Plus Interview

James Worthy: ‘Ik ben toch ook een soort slappeling’

James Worthyfoto: Frank Ruiter James Worthy Beeld Frank Ruiter

Schrijver James Worthy (39) is gestopt met schreeuwen. In zijn vijfde roman focust hij op de schoonheid in kleine dingen. ‘Het is een pamflet tegen het verbod op sentiment en pathetiek.’

Hij zit op een bankje naast het borstbeeld van Simon ­Carmiggelt in het Eerste Weteringplantsoen. Te wiebelen. “Wat een raar bankje,” zegt James Worthy terwijl hij ­opstaat. We zien dat er springveren onder het bankje zijn gemonteerd. “Dat interviewt niet lekker, zullen we daar gaan zitten?”

We lopen naar een paar klassiek groene parkbanken met uitzicht op de Stadhouderskade en gaan zitten.

“Wat een uitzicht! Mooi toch, die stad! Ik heb drie vrienden die naar Weesp zijn verhuisd. Om een tuin. En dit dan?” Wijst om zich heen. “Wat is de stad toch prachtig!”

Schone lei

James Worthy, driemaal per week columnist voor deze krant, schreef zijn vijfde boek In de buik van de wolf. Over een naamloze schrijver-columnist die al zijn dromen heeft zien uitkomen, maar desondanks niet van zijn geluk kan genieten omdat hij bang is het weer te verliezen. Om dat te bezweren reist hij naar Groningen, waar een man hem wil helpen gelukkig te worden – wat uiteraard tot de nodige complicaties leidt.

“Man, man, man, zeven versies had dit boek. En ik moest steeds maar horen: ‘Nee, James, papa is niet met twee p’s. Niet zo koppig doen, James.’ Nou ja, ik ben blij dat het klaar is, kan ik weer beginnen aan een volgend boek. Heb ik zoveel zin in, schone lei.”

De vraag die intrigeert, levert een licht teleurstellend antwoord op. Want hoe moeilijk is het voor een columnist – die sinds zijn aantreden in 2016 al meer dan duizend ­columns schreef – om zich de lange adem weer meester te maken?

Carmiggelt

“Ik schreef in stukken van 500 woorden. Ja, de lengte van mijn column. Tussen tien uur ’s ochtends 500 woorden, en ’s avonds nog een keer 500 woorden. Is dat veel voor een dag? Pas in de vierde versie ging ik de stukken verbinden, zachter maken en aan elkaar solderen. Solderen met taal. Nou, de kop heb je al. Hahaha.”

Hij wijst naar de overkant van het water, waar een vrouw over de kade loopt. “Wat een prachtig pak heeft die vrouw aan. De kleur van mosterd! Ik heb m’n column. Dank je ­Simon Carmiggelt!”

Simon Carmiggelt. ‘Heb lief en lees Carmiggelt’ zijn de laatste woorden van ‘Woord van dank’ achterin In de buik van de wolf. “Waarom ik zo gek ben op Carmiggelt? Hij schreef vaak over kleine dingen. Hij beschreef de dingen waar andere mensen overheen keken. Dat wiebelende bankje! Hij gaf de nietigheid een stem. In dat opzicht is hij een groot voorbeeld. Hij heeft laten zien dat een column gewoon vol met proza kan staan. Carmiggelt zette de alledaagsheid op een voetstuk. Hij liep door Amsterdam en zag overal een column in. Een man op een wiebelende ­barkruk was net zo belangrijk als het achtuurjournaal.”

Kleine dingen

Tot een paar jaar terug schreeuwde James Worthy zijn mening op papier. “Zo vermoeiend,” zegt hij nu, terwijl hij de grote treurwilg voor onze neuzen de hemel in prijst. “Ik had daar zo geen zin meer in. Ik heb het losgelaten en dat werkte heel bevrijdend. Nu schrijf ik over de schoonheid, over kleine dingen, over de schoonheid in kleine dingen.”

Hij schreeuwt niet meer, maar zit hier twee keer per week gewoon maar wat te kijken. En het hoeft niet eens wat op te leveren.

“Ik ben van schofferen naar observeren gegaan. Van ‘wat heeft die Trump fucking lelijk haar’ naar ‘wat een schitterende beesten zijn eenden eigenlijk’. Ach, dat ik mag schrijven. Wat een bofkontje ben ik toch! En straks nog ­lekker die column voor morgen schrijven.”

Fictieve James

Er zit een gelukkige man op het bankje. Dit in tegenstelling tot de man in zijn roman, de op James Worthy lijkende schrijver-columnist die het geluk maar niet kan, of wil verzilveren omdat hij te bang is het weer kwijt te raken.

“De roman gaat over de fictieve James. Het is niet mijn leven, maar wel mijn verhaal. Sinds ik vader ben, mijn zoon is zes, ben ik bang voor alles. Tafelpunten, wespen, trappen, druiven, ratten. En vooral ben ik bang dat er een moment komt waarop mijn zoon nergens meer bang voor is. Die angsten heeft de hoofdpersoon ook.”

Kwetsbare man

De wordingsgeschiedenis van In de buik van de wolf ­begon toen James Worthy een afbeelding zag van Portrait Relief of Claude Pascal, het blauwe beeld dat de Franse kunstenaar Yves Klein in 1962 maakte.

“Het is een beeld van een kwetsbare man. Maar kijk naar zijn gebalde vuisten: het is ook een beeld van een man die blijkbaar moet blijven vechten. Vechten tegen de kwetsbaarheid. Misschien dat ik dat heb van Hemingway en ­Bukowski. Maar waarom? De wereld wordt geregeerd door giftige mannenmannen als Trump, Poetin en Bolsonaro. Ik schrik daarvan, ik herken mezelf niet in die mannen. Waar blijft de zachtaardige wereldleider?”

Hij kijkt een hond na.

“Een vriend. Zijn auto ging stuk. Hij belt de wegenwacht. Paar dagen laten vertelt hij het verhaal aan zijn vader. Die is woedend. Een man moet zijn eigen auto kunnen repareren. Tegen die ouderwetse shit wil ik me verzetten. Ik wil met deze roman iets tegenover die vervelende mannen zetten. Laten zien dat mannen niet steeds hoeven te vechten. Zo vermoeiend. Ik wacht op de opmars van de gebroken mannen. Ik hoop te kunnen laten zien dat je ook kunt winnen als je zachtaardig bent. Nice guys finish last? Rot op met die shit! Mijn ­roman is een liefdesbrief aan de slappeling.”

Suikerzoete zinnen

James Worthy heeft nog nooit vuur gemaakt, nog nooit een band geplakt. Wel gevochten, maar toen hij neerging, bleef hij liggen, ondanks het stemmetje in zijn hoofd dat riep: ‘Sta op en vecht terug!’ “Ja, klopt, heel slim, maar toch niet erg mannelijk. Ik ben dan toch ook een soort ­slappeling.”

In de buik van de wolf loopt over van de pathetiek, met ­suikerzoete zinnen. Aan het bed van zijn zoon denkt de hoofdpersoon: ‘Die avond, toen ik naar hem keek, paste mijn hart niet meer in mijn borstkas.’

“Ja, dat kun je pathetisch noemen. Er is een soort algemene weerzin tegen sentiment en pathetiek. Maar waarom zou je dat niet mogen laten zien? De schoonheid van het breken, van het falen, de pijn. Dit boek is een pamflet tegen het verbod op sentiment en pathetiek. En BAM! ik laat dat gewoon zien. Noem het wat mij betreft melancholie of weemoed, maakt dat het beter?”

Mooi treurig

Er vaart een lege rondvaartboot voorbij. “Dat is dan toch wel treurig,” zegt James Worthy, “maar mooi treurig.” En het kan zomaar zo zijn dat die rondvaartboot morgen door zijn column vaart.

“Wat is de stad toch mooi. De schoonheid van de stad verdooft de vechtjas die heel diep in mij verstopt moet zitten. Dat is toch mooi? Dat schoonheid verzacht? Dat is ook wat ik wil doen met schrijven: de wereld er wat zachter uit laten zien door te focussen op schoonheid. Dit is een vrij donker boek, maar met de schoonheid die in mijn zinnen zit wil ik het lichter maken. Ik gebruik de schoonheid als leeslampje.” James Worthy klapt in zijn handen. Hij moet een ­column gaan tikken.

Lees hier een voorpublicatie uit In de buik van de wolf.

James Worthy: In de buik van de wolf, Lebowski, €21,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden