Beeld Sjoukje Bierma

‘Jammer dat het café niet Kerk heet’

PlusMaarten Moll

Er kwam een man het café op de hoek van de Utrechtsestraat binnen.

Hij trok de rits van zijn jas een stukje naar beneden, liep naar de bar, legde zijn handen op de toog en keek de kelner aan. Na een paar seconden sprak hij.

“Hoe nu verder?”

“Meer tijd met mijn zoon doorbrengen,” zei de kelner.

“Dat wilde ik even horen.”

De man ritste zijn jas dicht en verliet het café weer.

Het was nog een uur of zeven voor het café op slot ging.

Druk was het niet. Een vrouw aan de bar droeg een mondkapje. Toen ze het kopje koffie naar haar mond bracht, realiseerde ze zich dat pas op het allerlaatste moment. De hand stopte, maar de koffie golfde over de rand. Bruine druppels vielen in haar schoot.

“Hè, kut,” zei ze op zeer beheerste wijze.

“Snel weer opengaan hoor,” zei een andere vrouw vanuit de deuropening.

De kelner glimlachte.

“Twee, vier, zes weken, wie zal het zeggen. Als we begin december weer open mogen wordt het natuurlijk meteen weer heel druk, zo voor de feestdagen, de kat en het spek, weet je. Misschien houden we het café wel dicht tot het nieuwe jaar.”

“Nee!” klonk het van een tafeltje bij het raam. “Dat kan niet, hoor! We kunnen dit niet te lang missen. Je moet ons wel hoop geven.”

De kelner maakte een machteloos gebaar, draaide zich om en haalde een tosti uit het tostiapparaat.

Een jonge man reed een kinderwagen naar binnen en ging aan de bar zitten. Aan zijn linkeroor bungelde een mondkapje.

“Welk bokbier heb je op de tap?”

De kelner kwam met een wrange lach.

“We hebben het laatste glas gisteren getapt. Ik ga nu geen nieuw fust meer aansluiten.”

“Snap ik,” zei de jonge vader. “Doe dan maar een Grimbergen Dubbel.”

“Jammer dat dit niet café Kerk heet,” zei de kelner, “anders konden we gewoon de Grimbergen Dubbel blijven aanbidden.”

“Amen,” zei de vader. En hij tikte met zijn glas tegen de kinderwagen.

En zo sleepte de middag zich voort. (De comazuipers bevonden zich elders.)

Iemand pielde eindeloos met stukken van een viltje om zijn tafel stabiel te krijgen. De cafékat liet zich als vanouds niet aanhalen. Twee jonge vrouwen kwamen binnen, keken even rond, draaiden zich om en verdwenen weer.

Een man riep vanaf straat: “Tot in de nieuwe tijd!”

De kelner lapte voor de zoveelste keer de toog. Stamgast Jan was een krant kwijt.

Twee oudere mannen nog.

“Het is in- en intriest.”

“Ja, dat is het.”

“We kunnen er niets aan doen.”

“We kunnen alleen maar afwachten.”

Hoop was ver te zoeken.

Ze besloten nog een laatste glaasje gelatenheid te nemen.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden