Roos Schlikker Beeld OOF VERSCHUREN

Ik woon graag in het hoofd van mijn jongste

Plus Roos Schlikker

“Wil jij liever doodgaan doordat je verbrandt of bevriest?”

Het is fris op het fietspad langs het IJ. Ik ploeter door vlaagwinden, maar de hersenkrakers van mijn jongste voorop houden me warm. Ik hoef geen antwoord te geven, de volgende kwestie dienst zich alweer aan.

“Waarom zijn vissen bang voor mensen?” Een halve minuut later een nieuw onderwerp: “Zeg, zullen we straks giecheltje spelen?”

“Bedoel je galgje?”

“Dat zeg ik.”

Deze tochten kunnen me niet lang genoeg duren, dus rijd ik niet al te hard. Ik woon graag in zijn hoofd. Dat hoofd dat constant vragen stelt. Dat hoofd dat met de grootste cruijffiaanse stelligheid nogal bijzondere beweringen doet. “Ik weet alles van mijn vriend Oscar. Ik ken hem uit mijn broekzak.”

“Als. Je kent hem als je broekzak.”

“Nee natuurlijk niet. Het is uit mijn broekzak. Want ik ken hem zo goed dat het is alsof hij in mijn broekzak zit en als ik hem iets wil vragen, haal ik hem eruit. Logisch.”

Dat hoofd dat nog in wonderen gelooft. “Wist jij dat je je telefoon kunt opladen zonder stekker? Je hebt ijzerdraad nodig, met drie sinaasappels. En dan heb je elektriciteit. Dus ik snap niet dat niet alle fabrieken gewoon heel veel sinaasappels kopen, want dan heb je ook geen vervuiling meer. Simpel.”

Ik pruttel wat tegen, maar halverwege mijn zin verzucht hij opeens. “Hé mam… ik wou dat het geen oud en nieuw werd.”

“Hoezo? We zitten bij opa met een heleboel vrienden, en er zijn oliebollen, en we gaan marshmallows roosteren. Je bent gek op oud en nieuw.”

“Precies. Ik wil niet dat het voorbij is. Dus dan kan het maar beter niet komen.”

We wachten bij het zebrapad. Tussen zijn wenkbrauwen loopt een blauw adertje. Ik wil hem uitleggen dat hij het niet zo hoeft te zien. Dat een leven met de gedachte aan de dingen die voorbijgaan best een beetje treurig is. In plaats daarvan vertel ik dat hij het jaar daarop gewoon weer een oud en nieuw heeft om zich op te verheugen. “Maar dat duurt nog heel lang.”

“Valt mee hoor,” zeg ik, in de wetenschap dat de tijd onbarmhartig snel voorbij zal gaan. Dat dat al erg genoeg is. Vooruitgesnelde weemoed kunnen we er als mensheid helemaal niet bij gebruiken.

De Shelltoren heeft een kroon van oranje licht. Ik snuffel in z’n nek. Straks leg ik zijn kleren klaar. Met iets extra’s. Zodat hij een briefje bij zich heeft als het vuurwerk knalt. Een briefje waarop ik zal schrijven: ‘Geniet nu, jochie.’ En daaraan toegevoegd een tekst die ik laatst las, niet van Cruijff, al had hij het beslist gezegd kunnen hebben. ‘Uitstellen kan altijd nog.’

Ik hoop dat hij het meeneemt. En het de komende 365 dagen geregeld tevoorschijn zal halen. Uit zijn broekzak.

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken. Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Reageren? r.schlikker@parool.nl 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden