PlusAchtergrond

Hotel de L’Europe opent de kamers voor kunstenaars: ‘Het moet hier gaan leven’

Het vijfsterrenhotel De L’Europe heeft zichzelf voor de zoveelste keer opnieuw uitgevonden. Nu zijn 23 suites omgetoverd tot ‘vaste’ verblijven. Kunstenaars, modeontwerpers, creatief denkers en een personal shopper werken en wonen er. ‘De deuren moeten open, het moet gaan leven.’

null Beeld Marie Wanders
Beeld Marie Wanders

De kunstenaar

Op de rode vloerbedekking die architect Cees Dam in 2011 door vrijwel het hele hotel liet leggen, zitten grote verfvlekken. Een buffettafel is bedekt met tubes verf, paletmessen en een stapel kunstboeken. Tegen de muur staan twee canvassen van bijna vier meter hoog die zo goed als klaar zijn.

Eigenlijk had de Franse kunstenaar De Rrusie (28) niet alleen een suite om in te wonen gekregen, maar ook een om in te werken. Toen ontdekte hij het atrium – de open ruimte op de eerste verdieping, met luchtbruggen en een ­glazen dak – dat de later toegevoegde panden aan het oudste deel van het hotel verbindt. Kon hij híér niet werken?

Vorig jaar september begon De Rrusie hier als ‘artist in residence’. Zijn werk is sindsdien zachter geworden, zegt hij. Soms voelde hij zich net een spook dat ’s avonds door de lege gangen van het ­verlaten hotel bewoog om even piano te spelen in Freddy’s Bar. Vaker nog zat hij op het dak, om zich te laten inspireren door de luchten. Het heeft onder andere geleid tot de twee gigantische canvassen met kleurrijke luchtlandschappen.

Kunstenaar De Rrusi in zijn atelier/atrium van Hotel De L’Europe. Beeld Marie Wanders
Kunstenaar De Rrusi in zijn atelier/atrium van Hotel De L’Europe.Beeld Marie Wanders

De Rrusie is eigenlijk een oud-bewoner van het hotel. Zijn verblijf zit erop, maar hij is deze middag even in het atrium omdat zo een verzamelaar uit Parijs langskomt om een werk op te halen. “Het gebouw is mijn vriend geworden, als een personage. En dit hier voelt als de longen van het gebouw.” En de vlekken die hij op de vloerbedekking heeft gemaakt? “Dat is niet erg, ­zeiden ze.”

De L’Europe, het vijfsterrenhotel op de plek waar nu de Amstel eindigt, met nog steeds de halfronde vorm van de ver­dedigingstoren die hier ooit stond, is voor de zoveelste keer in de geschiedenis van gedaante aan het veranderen. De begane grond is al helemaal opnieuw ingericht,op dit moment worden de kamers gerenoveerd. In de voorheen kille vleugel, waar eigenlijks niets gebeurde, zit nu naast de spa van Skins Institute ook de bibliotheek­achtige boekwinkel Mendo, de Italiaanse trattoria Graziella en curiositeiten­kabinet The Wunderkammer. Alle deuren naar de stad zijn opengezet, waardoor het hotel nu niet twee, maar vijf ingangen heeft.

Al in 1638 zat hier een herberg. Eerst was het nog een simpel onderkomen, maar het hotel werd steeds luxueuzer – op een paar periodes van compleet verval na. In 1783 noemde iemand het hotel al Gentlemen’s Inn of Distinction. En toen de mensheid eind 20ste eeuw lijstjes begon op te stellen als ‘De beste honderd hotels ter wereld’ stond Hotel De L’Europe – zoals het sinds 1896 heet – daar regelmatig op.

null Beeld Marie Wanders
Beeld Marie Wanders

Al die jaren lijkt er één constante zijn geweest: bezoekers waren passanten, de kamers waren bedoeld voor zakenlieden en toeristen die voor een korte periode in de stad waren. Sinds kort is dat anders: van de 111 kamers in het hotel kregen 23 suites het afgelopen jaar een andere in­vulling. Het werden kantoren, ateliers en woonsuites. Ze bevinden zich boven de gerenoveerde vleugel die de naam ’t Huys heeft gekregen.

Kortom, De L’Europe heeft tegenwoordig niet alleen gasten, maar ook een paar vaste bewoners.

De modeontwerper

“Het is een beetje de bedoeling dat de ene kant van de suite een soort expositie­ruimte is en de andere kant meer office en meeting room,” zegt mode­­­ontwerper Ronald van der Kemp (56) nadat hij suite 148 met een pasje heeft geopend. Hij is net van zijn atelier op de Herengracht komen fietsen, waar de naaimachines staan en waar het een troep is. Sommige klanten vinden het fijner een doorpas te doen in een vijfsterrenomgeving.

In de expositieruimte hangt een lijst van een van de uitvergrote reproducties van 17de-eeuwse meesters op canvas, die je net als het rode tapijt nog tegenkomt op sommige plekken in het hotel – de renovatie gaat stapsgewijs. Van der Kemp mocht met de doeken van het hotel knutselen, waardoor er nog maar weinig over is van het originele werk. Een paar oude hotelkussens zijn bekleed met een eclectische mix van couturestoffen.

“En dat zijn wat dingen uit ons vorige seizoen waar ik wat op heb geschilderd,” zegt Van der Kemp. Hij wijst op een handgeschilderde zijden jurk die Carice van Houten in 2019 droeg bij de uitreiking van de Emmy Awards. Zoals al zijn werk is deze gemaakt van stoffen en materialen die eerder zijn gebruikt of als restjes van andere collecties overbleven. Sinds hij in 2014 zijn eigen label RDVK begon, houdt hij zich bezig met dit soort duurzame haute couture.

Mode­­­ontwerper Ronald van der Kemp in suite 148. Beeld Marie Wanders
Mode­­­ontwerper Ronald van der Kemp in suite 148.Beeld Marie Wanders

Van der Kemp woont vlak bij het hotel, maar tot vorig jaar kende hij het toch vooral van het voorbijwandelen. Tot de lockdown kwam. “De hele wereld lag plat en ik merkte dat iedereen voor het eerst luisterde en er een soort mindfulness aan de gang was in de wereld. Ik dacht: dit is het moment om ons verhaal over sustain­ability en diversity te vertellen, want nu luistert iedereen.”

Hij wilde eerst een onaangekondigde modeshow op de Dam organiseren, maar dat werd lastig met alle regels in de openbare ruimte. “Zo kwamen we op het hotel, en hier zeiden ze: prima, doe maar. Toen hadden we een leeg hotel, met in elke kamer een model dat via zoom werd uit­gelegd hoe ze zelf de make-up kon aanbrengen.”

Op het symbolische tijdstip van 5 voor 12 kwam Van der Kemps army of love de balkons op om met witte vlaggen te zwaaien – 29 modellen in couturejurken en met couturemondkapjes op, in iedere suite een ander karakter. Het was bedoeld als een teken van overgave. De vraag die op tafel werd gelegd: hoe moet het verder met de vervuilende mode-industrie?

Van der Kemp loopt naar het andere deel van de suite, waarvan hij de muren heeft laten bekleden met een prikbord. Daarop hangen honderden foto’s van het werk dat hij de afgelopen jaren heeft gemaakt. Ellie Goulding in een van zijn jurken, Céline Dion in een van zijn jurken. Alicia Keys, Bella Hadid en Fan Bingbing. Enzovoort, enzovoort. Er zijn ook foto’s van de performance op de balkons van het hotel. “We hadden afgesproken dat de Amerikaanse Vogue de exclusive zou doen, gelijk om 12 uur ’s nachts. Daarna gingen de beelden de wereld over.”

Na de succesvolle show werd Van der Kemp gevraagd of hij geen interesse had in een suite, om te gebruiken als werkplek. Nu is hij de buurman van boekhandel en uitgeverij Mendo, dat een kantoor heeft boven de winkel.

De shopper

Een etage hoger zit in twee suites ontwerpstudio Nicemakers , het bedrijf dat verantwoordelijk is voor het nieuwe interieur van het hotel. Daar weer boven zit de suite van special occasion shopper Marjolein van Rooij-Roeloffzen (56).

In suite 248 ruikt het nog naar de nieuwe vloerbedekking en pasgeverfde wand. Lichtgroen, niet Heinekengroen, hoewel dat misschien niet zoveel had uitgemaakt. Groen, in alle schakeringen, is van jongs af aan de favoriete kleur van Van Rooij-Roeloffzen.

Het was uitgerekend Freddy Heineken die haar aanmoedigde ook andere dingen te doen. “Ik ben in 1997 voor meneer ­Heineken gaan werken, als secretaresse. Het was een advies dat hij aan iedereen gaf, ook aan zijn bodyguards: als jullie toch uren zitten te wachten, doe dan wat nuttigs met je tijd. Ik dacht: wat dan, wat wil ik? En toen ben ik begonnen met een instapcursus over edelstenen. Daar werd ik destijds helemaal door gegrepen en ben ik mee verder gegaan.”

null Beeld Marie Wanders
Beeld Marie Wanders

Na de dood van Heineken in 2002 is Van Rooij-Roeloffzen nog lang voor zijn dochter Charlene de Carvalho blijven ­werken. Ook trok ze op met zijn weduwe Lucille. “Het is een ouderwets woord, maar ik was voor haar een soort gezelschaps­dame. Ik ben dus helemaal vergroeid met de familie en heb me lang beziggehouden met het beheer van de kunstcollectie en de inrichting van de huizen.”

Drie jaar geleden is ze voor zichzelf begonnen. Tegenwoordig houdt ze zich als special occasion shopper bezig met het vinden van de perfecte cadeaus – over het algemeen spullen die niet op iedere straat­hoek te verkrijgen zijn. In haar nieuwe werkplek in het hotel ligt de focus vooral op advies op het gebied van vintage juwelen. “Mijn klanten zijn vaak drukbezette zakenmensen die wel budget hebben, maar niet de smaak hebben ontwikkeld die ik wel heb. Ik kan ze daar in begeleiden. Ik ben geen handelaar, maar combineer mensen en spullen met elkaar.”

Met ‘meneer Heineken’ kwam Van Rooij-Roeloffzen vroeger regelmatig in De L’Europe, het hotel dat bierbrouwer H.P. Heineken, de vader van Freddy, aan het begin van de 20ste eeuw met vrienden kocht. Kort na de Tweede Wereldoorlog kreeg Heineken alle aandelen in handen en het hotel is tot op de dag van vandaag volledig eigendom van de biergigant. “Vroeger, nog voor de vorige verbouwing, was dit een heel klassiek hotel. Met witte zalen, gouden versieringen, kroonluchters... Ik denk dat meneer Heineken het geweldig had gevonden zoals het nu is. Dat warme, dat intieme, alsof je thuis bent. Met veel hoekjes en lampen. Hij was altijd dol op schemerlampen en lampenkappen, dat was echt een soort hobby van hem.”

De vleugel die nu ’t Huys heet bestaat uit de panden waar ooit medewerkers van de Theodoor Gilissen Bank zaten. Het hotel kocht ze in 2008. Er werden muren doorgebroken en in de voormalige kantoren kwamen 24 suites. Nu zijn de bedden weer omgewisseld voor bureaus, waardoor de kantoorfunctie terug is. Als een vreemdsoortig bedrijfsverzamelgebouw – met onhandige badkamers, maar wel met roomservice.

Stylist Danie Bles in haar suite aan de Amstelzijde. Beeld Marie Wanders
Stylist Danie Bles in haar suite aan de Amstelzijde.Beeld Marie Wanders

De kantoren zonder bed zitten aan de kant van de Nieuwe Doelenstraat; aan de kant met uitzicht op de Amstel zitten de brand suites met vaste gebruikers. Danie Bles, stylist en baas van de Amsterdam Fashion Week, heeft daar een suite, net als sieradenontwerper Bibi van der Velden, modetijdschrift Harper’s Bazaar en jachtenbouwer RCKSTR Yachts. Ook lifestylemerk en parfumhuis Salle Privée betrekt er binnenkort een suite.

Het idee is dat de bedrijven hun suite doordeweeks gebruiken om te werken en klanten te ontvangen. In het weekend kunnen hotelgasten ervoor kiezen te slapen in een suite die helemaal is ingericht door zo’n partij.

De creatief denker

Ook creatief bureau D/Dock heeft een kamer ingericht. Wie binnenkomt in suite 242 stuit op een muur die Viva la vulva wordt genoemd, met tientallen geboetseerde abstracte vormen die op vrouwelijke geslachtsdelen lijken.

“Het feminiene staat voor thuis­komen, welcome home,” zegt creatief directeur Francesco Messori (59). De twee delen van de suite zijn ingericht als yin en yang, donker en licht, verbonden door een spiegelende gang die het lichaam vervormd weergeeft. De grote, vierkante blokken die in beide ruimtes staan, kunnen gebruikt worden als vergadertafel, bureau, zitplek of bed.

null Beeld Marie Wanders
Beeld Marie Wanders

“Alles wat we tegenwoordig in onze huizen stoppen heeft een duidelijke functie. Wij experimenteren hier door ons design helemaal te strippen van een narratief. We proberen het idee van een tafel, bed of stoel weg te nemen. We plaatsen objecten die je kan gebruiken zoals je het interpreteert en dat opent een ongelooflijke wereld van creativiteit.”

Design gestript van narratief: het is niet ondenkbaar dat dezelfde vierkante blokken waar op maandagochtend aan wordt gewerkt of vergaderd, nog geen etmaal eerder door hotelgasten zijn gebruikt voor seks. “Dat hoort bij die transitie om daaraan te leren wennen… Of niet,” zegt ceo Coen van Dijck (42). “Ik vond het in het begin al ongemakkelijk om met een klant of collega naar boven te lopen. Je hebt dat slot en dan bam, de deur die dichtvalt, en dan sta je samen in een hotelkamer. Dat heeft al een schurende overlap. Het zijn two worlds colliding.” Messori: “Nieuwe dingen zijn altijd een beetje weird.”

Het is nauwelijks te geloven dat dit het bedrijf is dat praktische zaken regelt, zoals de vergunningen voor de bouwlift die buiten staat. Maar bouwmanagement is maar een van de pijlers van D/Dock. Samen met De L’Europe en Nicemakers staat het aan de basis van het concept van ’t Huys. En onlangs nam D/Dock nog evenementenbureau Nachtlab over, dat de programmering voor ’t Huys gaat doen. Het woord bedrijfsverzamelgebouw doet de wenkbrauwen dan ook fronsen – als alles straks op gang komt, is het veel meer dan dat.

“Als je Proust leest,” zegt Messori, “dan gaat het over de Franse salons waar de intellectuelen, de politici, de muzikanten en de crazy guys elkaar tegenkwamen. Door de ontmoetingen, het praten en de muziek groeide de cultuur. Het idee is dat er een paar residents zijn die hun netwerk naar binnen brengen. Dat willen we hier doen. Een plek creëren waar je aan een soort verhaal kan gaan bouwen.”

De kunstenaar (2)

In de bibliotheek van het hotel, waar ’s avonds een champagnekoeler wordt neergezet, gaat Raquel van Haver (32) ­zitten. Ze werd vanochtend wakker in suite 352, in een bed waar uit het voeteneind automatisch een televisie omhoogkomt. Als ze wil, kan de nieuwe artist in residence straks werken in 342, waar de wanden op haar verzoek zijn betimmerd met osb-platen – als ze experimenteert met verf, dat ze vaak in dikke lagen verwerkt, gerust gemixt met sigaretten of nephaar, wordt het meestal nogal een troep.

In Noord, achter het NDSM-terrein, heeft ze een studio van 200 vierkante meter waar ze haar gigantische werken maakt.

Raquel van Haver. Beeld Erik Smits
Raquel van Haver.Beeld Erik Smits

Hier in het hotel is ze van plan om juist kleinere werken te maken, die gasten kunnen aanschaffen. Of eigenlijk: ze moeten twee werken aanschaffen. “Als je hier komt slapen, kun je wel wat betalen. Het idee is dat gasten een werkje voor zichzelf kopen, de ander voor mensen die goede dingen voor de stad doen, maar een overnachting hier niet kunnen betalen. Het hotel biedt ze vervolgens een gratis verblijf aan en ik hang een dagje met ze rond. Zo wil ik de stad en het hotel aan elkaar verbinden.”

Van Haver moest wel haar draai in het hotel zien te vinden. “Ik woon al in Amsterdam, en het is logistiek moeilijk dat je dan nog een plek hebt om te managen. Maar ik wissel het af. Ik woon in Zuidoost, op Florijn, een van de oude Bijlmerflats en ben met het ov vaak anderhalf uur bezig om naar mijn studio te komen. Door hier te zitten, skip ik 45 minuten.”

Het neemt voor haar ook een beetje stress weg. In haar studio schildert ze meestal twaalf uur achter elkaar en vaak is ze pas na middernacht thuis. “En dan moet ik nog koken. Als ik hier laat naartoe kom, kan ik bellen en zeggen: kunnen ­jullie nog even wat op de kamer zetten? Het geeft rust, en dat had ik voorheen niet. En ik heb hier al mijn afspraken. Ik laat curatoren, verzamelaars en vrienden naar het hotel komen.”

De manager

Het mooiste uitzicht op de Amstel heb je vanaf het dak van het hotel, waar de grote letters van De L’Europe op staan. Tussen de zoemende installaties wijst Edward Leenders (47) de plek aan waar een aantal kamers wordt samengevoegd tot een suite van 220 vierkante meter – het soort kamer dat een hotel in het topsegment ook moet hebben.

Sinds hij op zijn 18de het dorpje Over­asselt, net onder Nijmegen, verliet, heeft hij gewerkt in luxehotels over de hele wereld. Eerst in de Verenigde Staten, daarna in Jordanië, Schotland, Duitsland, de Seychellen, Groot-Brittannië en Italië. In 2018 kwam hij terug naar Nederland om managing director van De L’Europe te worden. “De truc is te veranderen voordat het nodig is te veranderen,” liet hij op zijn eerste dag weten.

Managing director Edward Leenders van Hotel De L’Europe.  Beeld Marie Wanders
Managing director Edward Leenders van Hotel De L’Europe.Beeld Marie Wanders

Afgelopen jaar was zwaar – met een vrijwel leeg hotel werd een fractie van de 20 miljoen euro omgezet die het normaal jaarlijks draait. Maar het laatste wat hij wil doen, is zich daarover beklagen. “Het is financieel voor iedereen heel moeilijk geweest.”

Zelf trok Leenders vorig jaar met zijn gezin als eerste in het hotel – hij vond dat hij er tijdens de crisis altijd moest zijn. Omdat Joyce en Dax Roll, het designerduo van Nicemakers, in het weekend in hun huis op de Veluwe zaten, maar doordeweeks toch altijd in het hotel waren, voelde het voor hen logisch als ze ook maar een suite gingen bewonen. Zo heeft de pandemie het plan van ’t Huys versneld, hoewel het al ruim voor de crisis op papier stond. En ook al zouden de suites voor zeker duizend euro per nacht kunnen worden verhuurd als het toerisme weer aantrekt, in theorie is het de bedoeling dat de huidige bewoners blijven.

“Ik ben ervan overtuigd dat ’t Huys straks indirect voor een zakelijke return zorgt, maar dat kan alleen als er echte verbintenis ontstaat. Het moet oprecht zijn. Dat het niet alleen een plan is dat op papier klopt, maar dat het ook gevoeld kan worden. De deuren moeten open, het moet gaan leven,” zegt Leenders. “Het stukje transformatie dat we doormaken is ook een stukje herpositioneren van het merk. Daarom is ’t Huys voor De L’Europe zo ontzettend belangrijk.”

Dat Heineken, met vorig jaar een omzet van bijna 20 miljard, eigenaar is van het hotel, betekent niet dat er geen geld hoeft te worden verdiend. “Heineken is geen boom waarvan we kunnen plukken en ­zeggen: hé, doe nog eens wat geld. Het zijn bloedserieuze ondernemers die die focus ook van ons verwachten.” Leenders denkt dat de vaste bewoners een heel nieuwe doelgroep zal aantrekken. “Het is bijna een soort van bubbel, maar laten we eerlijk zijn, leven we sowieso niet af en toe een beetje in bubbels? Als ze elkaar mooi kunnen aanvullen, is dat mooi. Dit moet een plek zijn waar je momenten deelt.”

null Beeld Marie Wanders
Beeld Marie Wanders
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden