null

PlusExclusief

Hoogleraar schoonheid en humor Giselinde Kuipers: ‘Mooie mensen worden rijker en rijke mensen worden mooier’

Beeld Martin Dijkstra

Giselinde Kuipers (50) is hoogleraar schoonheid en humor. Haar vak gaat óók over de populariteit van botox en grappen in coronatijd, maar meer nog over ongelijkheid: knap of grappig zijn heeft zo z’n voordelen. ‘Mooie mensen worden rijker en rijke mensen worden mooier.’

Lorianne Van Gelder

Er wordt wel eens lacherig gedaan over Giselinde Kuipers’ onderzoeksveld. Humor en schoonheid, wat zijn dat voor triviale zaken? Kun je daar hoogleraar in worden? Maar Kuipers, hoogleraar sociologie aan de Universiteit Leuven, is de vraag gewend en heeft onmiddellijk een antwoord.

Zo triviaal is het namelijk allemaal niet wat ze doet. Want wat wij denken dat grappig is, en wat wij denken mooi te vinden, ligt diep geworteld in ons wereldbeeld en in hoe we de maatschappij hebben ingericht.

Neem nou de coronacrisis. Aan het begin, in maart 2020, begon Kuipers met het onderzoeken van grappen in covidtijd. Met haar ervaring in humoronderzoek verwachtte ze morbide grappen, zwartgallig en negatief. Maar wat bleek? In de periode van de eerste, zo goed als mondiale lockdown, waren de grappen overal ter wereld juist verbindend, sympathiek, en gingen ze nauwelijks ten koste van anderen en niet over de ziekte of zieken zelf.

Van Vietnam tot Brazilië zag je thuiswerkmemes, wc-papiergrappen en geestige videobelplaatjes. Hoe zwaar we het ook hadden, humor verbond en zei vooral iets over de veerkracht waarmee we aanvankelijk met de crisis omgingen. Later veranderde dat natuurlijk.

En dan schoonheid. Onlangs schreef Kuipers een essay in De Groene Amsterdammer over hoe mooie mensen rijker worden en rijke mensen ook nog mooier. Hoe de toegang tot de schoonheidsindustrie, van babybotox en gezond eten tot dure kleding en een nose job, de kloof tussen arm en rijk vergroot. Dat gaat dus niet alleen over wat we mooi vinden en of we wel of niet naar de plastisch chirurg zouden moeten. Dat gaat over macht en kapitaal, over discriminatie en uitbuiting. Weinig triviaal allemaal.

Waarom lachen mensen om uw onderzoek?

“Het zijn van die directe reacties. Haha, humoronderzoek, dan ben je zeker zelf niet grappig. En met schoonheid idem dito. Maar humor is een van de belangrijkste manieren die mensen hebben om uit te vinden of ze met iemand op dezelfde golflengte zitten. Dat kun je zien als de manier waarop vleermuizen de weg vinden, via sonar. Ze zenden een signaal uit en wachten tot er iets terugkomt. Je stuurt met grappen ook signalen uit en wat er terugkomt is dat iemand lacht. Als dat lukt, dan heb je contact.”

“Met schoonheid werkt het vergelijkbaar: als iemand iets aan heeft wat jij mooi vindt, dan zie je ook een weerkaatsing. Die is net als ik. Ik wil laten zien dat het juist enorm grote consequenties heeft, omdat we er zo overheen kijken. De basis is biologisch – bijna iedereen heeft humor en wil lachen, iedereen heeft een esthetisch gevoel en reageert daarop – maar de inhoud ervan is heel sociaal bepaald.”

null Beeld Francesca Protopapa en Eleonora Antonioni
Beeld Francesca Protopapa en Eleonora Antonioni

Schoonheid lijkt vooral het terrein van modebladen, schoonheidsproducten en Instagraminfluencers. Maar u zegt: hier is veel meer aan de hand.

“De afgelopen 150 jaar is schoonheid steeds belangrijker geworden. Het was ooit alleen belangrijk voor een kleine groep, de jonge vrouwen uit hogere klassen. Maar het wordt belangrijker om er goed uit te zien, iets wat we een ‘uitdijend schoonheidsregime’ noemen. Dat heeft te maken met de opkomst van media, van sociale media, van de consumptiecultuur en de uitbreiding van de diensteneconomie. En sinds sociale media is niet alleen iedereen er de hele tijd mee bezig hoe jij eruitziet, maar is er met de mooi bewerkte profielfoto’s en andere beelden die je deelt ook een online dubbelganger in omloop, die er net iets beter uitziet als jij. En met al het videobellen zie je nu ook voortdurend jezelf.”

Waardoor het aantal botoxbehandelingen en plastisch chirurgische ingrepen is gestegen.

“Het is zo snel gegaan. Toen ik studeerde in de jaren tachtig, zagen we er allemaal slonzig uit. Mijn studenten hebben nu soms duurdere kleren dan ik. Wat ik ook opvallend vind tegenwoordig is dat iedereen goede tanden heeft. Rechte tanden zijn geen uitzondering, maar normaal. Wil je dus nog mooier zijn, dan moet je weer een stap verder. En dat noemen we dan een ratrace: iedereen moet steeds harder werken om hetzelfde niveau te bereiken.”

Het is wetenschappelijk aangetoond dat mooie mensen meer vrienden hebben, sneller worden uitgenodigd voor een sollicitatiegesprek, eerder worden aangenomen en makkelijker een partner vinden. Dan is het toch niet gek dat we allemaal willen meedoen?

“We weten dat mensen die knapper worden gevonden veel voordelen hebben. Dat wordt esthetisch kapitaal genoemd. Alleen is het punt dat we het niet eens zijn over wat knap en niet knap is. Dat wat we mooi en niet mooi vinden is ook afhankelijk van je sociale groep en dus van je status. Maar als je het optimistisch wilt zien: als je het niet eens bent over wat mooi is, is er ook speling. Waar je bij een conservatieve bank wordt weggestuurd om je stoere sneakers en ‘edgy’ uiterlijk, ben je bij een reclamebureau misschien heel gewild. En in de mode-industrie is dat wat mooi is ook aan het veranderen: waren vroeger blonde, witte, vrouwelijke modellen de norm, nu is er juist vraag naar androgyne modellen en mensen van kleur.”

Is er net als esthetisch kapitaal ook zoiets als humoristisch kapitaal?

“Als je humor hebt, zijn er ook veel voordelen. Je wordt aardiger gevonden, je maakt misschien makkelijker promotie. Het is een belangrijk onderdeel van sociale vaardigheden. Maar het maakt nogal uit wat voor humor. Als je de hele tijd cynische grappen maakt, vind je minder steun. En uit een beroemd Amerikaans onderzoek waarbij mensen hun hele leven gevolgd werden bleek ook dat grappige mensen gemiddeld eerder sterven. Dat komt door twee mechanismen: mensen met humor nemen meer risico’s, ze doen wildere dingen. En daarbij nemen ze ook dingen minder serieus. Waardoor ze dus ook minder snel naar de dokter gaan als er iets mis is.”

‘Botox en een goede kapper zijn bereikbaar voor mensen met geld.’ Beeld Martin Dijkstra
‘Botox en een goede kapper zijn bereikbaar voor mensen met geld.’Beeld Martin Dijkstra

Giselinde Kuipers groeide op in de jaren zeventig, in een gezin waarin vader én moeder dominee waren. Ze waren links en geëngageerd. Het was een chaotische jaren zeventig opvoeding, zoals ze dat zelf noemt, waarin vaste patronen verdwenen, en daarvoor weinig in de plaats kwam. Heel veel wil ze er niet over kwijt, maar als tiener wilde ze ‘kraker met een hond’ worden, ze was ‘sociaal onhandig’ en ‘een nerd voordat het hip was’.

Thuis was er weinig structuur, alles werd bevraagd. Ligt dat aan de basis van uw kijk op schijnbaar gewone zaken als grappen en uiterlijk?

“Ik heb een zekere verbazing over wat anderen normaal vinden. Dat heeft voor- en nadelen.”

Zoals?

“Veel in het leven is raar als je zo denkt. Binnen instituten is dat soms lastig. Ik neem niet meteen aan dat degene die de baas is ook degene is die gelijk heeft. Wat andere mensen vinden, maakt me niet zo uit.”

Heeft dat u wel eens in de problemen gebracht?

“Ik heb inmiddels de sociale vaardigheden ontwikkeld om me te redden. Maar ik heb een tijd een leidinggevende functie gehad bij de UvA waar ik ongelukkig van werd. Vooral omdat ik beleid moest uitvoeren waar ik niet achter stond. Dan moest ik collega’s vertellen dat ze niet hard genoeg werkten. Toen ben ik activistisch geworden. Ik raakte betrokken bij WO in actie, een groep die de werk- en prestatiedruk op de universiteiten wilde aanpakken.”

Bent u daarom naar Leuven gegaan?

“Het is een van de redenen. Ik wil nooit meer in de positie komen dat ik beleid moet uitvoeren waar ik niet achter sta. Leuven is een ouderwetse, traditionele studentenstad. Ouderwets is in dit geval goed en betekent dat je veel academische vrijheid hebt. Anders dan in Nederland, waar je op key performance indicators wordt afgerekend en je de studenten snel door het systeem moet jagen, heb ik nu het gevoel dat ik meer mag doen wat ik wil. Het is veel dichter bij het oude ideaal van de universiteit.”

Uw onderzoek gaat ook over ongelijkheid. U beschrijft dat wie mooi is eerder rijk wordt en wie rijk is, mooier wordt.

“Economisch voordeel kan zich vertalen in een beter uiterlijk. Botoxjes, een goede kapper, mooie kleding. Maar ook gezonder eten of een personal trainer zijn bereikbaarder voor mensen met geld. Laagopgeleiden hebben vaker overgewicht: dat is een combinatie van minder toegang tot goede voeding, maar ook minder aangeleerde vaardigheden als zelfbeheersing en langetermijndenken. Het is niet alleen zo dat mooie mensen rijker worden, het ook nog eens zo dat rijke mensen mooier worden. Dat is een heel zure cyclus waarin je terecht komt. Het vergroot de kloof.”

‘De body positivity-beweging bestaat vooral uit mensen die mooie foto’s op Instagram posten.’ Beeld Francesca Protopapa en Eleonora Antonioni
‘De body positivity-beweging bestaat vooral uit mensen die mooie foto’s op Instagram posten.’Beeld Francesca Protopapa en Eleonora Antonioni

Soms duiken er verrassende oplossingen op. U heeft het onder meer over de Amerikaanse econoom Daniel Hamermesh die voorstelt om cosmetische behandelingen voor armere mensen te vergoeden. Vindt u dat een goed idee?

“Hij heeft duidelijk laten zien hoe groot het economisch nadeel is voor mensen die minder knap zijn, maar hij maakt het een individueel probleem. Hij gelooft ook dat schoonheid iets is waar mensen het over eens zijn, en daar twijfel ik aan. Hij zegt vooral: mensen die echt niet knap zijn, mismaakt, waardoor je altijd opvalt, zouden gecompenseerd moeten worden. In Nederland is zo’n oplossing niet echt zinnig, want hier wordt al veel medisch rechtgezet. Flaporen of een heel slecht gebit worden meestal al vergoed - al wordt het ook steeds minder. Ik zou zelf liever het hele systeem veranderen dan dit soort lapmiddelen invoeren.”

Waar denkt u aan?

“Het gebruik van foto’s in cv’s ontmoedigen. En dat je in selectieprocessen HR-mensen een training geeft over vooroordelen. Het zijn kleine ingrepen misschien, maar als je alleen individuen compenseert, verander je het systeem niet. Je wilt niet in een soort bureaucratische procedure terecht komen waarin je moet aantonen dat je zo lelijk bent, dat je er last van hebt. Dat lijkt me beschadigend.”

Of zoals in Brazilië plastische chirurgie gratis maken?

“Dat vind ik sympathieker. Het gaat uit van het idee dat iedereen recht heeft om mooi te zijn. Maar het lijkt me ook niet de weg. Ik zou eerder kijken naar hoe je het schoonheidsregime kunt dempen.”

Wie nadeel heeft van zijn uiterlijk, kan slachtoffer worden van lookisme, weer een vorm van discriminatie naast bijvoorbeeld racisme of seksisme.

“Al die uitsluitingsmechanismen zijn met elkaar verbonden. In mijn onderzoek in vijf Europese landen hebben we mensen kaartjes gegeven waarbij ze gezichten en lichamen van mannen en vrouwen laten sorteren van mooist naar minst mooi. We zagen meteen dat er duidelijke raciale patronen in zitten.”

“Dat was in Nederland sterker dan in Frankrijk en Italië. Niet-witte mensen werden ‘geclusterd’, niet dat ze mensen met een Aziatisch uiterlijk of zwarte mensen lelijk vonden, maar ze worden bij elkaar gezet, en dat betekent dat ze worden gezien als een aparte categorie. Aziatische mannen worden door bijna iedereen minder mooi gevonden. Zwarte mensen worden wel als exotisch en interessant gezien – en dus mooi -- , maar door anderen ook wel als gevaarlijk en ‘anders’.”

Nederlanders zijn dus racistisch in hun schoonheidsideaal.

“Ik zou het preciezer zeggen: je ziet raciale categorieën, die natuurlijk met macht verbonden zijn, terug in de manier waarop we uiterlijk beoordelen. Het is net als met humor: je doet een klein deurtje open en de hele samenleving wordt erin weerspiegeld - inclusief de minder mooie kanten. Denk aan de grove zwartepietengrap van Johan Derksen over Akwasi, waar iedereen in Nederland een mening over had. Dan worden de scheidslijnen ineens heel duidelijk: je ziet dan welke waarden en perceptie achter zo’n grap zitten en wat mensen belangrijk vinden.”

Giselinde Kuipers in het online stripverhaal over haar schoonheidsonderzoek. Beeld Francesca Protopapa en Eleonora Antonioni
Giselinde Kuipers in het online stripverhaal over haar schoonheidsonderzoek.Beeld Francesca Protopapa en Eleonora Antonioni

Hoe kaart je lookisme aan? Het lijkt me lastiger om te zeggen: ik ben afgewezen omdat ik lelijk ben, dan omdat ik vrouw of zwart ben.

“Het was nog niet zo lang geleden dat het voor etniciteit of gender ook moeilijk was aan te tonen. Maar wat het anders maakt, is dat het geen harde sociale categorie is, zoals ‘vrouw’ of ‘jong’. Het is ook moeilijk om erover te praten. Je kunt vaak niet zomaar over iemand zeggen: die is mooi of die is lelijk, er wordt omheen gefluisterd. Het heeft iets ongrijpbaars.”

Kun je dan op zijn minst ook nadeel hebben van mooi zijn?

“Bij mannen is het eenduidiger, dat zien we ook in ons onderzoek: als je knap hebt, heb je voordeel. Bij vrouwen die heel knap zijn, kan de schoonheid ook in het nadeel werken. Je leest weleens dat het andere vrouwen zijn die ‘te knappe’ vrouwen tegenhouden bij een sollicitatie, maar dat vind ik vooral seksistisch want die artikelen zijn niet zelden door mannen geschreven. Ook als je het hebt over straatintimidatie of anderszins lastig gevallen worden, is heel knap zijn, niet altijd fijn. Soms is het fijn om niet gezien te worden. Je kunt als vrouw denk ik beter een 7,5 zijn dan een 9. ”

Kuipers’ onderzoek naar schoonheid is ook vertaald in een online comic. Ze maakte met twee Italiaanse striptekenaars en een scenarist een verhaal over studenten die college krijgen van Kuipers, zich tegen het schoonheidsregime keren en dat proberen te ondermijnen. Zij komen met een interessante oplossing. Een van hen kiest ervoor zich zo ‘lelijk’ mogelijk te maken, om zijn gezicht te laten verbouwen met plastische chirurgie. Het eindigt ermee dat zijn verbouwde gezicht wordt omarmd door de schoonheidsindustrie en dat de ondermijning is mislukt. “Het blijkt dus heel moeilijk om je eraan te onttrekken. Want wat is dan lelijk?”

Toch zijn er tegenbewegingen. Selfies zonder make-up, waarbij je er zo natuurlijk mogelijk uit moet zien, of de body positivity-beweging, die ook niet-dunne mensen omarmt.

“Maar dat zijn vaak toch weer van die knappe mensen. Juist die tegenbewegingen zijn uiteindelijk bevestigend. De body positivity-beweging bestaat vooral uit mensen die mooie foto’s op instagram posten. Ze hebben wel maat 42, maar zijn ook jong en strak. Dat is geen echte tegenspraak. Het is niet zo makkelijk om buiten de kaders te denken die je hebt aangeleerd.”

Heeft u eigenlijk een mening over alle cosmetische ingrepen die tegenwoordig steeds makkelijker worden gedaan?

“Het is een duidelijk voorbeeld van iets dat voor een individu voordelig is, maar voor de maatschappij als geheel niet. Jij wordt er waarschijnlijk blij van als je rimpels weg zijn, maar het zet tegelijkertijd een systeem in werking waar we met zijn allen slechter van worden. Het is dat ik een zoon heb, maar als ik een dochter zou hebben, weet ik ook niet hoe ik ermee om zou gaan. Je wilt het mensen niet onthouden als ze er nadeel van hebben, maar als we allemaal de lat steeds hoger leggen, hebben we er uiteindelijk allemaal nadeel van.”

Zou u aan uzelf sleutelen?

“Ik word grijs en daar doe ik wat aan. Maar ik denk niet dat ik botox ga doen. Maar wie weet verandert dat, als de standaarden blijven verschuiven. Ik ben ook nog van de generatie die niet standaard een beugel heeft gehad, dus mijn tanden staan een beetje raar. De tandarts heeft wel eens gevraagd of ik daar niet iets aan wil doen, maar toen heb ik ook resoluut nee gezegd. De wereld moet er maar mee leven.”

null Beeld

Giselinde Kuipers

21 september 1971, Krommenie

1989 Eindexamen Marnix Gymnasium, Rotterdam
1995 Master Culturele Antropologie Universiteit Utrecht
2001 Promotie UvA - Good Humor, Bad Taste. A Sociology of the Joke
2002-2003 Onderzoeker aan University of Pennsylvania
2004-2006 Postdoctoraal onderzoeker Erasmus Universiteit Rotterdam
2006-2012 Docent UvA
2009-2011 Hoogleraar (Norbert Elias-leerstoel), Erasmus Universiteit Rotterdam
2012-2019 Hoogleraar Cultuursociologie UvA
2019 Lid KNAW
2019-heden Onderzoekshoogleraar sociologie KU Leuven

Giselinde Kuipers woont samen in Utrecht en heeft een zoon van 7.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden