Om het verschil te maken?

“Om het verschil te kúnnen maken, dat is iets anders. Niet om er mooier en beter en groter uit te komen, maar om in staat te zijn te helpen. Dat zou ik wel mooi vinden. Maar ja, ik zou het niet meer kunnen. Laat Femke maar lekker haar gang gaan.”

Ik kan me ook voorstellen dat u blij bent van de stress af te zijn.

“Dat is natuurlijk zo. Een tijdje geleden, ik was ook al weg uit Den Haag, kwam ik opeens weer zo’n stressmomentje tegen. Ik dacht: shit, zo was het altijd.”

Geen fijn gevoel?

“Nee, daar verlang ik niet naar terug.”

Job Cohen heeft een lange carrière in de politiek en het openbaar bestuur achter de rug. Hij was staatssecretaris van Onderwijs en van Justitie, waar hij verantwoordelijk was voor het vreemdelingenbeleid. Tussen 2001 en 2010 was Cohen de burgemeester van Amsterdam, waarna hij twee jaar lang politiek leider was van de PvdA in Den Haag. Tegenwoordig is hij onder meer voorzitter van het Amsterdams 4 en 5 mei comité.

‘Laatst kwam ik opeens weer zo’n stressmomentje tegen. Ik dacht: shit, zo was het altijd’Beeld Linda Stulic

“De oorlog,” zegt hij, “is een belangrijk onderdeel van mijn leven. Ik ben opgegroeid met de oorlog. Ik ben opgegroeid met de gedachte: dat nooit meer. Mijn broer en ik kunnen, soms onafhankelijk van elkaar en soms tegelijkertijd, naar mensen kijken en ons afvragen: zou ik daar kunnen onderduiken?”

Cohen werd geboren in 1947, twee jaar na de bevrijding, als jongste in een Joods gezin met twee kinderen. De grootouders van zijn vaders kant zijn in 1945 door de nazi’s vermoord in concentratiekamp

Bergen-Belsen, vader Dolf en moeder Hetty zaten gedurende een groot deel van de oorlog ondergedoken. Ze kenden elkaar van het Joods Lyceum in Haarlem, in 1941 ingesteld op last van de bezetter, en konden zich in 1942 nog net verloven voordat de eerste klopjachten op Joden in Haarlem begonnen.

Werd er bij u thuis veel gepraat over de oorlog?

“Heel veel. In tegenstelling tot de gezinnen waar er helemaal niet over werd gepraat. Mijn vader was onderdirecteur van het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie, bij Loe de Jong. Dus ja: het ging er altijd over. Ook over de mooie herinneringen. Mijn moeder riep altijd dat ze veel gelachen had in de oorlog. Dan keken we haar aan: hoe kan dat nou?”

Na de oorlog kwam het gezin nog jarenlang op 5 mei bijeen in het huis van Willem Fuhri Snethlage, de man die vader Dolf Cohen had behoed voor deportatie. “Dan aten we precies wat zij speciaal bewaard hadden voor het moment dat ze bevrijd zouden zijn.”

Wat was dat voor eten?

“Iets met gecondenseerde melk.”

Uw vader heeft na de oorlog maar een jaar willen rouwen.

“Dat klopt.”

Waarom was dat?

“Dat weet ik niet. Er zijn heel veel vragen die wij helaas niet hebben gesteld. Mijn grootvader was voorzitter van de Joodse Raad in Rotterdam. Dat was minder beladen dan de Joodse Raad in Amsterdam, maar toch. Heeft mijn vader hem gevraagd hoe dat was? Wat wisten ze van elkaar? Mijn grootvader moet hebben geweten dat mijn vader ondergedoken zat. Zo zijn er een heleboel vragen waar ik dolgraag het antwoord op zou willen weten, maar dat lukt niet meer. Mijn vader is in 2004 overleden.”

“Dat hij na de oorlog maar kort heeft gerouwd. Het klopt, maar waarom? Misschien geldt het wel voor veel mensen uit die tijd: ze hadden het overleefd en wilden verder met hun leven. Al was het maar om duidelijk te maken; wij zijn er nog en we zetten door. Ze hebben ons niet klein gekregen.”

Uw broer Floris zei op de begrafenis van uw vader dat hij zich niet in zijn Joodse afkomst op wilde laten sluiten.

“Ik denk dat hij daar gelijk in had.”

Geldt dat ook voor u?

“Ik ben Joods en daar zal ik geen seconde een geheim van maken. En tegelijkertijd ben ik meer dan alleen maar Joods. Ik denk dat Floris dat bedoelde.”

Vindt u het ongemakkelijk om op uw Joodse komaf aangesproken te worden?

“Nee, helemaal niet. Dan recht ik de rug.”

“Het is,” zegt Cohen, “goed om ook aan de jongste generaties weer duidelijk te maken wat er is gebeurd en hoe verschrikkelijk het was. Ik vind dat we ons uiterste best moeten doen om ervoor te zorgen dat zoiets nooit weer gebeurt.”

Het is 75 jaar geleden.

“Ik weet dat het moeilijk is, we worstelen daar ook mee in het 4 en 5 mei comité. Hoe kun je dit overbrengen op de jongere generaties, die het niet hebben meegemaakt en voor wie het alleen maar geschiedenis is? Maar ik vind het wel belangrijk.”

“Voor mijn generatie was het einde van de oorlog ook het begin van de samenwerking in Europa. De mensen die dat hebben meegemaakt zijn er nauwelijks meer, maar voor hen betekent Europa: nooit meer oorlog. Dat is voor de nieuwe generaties veel minder het geval. Die zien Europa als een instituut dat ons van alles heeft opgelegd. Ik denk dan: het nationalisme heeft ons veel slechts gebracht. Laten we de samenwerking koesteren.”

Daar merk ik weinig van.

“Dat is iets wat mij dan ook enorm veel zorgen baart. Ik bedoel: ik vind dat onze regering het knap doet in deze crisis, maar waar ik enorm veel moeite mee heb is de opstelling tegenover landen in Zuid-Europa. Als je toch het drama van Italië ziet. Of van Spanje. En dan gaan wij zeggen: dat kost ons te veel geld.”

Beeld LInda Stulic

“Ik kan me best voorstellen dat je de zaken goed wilt regelen, maar zullen we nu alsjeblieft even niet de economische argumenten de doorslag laten geven. We moeten elkaar helpen – en dat geldt trouwens ook voor die vijfhonderd kinderen uit kamp Moria, die we zouden moeten opnemen. Dat is óók 75 jaar bevrijding. We moeten het samen oplossen, want dit kan anders zomaar het einde betekenen van de Europese Unie. Daar moet je toch niet aan denken.”

Straks vieren wij onze vrijheid in onvrijheid.

“Nou, het is toch heel anders of je overheerst wordt door een vijand die het slechtste met je voorheeft of door een virus waar we moeilijk vat op kunnen krijgen, maar waarbij we wel allemaal aan dezelfde kant staan. Maar parallellen zijn er. Zonder enige twijfel. Het is een feit dat we op het moment niet zomaar kunnen doen wat we willen.”

Sommige mensen hebben nare associaties. Als ze door de stad lopen, denken ze: is het hier oorlog?

“Dat zou ons ook kunnen helpen om er weer eens echt over na te denken hoe het toen was. Dat de dingen die ons nu overkomen het soort dingen zijn waarvan we zo blij zijn dat we ze niet meer meemaken – en dat ze toen nog veel erger waren. Dat we ons realiseren dat we het hier al zo moeilijk mee hebben.”

Hoe groot was de schok toen u hoorde dat de activiteiten dit jaar niet door kunnen gaan?

“We zagen het langzaam aankomen. Op een gegeven moment begrijpt iedereen: het kan gewoon niet. Klaar. De vrijheidsmaaltijden die we op straat houden kunnen niet op deze manier doorgaan, de Open Joodse Huizen – Huizen van Verzet, de dodenherdenkingen, de concerten, de rondleidingen en bevrijdingsfestivals. We moeten het op een andere manier doen en dat gaan we ook doen. We boren alle creativiteit aan die er in de stad is. We blijven proberen om over te brengen wat we willen overbrengen.”

“Weet je wat het is: deze crisis leidt ook tot saamhorigheid. Ik merk het aan mezelf. Als ik over straat loop, zeg ik mensen goedendag. Dat deed ik eerst amper. De mensen lijken wel meer geïnteresseerd in elkaar. We willen meer samen doen, misschien wel omdat we dat nu even niet kunnen.”

Wat vond u het ergste dat niet doorgaat?

“Erg? Al die mensen die moeten vrezen voor hun gezondheid, al die mensen die van de ene op de andere dag hun werk kwijt zijn en nu in grote angst leven.”

“Ik was betrokken bij het Requiem van Theresienstadt, dat op 3 mei zou worden opgevoerd in de Beurs van Berlage. Daar zijn mensen jaren mee bezig geweest. Bam: valt zomaar uit je handen. Al die kunstenaars en zzp’ers, van wie het leven opeens totaal anders in elkaar zit, zonder dat ze weten hoe het verder moet. Dat is erg. De rest komt wel weer.”

Ik zie het beeld voor me van een lege Dam op 4 mei.

“Dat zal zeer indrukwekkend zijn. Juist het feit dat de Dam straks zo totaal leeg is. Het zal ons opnieuw, hoe raar dat ook klinkt, een vorm van verbondenheid geven.”

Waar bent u zelf?

“Dat weet ik nog niet. We gaan in elk geval proberen om de traditionele Stille Tocht door de stad richting de Nationale Herdenking op de Dam door te laten gaan. Er kunnen dit jaar nauwelijks mensen aan meedoen, maar ik wil er zeker bij zijn.”

Jeugdfoto van Job Cohen.

Job Cohen

18 oktober 1947, Haarlem

1960-1966 Stedelijk Gymnasium, Haarlem

1966-1971 Studie rechten, Rijksuni­versiteit Groningen

1971-1981 Wetenschappelijk medewerker Bureau Onderzoek van Onderwijs, Rijksuniversiteit Leiden

1981 Promotie in de rechtsgeleerdheid, Rijksuniversiteit Leiden

1981-1993 Universiteit Maastricht, vanaf 1983 als hoogleraar methoden en technieken en vanaf 1991 als rector magnificus

1993-1994 Staatssecretaris van Onderwijs in het kabinet-Lubbers III

1995-1998 Lid van de Eerste Kamer voor de PvdA

1998-2001 Staatssecretaris van Justitie in het kabinet-Kok II

2001-2010 Burgemeester van Amsterdam

2010-2012 Fractievoorzitter van de PvdA, Den Haag

Job Cohen is getrouwd met Anjes van der Linden. Ze wonen in Maarssen en Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden