de klas in, PS van de week 21 mei Beeld Inge Duiker
de klas in, PS van de week 21 meiBeeld Inge Duiker

‘Ik vond de methode eigenlijk meer iets voor jongere kinderen’

PlusDe klas in

Jocelyn Vreugdenhil volgt leerkrachten van basisscholen in Amsterdam. Deze week: groep 5, Centrum.

Jocelyn Vreugdenhil

Het was ’s nachts waneer ik
zoals gewoonlijk lag te slapen.
Ik werd uit het niets wakker
, en mijn kat lag naast me. En
me kat lag naast me. En ik keek
haar aan en ik schrok erg Toen
kon ik de rest van de nacht
niet meer slapen.

Een greep uit de oogst van de Taalronde in groep 5. Het ging wat moeizamer dan de juf had verwacht. “We zijn er in totaal drie dagen mee bezig geweest.”

Het thema luidde: winnen of verliezen met spelletjes of sporten. Hoe en wat, dat mochten de kinderen zelf invullen. “Meer dan de helft van de verhalen heeft uiteindelijk niets met het thema te maken.”

De Taalronde – een leermethode die draait om luisteren, spreken, schrijven en lezen, waarbij het plezier van ervaringen uitwisselen centraal staat – begon in de kring. Om de beurt mochten de kinderen een verhaal vertellen: iets wat ze hadden meegemaakt en met het thema te maken had. De klasgenoten en juf stelden daarna vragen om het verhaal rijker te maken.

Het gaat bij deze methode om associëren. Door na het verhaal van een leerling de andere kinderen door te laten te vragen of zelf iets te laten vertellen, komen de ideeën vanzelf.

Na de kringgesprekken gingen de kinderen in tweetallen verder om de verhalen uit te diepen. De bedoeling was dat er nog meer vragen werden gesteld. Zoals: waar was je, met wie was je, hoe voelde je je?

Vervolgens las elke leerling het aan­gepaste verhaal nog een keer voor in de kring en volgde de tweede feedbackronde. Ziet iedereen het voor zich als het verhaal verteld wordt? Loopt de tekst lekker? Zijn de zinnen mooi? Kloppen de woorden die worden gebruikt?

Als het verhaal af was, werd er een tekening bij gemaakt. Al komt het regelmatig voor dat die totaal niets te maken heeft met de tekst. “Dan gaat het over een kat en tekenen ze een vogel.”

De output na drie dagen hard werken is uiteenlopend. Het ene kind komt niet verder dan vier zinnen, terwijl de ander een A4’tje volschrijft. En vaak hebben de kinderen bij de eindpresentatie zelf helemaal niet in de gaten dat de teksten niet over het thema gaan.

“Ik vond de methode eigenlijk meer iets voor jongere kinderen, maar ze hadden er best moeite mee. Het meest verbaasd was ik over een verhaal van een jongetje over de crèche.”

Toen hij het tijdens de tweede feed­back­ronde voorlas, dacht de juf al: hé, dit heeft hij eerst niet verteld. “Hij had gewoon zin om een verhaal over een pipi te vertellen en daar dan drie dagen aan te werken. Daarbij is de tekening ook nog eens zeer gedetailleerd.”

Ik was op de crèche met Donnie
Er zat een gat in zijn onderbroek hij ging naar de
WC ik ging altijd mee. De juf keek ons aan
van niet alweer hè. Hij stak zijn pipi er-
uit en ik keek ernaar.

Jocelyn Vreugdenhil volgt leerkrachten van basisscholen in Amsterdam. Lees hier al haar verhalen terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden