PlusInterview

Huisarts Steven van de Vijver: ‘Laat politici beloven geen kwaad te doen’

Huisarts Steven van de Vijver (43) is een van de drijvende krachten achter de actie #Ikbeloof, die politici oproept de verkiezingsbelofte te doen zich in te zetten voor kwetsbaren, zoals vluchtelingen. ‘Het geld is er.’

Steven van de Vijver: ‘In de afgelopen tien jaar zijn er heel veel keuzes gemaakt die tegen de mede-menselijkheid ingaan’ Beeld Tessa Kraan/ Stichting Bootvluchteling
Steven van de Vijver: ‘In de afgelopen tien jaar zijn er heel veel keuzes gemaakt die tegen de mede-menselijkheid ingaan’Beeld Tessa Kraan/ Stichting Bootvluchteling

Je zou denken dat Steven van de Vijver wel wat gewend is. Hij werkte voor Artsen zonder Grenzen en zat als tropenarts in Congo en Kenia. Maar toen hij de eerste keer in het Griekse vluchtelingenkamp Moria kwam, via Stichting Bootvluchteling, was dat een grote schok. “Lesbos ken je van vakantie, het is op twee uur vliegen. Je zit met toeristen in een vliegtuig, en dan oogt zo’n plek, zo’n overvolle olijfgaard met achtduizend vluchtelingen, nog schrijnender dan de kampen die ik kende uit Afrika. Het prikkeldraad, de wrakke tentjes, het gebrek aan alles. En vooral: het gevoel dat deze situatie bewust in stand wordt gehouden om nieuwe vluchtelingen af te schrikken. Onmenselijk. Ik werd er meteen door gegrepen. ”

Wat deed u er precies?

“Wij bestierden met Stichting Bootvluchteling een soort huisartsenpost. Er werkten tropenartsen, chirurgen, huisartsen, anesthesisten. We deden gewone huisartsendingen, maar er kwamen ook veel mensen met angstaanvallen en psychoses. Iedereen klopte gewoon aan, het was pionieren, maar tegelijk stond ik er ook van te kijken hoe strak de zorg geregeld was. Ik was meteen doordrongen van het belang om daar te werken, maar ook van het belang te laten weten wat er speelt.”

In 2020 ging u weer.

“Dat was het moment dat ik besloot SOS Moria op te starten, de oproep van Europese artsen om Moria te evacueren. Toen ik er was, in maart, zaten er 24.000 mensen in het kamp. Dat was echt waanzin. Hulpverleners waren aangevallen door fascistische groeperingen op Lesbos, waardoor een aantal organisaties uit de kampen was weggegaan. En tegelijk was er de dreiging van corona. Een giftige cocktail. Dit kan niet meer, dacht ik meteen.”

Kon u uw werk nog wel doen?

“De eerste keer dat ik er was, zagen we op een gegeven moment veel mensen met schurft. Dat is een aandoening waarbij je gek wordt van de jeuk. Die mensen moesten we dat tweede jaar zeggen: sorry, we kunnen je niet helpen. Schurft was even niet belangrijk meer. Terwijl je met schurft niet kunt slapen, het is de hel, maar de mensen met forse infecties en hoge koorts gingen voor.”

“En we moesten ons voorbereiden op corona. Er waren geen mondkapjes, niks. Toen heb ik met een collega, gynaecoloog Sanne van der Kooij, een brief geschreven in NRC Handelsblad dat Moria moest worden geëvacueerd, SOS Moria. Journalisten sloten zich erbij aan, zevenduizend artsen, en nog 50.000 andere mensen, ook van buiten de zorg. Er was zo’n explosieve situatie ontstaan, zo inhumaan en gevaarlijk voor de gezondheid, dat we de noodklok moesten luiden. Dat doe je als arts niet zomaar.”

Waarom dan nu wel?

“Als arts zweer je de eed van Hippocrates, waarin je belooft medische zorg te verlenen aan elk individu, en vooral geen kwaad te doen. En wat op Lesbos gebeurt, is moedwillig mensen kapotmaken. Mensen komen er aan, met nog een beetje illusie, en worden verder het putje in getrapt. Je ziet ze er gek worden. Door het gebrek aan perspectief, doordat ze boven op elkaar zitten, door de inhumane manier waarop ze worden behandeld.”

“Of je er nou schurft krijgt of een infectieziekte, het is overduidelijk dat het een plek is waar je ziek gaat worden of doodgaat. Er is veel zelfmoord, automutilatie. Criminaliteit van mensen die het ook niet meer weten. Laatst heeft een Afghaanse vrouw zichzelf in brand gestoken.”

Vanwege een misverstand ook nog.

“Ze dacht dat ze geen kans maakte op asiel in Duitsland, maar ze bleek alleen niet met het vliegtuig mee te kunnen omdat ze hoogzwanger was. En nu wordt ze dus vervolgd wegens brandstichting.”

Ik heb niet het gevoel dat SOS Moria vorig jaar maart veel aandacht heeft gekregen.

“Eventjes. Maar daarna ging het weer snel over wc-rollen hamsteren. Ik begreep het wel. Het is lastig een samen­leving die op spanning staat aan te spreken.”

Na SOS Moria volgt een maand later, april 2020, een nieuwe campagne, op initiatief van onder meer Stichting Vluchteling: #500kinderen, waarin 180 gemeentes, ook Amsterdam, ngo’s, kerkelijke organisaties en prominenten het kabinet oproepen vijfhonderd kinderen uit Moria op te nemen. Op de dag dat de paginagrote advertentie in NRC Handelsblad verschijnt, torpedeert VVD-staats­secretaris Ankie Broekers-Knol, verantwoordelijk voor asielzaken, de lobby door bekend te maken dat Nederland vier miljoen uitgeeft om minderjarige vluchtelingen in Griekse tehuizen op te vangen. Het gaat, blijkt later, om enige tientallen kinderen.

Als in september Moria afbrandt, besluit het kabinet na veel vijven en zessen honderd vluchtelingen op te nemen, onder wie vijftig alleenstaande kinderen. Het is bij twee gebleven. Inmiddels zegt Mark Rutte bij een volgende vluchtelingencrisis het land op slot te willen gooien, desnoods met grensbewaking en ‘enorm veel marechaussee’. In dit politieke klimaat wil Van de Vijver met SOS Moria nog één keer voor de verkiezingen een oproep doen om medemenselijkheid, met de campagne #Ikbeloof. “Als arts heb ik beloofd geen kwaad te doen, laat politici dat ook beloven.”

Wat wilt u met #Ikbeloof precies bereiken?

“We willen dat politici beloven op te staan voor de kwetsbaren. Vanuit SOS Moria gaat het dan vooral om mensen op de vlucht, maar we hopen dat het breder wordt opgepakt. Nu beloven Kamerleden van de SP, PvdA, ChristenUnie en GroenLinks, maar ook de kandidaten van Volt, dat ze zich zullen inspannen voor een humanere opvang van mensen op de vlucht. Maar we hopen dat er ook politici zijn die zeggen: ik beloof me ervoor in te zetten dat straks niemand meer naar de Voedselbank hoeft.”

“Nu worden kwetsbaren tegen elkaar uitgespeeld. Het opnemen van vluchtelingen hoeft niet te betekenen dat Nederlanders op een wachtlijst geen sociale huurwoning krijgen. Dat zijn keuzes. Het geld is er, kijk naar hoeveel wordt geïnvesteerd in de redding van KLM. Maar in de afgelopen tien jaar zijn er heel veel keuzes gemaakt die tegen de medemenselijkheid ingaan.”

Dit zegt u als activist Steven van de Vijver. Maar u bent huisarts. Botst dat niet?

“Nee, eigenlijk niet. Ik ben als tropenarts begonnen met idealen om de wereld te verbeteren. Tot mijn eigen schrik en verbazing zie ik de ongelijkheid en kwetsbaarheid steeds dichterbij komen, ook in mijn eigen huisartsenpraktijk in het OLVG Oost. Ik zie meer daklozen, meer mensen met psychische problemen die nergens terechtkunnen. Nederland is niet meer het land waar alles zo goed geregeld is. Dat is het resultaat van tien jaar Rutte. Het is steeds meer: zoek het zelf maar uit. Terwijl je weet dat je kansen moet bieden aan iedereen.”

Waar hoopt u op?

“Op een kentering in het kabinet. We hopen dat we individuele politici een beetje los kunnen weken van de harde lijn van hun partij. En dat we in Europa weer een voortrekkersrol gaan spelen. We zitten qua beleid nu dichter bij Polen en Hongarije dan bij Duitsland.”

“De Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen, met evenveel inwoners als Nederland, heeft in 2015 bijna tweehonderdduizend vluchtelingen opgenomen. Nu zijn daar net lokale verkiezingen geweest, en progressieve partijen die staan voor medemenselijkheid hebben er ruim gewonnen. En in Nederland lukt het ons niet eens om vijfhonderd kinderen op te nemen. Ik vind dat schokkend.”

Steven van de Vijver

Steven van de Vijver (1977) is arts. ­Na zijn opleiding tot tropenarts werkte hij voor Artsen zonder Grenzen met vluchtelingen in Congo. Terug in ­Nederland volgde hij de huisartsenopleiding en een master International Health. Over zijn werk als Amsterdamse huisarts schreef hij tussen 2008 en 2011 columns in Het Parool, tot hij naar Kenia verhuisde om onderzoek te doen naar het verband tussen urbanisatie en welvaartsziekten.

Hij schreef er het boek Vet arm – Leven in de sloppenwijken van Nairobi over. Sinds 2014 woont hij weer in Amsterdam en werkt hij in een huisartsenpraktijk in het OLVG Oost. Hij woont met zijn gezin in de Watergraafsmeer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden