PlusInterview

Jacob Derwig bewerkte boek over rouw voor theater: ‘Beetje bij beetje kwam de kraai in me naar boven’

Jacob Derwig (51) maakte samen met regisseur Erik Whien een toneelbewerking van Max Porters bestseller Verdriet is het ding met veren. ‘Het is prachtig geschreven, ontroerend, supergrappig en raar. Heel raar.’

Jacob Derwig: ‘Het is een groot plezier om zo met mijn vingers in de tekst te zitten.’ Beeld Frank Ruiter
Jacob Derwig: ‘Het is een groot plezier om zo met mijn vingers in de tekst te zitten.’Beeld Frank Ruiter

“Ik lees altijd met in mijn achterhoofd de vraag of er wat van te maken is. Maar als het niet zo is en ik het gewoon een tof boek vind, dan lees ik het ook uit, hoor. Ik ben nu bezig in De ondergrondse spoorweg. Wat een ellende… het is nog duizend keer erger dan ik dacht.”

Hij is een sucker for American novels, vertelt Jacob Derwig op een zonnig Amsterdams terras. “Als het een goed boek is word ik verliefd op de personages, die zodra ze ­beginnen te praten direct tot leven komen. A Home at the End of the World van Michael Cunningham, Revolutionary Road van Richard Yates, The Ice Storm van Rick Moody… allemaal aansprekende personages in situaties die je je ook nog op het toneel kan voorstellen. Toen ik Revolutionary Road las, wist ik al heel snel: dit wil ik gaan doen. Maar toen werd de film net gemaakt en kreeg ik de rechten niet. Acht jaar later heb ik het opnieuw geprobeerd; toen was het binnen twee weken geregeld.”

Derwig maakte in de afgelopen maanden met ­regisseur Erik Whien voor Theater Rotterdam een toneelbewerking van Max Porters bestseller Grief is the Thing with Feathers uit 2015, bij De Bezige Bij verschenen als Verdriet is het ding met veren. Het is een onnavolgbaar, slechts 122 pagina’s tellend boekje over een vader en zijn twee zoontjes die hun vrouw en moeder verliezen, en in de daaropvolgende periode van rouw bezoek krijgen van een reusachtige pratende kraai. Althans, zo lijkt het; de verschijning van de kraai kan ook worden verklaard uit een obsessie van de vader, die werkt aan een boek over de Kraai-gedichten van de vermaarde Britse dichter Ted Hughes.

“Ik heb het verslonden toen het uitkwam, ik denk na het lezen van een positieve recensie. Toen Erik en ik een nieuwe voorstelling wilden maken – Who’s Afraid of Virginia Woolf en Revolutionary Road hebben we ook samen ­gemaakt – kwamen we te spreken over Verdriet is het ding met veren, dat hij ook net had gelezen. Inmiddels hebben we wat contacten in de uitgeverswereld, via via kwam ons verzoek terecht bij Max Porter en die zei ja – godzijdank. Er was in Engeland ook al een toneelstuk van gemaakt, door Enda Walsh, de man die Lazarus heeft geschreven voor Ivo van Hove. Daardoor wisten we dus dat het kon, maar ook dat het helemaal anders moest.”

Waarom?

“Hij heeft er een monoloog van gemaakt. Max Porter, de schrijver, miste net als wij de stemmen van de zonen. Maar het was een uitdaging, want het is allesbehalve een well made play. Het boek bestaat uit tachtig fragmenten: flarden proza, poëzie, raadsels, fabels, een toneeldialoog en zelfs een quiz. Wij dachten: als je het in de goede volgorde zet, ontstaat er iets wat op een psychologische boog lijkt. We hebben gezoomd met Max en hij gaf ons zijn blessings. Uit hoe wij over het stuk praatten, maakte hij op dat we het hadden begrepen. Hij vond het een heerlijk idee dat we als een kraai in het materiaal zouden duiken en eruit zouden pikken wat we lekker vinden.”

Wat spreekt u precies zo aan in het boek?

“Het is prachtig geschreven, ontroerend, supergrappig en raar. Heel raar. Max voert een personage op dat in de echte wereld niet kan bestaan. Maar als je het boekje leest, geloof je dat het wel kan.”

Het is een autobiografisch verhaal van Max Porter, zit er ook wat van uzelf in?

“Je maakt het natuurlijk persoonlijk; dat doe je bij elke rol, doordat je je eigen emoties, stemmingen en verbeelding erin legt. Volgens mij zou die man zich zo gedragen, of moet hij nu dit of dat voelen… Maar ik heb privé nooit zo’n rouwproces meegemaakt. In die zin gaat het meer over Erik, die in twee jaar tijd zijn beide ouders is verloren en in diezelfde tijd ook twee zoons kreeg.”

‘Een voorstelling wordt pas iets als je die aan mensen kunt laten zien.’ Beeld Frank Ruiter
‘Een voorstelling wordt pas iets als je die aan mensen kunt laten zien.’Beeld Frank Ruiter

“Maar het geredder en jezelf totaal vergeten met twee kinderen, dat ken ik wel. Mijn vrouw (actrice en scenarist Kim van Kooten, red.) kreeg een darmziekte toen ze ­zwanger was van onze tweede. Het is een ziekte waar je niet dood aan kan gaan, maar je kan wel dood-gaan aan de complicaties. Ze werd verschrikkelijk ziek, operaties en weet ik wat. Daar zat ik dan, met een zoontje van drie en een baby, en intussen speelde ik ­ingewikkelde toneelvoorstellingen. Ik weet niet hoe ik dat heb gedaan, maar je gaat dan blijkbaar in een soort overlevingsstand.”

Hoe werkt u eigenlijk samen aan een stuk?

“Ik maak een eerste versie en dan gaan we daar samen naar kijken. Dat werkt voor Erik en dat werkt voor mij. Het is een groot plezier om zo met mijn vingers in de tekst te zitten. Dat ik niet word ingevlogen voor een rolletje, maar ik het écht mag maken. Het verschil is dat ik van elke zin weet waarom ie er al dan niet in zit en waarom iets op een bepaalde manier vertaald is.”

U speelt piano en er zit veel muziek in de voorstelling – dat zit niet in het boek.

“Dat was Eriks idee: Arcade Fire, een stukje Radiohead en een beetje Purcell… Ik heb vroeger pianoles gehad en ik heb veel gespeeld op de Toneelschool, maar daarna ben ik de techniek kwijtgeraakt. Het kostte heel veel tijd; ik heb het nootje voor nootje ingestudeerd en heb veel moeten oefenen om er een soort gemak in te krijgen. Het gekke is dat ik me over toneelspelen helemaal niet druk maak, maar zodra ik achter de piano zit, denk ik: kut, het zijn 88 toetsen en de helft is wit en de andere helft zwart en ik had wel wat ingestudeerd maar hoe ging dat ook alweer?”

Op het podium staat u ook te krijsen als een kraai; schijnbaar zonder gêne.

“Dat was heel weird en het heeft me weken gekost. Ik moet wel iets van mezelf kunnen blijven geloven, dus ik ben heel voorzichtig begonnen. Beetje bij beetje kwam de kraai in me naar boven.”

Het stuk is klaar, maar de zalen zijn gesloten.

“We hebben het vier weken geleden drie keer kunnen spelen voor ‘testen voor toegang’-publiek: vijftig man, in plukjes verspreid over de zaal. Het was een cadeau, want een voorstelling wordt pas iets als je die aan mensen kunt laten zien. Komende week spelen we een aantal besloten doorlopen. En we nemen een voorstelling op die thuis kan worden bekeken.”

“De tournee zou tot 6 juni lopen, maar die is afgeblazen. Gelukkig hebben we alweer nieuwe data kunnen vastleggen: eind 2022 gaan we zes weken op pad. Jesse Mensah, die een van de zoons speelt, is inmiddels vast lid van ITA, dus ik hoop dat hij dan vrij kan krijgen.”

U hebt zelf in 2013 afscheid genomen van ITA; heeft u in coronatijd weleens spijt gehad van die beslissing?

“Nee. Integendeel. We zijn wel net verhuisd. En het duurde acht maanden voordat we ons huis hadden verkocht en we kregen er veel minder voor dan we dachten.” Hij lacht: “Dat was financieel niet de slimste stap, maar het is een heerlijk huis. Nee, ik klaag niet, want ik verkeer in de gelukkige omstandigheid dat ik nog wat te kiezen heb. Dat is hier eigenlijk al een wonder; er is zo weinig werk. De toneelsector wordt steeds magerder. Toen ik jong was, had je alleen in Amsterdam al De Trust, Carrousel, Art & Pro, noem maar op… je had tal van kleine ensembles. Die zijn allemaal weg, het is nu allemaal freelancewerk.”

“Er wordt wel meer gefilmd. Ik was te zien in Klem en Red Light, ik zit in The Spectacular, een vierdelige serie van Willem Bosch, en ik ben net begonnen met de opnamen van De verschrikkelijke jaren tachtig, een serie naar het boek van Tim Kamps over zijn bizarre jeugd in een woongroep. Kim heeft het scenario geschreven. Maar ik ben net ook uit een Nederlandse arthousefilm gekickt. Die zou vorig jaar al worden opgenomen; vier weken naar Amerika, maar toen kwam corona. En nu heeft de regisseur zich bedacht.”

De winnaar van vier Gouden Kalveren en twee Louis d’Ors is gedumpt?

“Ja helaas. Het is een heel mooi vader-dochterverhaal, maar de regisseur heeft toch voor een andere acteur gekozen. Dat kan natuurlijk.” Hij lacht: “Het is niet allemaal rozengeur en maneschijn. Ik moet ook gewoon auditie doen en er zijn ook audities waar ik niet doorheen kom – ook als ik denk dat iets voor mij gemaakt is. Ik hoopte dat die film een deurtje zou kunnen openen, want ik zou graag eens in een internationale film of serie spelen. Maar het is moeilijker dan ik dacht. Maar ik tel mijn zegeningen. Ik kan hier nog zo veel toffe dingen doen.”

De livestream van Verdriet is het ding met veren van Theater Rotterdam is te zien op zondag 23 mei om 20.30 uur. Kaarten zijn te koop via tr.nl.

Boek & Meester en Theater Rotterdam presenteren donderdagavond (20 mei) een online programma met Jacob Derwig, Erik Whien en Max Porter.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden