null Beeld Sjoukje Bierma
Beeld Sjoukje Bierma

‘Jij vindt het niet leuk hier, of wel?’ zei tandarts H.

PlusMaarten Moll

Maarten Moll

Nooit meer het vertrouwde kaartje in de brievenbus met in het briefhoofd een groene kies. Of ik wilde bellen voor de halfjaarlijkse controle.

Ik heb de briefkaarten niet bewaard. Het moeten er in de loop der tijd tientallen zijn geweest die me door de stad achtervolgden als ik weer was verhuisd.

Ik kwam bij tandarts H. toen ik net in de stad was komen wonen.

De eerste keer dat ik de trappen opging in dat oude pakhuis aan de Keizersgracht was ik erg zenuwachtig. Dat kwam door de tandarts uit mijn jeugd, bekkenbeul G. te D. De hoofdpersoon van mijn vroegste wraakfantasieën. “Ach, jongen, als ik echt een zenuw raak, vlieg je wel door het plafond. Niet zo zeuren. Open die mond.”

In Amsterdam ging het allemaal anders.

“Jij vindt het niet leuk hier, of wel?” zei tandarts H. al na een paar seconden.

Hij wees naar mijn handen die zich muurvast om de leuningen van zijn behandelstoel hadden geschroefd. “Ik heb nog nooit zulke witte knokkels gezien,” zei hij, en hij lachte een vriendelijke lach.

Hij legde altijd keurig uit wat hij ging doen, en wilde ik een verdoving, dan gaf hij me een verdoving. (Al zagen de spuiten er nog even afschrikwekkend uit als op de tafel bij G.)

Tandarts H. heeft het angstige jongetje in me bijna weten te bevrijden. Hulde! (Al is die klomp in de maag als ik op weg was naar een behandeling nooit helemaal verdwenen.)

Een tijd geleden lag het vertrouwde kaartje weer in de bus. Maar niet met de vertrouwde tekst erop. ‘Ikzelf en mijn vrouw stoppen met de praktijkvoering op 31 maart na 44 mooie jaren. Dank daarvoor.’

Ik kon voortaan terecht bij een praktijk met ‘een mooi team van meerdere jonge en ervaren vakgenoten’.

35 van die 44 jaren was ik zijn patiënt. Soms een kort praatje over het werk, altijd een hand.

Tijdens een uren durende wortelkanaalbehandeling, ik was met een aantal moorddadig uitziende spuiten keurig verdoofd, kwam hij in de kleine wachtruimte bij me zitten.

We praatten een tijd, het was heel ontspannen. Ik weet niet meer waar we het over hadden, maar het was of twee oude vrienden daar gezellig zaten te keuvelen.

Ik moest daar deze dagen vaak aan denken. Die tien minuten, ver weg van de wereld in een wachtruimte zonder ramen in een grachtenpand. Niemand die wist waar ik op dat moment was.

Ik heb geen afscheid van tandarts H. kunnen nemen. Er was geen receptie of zoiets. Ik vind dat jammer, ik had hem graag nog eens de hand geschud. “Tot over een half jaar,” waren de laatste woorden die hij tot me sprak.

Deze week ging ik voor de eerste keer naar mijn nieuwe tandarts, een praktijk in een van de Negen Straatjes. Geen briefkaarten. Alles verloopt via de mail. ‘Heeft u even tijd over? Wilt u dan zo vriendelijk zijn om een review achter te laten op Google?’ Dat staat onderaan elke mail.

In de praktijk heerste een goede stemming. De receptioniste was van de vrolijke, bijna uitbundige soort. Er hing nog net niet een poster met de tekst dat een tandartsbezoek ‘een feestje’ was.

Ik werd onder de hoede genomen door een jonge vrouw, die me heel erg geruststelde, en in wie ik onmiddellijk het volste vertrouwen had. Een positieve review waardig.

Toch voelde ik me een wees.

Ik mis tandarts H.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden