null Beeld Sjoukje Bierma
Beeld Sjoukje Bierma

Je zag dat hij geen idee had hoe hij de rest van de dag door moest komen

PlusColumn Maarten Moll

Maarten Moll

In de rij voor de kassa stonden drie mensen voor me.

Een vrouw in een dikke winterjas leunde op de balie en liet zich eens goed voorlichten.

Ik kon niet goed zien waar het om ging, maar er was wat discussie.

“Zes?”

“Ja, zes,” zei de verkoopster.

“Zes per velletje?”

“Ja, zes per velletje.”

“Ik meen toch dat er meer zegels op een velletje zaten,” zei de vrouw, die haar boodschappentas naast zich op de grond had gezet. Er stak een rol cadeaupapier uit met sinterklazen erop.

“Nou, dit is wat we hebben,” zei de verkoopster.

“En alleen met deze figuurtjes?”

“Nee, we hebben verschillende velletjes met verschillende figuurtjes.”

“Ze gaat ze willen zien,” zei de steeds op een ander voet springende jonge vrouw voor me. “Ze gaat ze allemaal willen zien.”

De man voor haar schrok op. En keek op zijn horloge.

“Mag ik ze eens zien?” vroeg de vrouw.

“Natuurlijk,” mompelde de man, “en waarom krijgt ze er geen kopje thee bij?”

“O, deze vind ik niet zo mooi,” hoorden we.

De jonge vrouw zuchtte theatraal.

“Mag ik die andere nog eens zien?” zei de vrouw.

“Ik ga wat anders met mijn leven doen,” zei de jonge vrouw en liep enigszins hooghartig weg.

De man die nu pal voor me stond knikte instemmend.

Ik bleef staan, met mijn krant.

“Mmmm,” zei de vrouw, “tsja, welke moet ik nu kiezen? Moeilijk hoor.”

De man voor me moest zich beheersen.

“Het zijn zegels, geen taartjes,” zei hij zacht maar verbeten.

“Nou, doe die dan maar,” zei de vrouw en schoof een velletje zegels naar de verkoopster.

Een paar minuten later – de vrouw liet de zegels ook nog eens inpakken waarbij het kiezen van het papier ook maar duurde – was de man voor me aan de beurt.

“Ik kom een pakje ophalen,” zei hij monter. “Het is dat pakje,” en hij wees naar de stapel pakketjes achter de kassa.

“Helaas kan ik het u nog niet meegeven,” zei de verkoopster.

“Waarom niet?” vroeg de man, die naar zijn pakketje bleef kijken.

“Ik moet het pakje eerst nog inscannen, maar niet alleen dat pakje, de hele zending, anders komt het systeem in de war.”

“Maar ik zie mijn pakje daar liggen,” zei de man. En hij wees nog maar eens.

Ik had met de man te doen, want hij voerde een verloren strijd.

“Ja, maar ik moet het pakje toch eerst inscannen, en mijn collega heeft de scanner, want de andere scanner is namelijk vorige week kapotgegaan, beetje raar verhaal, maar toen…”

“Wanneer kan ik dan mijn pakje meekrijgen?” vroeg de man. “Ik heb het nu nodig.”

“Over een half uur, dan zorg ik dat uw pakje als eerste klaarligt. Lukt dat?”

De man keek op zijn horloge.

“Dat wordt moeilijk…”

Ik was allang ontploft, of had geprobeerd met wat geweld mijn pakje te pakken, maar de man bleef rustig.

“We zijn morgen ook open,” zei de verkoopster.

“O,” zei de man.

Hij liep weg van zijn pakje. Een beetje vertwijfeld. Even dacht ik dat hij met een beweging en een verschrikkelijke schreeuw de kookboeken van een tafel zou vegen.

Maar hij liep de Bruna uit en bleef toen staan. Ik kon zien hoe hij zijn schouders naar beneden liet zakken. Een seconde later liet hij ook zijn hoofd neer.

Je zag dat hij geen idee had hoe hij de rest van de dag door moest komen.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden