PlusExclusief

Hoofdagent Lieke Hester: ‘Een mooie achtervolging sla ik niet af’

null Beeld

Lieke Hester (34) is hoofdagent bij politie­bureau Burgwallen. De blogs die ze over haar werk schrijft, worden al jaren goed gelezen. Nu is er een boek: Het kan ook nooit normaal. ‘Bij ons op het bureau mag iedereen huilen.’

Marcel Wiegman

Liever was Lieke Hester brandweervrouw geworden, maar daarvoor moest je vroeger eerst 21 worden. Dus werd het de politie. Ook een stoer beroep. Ze werkt op de Amsterdamse Wallen en omgeving. Over haar werk schreef ze al een veelgelezen blog: liekeschrijft, ‘met mijn hart op mijn tong (in keurig algemeen, soms onbeschaafd Nederlands)’. Nu is er ook een openhartig boek over haar avonturen op straat: Het kan ook nooit normaal.

U heeft een banaan laten tatoeëren.

“Op mijn voet. Het staat voor: fuck it, ik doe waar ik blij van word. Ik heb me de meningen van anderen lang genoeg aangetrokken.”

Ik zie de link met een banaan niet zo.

“Bananen maken me blij. En geel is mijn lievelingskleur. Ik hou ook van gin-­tonic, van taartjes, koek, snoep en van ­chocolade. Van reizen en gezelligheid met vrienden. De geneugten van het leven.”

Wat gebeurt er als u in het café zegt dat u van de politie bent?

“Dan krijg je verhalen van iedereen die denkt dat hij onterecht een bon heeft gekregen. Of ze zeggen: vang je boeven? Ja, ik werk bij de politie. Ja, ik vang boeven. Als je 112 belt, heb je grote kans dat ik niet veel later voor je deur sta. Het beeld dat vrouwen niet op straat kunnen werken is echt uit het jaar kruik.”

Gaan mensen nooit ruzie zoeken?

“Alleen in de anonimiteit. Als ik jou een bon heb gegeven, zijn alle agenten klootzakken. Dat jij door rood reed of een telefoon in je hand had, doet er niet toe.”

Waarom wilde u een boek schrijven?

“Het is mijn kleinemeisjesdroom. Ik hoor collega’s zeggen: ik kan wel een boek schrijven over alles wat ik heb mee­gemaakt. Alleen doen ze het niet. Zonde; er zijn al zoveel verhalen verloren gegaan. Je denkt: na mijn pensioen. Maar zo kun je alles wel uitstellen tot na je pensioen.”

Vreest u de reacties?

“We zullen het zien. Als de reacties negatief zijn, hebben ze alsnog voor mijn boek betaald. Ik zeg: happy hating voor 22 euro.”

Geen problemen gehad met de afdeling politievoorlichting?

“Ik heb het in complete stilte geschreven. Pas toen het af was, ben ik naar communicatie gegaan. Ik heb gezegd: jongens, luister, ik heb een boek geschreven. Het gaat er komen. Ik hoop hand in hand met jullie, maar als jullie zeggen: we staan er niet achter, dan komt het er alsnog. Maar ze waren enthousiast en mijn wijkteam­leiding vindt het superleuk. Van hoger in de boom weet ik het niet. Er zit grof taal­gebruik in, ik heb dingen beschreven die ik volgens de wet niet had mogen doen, dus ja…”

Zoals?

“Een dealer van de Wallen had een keer een minderjarig meisje uit de provincie mee naar huis genomen dat was verdwaald in de stad. Ik kende hem, ik dacht niet dat hij kwaad in de zin had, maar ik maakte me toch vreselijk zorgen. Toen hij de deur opendeed, zei ik dat ik een heel messenblok in zijn rug zou steken als hij haar iets aangedaan had. Het was er in de emotie uit voordat ik er erg in had.”

Niets menselijks is de politie vreemd.

“Ik wilde het net zeggen.”

Ik las dat u vroeger ook weleens wat ­gestolen hebt.

“Ik ben niet roomser dan de paus. Met boeven vang je boeven.”

Wat voor boef was u dan?

“Een heel grote. Ik heb De Nederlandsche Bank nog overvallen. Nee, gewoon, als kind heb ik weleens wat gejat. Dat ik bij de politie zit, wil niet zeggen dat ik alles goed gedaan heb in het leven.”

Wat heeft u zoal gejat?

“Ehm, meerdere dingen. Moeten we het daar uitgebreid over hebben?”

Het intrigeert me.

“Maar ik ga er toch geen antwoord op geven. Ik kan niet alles prijsgeven.”

Waar hoopt u op als u ’s ochtends de deur uitgaat?

“Een mooie achtervolging sla ik niet af.”

Gas zit rechts.

“Ja, haha, het gas zit rechts. Een heterdaad is ook mooi. Dat je een inbreker pakt als het delict nog maar net is gepleegd. Het noodnummer 112 wordt gebeld, je gaat op zoek, je houdt hem aan. Een ronde zaak. Daar ga ik helemaal goed op.”

Een dag is pas goed als er actie is.

“Een dag is pas goed als er is gelachen en we allemaal weer veilig naar huis zijn gegaan. Maar inderdaad: ik werk niet bij de politie om de hele dag rondjes te rijden en mijn neus leeg te vreten.”

Hoe vaak zit u zich te vervelen?

“Eigenlijk nooit, behalve tijdens ­corona. Toen gingen we van drukste gebied van Nederland naar stilste gebied van Nederland.”

Daar hebben veel mensen van ge­noten.

“Daar was ik er niet een van. In het begin denk je nog: die stilte op de Dam, wat mooi. Die stilte op de Wallen, wat mooi. Maar op een gegeven moment heb je overal een foto van gemaakt, heb je je administratie bijgewerkt en je locker opgeruimd en denk je: nu mag er wel weer een vechtpartij komen.”

Het viel me op dat u zich nogal eens loopt te ergeren.

“Aan wat?”

Aan toeristen bijvoorbeeld.

“Als er weer eens een de IJtunnel in is gefietst, ja. Of toeristen die midden op een kruising aan elkaar gaan vertellen hoe mooi het hier is en zich dan niet realiseren dat er drie trams in de ankers moeten en heel Amsterdam met zijn middelvinger omhoog staat. Inclusief ikzelf als ik op weg ben naar mijn werk. Toeristen op de fiets, dat is dramatisch. Of Fransen die in het Frans door blijven lullen als ik zeg dat ik geen Frans spreek. Ik snap dat niet. Daarom riep ik maar een keer fromage! Je kunt niet de hele dag serieus zijn. ”

Mensen die zeuren over daklozen?

“Ja, die vind ik ook vervelend. Dat iemand de politie belt en er gewoon een dakloze op een openbaar bankje zit. Het enige wat hij daar doet, is bestaan. Dan denk ik: is dat bankje van jou? Is het een probleem dat die man daar zit? Zet hij het bankje in de fik? Ga lekker in een hutje op de hei wonen. Ik ben dan ook nog zo dat ik een kop koffie voor die man ga halen en denk: blijf lekker voor die deur zitten met mijn koffie.”

“Ik heb een mooi appartement, ik heb een berg fantastische vrienden en een mooie baan. Ik ben gezond en heb geld om op vakantie te gaan en taartjes van Waldo te halen als ik daar zin in heb. Maar wie weet slaap ik over een jaar ook wel op een bankje in het park. Je weet nooit welke shitzooi op je weg komt. Ik ken een dak­loze met twee universitaire studies, die door omstandigheden down the drain ging. Er loopt hier een man rond met een bloempot op zijn hoofd. Sommige mensen vinden zo iemand intimiderend. Ik niet, ik vind dat een icoon van onze stad.”

Wat maakt u boos?

“Mijn oude buurvrouw die wordt beroofd van haar Rolex. Dan ben je nog minder dan de stront onder mijn schoenen. Als je geen geld hebt en wel honger: steel een brood bij de supermarkt. We ­hadden laatst een steekpartij. Een jongen werd overvallen, gaf zijn spullen af en werd alsnog verminkt. Ik heb echt nul medelijden met mensen die vastzitten omdat ze iemand overhoop hebben ge­­stoken.”

“Ik maak me ook boos om al die mensen die schreeuwen om hulp, maar het niet krijgen. Bij de geestelijke gezondheidszorg zijn wachtlijsten van twee jaar. Dat kun je niet uitleggen aan iemand die suïcidaal is. Die zorg zou je toch moeten verbeteren. We hadden hier iemand met achtervolgingswaanzin. Die man was zo bang dat hij dacht: als jullie me niet naar binnen laten en helpen, ga ik heel nare dingen doen.”

Want dan moet je wel?

“Daar komt het op neer. Gelukkig kwam het niet verder dan gooien met terrasstoelen. Er zijn steeds meer mensen die hulp nodig hebben, maar de geestelijke gezondheidszorg faalt. Het ding is: wij hebben alleen een cel voor deze mensen. Vaak moeten we geweld gebruiken, omdat ze uit doodsangst in volle vechtmodus gaan. En dan staan ze soms halverwege de nacht alweer buiten.”

Wat vindt u ervan dat steeds vaker ­mensen de politie staan te filmen?

“Als je een aanhouding filmt op een normale afstand: prima. Zolang je me maar niet hindert in mijn werk. Ik ga daar geen energie aan verspillen. Maar als ik aan het reanimeren ben? Ik vraag me af: wie kijkt daarnaar? Bizar. Mensen doen echt moeite om zo dichtbij mogelijk te komen om iemand te filmen in een kwetsbare positie, om het vervolgens ongecensureerd online te gooien. Dan denk je niet na, dan heb je schijt aan alles.”

Maar een hardhandige arrestatie?

“Er zijn best dingen gebeurd waarvan je denkt: goed dat het is gefilmd. Maar wat wel zo is: mensen filmen vaak pas als een incident al een tijd gaande is. Als ik bij­ ­wijze van spreken na driehonderd keer te zijn uitgescholden iemand eindelijk in de boeien ram, dan staat alles wat eraan vooraf is gegaan niet op film. Dat ik al honderden keren heb gezegd: meneer, ik wens niet te worden uitgescholden. Bij rellen op het Museumplein met coronademonstranten was te zien hoe een man werd gebeten door een hond. Dan roept half Nederland dat de politie te veel geweld gebruikt, maar is niet te zien wat er eerder is ge­beurd. Daar zou vanuit de politie ook wel wat duidelijker stelling tegen genomen mogen worden.”

Zijn dat soort filmpjes bedreigend?

“Wel als het doxing wordt: als iemand ze online zet en vraagt wie de agent is, dat we hem moeten opzoeken, dat zijn ramen eruit moeten en zijn vrouw dood moet.”

Er zijn wel incidenten geweest waarbij de rechter op basis van filmbeelden heeft gezegd dat de politie te veel ­geweld heeft gebruikt.

“We zijn een grote organisatie. Ook bij ons gaan dingen fout. Daar moeten we vooral van leren, dat moet niet onbestraft of onbesproken blijven. Ik bedoel: ik doe zelf ook weleens wat verkeerd. Daar word ik op aangesproken. Een paar weken geleden zei een collega nog: nou Liek, dat had wel iets minder grof gekund. Daar reflecteer ik dan op. Ik scoor ook niet elke dag een tien.”

Bent u weleens bang?

“Angst is een slechte raadgever.”

Dat wil nog niet zeggen dat u het nooit bent?

“Dat klopt, maar ik ben niet bang. Ik ben getraind, ik heb ervaring en ik heb collega’s die er altijd voor me zullen zijn. En als het helemaal uit de klauwen giert, heb ik nog meer collega’s die eraan komen.”

Drie jaar geleden bent u op de Bloemenmarkt in elkaar geslagen.

“Toen was ik wel bang. Echt bang.”

Wat gebeurde er?

“Na een eenvoudige aanhouding ging het helemaal mis. We werden aangevallen. Ik kreeg klappen op mijn achterhoofd. Ik dacht: fuck, fuck, fuck, dit zijn geen gewone vuisten. Wat het dan wel was weten we nog steeds niet, maar ik dacht echt: kut, dit gaat niet goed. Ik kon niet bij mijn noodknop, omdat ik mijn hoofd moest beschermen. Ik wilde wel naar mijn geweldsmiddelen grijpen, maar het ging niet.”

Iemand was bezig u dood te slaan.

“Het eindigde met een hersenschudding. Dan denk je: heftig, maar na een paar weken ga ik gewoon weer aan de slag. Er kwamen alleen restklachten: duizeligheid, hoofdpijn. Je lacht ze weg, maar inmiddels is de diagnose: niet-aangeboren hersen­letsel. Ik kan dat met droge ogen zeggen, maar dat heeft lang geduurd.”

Bent u voorzichtiger geworden?

“Ik heb het er met een collega over gehad: het kan zomaar zijn dat je niet meer durft in te grijpen op straat. Dat is, even afkloppen, niet gebeurd. Ik vlieg nog steeds overal in. De eerste dag dat ik als politievrouw weer naar buiten kon, ben ik in mijn eentje gegaan. Ik wilde voelen dat ik nog steeds zelfverzekerd, blij en gelukkig op de fiets kon zitten.”

Werd u goed opgevangen?

“Ik heb het fijnste, mooiste, liefste wijkteam dat ik me kan wensen.”

Hoe kwamen de daders ervan af?

“Met een taakstraf van 180 en 240 uur. Eentje moet nog naar de jeugdrechter en de vierde is nooit gevonden.”

Wat vindt u van die straf?

“Die staat gelijk aan nul, een mes in mijn rug. Ik hoor nu al vijftien jaar dat we geweld tegen hulpverleners zwaarder gaan straffen. Ik geloof het niet meer. We worden voorgelogen door de politiek. Ik voel mij niet gesteund door het justitiële apparaat.”

Daar klagen meer mensen over.

“Soms vragen mensen me: hoe kan het toch dat jij sommige dealers bij naam kent? Wat denk je? Die staan een paar uur nadat we ze hebben opgepakt alweer op straat als ze nepdrugs verkopen.”

Heeft u uw dienstpistool weleens gebruikt?

“Daar ga ik het niet over hebben. Andere vraag.”

Mag je tegenwoordig huilen in het korps?

“Here I am. Jankert 2.0. Als ik verdrietig ben, ben ik verdrietig.”

Ziet u ook wel eens mannelijke collega’s huilen?

“Zeker. Had je niet verwacht, hè? Huilen is niet alleen voor vrouwen. Bij ons op het bureau mag iedereen huilen.”

Vroeger was dat niet zo makkelijk.

“Dat klopt. Ik heb het zien verbeteren. Ik vind het ook wel iets om trots op te zijn. We gaan de goede kant op, ook met ­psychologische hulp. We krijgen elk jaar een mentale check-up. Nou kun je daar mooi weer gaan zitten spelen, maar mijn zorg­inspecteur Misha trekt me ook regelmatig aan mijn haar: Liek, je hebt weer een hoop shitzooi meegemaakt. Hoe gaat het met je?”

Onderdeel van uw werk is het slechtnieuwsgesprek als er iemand is overleden of naar het ziekenhuis is gebracht.

“Gelukkig niet regelmatig, maar het hoort erbij.”

Vindt u dat moeilijk?

“Dat valt mee. Al is het niet zo dat, als ’s ochtends om vijf uur de wekker gaat, het eerste wat je denkt is: we gaan vandaag eens lekker een slechtnieuwsgesprek v­­oeren. Het is toch bizar als er opeens twee agenten voor je deur staan die even de grond onder je voeten vandaan komen vegen. Het is zwaar om iemand te ver­tellen dat degene van wie hij of zij het meeste houdt in de wereld er niet meer is.”

Hoe pakt u dat aan?

“Je moet om te beginnen zeker weten dat je voor de goede deur staat. En dan breng je het nieuws zoals je een pleister eraf trekt: in één keer, zonder te draaien.”

Kun je dat leren?

“Je oefent het op school, maar tegen een acteur vertellen dat zijn moeder dood is komt by far niet in de buurt van het echie. Al kan hij nog zo goed acteren.”

U schrijft over een jongen die op oudejaarsavond was gestikt in een oliebol. U moest het zijn moeder gaan vertellen en was bang in lachen uit te barsten als u uw collega aan zou kijken.

“Terwijl het vreselijk was om te vertellen. Maar het was zo onrealistisch. Dat je denkt: in een oliebol. Het leek wel een slechte grap.”

Jullie maken best harde grappen tegen elkaar.

“Het is nodig. Als wij geen vieze, gore, harde grappen meer zouden mogen maken, dan is dat niet goed voor onze mentale gezondheid. Het hoort er echt bij, al moet je natuurlijk uitkijken dat anderen het niet horen.”

Er wordt vaak gezegd dat de politie een onprettige plek is om te werken vanwege de harde, vaak seksistische of ­racistische grappen die er worden ­gemaakt. Men zit elkaar voortdurend de maat te nemen.

“Dat zou ik willen wegschrijven als onzin. Juist om alle humor is de politie een waanzinnige plek om te werken.”

Een manier om het draaglijk te houden?

“Dé manier om het draaglijk te houden. Je maakt zoveel gekke en gore dingen mee. Je moet erover lachen. Ik weet van vriendinnen bij de brandweer of de ambulance dat ze daar ook de hele tijd grappen staan te maken over dingen waar je eigenlijk helemaal geen grappen over hoort te maken.”

En als je er niet tegen kan?

“Niet tegen wat? Bij mij op de werkvloer kun je gewoon zeggen: ik vind dat niet leuk. Humor hoort er gewoon bij, ook slechte humor. Wij hebben dat gewoon nodig.”

Grappen over vrouwen?

“Ze gaan over het werk.”

De politie is lang een plek geweest waar vrouwen niet wilden werken.

“Says who? Ik werk er als vrouw. Je moet sterk in je schoenen staan, want je hebt te doen met zwaar werk, zowel fysiek als mentaal. Je wordt af en toe helemaal verrot gescholden, maar de sfeer met collega’s onderling…”

Er zou een machocultuur heersen.

“Ik zie dat niet. Ja, als je je druk maakt over een gebroken pinknagel is de politie misschien niet de place to be, maar ik vind absoluut niet dat je er als vrouw geen fijne werkplek hebt. Zeker niet. Vrouwen staan er echt in hun kracht.”

Zou u in Rotterdam kunnen werken?

“Geen haar op mijn hoofd. Ik vind Rotterdam een topstad. Een van mijn beste vriendinnetjes woont in Rotterdam. Ze hebben daar alles wat we hier ook hebben, maar Amsterdam is nu eenmaal mijn bloedgroep. Ik ben geboren in Westerpark en opgegroeid in de Jordaan. De stad hoort bij me. Het leeft er altijd. Er is zoveel diversiteit en het is altijd druk. Het ademt, de chaos, de gekkigheid. Ik vind Amsterdam een prachtige stad. Ik ben die gek die op de brug over de gracht een foto staat te maken van een zonsopgang die ik al honderd keer heb gezien. Ik geniet gewoon elke dag van mijn eigen stad.”

Lieke Hester: Het kan ook nooit normaal; belevenissen van een hoofdagent. Uitgeverij HarperCollins, €21,99

CV

Geboren op 16 april 1988 in Amsterdam

2007-heden: Surveillant, agent, hoofdagent, Amsterdam

2016-heden: blog liekeschrijft.amsterdam

2022: Publicatie Het kan ook nooit normaal

Lieke Hester woont in Amsterdam

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden