Plus Interviews

Jeugdtrainers over hun werk: ‘Niets mooiers dan een stralend kind’

De zomerstop is begonnen, maar deze jeugdtrainers staan te trappelen om straks weer aan de slag te gaan. ‘Tijdens een oefenpotje loop ik graag in de weg.’

Danny Rombley Beeld Lin Woldendorp

‘Met non-verbale communicatie zeg je veel' 

Jeugdtrainer Max Koops (83) is sinds 1977 actief bij hockeyclub ­Pinoké. ‘Resultaat behaal je samen.’

Al meer dan veertig jaar is hij aan ­Pinoké verbonden, op loopafstand van zijn huis in Amstelveen. “Op maandagochtend ruim ik de velden op. Dan verzamel ik alle achtergebleven spullen, van hockeysticks en bitjes tot half opgegeten bananen.” Elke woensdagmiddag traint hij de jongste jeugd, met ‘die andere opa’, Theo Kloos (73). Op geheel eigen wijze.

Koops schreef een boek over balsporten: Goed gespeeld is leuk, hoe goed is leuk gespeeld? over het trainerschap, en was lang actief bij de hockeybond. Als docent balsporten op de ALO gaf hij les aan onder anderen Louis van Gaal, die Koops ‘zijn leermeester’ noemt. Spelplezier en ontwikkeling bij de jeugd staan bij hem centraal. Een van Koops’ (vele) gevleugelde uitspraken: ‘Wie de goede kant op rent, krijgt van mij een compliment.’

“Je kunt het plezier vergroten met een tip of een compliment. Als kinderen met plezier leren, is de intrinsieke motivatie groter om het de volgende keer nog beter te proberen.” Wanneer een kind pocht over doelpunten, vraagt hij altijd wie de voorzet maakte. “Resultaat behaal je samen.”

Koops traint altijd met een lach. “Tijdens een oefenpotje loop ik graag in de weg, zo leren ze uitkijken. “Passen jullie wel op voor een oude man?!” roep ik dan. En iedereen moet aan bod komen, de stand eindigt altijd in 3-3, dan is het in balans.”

Kijken en luisteren naar een kind is belangrijk. “Met non-verbale communicatie zeg je als trainer heel veel. Als ik jonge trainers langs de lijn vooral op hun telefoon zie kijken, zeg ik daar iets van.”

In het Pinokéclubhuis is een speciale Koops Corner ingericht, om Max en zijn zoon Jeroen te eren. “Dat voelt heel bijzonder.” Over zijn toekomst bij Pinoké is hij nuchter: “Ik bekijk het per jaar.”

Lachend: “Ik heb mezelf omgedoopt tot Assistent Toegevoegd Hulptrainer Zonder Vooruitzichten.”

Max Koops Beeld Lin Woldendorp

‘Er is één ding waar ik niet tegen kan: liegen’

Demi de Witte (20) traint twee teams bij voetbalclub TOS-Actief. ‘Ik ben zes dagen per week op de club.’

Op haar achtste ging ze voetballen bij TOS-Actief in de Watergraafsmeer, op haar twaalfde werd ze ook actief rondom het veld. “Ik had altijd mijn woordje klaar, was rebels. Om wat meer respect te krijgen voor trainers en scheidsrechters, ging ik meehelpen op de club. Ik zette de goaltjes klaar, draaide bestuursdiensten en assisteerde trainingen. De club was voor mij al snel dé manier om even aan de dagelijkse sleur te ontsnappen. Ik ontdekte gaandeweg dat ik het vooral heel leuk vond om anderen goed te laten voetballen.”

Op haar vijftiende volgde De Witte een cursus tot junior trainer en kreeg ze haar eigen team. Inmiddels is ze betaald trainer van twee jongensteams, JO13-1 en de JO17-2. “Toen ik begon waren ze acht jaar. Dat ze een vrouw als trainer kregen, vonden ze heel normaal. De oudere jongens accepteren het ook. Er kan en mag veel bij mij, maar er is één ding waar ik niet tegen kan: liegen. Als het nodig is, vraag ik een gesprek met de ouders aan. Het is belangrijk dat die ook in de puberteit betrokken blijven.”

“Ik ben een strenge trainer met veel aandacht, niet alleen voor het team als geheel, ook voor een-op-eencoaching.”

Bloedfanatiek, dat is ze ook. “Ik heb een half jaar een meidenteam getraind. Ze speelden goed, maar waren minder prestatiegericht, gezelligheid was belangrijker.”

De Witte werkt inmiddels fulltime als onderwijsassistent, maar daarbuiten is ze vooral op het voetbalveld te vinden. “Ik ben zes dagen per week op de club, om te trainen en als technisch coördinator voor de jeugd.”

Er is al interesse in haar trainerskwaliteiten getoond door een andere club, maar de komende jaren zit ze goed bij TOS-Actief. “Ik moet een klik voelen, anders ga ik nergens heen. Deze club is als mijn tweede thuis.”

Demi de Witte Beeld Lin Woldendorp

‘Hier leren kinderen hoe je met elkaar omgaat’

Basilius van Houte (‘Na mijn 29ste ben ik gestopt met tellen’), geeft 30 uur per week les bij de Judo Academie Amsterdam. ‘De kinderen noemen me paarse meester.’

Als jongetje van tien wist hij al dat hij later judoleraar wilde worden, toch duurde het even voor die droom werkelijkheid werd. In de jaren negentig werkte Van Houte onder meer bij Club Med, waar hij regisseur en stagemanager was en hij een act had als zijn grote idool Prince. Van Houte was ook danser, in club IT. “Ik kreeg betaald om te mogen dansen op housemuziek, een geweldige tijd.”

Hij doet de dingen graag net even anders, zegt hij, ook tijdens het lesgeven op de Judo Academie Amsterdam. “Ik vond de lessen vaak niet passen bij de energie van de kinderen van nu. Ze moesten veel stilzitten en de nadruk lag op worpen leren. Daarom bedacht ik mijn eigen methode, met veel spelletjes die aansluiten op wedstrijdsituaties. Mijn lesmethode is onderzocht door de VU, en is even effectief bevonden als de traditionele lessen.”

Niet alleen de jongste kinderen doen tikkertje in zijn les, de volwassenen ook. “Door spelend te leren en plezier te hebben, behaal je betere resultaten.”

De sport heeft bovendien een opvoedkundige functie, zegt Van Houte. “Kinderen van nu spelen minder, ze worden door ouders voor schermpjes gezet. Een val breken leren ze niet meer buiten, bij judo wel. Kinderen leren hier ook hoe je met elkaar omgaat, judo helpt ze tot gezonde, verstandige mensen op te groeien.”

Als Princeadept geeft hij les in een paars pak. “De kinderen noemen me ‘paarse meester’. Het is een mooie smoes om ze te kunnen vertellen over Prince.”

Zesenhalve dag per week is hij met judo bezig. Naast lesgeven en coachen, kijkt hij thuis alle wedstrijden, online, op vier schermen tegelijk. “Ik geef dertig uur per week les aan 750 kinderen, op tien locaties. Ik ben zelf geen vader, voor zover ik weet, maar ik beschouw ze als mijn eigen kinderen. Via judo wil ik ze helpen hun dromen en ambities te bereiken.”

Basilius van Houte Beeld Lin Woldendorp

‘Ik maak grapjes met ze, maar ben ook streng’ 

Oud-honkballer Danny Rombley (39) is jeugdtrainer bij honk- en softbalvereniging Amsterdam Pirates. ‘Kinderen vragen om mijn handtekening.’

‘Pap kunnen we alsjeblieft rechtstreeks naar de auto lopen?’ vragen zijn dochters hem wanneer ze mee zijn naar de club. Want na afloop van een wedstrijd wil iedereen een praatje met Rombley maken en moeten er vele handen worden geschud.

Hij honkbalde lang in Candada bij de Montreal Expos en kwam daarna uit voor het nationale team van Nederland. Met zijn 39 jaar is Rombley een honkballegende. “Jonge spelers komen naar me toe om te zeggen dat ze tegen me opkijken, kinderen vragen om een handtekening of een foto. Een hele eer.”

De laatste jaren speelde hij voor de ­Pirates. Anderhalf jaar geleden is hij gestopt met zijn sport om meer aandacht te kunnen besteden aan zijn kinderen. Wel werd hij jeugdtrainer, van de jongens tussen 12 en 15 jaar. En hij geeft honkbalclinics.

“Als jongen speelde ik tegen de Pirates, het niveau was altijd hoog. Het is een mooie club, die met zijn tijd meegaat; sinds kort hangen er camera’s, waardoor trainingen kunnen worden teruggekeken en de wedstrijden live te volgen zijn via YouTube.”

Rombleys vader had een honkbalschool in Amersfoort, als kind hielp hij al mee met de trainingen. “Mijn vader vond dat ik een geboren trainer was, maar daar wilde ik niets van weten. Ik had andere ambities. Toen mijn honkbalcarrière in Amerika voorbij was, ben ik ermee gestart.”

“Ik heb geen papiertje, mijn trainingen zijn gebaseerd op mijn eigen ervaringen als speler. Ik verdiep me in de leefwereld van de jongens in het team, ik maak grapjes met ze, maar ben ook streng. Mooi weer is nooit een geldige reden om niet naar de training te komen. Naast plezier in het spel probeer ik ze ook discipline en zelfvertrouwen bij te brengen. Er is niets mooiers dan een kind dat stralend naar de training of wedstrijd komt.”

Danny Rombley Beeld Lin Woldendorp
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden