Recensie

Jan Siebelinks 'De Blauwe Nacht' magnifieke toevoeging aan oeuvre (*****)

Jan Siebelink verwijst in zijn nieuwe roman, 'De blauwe nacht', naar veel van zijn eerdere werk. Het levert een fascinerend boek op, dat geheel op zichzelf kan staan. Een schitterend leesavontuur.

Jan SiebelinkBeeld anp

Op 5 april overleed de Amerikaanse schrijver Peter Matthiesen. In de Britse krant The Guardian herdacht Claire Messud (auteur van onder andere de prachtige roman De vrouw van hierboven) haar leermeester; hij was haar docent creatief schrijven. Bij het begin van de cursus waar zij aan deelnam, zei Matthiesen dat hij de studenten slechts twee belangrijke zaken kon meegeven. Het eerste was dat in de dertig jaar dat hij nu les had gegeven, nooit een student van hem erin was geslaagd gepubliceerd te worden. En het andere was dat als ze voor de eeuwigheid wilden schrijven, ze spaarzaam moesten zijn met het gebruik van merknamen in hun fictie.

En juist dat laatste doet Siebelink in zijn nieuwste roman, De blauwe nacht, veelvuldig. Het effect is overtuigend. Ik las het boek zonder de flaptekst eerst te hebben gelezen, en dan werkt het eigenlijk nog beter (en die onbevangenheid bent u nu dus kwijt). Siebelink noemt geen jaartal, maar hij laat zijn hoofdpersoon, de gepensioneerde ambtenaar Simon Aardewijn die naar Frankrijk is verkast, sigaretten van een bepaald merk kopen, in een specifieke auto rijden (een Citroën DS 19), actuele krantenkoppen lezen - en je weet: dit is het Parijs van de vroege jaren zestig. Daar komt bij dat Siebelink de politieke situatie in die roerige jaren (de terroristische groepering OAS, aanslagen, Algerije, De Gaulle) als méér dan slechts een decor aanwezig laat zijn. In De blauwe nacht speelt het straatrumoer van die tijd een belangrijke rol.

In dat opzicht doet De blauwe nacht denken aan een vroege roman van Siebelink, En joeg de vossen door het staande koren, één van zijn sterkste. In dat boek worden de roerige tijden van de Cubacrisis, de Koude Oorlog en de eerste protestmarsen voor de vrede op vergelijkbare wijze opgeroepen. Slotzinnen van die roman uit 1982: 'In de voorjaarshemel cirkelden drie kittige reclamevliegtuigen. Ze prezen in zacht ronken een nieuw Japans automerk aan.'

Met die roman heeft De blauwe nacht gemeen dat het verleden erin urgent wordt gemaakt: de tijd waarin deze boeken spelen, ligt alweer even achter ons, maar toch zit je er in zekere zin met je neus bovenop. Dat alleen al maakt dit proza opwindend.

Maar Siebelink doet nog iets anders. Onder al dat gewemel en gewoel laat hij een stroom meelopen, iets wat - en dat klinkt een beetje hysterisch, maar het is niet anders - een gevoel van eeuwigheid suggereert. Dit ís weliswaar het Parijs van de jaren zestig, maar het is ook zo veel méér. In elk geval wil Siebelinks hoofdpersoon dat graag zo zien.

Zintuiglijk
Hij kijkt op een zintuiglijke manier naar zijn omgeving. Dat doet hij bijvoorbeeld zo: 'Het eerste licht. Die smalle, paarse strook boven de Seinevallei. De dageraad barstte open. Hij stond erbij.' Hij heeft oog voor de natuur, en daaronder zijn voor deze Simon wel degelijk lagen van eeuwigheid verscholen. Die haalt hij op fanatieke wijze naar boven. Voor Simon worden heden, verleden en toekomst uiteindelijk één. Maar nu loop ik vooruit op het imponerende slot van deze nieuwste Siebelink.

Simon is geobsedeerd door de roman Tegen de keer (Á Rebours) van Joris-Karl Huysmans (1848-1907). Deze roman uit 1884 wordt beschouwd als de bijbel van symbolisten en decadenten aan het einde van de negentiende eeuw. De hedonistische hoofdpersoon Des Esseintes probeert voor zichzelf een ideale, volkomen kunstmatige wereld te scheppen, waarin hij op kan gaan in zijn dromen. Siebelink vertaalde de roman in de jaren zeventig, aan het begin van zijn schrijfcarrière. En zo wordt er veel rondgemaakt in De blauwe nacht. Niet alleen verwijst Siebelink dus naar een vroege roman van hemzelf, ook grijpt hij weer terug op deze jeugdliefde.

Bovendien zitten er allerlei elementen in verscholen uit Siebelinks grote succes uit 2005, Knielen op een bed violen. Simon besluit op gevorderde leeftijd alsnog een proefschrift te schrijven - natuurlijk over Tegen de keer - en moet zich daarvoor melden bij professor Berkhout in Leiden. Dat gaat niet zonder aarzeling. In de aan de eerste ontmoeting voorafgaande correspondentie dekt Simon zich enigszins in: 'Hij had dr. Berkhout verteld over zijn afkomst, zijn streng religieuze opvoeding.' De mannen blijken het, ondanks Berkhouts frivolere achtergrond, al snel zeer goed te kunnen vinden. Toch is de typisch Hollandse religieuze bedding waarin deze roman óók wordt gepresenteerd, duidelijk.

Het Franse straatrumoer van de jaren zestig, decadentisme, kleinburgerlijke Hollandse religie, een hang naar eeuwigheid - dit lijkt een overvolle roman (en dan komen er ook nog broeierige geschiedenissen met vrouwen in voor) en in zekere zin ís deze roman inderdaad tot de nok toe gevuld met gebeurtenissen, thema's en ideeën. Het lijkt een staalkaart, alsof Siebelink, die vorig jaar zijn 75ste verjaardag vierde, nog één keer wil laten zien waartoe hij allemaal in staat is. Het bijzondere is dat je daar tijdens het lezen geen last van hebt; je hebt nooit het gevoel dat het te veel is. Je raakt in vervoering door het verhaal dat, dankzij een uiterst slimme constructie (laat dat inmiddels maar aan Siebelink over), almaar verder dendert.

Webben van vrouwen
Simon is in Parijs verstrikt geraakt in het web van verschillende vrouwen. Hij zoekt die spanning eveneens zelf op; je zou ook kunnen zeggen dat hij al die vrouwen in zíjn web vangt, en je weet nooit zeker of hij wel helemaal zuivere bedoelingen heeft. Simon maakt soms een morbide indruk. Simon is een held die opgaat in zijn eigen avontuur; hij heeft moeite fictie en werkelijkheid uit elkaar te houden. "We zijn tragische helden," zegt zijn dochter bijna aan het einde van de roman tegen hem. Ook zij laat zich graag meeslepen door een verhaal.

Steeds sterker wordt de suggestie dat Simon volledig zal verdwijnen in zijn lievelingsroman, Tegen de keer. Maar dan gaat het toch weer anders - eeuwigheid en actualiteit versmelten op een verrassende manier met elkaar. Simon is weg, maar dit boek blijft.

Beeld Bezige Bij
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden