PlusAchtergrond

‘Ik ga Leidse!’ Is het erg dat jongeren steeds minder lidwoorden gebruiken?

null Beeld Getty Images
Beeld Getty Images

Veel jongeren gebruiken nauwelijks of geen lidwoorden. Ze zeggen bijvoorbeeld: ‘Ik ga met ov’ in plaats van ‘Ik ga met het ov’. Hoe komt dat en is dat erg? ‘Tegen mijn ouders of volwassenen praat ik wel fatsoenlijk Nederlands.’

Jasmijn Huisman

“Maar juffrouw, het gaat toch om de boodschap?” schalt het door het klaslokaal. Het zonlicht schittert door de ramen. “Mijn kinderen gaan gewoon niet hoeven praten!” reageert Angelo (15). Het is donderdagmiddag en klas 3dA van de Open Schoolgemeenschap Bijlmer discussieert stevig over taalgebruik. Aan bod komt onder meer het gebruik van lidwoorden.

Preston (15): “Tegen mijn broer of vrienden zeg ik ‘Ik ga Leidse’, maar tegen mijn ouders zeg ik wel ‘Ik ga naar het Leidseplein’. Tegen mijn ouders of volwassenen praat ik wel fatsoenlijk Nederlands.”

Chivano (15): “Maar soms klinken andere woorden gewoon fijner en draaien we die woorden om.”

Debbie Rokette (52), docent Nederlands, fronst lichtjes. “Maar het gaat er ook om dat je woorden goed gebruikt, toch?”

Angelo (15): “Maar juffrouw, het komt hetzelfde over. Ik vind dat je gewoon kunt doorgaan met het gesprek en niet moet stoppen om elkaar te corrigeren. Als iemand mij corrigeert, ga ik er tien minuten over nadenken. Dan denk ik: ben ik echt zo dom?”

Docent Rokette vraagt: “Welke invloeden zorgen ervoor dat een taal verandert? Wat denken jullie dat invloed heeft op de manier waarop taal evolueert?”

Alpha (15) steekt zijn vinger op. “De grootste reden zijn de nieuwe Nederlanders. Zij zeggen nieuwe dingen en anderen pikken dat op. Mensen die naar Nederland zijn gekomen, krijgen kinderen en zij pakken de mistakes die hun ouders maken op. Die ouders zeggen er vervolgens niets van en zo gaat dat eigenlijk steeds door.”

Wie is de baas van taal?

Desgevraagd zegt Caitlin Meyer, taalwetenschapper aan de Universiteit van Amsterdam, dat taal wordt beïnvloed door de mate van herhaling van bepaalde constructies. “Hoe vaak hoor je iets? Dat is een belangrijk gegeven. Taal is als een virus: je krijgt het van een ander en je geeft het door aan een ander. Het is besmettelijk en het muteert als het in aanraking komt met verschillende mensen. En als taal verandert komen er vaak ook nieuwe woorden of gebruiken voor in de plaats.”

“Wat ik daarvan vind? De taak van de taaldeskundige is niet om iets van die verandering te vinden, we proberen alleen die veranderingen te begrijpen en te voorspellen wat we in de toekomst gaan zien. We zouden ooit best zonder het lidwoord ‘het’ kunnen, het Engels werkt ook goed zonder het lidwoord ‘het’. De vraag is wanneer een verandering goed is en wie de baas is van taal. Dat zijn we uiteindelijk met z’n allen, maar de vraag is wat een verandering blijft en wat tijdelijk is. Dat weten we nu nog niet.”

Sneller en effectiever

Volgens Preston (15) komt het snelle taalgebruik onder jongeren ook doordat die tegenwoordig minder boeken lezen. “Want hoe minder je leest, hoe meer straattaal je gebruikt in je zinnen en dan wordt alles gemixt.”

Docent Rokette knikt. “Dat vind ik een heel goede, Preston. In hoeverre lezen jullie bijvoorbeeld artikelen op internet? Wat heb jij vandaag gelezen, Jay?”

Jay (15) kijkt op: “Snapchat.” Een lachsalvo klinkt.

Ook klas 4dB en 4dD praten honderduit over het taalgebruik van jongeren. De woorden ‘sneller’ en ‘effectiever’ vallen. Presenti (16, 4dB): “Elke seconde telt, juffrouw!”

Jair (16, 4dB): “Ik vind het niet erg dat je, als je met je vrienden praat, lidwoorden weglaat. Maar misschien wel als je iets officieels moet doen.”

Nouamy (16, 4dD): “Het is gewoon sneller als je de en het weglaat. We praten ook steeds meer zoals we typen. Je neemt dat snel over.”

Nikolas (16, 4dD): “Sommige woorden vind ik ook gewoon raar. Zoals osso. Wat is het verschil met huis? Het heeft dezelfde hoeveelheid letters.”

Minder naar de kinderopvang

Ook Wouter Koster, docent Nederlands op het Spinoza Lyceum, hoort snel en bondig taalgebruik bij zijn leerlingen. “Het is opvallend dat niet alleen het lidwoord verdwijnt, maar ook bepaalde voorzetsels. ‘Ik ga naar huis’ wordt ‘ik ga osso’. Het wordt steeds efficiënter en doelmatiger en ik denk dat je daarin heel erg de link ziet met de online communicatie van leerlingen via Snapchat of Whatsapp.”

Volgens Koster ligt dit niet aan een gebrek aan kennis, maar kiezen jongeren er bewust voor. “Ik zie wel dat ze het beheersen in schrijftaal.”

Bij het Hervormd Lyceum in Nieuw-West ziet docent Nederlands Elsbeth Bronswijk dat dit snelle taalgebruik ook te maken kan hebben met een taalachterstand. “Ik denk dat het bij onze school wel anders is dan bij het Spinoza Lyceum of bij de Open Schoolgemeenschap Bijlmer, met name omdat deze scholen iets gemengder zijn. Wij hebben vooral leerlingen met een Marokkaanse of Turkse achtergrond en bij onze leerlingen wordt thuis ook veel Marokkaans of Turks gepraat. Maar het heeft er ook mee te maken dat kinderen lidwoorden rond hun vierde levensjaar aanleren en dat onze leerlingen vroeger minder naar de kinderopvang zijn gegaan.”

Saai en voorspelbaar

In 1987 verscheen het boek Turbotaal van journalist en schrijver Jan Kuitenbrouwer. Hierin beschreef Kuitenbrouwer een soortgelijke ontwikkeling, waarin hij snel en hip taalgebruik onder jongeren in de jaren tachtig samenvatte. “De neiging tot verkorting is in taal altijd aanwezig, maar in jongerentalen helemaal. Dat is natuurlijk door sms en Whatsapp versterkt, waardoor je een soort kruisbestuiving krijgt tussen Whatsapp en gesproken taal. Jongeren zijn daarnaast ook veel meer geneigd om te spelen met taal. Het sociale aspect ervan is dat jongeren altijd onder elkaar willen zijn en de taal heeft daar een rol in. Taal is cultuur!”

Kuitenbrouwer ziet de hedendaagse communicatie van jongeren ook als een uitdaging van de status quo. “Jongeren knutselen echt met taal en daardoor staan conventies ter discussie. Als je alleen maar doet met taal wat ‘mag’, spreekt iedereen hetzelfde en is taal saai en voorspelbaar. Eigenlijk ben je bezig de regels te hacken. Er zijn componenten die op een bepaalde manier zijn ontworpen, maar daar kun je ook iets anders mee doen. De jongeren gaan een beetje mixen en matchen.”

Voor een negatieve invloed op de Nederlandse taal is Kuitenbrouwer in ieder geval niet bang. “Het is gewoon leuk om dingen te verzinnen die in theorie niet kloppen, maar toch werken. Dat is creativiteit, in feite.”

Zwakke klanken

Ook Marc van Oostendorp, senior onderzoeker van het Meertens Instituut en taaldeskundige, lijkt niet rouwig om de verandering van taalgebruik. Sterker nog: er is volgens hem geen enkele taal te vinden die niet aan het veranderen is. “Het hoort ook gewoon bij taal. Mijn vrouw staat hier naast me en is Italiaanse. Zij zegt: de enige talen die niet veranderen zijn dode talen!”

Van Oostendorp: “Er wordt altijd wel wat geknabbeld aan lidwoorden, dat gebeurt in talen. Kleine woordjes hebben vaak de neiging om gaandeweg af te slijten, nog kleiner te worden en dan te verdwijnen. Zeker in spreektaal gaat dat sneller, omdat ‘de’ en ‘het’ heel zwakke klanken zijn die je makkelijk weglaat. Maar dit soort woordjes kunnen altijd in andere vormen weer terugkomen.”

Het lesuur van 3dA is bijna voorbij en langzaam worden de schooltassen ingepakt en de jassen aangetrokken. De laatste discussies doven uit. Jair zegt nog: “Ik vind het niet supererg dat taal verandert. We spreken ook geen Oudnederlands meer, toch?”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden