PlusInterviews

In de oudste studentenflat van Amsterdam is het nooit rustig

Ze wonen met z’n achttienen op één gang, delen de wc en badkamer en hebben twaalf vierkante meter voor zichzelf. Het maakt de bewoners van de Weesperflat niet uit: zij houden van de levendigheid in de oudste studentenflat van de stad.

Michiel Bakkeren: ‘Als je met zo veel mensen woont, staan niet altijd alle neuzen dezelfde kant op.’Beeld Imke Koldijk

Michiel Bakkeren (27), student crimi­nologie aan de VU, woont op de zesde ­verdieping.

“De Weesperflat heeft een reputatie, dat het een teringbende is, klein en smerig, maar dat vind ik eigenlijk wel meevallen.” Bakkeren is een sportman. Nou ja, afgelopen twee weken even niet, zegt hij, maar in tijden dat hij veel in de gym te vinden is, eet hij zes maaltijden per dag en kookt hij veel. “We hebben nog niet zo lang een nieuwe keuken, dus nu is het hier best luxe. We hebben inductiekookplaten en zelfs een vaatwasser.”

Hij is een veteraan in deze eenheid, helemaal als je bedenkt dat hij hiervoor ook al een paar jaar op Uilenstede woonde. Hij weet inmiddels als geen ander hoe het is om in een studentenflat te wonen. “Ik ben sociaal en hou van veel mensen om me heen.” Hij verruilde Amstelveen in 2018 voor het centrum van Amsterdam, omdat hij meer mee wilde krijgen van de stad. “Op Uilenstede woonden in mijn ogen toch wat saaiere mensen, roeiers en zo. Hier zijn ze wat meer outgoing.”

Een vaatwasser is leuk, maar de mensen maken het wonen in de flat. En ja, er zijn heus ook weleens strubbelingen. Over schoonmaken, of over de huisrekening, waar de boodschappen van worden betaald. “Het botst soms, maar dat hoort er ook bij. Als je met zo veel mensen woont, staan niet altijd alle neuzen dezelfde kant op.” Zoiets wordt onderling uitgepraat, of besproken tijdens een huismeeting. “Je leert hier wel dealen met mensen.”

Abe Iping: ‘Eerst woonden hier te veel jongens bij elkaar, die zijn vaak vies.’Beeld Imke Koldijk

Abe Iping (23), student muziek en ­technologie aan de HKU, woont op de zesde verdieping.

Omdat Abe zelf niet kon, gingen anderen voor hem kijken toen hij in aanmerking kwam voor een kamer. “Na de bezichtiging zeiden ze: ‘Als je heel erg op hygiëne zit, moet je misschien wel twee keer nadenken.’ Maar ik wilde zo graag een plek voor mezelf, ik nam het voor lief.” Dat heeft hij geweten. “Het was hier met vlagen zo verschrikkelijk vies. De afwas hoopte zich op, fruitvliegjes overal, muizen. Ik wilde hier eigenlijk niet meer zijn. Er woonden te veel jongens bij elkaar. Die zijn vaak vies, ik zeg het maar gewoon.” Nu is de verhouding jongens-meisjes min of meer gelijk. “De dynamiek is beter en het schoonmaakschema werkt eindelijk.”

Maar de troep is slechts één kant van wonen in de studentenflat. “Dat eerste jaar hier was ik echt high on life. Het was een nieuwe start, ik ontmoette voortdurend nieuwe mensen, het was zo gezellig.” De nieuwigheid is er na drieën­half jaar wel af, maar naar zijn zin heeft Iping het nog steeds. “Het is lekker dat er altijd mensen zijn tegen wie je even hoi kunt zeggen.”

Vanuit zijn kamer is hij Radio Weesper begonnen. “In mijn vrije tijd ben ik dj, maar door de quarantaine kon ik nergens meer draaien. Nu nodig ik dj’s hier uit om een liveset te komen doen. Via een livestream kunnen mensen meekijken. Als het coronavirus eindelijk een keer voorbij is, hoop ik met Radio Weesper en De Doos, het café van de flat, evenementen en feestjes te kunnen organiseren.”

Martin van Wijk: ‘Het gebouw is een icoon, daarom was het fantastisch om er te wonen.’Beeld Imke Koldijk

Martin van Wijk (29), student architectuurgeschiedenis aan de UvA, woonde tot voor kort op de zesde verdieping.

Van Wijk heeft de flat half augustus verruild voor een gedeelde woning in de ­Lindenstraat. “Meer ruimte, en het is er rustiger. Daar had ik na vier jaar Weesperflat wel behoefte aan. Het is er altijd druk en het is een rumoerig gebouw. Er wordt ’s nachts muziek gedraaid of er staan mensen te schreeuwen. Het was tijd om te gaan.”

Al voor maart begon hij zijn huizenzoektocht, maar toen het coronavirus uitbrak vertrok de helft van de bewoners van zijn gang naar ouders of thuisland. De laatste maanden in de flat werden daardoor uiteindelijk zijn leukste. “Met de helft die achterbleef, werden we in thuisquarantaine een soort gezinnetje. Normaal gesproken heeft iedereen het altijd druk met vrienden zien en tweehonderd­duizend andere dingen. Toen dat wegviel, deden we opeens alles samen. Koken, eten, risken, zwemmen. We hielden een Call of Duty-weekend in de woonkamer.”

De Weesperflat is een van de favoriete Amsterdamse gebouwen van de in Katwijk aan Zee opgegroeide architectuurgeschiedenisstudent. “Het is echt een icoon. Ook om die reden was het fantastisch om hier te wonen.” De flat is gebouwd vanuit een gemeenschapsgedachte, iets wat hij vooral terugziet in de mix van bewoners. “Wie hier komt wonen wordt willekeurig geplaatst, dus je leert samenwonen met mensen op wie je misschien niet zou afstappen. Ook leerde ik veel studenten uit het buitenland kennen. Iemand uit Hongkong bijvoorbeeld, die nu een van mijn beste vrienden is.”

Sjaan van der Tol: ­­‘Als iedereen tentamens heeft, werkt samen studeren goed.’Beeld Imke Koldijk

Sjaan van der Tol (23), student sociale geografie aan de UvA, woont op de zesde verdieping.

Van der Tol twijfelde lang of ze in de flat moest gaan wonen. Achttien mensen op een verdieping: heb je daar zin in? “Ik dacht: ik blijf er een jaartje wonen, maar inmiddels zijn het er bijna drie.”

Haar vader woonde er ook in zijn studententijd en was altijd enthousiast over de flat. Hij woonde op de eerste verdieping, zij woont op de zesde. “De sfeer is volgens mij hetzelfde, maar de gemeenschappelijke eetplek voor de hele flat bestaat niet meer. Ik denk dat we nu meer gericht zijn op de eigen gang. Ik ken bijvoorbeeld niet veel mensen die op andere verdiepingen wonen.”

Ze heeft inmiddels ongeveer veertig huisgenoten gehad. Het plafond is lila geschilderd en het woord ‘Milka’ staat erop. “Geen idee waarom, het is van voor mijn tijd.” De oude, versleten houten bank op het grote gezamenlijke balkon is misschien wel de beste plek van de verdieping. Regelmatig zit Van der Tol met een groepje in dezelfde ruimte te studeren, laptop op tafel. Ze heeft geen bureau op haar kamer en tijdens de lockdown was er op de universiteit beperkt plek. “Soms kan ik me hier moeilijk concentreren, maar als iedereen tentamens heeft, werkt het juist goed.”

Haar vader vraagt weleens of het niet eens tijd wordt voor een andere woning. “Maar ik kan de Weesperflat toch nog niet helemaal loslaten, merk ik. Het is nooit saai. Daarom ben ik hier nog, denk ik.”

Tamar Aarsen: ­­‘Een maand van tevoren begonnen we met polsbandjes en bier bestellen.’Beeld Imke Koldijk

Tamar Aarsen (23), student Engelse taal en cultuur aan de UvA, woont op de derde verdieping.

“Ik had verhalen gehoord van elke week feesten, koelkasten die naar beneden werden gegooid en bezoekjes van de ME, maar dat valt wel mee, hoor. Zo wild is het niet,” zegt Aarsen, die ruim twee jaar geleden in de flat kwam wonen. Ze organiseerden met de gang weleens feestjes in de woonkamer, maar uit de hand liep dat niet. “Een maand van tevoren begonnen we met plannen, bier en polsbandjes bestellen, een thema bedenken. Best professioneel eigenlijk. Er heeft wel eens tweehonderd man binnen gestaan. En dan een weekend lang schoonmaken.”

Sinds de uitbraak van corona kan dit soort dingen niet meer, maar de gezelligheid is gebleven. “Ik vond het fijn om in deze tijd met zo veel mensen te wonen. In mijn eentje wonen lijkt me nu eenzaam. Zestien huisgenoten lijkt veel, maar ik denk dat we hier meestal met maar zes man tegelijk zijn. Volgens mij heb ik zelfs nog nooit op de douche hoeven wachten.”

Vaak studeert Aarsen op de universiteit, maar door de coronamaatregelen was die soms vol. “Dan werd de woonkamer een soort kantoor.” Hoe de studenten dat de komende tijd gaan doen, weten ze nog niet. “Ik ben best benieuwd hoe dat zal zijn, nu we toch weer meer thuis zullen werken met z’n allen. We hebben wel afspraken over wat we moeten doen als iemand ziek wordt, maar dit bespreken we binnenkort tijdens de huisvergadering.”

Rens Groot: ­­‘Als we feesten gaan we los, maar we studeren ook veel en zijn netjes.’Beeld Imke Koldijk

Rens Groot (30), afgestudeerd in aardwetenschappen aan de VU, woont op de derde verdieping.

“Ik kom van het platteland, uit een gehucht waar meer koeien wonen dan mensen. Er is niet eens een supermarkt,” zegt Groot. Hij heeft het over Starnmeer, onder Alkmaar. Voordat hij zijn intrek nam in de studentenflat woonde hij er ook samen, maar toen de verkering stukliep ging het roer om. “Ik wilde een soort tweede jeugd, het studentenleven mee­maken, met veel huisgenoten. Dus koos ik voor de Weesperflat.” Er was reuring, het lag centraal, het was studentikoos en het was een beetje een rommeltje. “Ik voelde me meteen thuis.”

Het is een hecht huis. Gang 15 heeft een eigen lied, de bewoners eten vaak samen en een keer per jaar gaan ze een weekend weg. En er wordt gefeest. “In mijn eerste jaar wel meer dan nu. Elke week was er wel een feest, of meerdere. Dan moest je echt kiezen. Voor vijf euro onbeperkt bier: ik ging bijna niet meer uit buiten de flat. Later werd het minder en tijdens corona was er bijna niets meer.”

Inmiddels heeft Rens zijn studie aardwetenschappen afgerond en is hij begonnen met een fulltimebaan. Nog een halfjaar mag hij als afgestudeerde in de Weesperflat blijven wonen, daarna moet hij op zoek naar iets anders. Haast om weg te gaan heeft hij niet. “Ik slaap tegen de woonkamer aan, maar als er doordeweeks een feestje is, slaap ik er vaak doorheen. Deze gang is trouwens best burgerlijk, hoor. Als we feesten, gaan we los, maar we studeren ook veel en zijn netjes. Niet zoals de gangen waar zelfs de schoonmakers niet meer willen komen.”

Beeld Jakob van Vliet

De Weesper

Ruim vijftig jaar bestaat de zeven verdiepingen tellende flat aan het begin van de Weesperstraat, de oudste studentenflat van de stad, berucht geworden vanwege de grote feesten. In het pand is plek voor 250 studenten en elke verdieping bestaat uit twee gangen met kamers.

De douches, wc’s en keuken worden gedeeld. ‘De Weesper’ was het eerste grote ­project van architect Herman Hertzberger, destijds begin dertig en net afgestudeerd aan de Technische Hogeschool in Delft. “Als architect moet je altijd iets ontwerpen waar je zelf in zou willen wonen,” zei hij een paar jaar geleden in een interview met Het Parool. In 1968 won hij de Architectuurprijs Amsterdam voor de Weesperflat.

Fotoproject

Fotograaf Imke Koldijk (36) verhuisde op haar achttiende van ­Limburg naar ­Amsterdam voor de studie media en cultuur en vond een kamer in de Weesperflat. Ze herinnert zich het gevoel van nieuw zijn in de stad, douchen alsof je op de camping staat, en de zwervers in het trappenhuis. Jaren nadat ze er was vertrokken keerde ze terug met haar camera om bewoners te fotograferen. “Elke kamer is identiek, twaalf vierkante meter, met de deur links of rechts, dus fotografisch vond ik het interessant om ze allemaal vanuit dezelfde hoek te fotograferen. Tegelijk zie je zo goed hoe iedereen van diezelfde ruimte toch iets persoonlijks maakt.” De hele Weesperflatserie is te zien op www.imkekoldijk.com

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden