PlusAchtergrond

Ivo Vegter: ‘Inline skaten blijft ook na de lockdown populair’

Ivo VegterBeeld Jakob Van Vliet

Met de tweede vestiging van zijn inline­skatewinkel Thisissoul op de Overtoom wil eigenaar Ivo Vegter (34) de skatecultuur verder verspreiden. ‘Het moet een soort clubhuis worden.’ 

Stel, je hebt een kleine inlineskatewinkel in Amsterdam. De ­verkoop gaat prima, maar je opereert nu eenmaal in een kleine niche, dus veel uitzicht op groei is er niet. Dan breekt corona uit. Het land gaat in lockdown. Het is even onzeker wat het betekent voor je winkel, maar al snel wordt het drukker. In april en mei is de omzet vijf keer zo hoog als normaal. Met dat extra geld zou je een tweede, grotere vestiging kunnen openen. Maar is dat ook ­verstandig?

Ivo Vegter (34), eigenaar van inlineskatewinkel Thisissoul in Noord, hoefde daar niet lang over na te denken. Hij herinnerde zich nog een pand op de Overtoom, de best mogelijke locatie voor een skatewinkel, met het Vondelpark als achtertuin. Hij greep zijn kans.

Je zou kunnen zeggen: is skaten niet een tijdelijke ­coronahype? Wat als de verkoop straks stagneert? Daar is Vegter niet bang voor. “Veel skates zullen weer in de kast ­belanden, maar we hadden afgelopen periode al een tweede golf aankopen; mensen die hun eerste paar skates bij een sportwinkel hadden gekocht, en nu een meer kwalitatief paar wilden. Die groep pak ik ook nog mee. Plus, mijn omzet is nog steeds ruim twee keer zo hoog als voor de lockdown.”

Dus is de tweede vestiging van Thisissoul afgelopen maand geopend op de Overtoom. Overal hangen skates aan de muur, er zijn kledingrekken met T-shirts, er hangen rugzakken en petten en helmen en heel veel wieltjes. Achterin is het magazijn, waar de dozen met skates staan gestapeld tot aan het plafond. Een contrast met de winkel in Noord, waar net genoeg ruimte was voor een handvol klanten. 

Kopje-onder

De afgelopen maanden waren vrij intensief, zegt Vegter. Hij werkte wekenlang door tot middernacht. Tot een uur of zeven in de winkel en daarna gemiddeld zo’n 25 bestellingen inpakken en verzenden. “Het voelde als watertrappelen en dan heel langzaam kopje-onder gaan. Ik heb daarom extra personeel aangenomen, van één fulltimer naar drie. Ook in de winkel was het even schakelen: wij zijn een skatewinkel voor gevorderde skaters. Plots kwamen veel beginners binnen. ‘Hoi, ik wil skaten. Hoe werkt dat? Wat is het verschil tussen drie en vier wielen? Hoe trek je zo’n skate eigenlijk aan?’”

Maar het was het allemaal waard, natuurlijk. Vegter zit aan het barretje dat hij heeft laten maken en kijkt tevreden de winkel rond. Net wond hij zich nog op toen hij het woord ‘skeeleren’ hoorde. “Gebruik die term alsjeblieft niet. Het is ‘inline skating’. En je rijdt op skates, niet op skeelers. Skeeleren is een losgeslagen definitie. Net als pingpong was het vroeger een merk dat de markt overnam, waardoor mensen het zijn gaan associëren met de sport zelf. Het is heel simpel: inline skating is een skate met wielen op één lijn. That’s it. Je hebt ook skates met wielen naast elkaar, of skates voor op het ijs. Of breder ­bekend: een skateboard. Dat is allemaal niet inline skating. Het is als surfen en skateboarden op één hoop gooien, of hockey en voetbal.”

Wel zijn er drie verschillende disciplines binnen inline skating: speed inline skating, een soort marathonrijden, aggressive inline skating, dat is vaak in het skatepark, en freestyle inline skating, dus over straat skaten en bijvoorbeeld over objecten springen. Vegter beoefent vooral freestyle en aggressive inline skaten. Meer stunts dan lange, rechte stukken dus. “Dat kan ook, er hangen hier marathonskates, maar dan lever je 90 procent controle...” De moeder van Vegter loopt de winkel binnen. “Wat wil je zien in deze spiegel?” Ze zet een paar stappen naar achteren, fronst haar wenkbrauwen. “De skates of de T-shirts? Dan moet hij anders staan.”

Vegter: “Eh, oké. Dan lever je dus 90 procent controle in, om 2 procent snelheid te winnen. Dat is het niet waard, vind ik. Dus...”

Moeder van Vegter: “Staat dit goed zo?”

“Mam, ik ben met een interview bezig.”

“O, neem me niet kwalijk. Aangenaam!”

Vegter, met een glimlach: “Dus ik probeer een bepaalde gedachtegang te verwoorden. Waar was ik. Ja, ik gun mensen zoveel mogelijk controle op de skates, want dan ervaar je dat gevoel van vrijheid. Als je niet kunt remmen, word je angstig en belanden je skates misschien wel voorgoed in de kast.”

Zelf begon Vegter eind jaren negentig met skaten. Al snel ontdekte hij aggressive inline skating, dus veel stunts. Op zijn zestiende ging hij lesgeven. Hij stuurde zijn leerlingen naar de winkel om goede skates te halen, maar ze kwamen telkens terug met troep. Pff, dacht Vegter, ik moet die skates zelf gaan fiksen. Hij had zijn eigen skates al bewerkt om ze te verbeteren, en ging dat ook met de skates van zijn leerlingen doen. Niet hier en daar een wieltje strakker draaien, maar het betere hak- en zaagwerk. Hij ging steeds meer skates opknappen en uiteindelijk ook verkopen. Ook bestelde hij goede skates, die hij weer verkocht. Er kwam een webshop en later een magazijn.

In 2006, Vegter was toen 21, besloot hij om er echt zijn werk van te maken, en een KVK-nummer aan te vragen. Zijn doel: vanuit een niche een community opbouwen. En steeds meer mensen enthousiasmeren voor (aggressive) inline skating. Ongeveer acht jaar geleden bouwde hij zijn magazijn uit tot winkel. Hij ging ook door met lesgeven, en richtte ­onder de vlag van Thisissoul een skateschool op. Inmiddels werken er meerdere trainers en is het de grootste ­skateschool van Nederland. 

Daar moest Vegter wel veel voor laten. Hij kwam rond, maar het was sappelen. Hij werkte hard, gaf weinig geld uit. Leeftijdsgenoten doken de kroeg in, Vegter bewust niet. “Anders was het een kort project geweest. Ik heb mijn magazijn langzaam moeten opbouwen. Goede skates zijn duur.”

Slappe hap

Vegter heeft het gevoel dat de sport nu eindelijk volwassen is geworden. “In de jaren negentig was er een mooie bloeiperiode. Daarna werd het qua aantal beoefenaars minder, maar we moeten ons daarmee ook niet vergelijken. Ik zie die periode als culturele inspiratiebron. De lifestyle, muziek, kleding en vrijheid. Dat is onze heritage. Je moet je heroes van back in the days blijven honoreren, ­anders heb je geen subcultuur. En ik probeer dat nu vanuit de Overtoom weer verder te verspreiden. Wat hier nu is, zo’n vette winkel, dat bestaat nergens in de wereld. Bijna niemand zet in op deze niche. Hier kunnen mensen, ­gevorderde skaters of recreanten, goede skates kopen met eventueel een skateshirtje erbij. In plaats van die slappe hap van de sportwinkel.”

En wat gaat Vegter zelf eigenlijk doen, nu hij twee winkels heeft? “Ik ga hier gewoon aan dit barretje zitten en de hele dag met mensen praten. Dingen uitleggen over de sport, de geschiedenis, hoe het zit met de skates en het ­materiaal. Gewoon, de cultuur verspreiden. Er staat hier een koffieautomaat, een koelkast, snacks. Het moet een soort clubhuis worden. Dat skaters elkaar hier leren ­kennen, en als ze even niets te doen hebben, hier komen chillen, omdat je weet dat er vast ook andere skaters zijn. Die community is er al: elke vrijdag ontmoeten we elkaar om acht uur ’s avonds bij de winkel. Skaten we door de stad, met een biertje erbij. Of dat typisch is voor de skatecultuur? Straks is het typisch. Nu is het revolutionair.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden