Review

Indie rock: Interpol - Interpol**

Al twaalf jaar trakteert Interpol ons op een opgewreven variant van de onheilszwangere postpunk van Joy Division. Waar het origineel claustrofobisch is, op een beklemmende manier intiem en zonder opsmuk, klinkt Interpol vooral aangenaam herfstig. Glaasje rode wijn erbij en je waant je al snel in regenachtig, nachtelijk New York waar het licht van de straatlantaarns sfeervol wordt weerkaatst in de zwarte plassen op straat.

Die aanpak katapulteerde Interpol naar de subtop van de Amerikaanse rock, maar het heeft er alle schijn van dat de afdaling inmiddels flink is ingezet. De geluidsbepalende bassist Carlos D. heeft de band verlaten en het titelloze vierde album van de band is het slechtste uit hun carrière. Dat laatste is vooral te wijten aan de compositorische richtingloosheid van de plaat.

Tekenend zijn de twee sfeerschetsen waarmee Interpol eindigt: de sound is prettig neerslachtig, maar de songs zijn fragmentarisch, ogenschijnlijk het resultaat van vruchteloze improvisaties. Niet alle nummers op Interpol zijn even matig, maar vorm overschaduwt de inhoud dusdanig dat ook andere onvolkomenheden gaan opvallen. Niet in het minst het stemgeluid van zanger Paul Banks, die klinkt als Ozzy die Ian Curtis imiteert. Druilerig is het juiste woord. (JERRY GOOSENS) (Coop/V2)

myspace.com/interpol
interpolnyc.com

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden