Sebastiaan van der Bent injecteert de Heineken-ster van Thomas de Vreede, zodat de jeuk afneemt.

Plus Reportage

In de tattoopoli: ‘De korsten waren zo groot dat ze scheurden’

Sebastiaan van der Bent injecteert de Heineken-ster van Thomas de Vreede, zodat de jeuk afneemt. Beeld Dingena Mol

In het AMC zit de enige tattoopoli van het land, voor mensen die medische klachten hebben van hun tatoeages. De toestroom is zo groot dat het aantal spreekuren is verdubbeld. We liepen een dagje mee. ‘De rode ster in het Heinekenlogo begon raar te doen.’

Op de behandelbank van de tattoopoli in het AMC ligt de militair Thomas de Vreede (23) uit Nieuw-Lekkerland met een protesterende tatoeage van een Heinekenlogo. Vorig jaar mei is hij gezet. “Een geintje. Mijn neef en mijn maat hebben er ook een.” Na anderhalve maand begon de rode ster in het logo ‘raar te doen’. “Hij vervormde.” Ook het groen en zwart in de Heinekenletters liepen uit. Het is inmiddels een wiebelig logo. En erger, hij jeukt verschrikkelijk.

De diagnose: een allergische reactie op de rode inkt. Een kleine kans dat je het krijgt, maar hier op de tattoopoli zien ze het wekelijks. En dan vooral bij de kleur rood.

“Wij zien veel bloemetjes en hartjes,” zegt dermatoloog Sebastiaan van der Bent. Hij buigt zich over het been en neemt de schade op. De tatoeage, qua formaat zo groot dat hij niet op een bierviltje zou passen, ziet er gloeiend en gebarsten uit. De Vreede ligt er koelbloedig ontspannen bij als de dermatoloog zijn blauwe handschoenen aantrekt en hem voorbereid op de injectie met corticosteroïden.

Het is zijn zesde over het afgelopen jaar. Eigenlijk is de verwachting dat ook deze injectie hem niet permanent van de klachten zal afhelpen. “Bij jou is het hardnekkig,” zegt Van der Bent.

Niet met rood

De Vreede staat op de wachtlijst voor het weglaseren van zijn hele logo. “Kan ik er dan weer overheen laten tatoeëren?” vraagt hij aan de dokter. Van der Bent: “Als je het maar niet met rood doet.” Om daaraan toe te voegen: “Ik heb ze gehad hoor!”

Eenmaal buiten de spreekkamer zegt De Vreede dat hij geen benul had dat inkt een allergische reactie kan geven. “Anders had ik wel even een testje laten doen. Wie weet dat nou!? Ik had een collega met het logo van Canada op zijn arm. Zo’n rood blad. Ik vroeg: ‘Weet je wel zeker dat je niet allergisch bent?’ Toen ik mijn tatoeage liet zien, schrok hij wel eventjes.”

En nu? Weglaseren dus. En dan? “Dan laat ik een tatoeage zetten van het logo van Hertog Jan-bier. Daar zit geen rood in.”

Nee hoor, grapje, er komt gewoon weer een Heinekenlogo terug. “In zwart-wit. Misschien op dezelfde plek of op mijn andere been.” Je zou denken dat De Vreede een verdomd goede reden heeft om niet langer met een Heinekenlogo door het leven te gaan, maar zo ziet hij het niet. “Dan lopen mijn maten ermee voor lul en ik niet meer. Dat kun je niet maken. We hebben hem samen gezet. Dus.”

Dit is de tattoopoli, uniek in Nederland en zeldzaam in Europa. Het zit in het Amsterdam UMC, locatie AMC, gewoon op Dermatologie. Twee jaar geleden werd de poli geopend. De afdeling is uitsluitend bedoeld voor mensen die medische klachten hebben van hun tatoeages, zoals jeuk of pijn. De oprichter is dermatoloog Sebastiaan van der Bent (31), wiens interesse zes jaar geleden werd gewekt door een patiënt die in zijn spreekkamer zat met geïrriteerde bloemetjes op haar enkel. De dokter wist niet wat hij ermee aan moest.

“In de literatuur kon ik niks vinden.” Via een omweg kwam hij bij een tattoopoli in Kopenhagen terecht, waar hij zich heeft laten bijscholen, en voilà, nu zit hij al twee jaar met een tattoopoli in het AMC. Patiënten, sinds de start zijn er 350 geweest, komen uit alle hoeken van het land. Met de meest uiteenlopende klachten. De toestroom is zo groot, dat hij het aantal spreekuren heeft verdubbeld.

Vandaag heeft Van der Bent op het spreekuur onder andere: een patiënt met bij wie de zwarte inkt problemen geeft, een vrouw met gezwollen wenkbrauwen na permanente make-up en iemand bij wie de klachten maar niet weggaan, ook niet twee jaar nadat de hele tatoeage is ‘weg­geschaafd’.

Tatoeages kunnen jarenlang klachten geven. Open wonden, abnormale verhoorning van de huid, zwelling, pijn of een gekmakende jeuk die patiënten ’s nachts uit hun slaap houdt. Ook zien ze op de poli veel vrouwen die ellende hebben met permanente make-up: opgezwollen huid, daar waar de wenkbrauwen bijgetekend zijn. Soms lijkt het alsof er plakken marsepein op liggen – zo dik.

Van der Bent wil absoluut niet panisch doen over de gevolgen van tatoeages. Hoewel nooit goed is onderzocht hoeveel mensen medische klachten krijgen na het zetten van een tatoeage, durft hij wel te zeggen dat het een kleine groep is. Maar er zijn mensen die er veel, heel veel last van krijgen. En omdat er veel verschillende oorzaken zijn, met allemaal weer andere uitingen, is het goed dat er één plek is waar al deze kennis wordt samengebald, vindt Van der Bent.

De grootste groep die last krijgt van de tatoeage, zien ze op de poli niet eens. Dat zijn mensen met een infectie, wanneer een bacterie of een virus bijvoorbeeld met de naald in de tatoeage meelift. Die worden door de huisarts behandeld.

Sebastiaan injecteert de Heineken-ster van Thomas zodat de jeuk afneemt. Beeld Dingena Mol

De grootste groep die bij Van der Bent komt, zijn de patiënten met een allergische reactie op de inkt – vaak dus rood. Vervelend, want het kan met zalf en injecties soms hooguit worden verlicht. Wie er rigoureus vanaf wil, moet onder de laser. Maar niet bij een gewoon lasercentrum, waar je mislukte tatoeages of de naam van de ex laat weghalen. “Want die laseren de tatoeagepigmenten in kleine stukjes, waardoor ze zich juist in het lichaam verspreiden. Dat wil je bij een allergie absoluut niet, want dan zit het stofje waar je lichaam op reageert overal in je lijf.”

Het weglaseren gebeurt met een zogeheten CO2-laser. “Die schaaft als een soort mesje de inkt weg.” Amsterdam is een van de weinige plekken in Europa waar dit gebeurt. “Dat is secuur werk,” benadrukt Van der Bent. “Je moet diep met de laser om alle pigment op te vangen, maar niet te diep, want dat geeft risico op littekens.”

Naast de infecties en allergieën, zien ze bij de poli ook mensen met auto-immuunziektes, als psoriasis, sarcoïdose of lichen planus. Dat zijn ziektes waarbij het immuunsysteem zich tegen het lichaam zelf keert. Dat is niet de schuld van de tatoeage. Maar de tatoeage kan de auto-immuunziekte, die al in het lijf ligt te slapen, wel wakker schudden. “Vaak weten mensen niet eens dat ze die ziekte hebben.” Van der Bent is inmiddels getraind in het herkennen van huidafwijkingen in de tatoeages die wijzen op een auto-immuunziekte. “We sturen patiënten dan direct door voor bloedonderzoek en een longfoto.”

Volgende patiënt. We noemen hem Rob, want hij heeft voor zijn werk in de beveiliging een overhemd aan, en zolang hij in dit vak zit, heeft niemand wat met zijn plaatjes te maken. Rob heeft ervaring met tatoeages. Ze staan op zijn borst, armen en benen, dus hij weet: na het tatoeëren trekt de huid. Dat was ook de gedachte bij de laatste. “Even smeren met zalf en dan is het klaar, dacht ik. Maar toen kwamen de blazen erop. Het leken wel bloemkolen.”

Geen gezellige boel

Rob ging terug naar de tatoeëerder, maar die zei: “‘Joh, trekt wel weg.’ Maar daarna kreeg ik complete korsten. Ik dacht: Ik moet ervan afblijven, want anders beschadig ik de tatoeage. Maar omdat het zulke grote korsten waren, gingen ze scheuren. Nou, dat was ook geen gezellige boel.” Uiteindelijk kreeg hij bultjes, jeuk en een diag­nose van de tatoeëerder: “Nou weet ik het ook niet meer. Misschien heb je een ziekte.”

Van der Bent heeft Rob onderzocht. Er zijn longfoto’s gemaakt en er is bloedonderzoek gedaan. Alles zag er goed uit. De uiteindelijke diagnose: “U heeft een vreemd-lichaam-reactie. Het is vergelijkbaar met iemand die een splinter in zijn huid heeft en daar een ontsteking krijgt.”

De dermatoloog vermoedt dat de zwarte inkt is samengeklonterd. Of zoals Rob het verwoordt. “Ik denk dat de tatoeëerder te veel inkt op een te kleine plek wilde proppen.” Van der Bent: “U heeft de black-out inkt gekregen, een variant met een hogere concentratie pigment. Vaak zie je dit probleem op plekken waar veel inkt is gebruikt. Hoeken, randjes, lijnen.”

Het spreekuur van Van der Bent. Beeld Dingena Mol

Rob heeft zes weken met een speciale zalf gesmeerd en ‘de korsten, bloemkolen en scheuren’ zijn weg. “Je schrikt wel op zo’n moment,” zegt Rob. “Dit is een risicootje, maar het andere risicootje: is jouw tatoeëerder wel een kunstenaar? Je kunt bijvoorbeeld een mooie uil in gedachten hebben, maar als hij daar dan een halve spreeuw van maakt, staat er wel een halve spreeuw op je arm. Dat is allemaal materie waarin je je moet verdiepen.”

Van der Bent: “Aan de meeste complicaties die we zien op de poli kan de tatoeëerder niks doen. Het is echt een vak hoor. Je moet hygiënisch werken, je moet een vaste hand hebben, creatief zijn en je ook nog eens aan alle andere regels houden.”

Hoewel tatoeages al zowat zo oud zijn als de mensheid zelf, zit Van der Bent nog met veel vragen. Er lopen dus ook verschillende onderzoeken op de poli. Zo wordt op kweekhuid gekeken welke van de rode pigmenten allergische reacties uitlokken. Ook wordt het verband tussen de auto-immuunziekte sarcoïdose en inkt bestudeerd.

Dan nog zijn er veel vragen: Hoe kan het dat zestig of zeventig procent van de allergieën op de onderarmen en -benen zit? “Wij denken dat zonlicht er iets mee te maken heeft. Dertig tot veertig procent van de mensen met een allergie zegt dat de klachten erger worden door zonlicht.”

Er bestaat ook zoiets als fluoriserende inkt. Van der Bent heeft weleens een patiënt gehad die daaraan, na blootstelling aan zonlicht, heftige jeukklachten kreeg. Nog een mysterie: de gemiddelde tijdspanne waarop een tatoeage gaat opspelen, is één jaar nadat die is gezet. Bij de een is het na een week, bij een ander pas na acht jaar. “Soms begint het probleem in een nieuwe tatoeage en gaan twintig jaar oude tatoeages meedoen.” Hoe kan dat? En wat is eraan te doen? Allemaal vragen die nog belangrijker worden nu zo veel mensen met een tatoeage rondlopen. Hoeveel het er precies zijn, is niet bekend. De laatste cijfers stammen uit 2014. Toen berekende VeiligheidNL dat anderhalf miljoen Nederlanders er een hebben – van wie zestig procent vrouwen.

Marissa Passchier bezoekt het spreekuur van Sebastiaan van der Bent. Beeld Dingena Mol

Tegenwoordig komt de tatoeage in vele verschijningsvormen en dienen ze veel meer doelen dan uitsluitend een esthetische, benadrukt Van der Bent. “Denk aan een radiologiemarkering, als mensen moeten worden bestraald. Maar je hebt ook patiënten die door een haaraandoening geen wenkbrauwen meer hebben, en die willen laten tatoeëren. Of dat er bij een borstreconstructie een tepel wordt getekend. Of om huidziekten en littekens te camoufleren.” En er zijn vele signalen dat de permanente make-up ook oprukt.

Dat dit heel vervelend kan aflopen zien we bij de volgende patiënt, een vrouw van in de vijftig met gitzwart haar en makkelijke laarsjes. Ze heeft voor een paar honderd euro lijntjes op haar onderste ooglid laten zetten, en ze hoopte daarmee voor altijd van het dagelijkse ritueel van het kohlpotlood verlost te zijn.

Lianne Bens bezoekt het spreekuur van Sebastiaan van der Bent. Rechts co-assistent Ellen die onderzoek doet naar de reaacties op de rode inkt. Beeld Dingena Mol

Nu heeft ze een vlek onder haar oog die op een blauwe plek lijkt, met alle associaties die daarmee gepaard gaan van dien. “Eigenlijk heb je dan een onderhuidse tatoeage,” zegt de arts. “De inkt zit te diep, komt in het vet en verspreidt zich dan. Wij noemen dat een blow-out.” De dermatoloog heeft goed en slecht nieuws voor zijn patiënt: het is te verhelpen met de laser, maar er zijn meerdere sessies voor nodig.

En hoogstwaarschijnlijk wordt het niet door de zorgverzekeraar vergoed, want het is een esthetisch en geen medisch probleem. De vrouw moet hier even van bijkomen: “Wow.”

Joekel van een kat

Het mooie, zegt Van der Bent, is dat de patiënten op de poli in één keer bij een specialist zitten. “Voorheen kwamen ze overal terecht: bij huisartsen, plastisch chirurgen, zelfs bij internisten.”

Iemand die met opspelende tatoeages het hele ziekenhuis heeft gezien is Marissa Passchier (31), een vrouw met een joekel van een kat op haar arm en circa twintig andere tatoeages, waarvan de eerste op haar achttiende werd gezet.

“Het begon op nieuwjaarsnacht. Ik kon niet meer slapen, alles deed zeer: mijn kleding, mijn dekens, alles wat ik aanraakte. Ik dacht nog even aan een heftige griep. Het was zo erg dat ik naar de spoedeisende hulp van een ander ziekenhuis ben gegaan. Vervolgens heb ik zo’n beetje alle afdelingen gezien: van dermatologie tot de maag-darm-leverafdeling en de longarts. Toen ik helemaal was onderzocht, zeiden ze: ‘We hebben geen idee, hier heb je zalf.’ Succes.”

Haar tatoeages waren opgezwollen. “Als een soort braille kon je ze voelen.” Pas in mei zat ze, nadat ze had moeten zeuren om een verwijzing, bij de tattoopoli.

“Tijdens mijn eerste bezoek ontdekte dokter Van der Bent dat ik een heftige ontsteking aan mijn ogen had. Daar liep ik blijkbaar al langer mee rond.” Tatoeage geassocieerde uveïtes, wist Van der Bent, die haar direct naar de oogarts stuurde.

Ze kreeg medicijnen die ook tegen reuma worden ingezet, medisch fotografie, zalf, en inmiddels na weken tot maanden slikken en nog altijd smeren is ze beter. Vandaag komt ze op controle en sluit ze het gesprek af met een vraag die hier, ondanks alles, toch nog met regelmaat voorbijkomt: “Mag ik er nog eentje?” 

Marissa Passchier heeft dankzij medicatie haar klachten onder controle. Beeld Dingena Mol
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden