Roberto Payer vindt dat Amsterdam een stuk aangenamer zou zijn als mensen meer naar elkaar zouden omkijken: ‘De sfeer is veranderd.'

PlusInterview

Hoteldirecteur Roberto Payer, van Waldorf Astoria en Hilton, stopt na ruim 50 jaar: ‘Ik ben ooit met niks naar Nederland gekomen’

Roberto Payer vindt dat Amsterdam een stuk aangenamer zou zijn als mensen meer naar elkaar zouden omkijken: ‘De sfeer is veranderd.'Beeld Friso Keuris

Na 52 jaar is Roberto Payer (71) op 1 januari gestopt als general manager van vijfsterrenhotel Waldorf Astoria Amsterdam, onderdeel van Hilton. Hij blijft verbonden aan de wereldwijde hotelketen als zelfstandig consultant. ‘Ik heb geen idee wat een burn-out is.’

Sara Luijters

Het Waldorf Astoria Amsterdam op de Herengracht ligt op de route van de wandeling die hij iedere avond maakt. Samen met zijn partner woont hij om de hoek, op de Prinsengracht. “Dat is wel problematisch, maar ik moet het loslaten,” zegt hij lachend. “Maar: ik hoéf niet naar binnen. Misschien wordt het moeilijk voor me, maar ik moet accepteren dat dingen komen en gaan. Het is net als met kinderen, er komt een moment dat je ze moet loslaten.”

Payer kondigde al twee keer eerder aan te stoppen als general manager, maar daar wilde de hotelgroep niets van weten. “Toen ik vorig jaar zei dat ik nu écht wilde stoppen, is iedereen overgevlogen naar Nederland. Ze wilden dat ik bleef en vroegen wat ik dan zou willen doen. Ik wil niks, was mijn antwoord. Maar toen boden ze me aan als consultant op oproepbasis betrokken te blijven bij het luxemerk van Hilton in Europa, Midden-Oosten en Afrika, zonder de dagelijkse verantwoordelijkheden. Daar ben ik mee akkoord gegaan. Dit hotel is mijn parel. Het is een mooie afsluiting van mijn werk, maar nu mag iemand anders het stokje overnemen.”

Oude Fiat 500

Hij omschrijft zichzelf als een workaholic. “Cold turkey is de enige manier om af te kicken, maar ik ga nu niet opeens tot elf uur uitslapen. Ik huur straks een kantoor in het gebouw van de Kamer van Koophandel, waar ik voorzitter ben van de Italiaanse Kamer van Koophandel. Ik wil iedere dag op de fiets naar kantoor en thuis mijn eigen verhalen kunnen blijven vertellen. Anders word je Jut en Jul, dat wil ik niet. Al mijn hele leven doe ik alleen maar dingen die ik zelf leuk vind, en dat blijf ik nu ook doen, onder andere als voorzitter van de raad van commissarissen van de kunstbeurs PAN, en als voorzitter van het Tulp Festival en het Chocoladefestival. Met het verschil dat mijn partner en ik nu veel meer samen kunnen zijn.”

“Ik kijk er vooral naar uit weer meer te gaan reizen. Onze laatste grote reis was naar Azië, vlak voor de eerste lockdown. Ik ben gek op het dynamische Midden-Oosten. Bovendien hebben we een prachtig huis in Toscane, waar ik in totaal hooguit drie weken per jaar doorbracht. Ik ben van plan daar nu veel vaker te zijn.”

Binnenkort rijdt hij erheen met zijn ‘baby’, een Fiat 500, achter zich aan in een trailer. “Omdat het een auto van vijftig jaar oud is krijg ik er geen parkeervergunning meer voor. De opties waren om de auto het hele jaar in de garage te parkeren, wat zo’n drieduizend euro kost, verkopen, of meenemen naar Italië. Mijn enige zorg was of ie daar wel de heuvel op zal komen. Dat heb ik getest door ’m de oprit van de parkeergarage hier beneden op te rijden, en dat ging goed.”

Gastarbeider in de Jordaan

Als jonge twintiger kwam Payer in de jaren zeventig vanuit Italië naar Amsterdam, waar hij aan de slag ging bij het Hilton en hij al snel de Fiets-o-theek runde, de fameuze discotheek in wat nu Toomler is. Hij groeide uit tot directeur van Hilton en zijn restaurant Roberto’s.

“Europa bestond nog niet in die tijd, ik was een gastarbeider. Ik woonde in de Jordaan, in de Willemsstraat, waar ik fantastisch werd ontvangen. Je had er de bakker, de wasvrouw, de groenteboer en de slager. Slagerij Louman bestaat nog, maar verder is alles verdwenen. Er wonen alleen nog maar yuppen in de Jordaan. Ze hebben het hart en de ziel van de stad overgenomen en klagen over alles wat bij een grote stad hoort. Waarom ben je niet in Laren gebleven, denk ik dan.”

“Ik mis ook de leuke plekken om uit te gaan. In de jaren zeventig en tachtig was het nachtleven van Amsterdam geweldig. Na mijn werk in het Hilton ging ik ’s nachts altijd naar het DOK, in de kelder van Odeon aan het Singel, een gayclub waar iedereen kwam. Of naar De Koningshut in de Spuistraat, met journalisten en acteurs.”

Ik-maatschappij

“De sfeer in de stad is veranderd. Iedereen is zo op zichzelf en alles draait om materialisme: de juiste schoenen, drie keer per jaar op vakantie kunnen – anders krijgen ze last van stress. Ik vind jonge mensen daarin verwend. Jarenlang hield ik veertig gulden per maand over om van te leven en ik werkte keihard zonder daarover te klagen. Ik heb geen idee wat een burn-out is. We leven in een ik-maatschappij, waarin iedereen zich vooral druk maakt om zijn eigen leven, terwijl we hier juist met elkaar moeten leven en samen voor de stad moeten zorgen. Ik maak nog steeds mijn stoepje schoon. Als iedereen meer zou omkijken naar de stad en naar elkaar, zou het een stuk prettiger zijn.”

In zijn luxehotel heeft Payer een soort minimaatschappij gecreëerd. “Voor iedereen die hier komt werken gelden vijf regels, waar je je aan moet houden: je maakt geen opmerkingen over religie, geaardheid of huidskleur, er is respect voor elkaar en er wordt niet geroddeld, niet over de gasten uiteraard, maar ook niet over elkaar. Iedereen moet hier zichzelf kunnen zijn.”

In zijn carrière nam Payer circa 30.000 mensen aan, met iedereen, van de bordenwasser tot de receptionist, sprak hij zelf. “Attitude is belangrijk, ik zie direct of iemand zichzelf is. Het personeel is als een familie die samenwerkt, dat is de sfeer die ik wil neerzetten. Iedereen maakt fouten, het is aan mij als directeur om daar op te letten. Ik zie nooit wat er goed gaat, alleen wat me niét bevalt. Hoe iemand de deur openhoudt of hoe de kussens liggen op de bank, ieder detail valt me op. Alles moet kloppen, dat is een gevoel. Of ik thuis ook zo ben? Ja, ook, maar ietsje minder. Hoewel mijn partner altijd zegt: ‘Roberto, je bent hier niet in het Waldorf!’”

Geruisloos afscheid

Iedere dag komt hij op de fiets naar zijn werk. Onder de indruk van de beroemde gasten die het hotel bezochten sinds de opening in 2014 – van de koning van Marokko tot Lady Gaga – is Payer nooit geweest. “Ik ben nog nooit op de foto gegaan met gasten. Het draait niet om mij, maar om een goede service. De mensen die hier verblijven maken mij geen beter persoon. Toen Adele hier was, vond ze het het leukste dat niemand haar stoorde toen ze met haar zoontje in de tuin liep. Mijn enige taak is het om ervoor te zorgen dat de gasten het naar hun zin hebben.”

Het moeilijkste van de coronacrisis was om personeel te moeten laten gaan. “Sommige mensen werkten al 25 jaar voor het bedrijf, ze zorgen voor hun familie in het buitenland. Daar zat mijn grootste zorg. Gelukkig hebben we inmiddels weer veel mensen terug in dienst kunnen nemen.”

Zijn afscheid laat hij geruisloos voorbijgaan. “Een groot feest past niet in deze tijd, maar dat mensen voor me gaan staan klappen interesseert me ook helemaal niet. Wat me wel raakte waren de 1500 berichten die ik kreeg van mensen van over de hele wereld. Ze schreven dat ik een voorbeeld voor ze ben geweest. Ik ben zelf ooit met niks naar Nederland gekomen, en heb gevoeld hoe het is als je weinig geld hebt. Ik heb altijd hard gewerkt, kansen gekregen en er een succes van gemaakt. Daarom wil ik andere mensen ook graag helpen om te groeien. Er zijn tientallen mensen die onderaan zijn begonnen in het hotel en nu op een leidinggevende positie werken. Dat ik ze heb kunnen helpen een stap verder te komen, maakt me trots.”

Alles is over, en tegelijk begint nu alles voor hem, besluit Payer. “Dat ik op zo’n oude leeftijd nog van alles kan doen, is toch spannend? Waar ik nu wel voor moet waken is dat ik opeens een oud mannetje word. Ik heb geen kinderen om me wakker te houden, de mensen in het hotel hielden mij jong. Als ik iets niét wil is het een oude zeur worden.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden