PlusAchtergrond

Ischa Meijer moest altijd door, door, door

Ischa Meijer in 1980. Beeld Hollandse Hoogte / Berry Stokvis

Vrijdag is het 25 jaar geleden dat Ischa Meijer op zijn 52ste verjaardag overleed. Het Parool publiceert deze week vijf keer zijn Parool-column De Dikke Man. Ook verschijnen er drie boeken over de schrijver, interviewer en beroepsprovocateur. 

Ischa, schrijft journalist en columnist Gijs Groenteman in de inleiding van Ischa, verhalen van vrienden, familie en vrouwen, is amper uit te leggen aan iemand die hem niet heeft meegemaakt. ‘Natuurlijk, je kan zijn interviews ­terugzien, of zijn boeken lezen, of zijn Dikke Mannen doorbladeren, of door zijn radioarchief struinen. Dan kom je veel prachtige dingen tegen, maar raak je volgens mij nog niet de kern van zijn talent (…) Je moest het live meemaken om het te snappen. Hij was iemand die overal was of elk moment kon opduiken, die duizenden mensen kende, die altijd een gevoelige snaar of een pijnlijk punt wist te raken, die omstreden en geliefd was. Hoe is dat na te voelen als je er niet zelf bij was?’

Ischa Meijer werd bij Gijs Groenteman (46) thuis geadoreerd. Voor zijn moeder Hanneke Groenteman, zelf interviewer, was hij onomstreden, Zijn radioprogramma Een dik uur Ischa werd op cassettebandjes opgenomen en ­teruggeluisterd.

Journalist Ronit Palache (35) ontdekte Meijer pas in 2002 toen haar docent interviewen de videorecorder aanzette en beelden van Ischa Meijer liet zien. Hij was toen al zeven jaar dood – en toch raakte hij ook bij haar die snaar. ‘Ik zag een man met een gedrongen postuur en een verbeten ­gezicht in beeld verschijnen en voelde een verwantschap die ik niet onmiddellijk thuis kon brengen. Die grapjes, zijn mimiek, het interrumperen, de gretige nieuwsgierigheid en de impertinentie van zijn vragen, het ontregelende en vurige wantrouwen dat uit zijn ogen leek te spuwen – het hoorde bij mijn wereld, maar ik wist niet precies waarom.’

Ze begroef zich in Meijers universum, verzamelde zijn interviews, columns, romans, toneelteksten, korte verhalen en gedichten. Nu bezorgt ze in de Privé-domeinreeks Ik heb niets tegen antisemieten, ik lééf ervan, waarin ze aan de hand van zijn werk laat zien hoe Meijer, die als baby met zijn ouders concentratiekamp Bergen-Belsen overleefde, zich uitsprak over Joodse kwesties.

En de stem van Meijer resoneert eens te meer in de heruitgave van drie van zijn meest bepalende boeken onder de titel Zó, en niet anders. Samen, aldus zijn weduwe Connie Palmen, het ‘unieke portret van een lieve, intelligente, bange en beschadigde man’.

Ischa Meijer met zijn moeder, omstreeks 1947. De foto werd ruim dertig jaar later door Meijer zelf verscheurd. Beeld Collectie Jenny Arean
Ischa Meijer ( 1943-1995).Beeld Nationaal Archief/Collectie Spaarnestad Photo

Een karakterschets opgebouwd uit citaten

Vijftien jaar geleden tikte Gijs Groenteman de interviews die hij over Ischa had afgenomen uit en deelde ze op in korte passages rondom een thema of anekdote. Al die passages printte hij uit, waarna hij ze in de meest logische volgorde neerlegde op zijn bureau en met plakband aan elkaar plakte.

Zo ontstond een karakterschets die geheel is opgebouwd uit citaten van de mensen die hem het best hebben gekend. De korte fragmenten in Ischa, verhalen van vrienden, familie en vrouwen – nu in een herziene en uitgebreide editie – vertellen samen Meijers verhaal. Aan het woord komen onder anderen Olga Zuiderhoek, Jenny Arean, Matthijs van Nieuwkerk, Thea Cohen, Adriaan van Dis, Rinus Ferdinandusse, Henk Spaan, Connie Palmen, Meijers zoon Jeroen en zijn broer Job.

Hans van Manen: ‘Ischa was allergisch voor stilstaand water. Hij moest altijd door, door, door.’

Frans Weisz: ‘Wat ik ook had, of het nou een tas, een pen of een T-shirt was, Ischa moest het ook hebben. Dat deed me erg denken aan het jongenshuis waarin ik ben opgegroeid. Hij had een gulzigheid van leven. Veel, veel, veel.’

Het laatste woord is aan Meijers dochter Jessica, die vijftien jaar geleden niet mee wilde werken maar nu alsnog instemde – op de dag van zijn overlijden was ze tien jaar oud. ‘Natuurlijk werd ik heel vaak op mijn vader aangesproken door mensen die hem gekend hadden. In mijn middelbareschooltijd heb ik dat allemaal weggeduwd.(…) Maar thuis op mijn kamertje durfde ik hem meer toe te laten en was ik over ons aan het nadenken (…) Alles wat ik over hem lees of hoor is intens, heeft betekenis en resoneert in mij.’

Gijs Groenteman, Ischa, verhalen van vrienden, ­familie en vrouwen, Prometheus, €18,99, 256 blz.

Bloemlezing over de oorlog en het Jodendom

Ronit Palache studeerde als journalist af op het werk van Ischa Meijer. Vrijwel alle teksten die ze van hem las, schrijft ze in de inleiding van de bloemlezing Ik heb niets tegen antisemieten, ik lééf ervan, gingen in meer of mindere mate en al dan niet direct over hemzelf: zijn jeugd, de oorlog, het Jodendom.

‘Hij zocht naar de antwoorden waarnaar ik nooit had durven vragen. Hij durfde te vragen waarnaar ik giste. Hij legitimeerde al die vragen die gesteld móesten worden, maar niet gesteld werden, laat staan beantwoord. Hij beschreef een collectieve gekte die ik wel kon plaatsen, maar niet als zodanig had herkend (…) Plotseling zagen het Joodse trauma en de generatie van mijn ouders er anders uit.’

Palache concentreert de bloemlezing op de oorlog en het Jodendom en put uit alle genres van Meijer uit de beste, ontroerendste of meest toepasselijke documenten. In het boek onder meer een selectie van korte verhalen, gedichten, interviews, toneelteksten, columns, reportages uit Israël en ander journalistiek werk. Ook komen interviews aan bod waarin Meijer de oorlog en het Jodendom aan de orde stelt en zijn fragmenten opgenomen uit interviews mét hem.

Palache: ‘Hij bezat de uitzonderlijke eigenschap om zich uit zijn eigen wereld los te rukken en volledig beschouwend, als ware hij een buitenstaander, haarscherp gade te slaan in wat voor gekte hij (en zijn generatie) onbedoeld terecht was gekomen.’

Ischa Meijer, Ik heb niets tegen antisemieten, ik lééf ervan, samengesteld en ingeleid door Ronit Palache, Privé-domein, De Arbeiderspers, €28,50, 540 blz.

Drie klassiekers van de taboedoorbreker zelf

Naast al zijn andere activiteiten schreef Ischa Meijer drie belangrijke literaire egodocumenten: Brief aan mijn moeder, waarin hij voor het eerst een stem geeft aan de tweede generatie Joodse oorlogsslachtoffers, de autobiografische roman Een rabbijn in de tropen, waarin hij de relatie tussen een seculiere zoon en een orthodoxe vader onderzoekt en Hoeren, het persoonlijk relaas van de hoeren­loper die hij was. Drie klassiekers, nu samengebracht onder de titel Zó, en niet anders. Van Connie Palmen een indringende inleiding over ‘de aartsjournalist die het pad van de literatuur betrad, de hoogste vorm van kunst die hem net zo veel bewondering en huiver, als afkeer en afgunst inboezemde’.

De publicatie van Brief aan mijn moeder in 1974 was volgens Palmen een ‘hartverscheurende schreeuw’ in een tijd dat het nog onheilspellend stil was rondom de Holocaust, de terugkeer van de Joden die de oorlog hadden overleefd en de wijze waarop ze het leven weer oppakten. Waarom, vraagt Meijer zich af, hebben twee Joodse ouders midden in de oorlog een kind verwekt en geboren laten worden. In het portret van zijn moeder en vader toont hij hoe de oorlog op vernietigende wijze doorwerkt in het leven van een Joods gezin.

In Een rabbijn in de tropen, verschenen in 1977, gaat de journalist Chaim Weiszkopf – een onverhuld zelfportret – op zoek naar zijn vader, de rabbijn Samuel. Over het naoorlogse Jodendom: ‘De folklore die ons nu teistert: een vals soort heimwee naar een gezelligheid die nooit bestaan kan hebben, leugenachtige plaatjesalbums, dagboeken van onnozele onderduik-meissies: prostitutie op een schamel verleden.’

Ook in het in 1989 verschenen Hoeren doorbrak Meijer een taboe. Als volgt geduid door Palmen: ‘Het door zijn moeder voortdurend vernederde kind, de door zijn vader verstoten zoon en de aan de uitroeiing ontsnapte Jood voelt zich op alle fronten een uitgeslotene. De schaamte van de verschoppeling – en de woede die de beschaamde altijd voelt jegens degenen die hem vernederden – drijft hem overal ter wereld naar de tegelijk bereikbare en onbereikbare vrouw: de hoer.’

Ischa Meijer, Zó, en niet anders, Prometheus, €24,99, 331 blz.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden