PlusAchtergrond

Inladen en wegwezen: de campergekte slaat toe

De vraag naar campers is groot, en niet alleen meer onder pensionado’s. Jonge gezinnen en kinderloze avonturiers zien ook de voordelen van een campertrip in. ‘Zo heb je alsnog veel vrijheid.’

Hélène en Wim Janssen gaan een weekeindje naar de Veluwe met de camper. Beeld Dingena Mol
Hélène en Wim Janssen gaan een weekeindje naar de Veluwe met de camper.Beeld Dingena Mol

“Help, er knippert een lampje op het dashboard.” Lichte paniek klinkt in de stem van Tineke Schillert (60) als ze Gerard van Egmond erbij roept, de eigenaar van de Amstelveense camperstalling De Shelter. Daar laden Schillert en haar vriend hun onlangs aangeschafte camper in voor een weekendje weg. De camper is nog even wennen. Hiervoor hadden ze er ook al een, maar in coronatijd zijn ze ­gezwicht voor een luxueuzer exemplaar.

Het knipperende lampje blijkt loos alarm en dus kan de rit, die deze keer niet verdergaat dan de camping in Zuid-Limburg, beginnen. Afgelopen zomer wisten ze Kroatië te bereiken, maar daar was dan ook alles mee gezegd. Ze waren nog geen vijf minuten over de grens of het Nederlandse kabinet kondigde code oranje aan voor het land. “We zijn meteen omgekeerd,” zegt Schillert, “en toen maar naar Duitsland en Frankrijk gegaan.”

Een vakantie plannen is nog niet eenvoudig op dit moment. De reisadviezen doorlopen in recordtijd een heel kleurenpalet, van geel naar oranje of rood en weer terug. En zelfs als de coronamaatregelen het toestaan, deinzen veel mensen ervoor terug om met z’n allen in een vliegtuig of resort te zitten.

En dus nemen steeds meer mensen hun toevlucht tot een camper. De rijdende vakantiehuisjes winnen al jaren aan populariteit, maar gaan in coronatijd extra hard, zo blijkt uit cijfers van brancheorganisatie Bovag. In het eerste kwartaal van 2021 werden 4461 campers verkocht in Nederland, een toename van 37 procent ten opzichte van een jaar eerder. Vooral tweedehands kampeerauto’s zijn in trek. Daarvan wisselden er de afgelopen maanden dubbel zoveel van eigenaar als drie jaar geleden.

Hang naar natuur

Een camper parkeer je uiteraard niet voor de deur in de Amsterdamse binnenstad. Daar zijn stallingen voor, zoals die van Van Egmond. Hier staan momenteel zeker 2500 campers, caravans en vouwboten verspreid over vijf locaties. Een zesde locatie is in aanbouw, om de oplopende wachtlijsten weg te werken. “De afgelopen maanden kwamen er geregeld vijf aanvragen per dag binnen,” zegt Van Egmond. “Pre-corona was dat er gemiddeld één per week.”

Die kampeerauto’s staan daar overigens niet te verstoffen: menig kampeerder komt er een ophalen. Zo ook ­Hélène (64) en Wim (65) Janssen, die een weekend naar de Veluwe gaan. “Het is ideaal in deze tijd,” zegt Hélène, terwijl haar man nog even de olie bijvult. “Achterin ligt een pak mondkapjes, voor de rest hoef je niet meer over het ­virus na te denken.”

Deze ochtend rijden vooral zestigplussers de stalling uit, maar kamperen is in deze tijd niet meer alleen voorbehouden aan pensionado’s. Dat is bijvoorbeeld te zien aan het toenemende aantal jongeren dat het platform Goboony bezoekt. Dat is een soort Airbnb, maar dan voor campers. De vraag naar een huurcamper steeg daar afgelopen maart met 277 procent ten opzichte van een gemiddelde maand maart, zegt CEO Mark de Vos.

Toen hij het platform zes jaar geleden oprichtte, was meer dan de helft van de huurders 55-plus. Nu is dat nog maar een derde. Nog een derde bestaat uit jonge gezinnen. De rest bestaat uit jongeren zonder kinderen, zegt De Vos. “Dat zijn de zelfuitgeroepen vanlifers, de kinderloze avonturiers, met een hang naar natuur en authenticiteit.”

Niet iedereen is te spreken over de toegenomen animo. Doorgewinterde kampeerders ergeren zich aan de plotselinge drukte op de weg en op de camping. Onder hen zijn de 60-jarige Amsterdammers Rob en Gerdien, die om privacy­redenen niet met hun achternaam in de krant willen. Het tweetal rijdt al jaren rond met hun camper, een oude omgebouwde vrachtwagen die afsteekt tegen de gelikte witte campers in de stalling.

Hun kampeerervaringen zijn er niet leuker op geworden nu de populariteit toeneemt. “Rondrijden en wel zien waar je terechtkomt is er niet meer bij,” zegt Rob. “Alles moet nu van tevoren worden gereserveerd. Net alsof je al jaren naar volle tevredenheid in een bepaald buurtje woont en er ineens een schreeuwerig café wordt geopend.”

Rob pikt ze er zo uit, de nieuwelingen: “Je ziet ze zeer onwennig bezig zijn. Ze scharrelen rond hun grote witte camper, niet wetend waar alles is en hoe alles werkt.”

Luxe snufjes

Wat tegenwoordig ook opvalt aan kampeerders is dat ze een stuk veeleisender zijn geworden, zegt De Shelter-eigenaar Van Egmond. “Ze willen zonnecellen, tv-schotels, een drager voor de e-bike. Zoveel mogelijk luxe en accessoires.” Het comfort mag niet onderdoen voor dat wat ze thuis gewend zijn.

Zo hebben de Janssens een televisie laten inbouwen, ‘om lekker binnen te netflixen als het koud is’. Ook in de nieuwe camper van Schillert en haar vriend ontbreekt het aan weinig. “We hebben zonnepanelen, een vriezer en een losse douche. De vorige douchekop hing boven de wc, alles werd steeds zeiknat.”

Volgens Rob en Gerdien moet kamperen juist primitief zijn. Hun camper heeft helemaal geen luxe snufjes, zegt Gerdien. “In zo’n moderne camper zou de charme er voor mij af zijn.”

Maar hoe luxueus de camper ook, je komt altijd hobbels op de weg tegen, zeggen alle kampeerders. Van knipperende lichtjes tot het wegvallen van de waterdruk, ze hebben het allemaal weleens meegemaakt. Wim en Hélène Janssen zijn eens met een klapband in de stromende regen op de vluchtstrook beland. “Midden op de Duitse snelweg,” zegt Hélène. “Het was verschrikkelijk.”

Rob en Gerdien hopen stiekem dat het kamperen mensen tegenvalt en dat de populariteit samen met het virus afvlakt. Want als je gewend bent naar een all-inclusive aan de kust te gaan, is kamperen een hoop gedoe, zegt Rob. “Ik hoop dat zij snel weer naar de Turkse Rivièra kunnen.”

Roos Stam en haar vriend in hun camper. Beeld
Roos Stam en haar vriend in hun camper.

Roos Stam (31), heeft een camper sinds april 2020

“Samen met drie andere stellen hebben mijn vriend en ik vorig jaar een tweedehands camper gekocht, die we omstebeurt gebruiken. Perfect voor in coronatijd, want zo heb je alsnog veel vrijheid en flexibiliteit als je op reis gaat.

Toen we afgelopen zomer in Spanje waren en het daar ineens van code groen naar code geel ging, zijn we gauw teruggereden naar Frankrijk, waar we tien dagen in quarantaine moesten. Dat was geen probleem: als je verblijft op wildkampeerplekken in de Pyreneeën zit je al redelijk in quarantaine.

Met de hele vriendengroep hebben we gebeld om het schema voor de grote vakanties te maken. Dat is even puzzelen, maar het gaat prima. We delen de kosten voor de stalling en het onderhoud. En als je de camper hebt gereserveerd maar hem niet gebruikt, moet je een fles sterke drank inbrengen.

Onze camper is best een old school ding, zonder airco, dus je moet niet te veel aan luxe gehecht zijn. Gelukkig zijn de motorproblemen opgelost; het gebeurde eerst geregeld dat de camper niet meer startte. Een keer had ik dat midden op de Amstelveenseweg, waar ik een uur stilstond. Dat was echt mega-onhandig.

In juni gaan mijn vriend en ik drie weken naar Noorwegen, waar je heel goed kunt hiken en fietsen. Je mag daar bijna overal staan met je camper. Dat wordt echt back to nature.”

Rudy van den Brink en zijn vriendin bij hun camper. Beeld
Rudy van den Brink en zijn vriendin bij hun camper.

Rudy van den Brink (36), heeft een camper sinds mei 2020

“Mijn vriendin en ik waren van plan om door Azië te reizen, maar toen kwam corona. We dachten: hoe kunnen we toch op reis, met meer oog voor het milieu en veel vrijheid? Een camper was het ­antwoord. We zegden allebei ons huurhuis op en gingen voor het eerst samenwonen, in een camper van vier vierkante meter, met een bed, een keukenblokje en een koelkastje. Gelukkig heeft het super goed uitgepakt.

Eerst hebben we op een stacaravanplek in Zandvoort gestaan, zodat we bij een strandtent konden werken. Mijn vriendin werkte in de Amsterdamse horeca, maar daar was natuurlijk weinig meer te doen. Op het strand is veel ruimte voor ­terrassen en daar hadden ze juist personeel nodig.

Toen door corona de sanitairgebouwen op ­campings dichtgingen, douchten we in zee en gebruikten we een emmer als wc. We hebben geen kacheltje, dus af en toe was het koud, maar je krijgt er zo veel moois voor terug.

In januari vertrokken we voor een paar maanden naar Zuid-Europa. De dag voordat we wilden oversteken, ging de Portugese grens op slot, dus toen zijn we in Spanje gebleven.

Een hypotheek, een vaste baan en maar twee dagen per week kunnen genieten van de natuur: ik moet er op dit moment niet aan denken. Mijn vriendin en ik gaan onze camper inruilen voor een iets groter exemplaar, waar we fulltime in gaan wonen. We kunnen erin slapen, eten en onszelf ermee verplaatsen, meer heb je toch niet nodig?”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden