PlusAchtergrond

Iconische spijkerbroekenzaak Werkmanspaleis stopt na 72 jaar: ‘Ik kwam vanuit Limburg om er een Levi’s 501 te kopen’

Generaties Amsterdammers kochten hun spijkerbroeken bij Het Werkmanspaleis. Het familiebedrijf sluit op 31 oktober na 72 jaar de deuren. De schade van de coronacrisis was te groot.

Marloes de Moor
Eigenaar Hein de Wit (r) en medewerker Alex Djordevic in Het Werkmanspaleis op de Nieuwendijk dat per 31 oktober de deuren sluit. ‘Zuur is het niet, jammer is het wel.’ Beeld Dingena Mol
Eigenaar Hein de Wit (r) en medewerker Alex Djordevic in Het Werkmanspaleis op de Nieuwendijk dat per 31 oktober de deuren sluit. ‘Zuur is het niet, jammer is het wel.’Beeld Dingena Mol

‘Modezaak’ noemen mensen het soms. Dan trekt Hein de Wit (45), eigenaar van Het Werkmanspaleis aan de Nieuwendijk, een beetje een moeilijk gezicht. “Mode? Dat is voor ons wel een dingetje. Wij zijn tijdloos, waaien niet met alle winden mee. Geen modezaak dus, maar gewoon een klerenwinkel.”

Een winkel waar klanten soms plompverloren hun broek op hun enkels laten zakken om een nieuwe te passen. Waar zestigers en zeventigers als tiener hun eerste Levi’s kochten en dat nu nog steeds doen, zij het een paar taillematen groter. Waar mannen geregeld op de deurmat blijven staan en, alsof ze een brood komen halen, meedelen: ‘Ik moet een broek hebben.’ Geduldig leidt De Wit ze dan langs de rekken met denim, wijst ze op de verschillende kleuren en modellen, de juiste maat. Het Werkmanspaleis op de hoek Nieuwendijk en Martelaarsgracht is al 72 jaar een begrip in Amsterdam. Generaties mannen en vrouwen kopen er hun kleding.

Rond half tien stapt de eerste klant al binnen: “Ik zoek een zwarte broek.” De Wit helpt de man zoals hij elke dag doet. Niets in hem onthult dat hij bezig is aan de laatste dagen van bijna een leven lang tussen overhemden op houten knaapjes, stapels denim, klossen garen en stampende naaimachines. Hij toont verschillende modellen, maar vindt dit keer niet de juiste maat. “99 van de 100 keer heb ik die, maar nu niet. We bestellen niks meer bij en maken de voorraden op,” verzucht hij.

Armoedekleding

Op 31 oktober sluit De Wit voorgoed de deuren van Het Werkmanspaleis. “Het is zonde van ons familiebedrijf. Toch heb ik in februari al besloten te stoppen. Het was de verstandigste keuze. Tot 2019 waren wij een gezond bedrijf, maar twee jaar coronacrisis gaf ons de nekslag. Tel daarbij een nieuw huurcontract met een hogere huurprijs, de druk van grote leveranciers en de slechte toegankelijkheid vanwege de bouwwerkzaamheden in de stad. We waren uiteindelijk waarschijnlijk failliet gegaan. Dat zijn we liever voor. Maar jammer is het wel.”

Jammer. Dat woord gebruikt ook Arie van den Berg (64), die in 1978 zijn eerste Levi’s 501 bij Het Werkmanspaleis kocht. Hij reisde er per trein voor vanuit het Limburgse Weert naar Amsterdam. “Op mijn zestiende had ik al een Lois van mijn moeder gekregen, maar een Levi’s 501 was het voor mij helemaal. Die hadden ze bij Het Werkmanspaleis. In sommige winkels werden jeans destijds nog onder de toonbank verkocht. Die wilden ze niet etaleren, want het was werkkleding. Armoedekleding noemde mijn moeder het.”

Van den Berg bleef altijd spijkerbroeken dragen en kocht die vaak bij Het Werkmanspaleis. “Ik ben een denimfanaat. Hoewel ik inmiddels in Rotterdam woon en daardoor niet meer zo vaak in de winkel kwam, vind ik het zonde dat zo’n icoon verdwijnt. Het was een van de eerste kledingzaken die spijkerbroeken verkocht. Ze zijn daar de Amerikaanse oermerken als Levi’s, Lois, Lee en Carhartt altijd trouw gebleven.”

Hein de Wit mag dan wars zijn van modetrends, daar dacht Willem Kuyper, de broer van zijn oma en oprichter van Het Werkmanspaleis, in 1950 anders over. Hij importeerde (leger)kleding uit Amerika, omdat hij al vroeg in de gaten kreeg dat die in de mode raakte. Dumpwinkels als het Dumppaleis en de U.S. Army Shop, versierd met Amerikaanse vlaggen en reclameborden, kwamen in de jaren vijftig op. De geallieerden hadden deze Amerikaanse mode naar Europa gebracht. Groene werkbroeken, pilotenjacks met schapenvacht, camouflagejassen, cowboybroeken, chino-kaki-shorts, joppers, wollen sportcolberts, kaki drilloverhemden, sportkostuums, trenchcoats. Het Werkmanspaleis was er koploper in.

Niet alleen in kleding voor heren, ook voor dames. Marine-marvabroeken voor vrouwen waren in die tijd revolutionair. ‘In verband met de verwachte drukte verzoeken wij U beleefd in de ochtenduren te komen’, vermeldt Het Werkmanspaleis in 1951 in een advertentie in Het Parool. Klanten stonden rijen dik voor de deur om zich te kunnen kleden als Humphrey Bogart, Marlon Brando, James Dean of Kirk Douglas en zo de blits te maken.

Op het logo prijkte destijds weliswaar een stoere vent in overall en pikhouweel in de hand, maar de arbeider was volgens De Wit niet per se de doelgroep. “Werkkleding was toen populair als stijl, maar bedoeld voor de vrije tijd en niet om écht in te werken.”

Sokken tellen

Sinds twintig jaar runt De Wit de zaak samen met zijn neef Ron Draaijer, nadat zijn ooms Cor en Wim Draaijer er eerder een paar decennia de scepter hadden gezwaaid. “Mijn moeder – haar meisjesnaam was Draaijer – was een zus van hen. Ik kwam hier al als jochie van zeven. Dan mocht ik helpen met de sokken tellen. Op mijn twaalfde hielp ik op zaterdag in de winkel. We woonden in Zandvoort, maar ik was vaak op de Nieuwendijk. Dat vond ik gezellig.”

Het Werkmanspaleis was lange tijd een zogeheten ‘blauwe winkel’, met voornamelijk spijkerbroeken. “Later zijn we ook steeds meer bovenkleding en accessoires zoals hoedjes, petten, mutsen en sjaals gaan verkopen. Voor de jongere doelgroep kwamen er merken als Brixton, Dickies en Petrol Industries bij. Onze oudere klanten, die soms al meer dan vijftig jaar komen, zweren bij de merken die we al vanaf het begin hebben.”

Rob Huijzer (73) uit Haarlem bijvoorbeeld. “Ik was een jaar of vijftien en zat op de Grafische School in Amsterdam. Daar wisten ze de goede adresjes wel. Mijn eerste aankoop bij Het Werkmanspaleis was een rechthoekig groen-rood brilletje. Dat was in. Bands als The Birds en The Who droegen die brillen. Later kocht ik er spijkerbroeken en ribfluwelen manchesterbroeken met wijde pijpen. Die waren geïnspireerd op arbeiders uit Manchester.”

Huijzer is er altijd zijn kleren blijven kopen. “In september was ik er nog voor twee broeken. Altijd Lee of Levi’s. De lengtemaat 36 is voor mij iets te lang. Die maken ze in een uurtje korter. Vaak drink ik een biertje bij café Karpershoek tot de broek klaar is. En vijftig jaar lang kreeg ik vervolgens het advies ‘wel binnenstebuiten wassen.’”

De Wit heeft net nog een broek ingekort. “Het is een gratis service. We zijn met vier man en iedereen kan het. Het hoort bij het vak, want dat is dit. Het gaat niet alleen om verkopen; je helpt klanten bij hun aankoop, kijkt wat bij hen past. Nooit zullen we iets verkopen wat ze eigenlijk niet staat.”

Alex Djordjevic (35) die sinds vierenhalf jaar bij Het Werkmanspaleis werkt, beheerst dat tot in de puntjes. “Als ik een vaste klant zie binnenkomen, weet ik vaak al wat hij wil hebben. Ik hou van dit vak en wil weer iets in de kledingbranche doen, maar wel in het hogere segment. Geen toonbankwerk, maar klanten helpen.”

Zorgvuldig vouwt De Wit een kabeltrui op, zoals de generaties voor hem dat al deden. “Het is niet mijn hobby, hoor. We hebben bijna alle kleding uithangen in rekken. Als je elke keer alles opnieuw moet opvouwen, krijg je een kort lontje.” Lachend: “Ik zeg maar zo: de klant is koning, maar wij zijn keizer.”

‘Koning’ heeft Huijzer zich er altijd gevoeld. “Het is jammer dat ze stoppen. Ik zal ze missen; de kwaliteit, de Amsterdamse sfeer en humor. Nu moet ik op zoek iets anders.”

De Wit heeft nog geen idee wat hij gaat doen als hij zijn ‘paleis’ straks leeggeruimd achterlaat. “Eerst maar eens alles laten bezinken. Het is een weloverwogen keuze waarop we al een tijd voorbereid waren. Daarom is het geen zuur afscheid, maar het sleutelwoord blijft toch: Jammer.”

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden