PlusAchtergrond

Hup, naar buiten jullie! Hoe krijg je mieren het huis uit als ze de suikerpot hebben ontdekt?

Ze zitten op de snijplank, in de la met broodbeleg en bij de vuilnisbak. Het is weer zomer en dat betekent mieren op bezoek. Wat doet zo’n mier eigenlijk en hoe werk je hem het huis uit?

null Beeld Shutterstock
Beeld Shutterstock

Mocht u zich kapot ergeren aan de mieren die in een lange optocht richting uw aanrecht marcheren, bedenk dan dat deze mieren veel liever in een rozenstruik een bladluis zitten te melken. Er gaat voor een mier niets, maar dan ook niets boven bladluizen. Dat zit zo: de bladluis zuigt suikerrijk sap uit planten, haalt de eiwitten eruit en scheidt suiker af. Soms zelfs op commando van de mier.

“Dan trommelt de mier met zijn voelsprieten op het achterlijfje van de bladluis. Dat gaat heel subtiel. Het is een signaaltje: oké bladluis, ik ben er, ga jij maar plassen,” zegt bioloog en schrijver Geert-Jan Roebers. Die bladluis urineert vervolgens honingdauw – ‘dat plakkerige spul op de tuinmeubelen’. De mier likt het op.

Een mooie symbiose.

Maar goed, we weten allemaal dat mieren niet áltijd tot urineren aan toe op de kont van een bladluis aan het trommelen zijn, maar dat ze ook via kieren en gaten het huis in kruipen, in één rechte lijn richting de smoothieresten op de keukenmachine.

Hoe doen ze dat toch? Hoe weet een mier wat er in jouw keuken te halen valt? En hoe weten vervolgens alle broers en zussen, neven en nichten en de rest van het dorp dat ook?

Als in de keuken een lekker plakkerige afvalbak staat, met bijvoorbeeld een laagje vruchtensap – ‘mieren zijn zoetekauwen’ – dan is dat nieuws dat moet worden rondgetoeterd, zegt Roebers over de zwarte wegmier, die je meestal in en rond het huis ziet. “Met een geurspoor vertellen deze sociale dieren aan elkaar: je moet door dát kiertje naar binnen kruipen, want dan kom je bij een suikerpot. Als zo’n verhaal rondgaat, blijven ze komen tot de suikerpot leeg is.”

Zo ontstaat een lange, zwarte sliert van mieren, die in tweerichtingsverkeer in en uit de woning stiefelen. “Ze drinken zich vol met zoetigheid en die braken ze in hun nest weer op om de anderen te voeren. Als opzuigen niet lukt, tillen ze het object op en verhuizen ze het naar het nest. Dat doen ze ook met insecten: optillen en meenemen. Of ze verscheuren zo’n beestje ter plekke in stukken.”

Route schoonmaken

Voor een bioloog is dat fascinerend om te zien, maar de meeste mensen zullen met afgrijzen naar dit wonder der natuur kijken. Die mieren moeten weg, hup, naar buiten, maar hoe? Roebers is, zoals van een bioloog valt te verwachten, van de softe aanpak. “Allereerst moet je zorgen dat er binnen niks te halen valt.” Houd de boel schoon. Roebers vindt de oplossing met koffiedrab een sympathieke methode. “Leg koffieprut bij de kier waar ze binnen­komen. Dat schijnt iets te doen met het geurspoor waardoor ze ontregeld raken.” Maar ook: “Kit gaten en kieren dicht.”

Wat Roebers de mierenhaters op het hart wil drukken: gebruik geen lokdoosjes. “Daarmee laat je ze gif mee naar hun nest nemen. Ze geven het aan hun jongen en vergiftigen hun nest. Het is overkill, letterlijk. Omdat 1 procent van het volk in huis komt, moet het hele volk worden uitgemoord. Je krijgt ook nog eens gif in je tuin. En zo’n mier met gif kan onderweg door een roodborstje worden opgepikt, en dan komt dat spul ook in de kringloop terecht. Ik zeg: niet doen. En al he-le-maal geen lokdoosjes in de tuin. Buiten zijn mieren 100 procent nuttig.”

Ook bij de GGD, die enkele tientallen telefoontjes per jaar krijgt over mierenoverlast, is het devies: probeer het zonder gif voor elkaar te krijgen. “Wat je kan doen is consequent het spoor uitwissen waar ze overheen lopen, bijvoorbeeld door de route schoon te maken met allesreiniger. Een stoomreiniger kan ook helpen,” zegt Jan Buijs, ecoloog en onderzoeker bij de GGD Amsterdam. Ventilatiegaten in de gevel kunnen eventueel worden afgedekt met fijnmazig insectengaas.

Nog een tip: als er bij de buitengevel een nest zit, verplaats dan de bloempotten die tegen het huis staan, want die gebruiken ze om makkelijker binnen te klimmen. Een nest aanpakken met kokend water kan ook nog, al zou Buijs eerst de wat miervriendelijkere methoden gebruiken. Ook hij is geen fan van de lokdoos. “Als je geen gif in je tuin wil, kun je die beter later staan.”

Opzuigen met de stofzuiger kan ook. “Als je een lege stofzuigerzak gebruikt, kun je de mieren daarna buiten weer vrijlaten. Of als je dat niet wil: doe ze in een emmer met zeepsop.”

Zwaarder geschut

Maar let wel, deze tips zijn nuttig bij de zwarte wegmier, maar bij overlast van de hardnekkige faraomier verandert de zaak. De faraomieren bouwen binnen nesten en kunnen van daaruit voorraadkasten, grootverpakkingen hondenbrokken, broodtrommels en tosti-ijzers in ­bezit nemen.

Het begint allemaal met het uitzoeken met welke mierensoort je te maken hebt, zegt Buijs. Het Kennis- en ­Adviescentrum Dierplagen (KAD) heeft foto’s op de site staan. Zowel Roebers als Buijs erkent dat bij de tropische soorten zwaarder geschut en dus ook bestrijdingsmiddelen moeten worden ingezet, bijvoorbeeld door een verdelgingsbedrijf.

In ziekenhuizen, zo ­leren we van het KAD, zijn deze faraomieren helemaal de hel ‘omdat zij op wonden afkomen en onder gips of pas aangelegde verbanden kunnen kruipen’. Ze kunnen ziektekiemen verslepen en de steriliteit van instrumenten vernachelen.

Roebers zet wat vrolijker mierenweetjes op een rijtje: ze kunnen tot vijftig keer hun eigen gewicht tillen, de koningin van de rode bosmier kan wel vijftien jaar oud worden, in de wereld leven maar liefst 14.000 soorten (in Nederland 75) en de teller loopt want een onbekend aantal mierensoorten is nog niet ontdekt. En in veel gebieden is de biomassa van de mieren meer dan alle andere dieren bij ­elkaar opgeteld. “Dus als je alle mieren en termieten op een hoop gooit, heb je meer gewicht dan alle tapirs, ara’s, toekans en apen bij elkaar.”

Ze zijn enorm efficiënt georganiseerd en kunnen samenwerken als bijna geen ander. Een kolonie wegmieren telt gemiddeld 4000 tot 7000 mieren. De koningin en de mannetjes organiseren de voortplanting en de werksters zorgen ervoor dat iedereen te eten krijgt, dat het nest er netjes bij ligt, dat het kroost wordt verzorgd en het fort bewaakt.

Mierenzuur

Intrigerend, maar dit alles vergeet je als je eenmaal door een rode bosmier wordt gebeten, want dan vervloek je alle ruim 14.000 soorten én hun unieke eigenschappen. Hoe kan zo’n klein schepsel zo’n pijnscheut bij een reus als een mens veroorzaken? Roebers: “Ze bijten eerst om een wondje te maken, en daarna spuiten ze vanuit hun achterlijf mierenzuur in het wondje. Daar zitten ook nog wat ­eiwitten in om het extra pijnlijk te maken.”

De bosmieren zetten het in als ze bijvoorbeeld onverhoopt tussen een stel tenen van een wandelaar in de verdrukking komen. Of als een muis het heeft voorzien op de poppen in het nest – die overigens door de mens vaak ­onterecht voor de eitjes worden aangezien, maar dat terzijde. Ze spuiten het ook weleens in de ogen van vogels die in de mierenhoop een smakelijke hap zien.

Wat veel mensen niet weten is dat de zwarte wegmier ook pogingen doet om te bijten als hij in de verdrukking komt. Met weinig succes overigens. De kaken glijden weg. “Het lukt met dat kaakje niet om een velletje te pakken.”

Wat Roebers maar wil zeggen: ze zijn onschadelijk. “Als je het nut zou willen onderstrepen, waar ik nooit zo van hou, dan zou je ze insectenbestrijders kunnen noemen. Ze eten ook rupsen en andere insecten die in de moestuin aan de groenten zitten te knabbelen. Als je de gemiddelde ­Nederlander zou vragen: mogen alle mieren en termieten van de wereld weg? Dan zegt hij: ja, prima. Maar dan krijg je wereldwijd een ecologische ramp. Koester de mier dus ook een beetje.”

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden