Ron van Nes

PlusReportage

Honderd jaar volkstuinpark Ons Buiten: ‘Never nooit dat ik hier ooit wegga’

Ron van NesBeeld Michael Floor

Ter ere van het eeuwfeest van volkstuinpark Ons Buiten in Nieuw-West hangen 100 tuindersportretten van fotograaf Michael Floor langs de paden en laantjes. De oude garde, die het tuinpark al decennia draaiende houdt, ziet veel verandering. ‘Tja, er zijn andere mensen bij gekomen. Yuppen. Maar er zitten goeie bij, hoor.’

Kees van Unen

Van de honderd jaar dat Tuinpark Ons Buiten bestaat, loopt Henk van Raaij er al zeventig jaar rond. Elke dag eigenlijk, dus vandaag ook weer. Dit voorjaar werd hij geridderd. Geridderd? Ja, zegt hij, in de Orde van Oranje-Nassau of zoiets, weet ik veel. “Toen kreeg ik een speech jongen, die hoor je eigenlijk op je begrafenis te krijgen. Dat ik zo’n goede jongen was, weet je wel. Nou, dan hebben we die ook maar vast gehad.”

We lopen vandaag een rondje over het volkstuinpark aan de Riekerweg met fotograaf Michael Floor, die hier nu tien jaar een huisje heeft, mét tuin natuurlijk. ­Geïntrigeerd door het park, maar vooral door de mensen – tuinders noem je die hier – maakte hij een tijdsdocument met portretten van wie hij maar tegenkwam als hij met z’n analoge middenformaat-­camera over het park liep. Zíjn park toch ook, want je hoeft er geen halve eeuw rond te lopen om je hier thuis te voelen.

Ter gelegenheid van het honderdjarige bestaan van Ons Buiten worden zijn portretten nu geëxposeerd op de lanen en paadjes van het park en zo komt het dat we ergens lopen en opeens de levende ­versie van een foto langs zien fietsen: Ron van Nes. Ook eentje van de oude stempel hier, sinds 1958.

Judith Beeld Michael Floor
JudithBeeld Michael Floor

Mooi was die tijd, vertelt hij, net in de remmen en nu leunend op z’n stuur. “Als kind, hele dagen op het veld met elkaar. Er was niks, geen kloot, maar je vermaakte je wel samen. Gewoon een beetje rotzooien, en dat doen we nu nog steeds. Met m’n vrienden, de meesten zitten hier ook al zo lang of nog langer zelfs. Al dat oude spul dat daar zit,” zegt hij, wijzend naar de kantine, waar een clubje met grijze haren en bruine kuiten zit te verpozen. “Die komen hier elke dag. Allemaal gepensioneerd hè. En er moet altijd wat gebeuren hier. Timmeren, opruimen, sjouwen. Ja, ik kan nu niet zo veel meer, want ik mijn longen zijn niet goed. Ik ben 76, dus ik word nou echt een oude lul. Hoe zeggen ze dat? Oud worden is leuk, maar oud wezen valt niet mee. Maar we doen het samen, dat is het mooie. We helpen elkaar. Daarom ben hier ik hier elke dag. Ik woon in een huis aan het Vondelpark. Luxe hoor, 110 vierkante meter, tweede verdieping: een kast is het, maar ik heb er helemaal niks mee. Het is ieder voor zich daar, ik ken m’n buren amper. Maar oké, dat kan aan mij liggen, want ik ben er bijna nooit. Nou ja, in de winter om te slapen en te eten, maar om negen uur ’s ochtends ben ik dan weer hier, elke dag. En never nooit dat ik hier ooit wegga.”

Zuchtje natuur

Alle begrip daarvoor, want je hoeft er maar even rond te lopen en denkt al: ik wil dit ook. Zo kwam Floor hier jaren geleden een keer wandelen met zijn vrouw, allebei nog lang niet in de tuinhuizenfase van hun leven, vonden ze zelf. Maar ze wisten wel meteen dat ze dit ooit wel gingen willen. ­Ingeschreven dus, en tien jaar geleden betrokken ze er hun paleisje. Klein, maar o wat fijn, omgeven door groen en frisse lucht. Voor hun kinderen van zeven tien is het dat zuchtje natuur in een stadse jeugd gebleken, zoals het dat al een eeuw is voor wie er van jongs af aan rondloopt.

Henk van Raaij Beeld Michael Floor
Henk van RaaijBeeld Michael Floor

Maar, zegt Henk van Raaij, vroeger was het armoe hoor. “Púre armoe. We hadden wel allemaal dezelfde armoe, dat schept een band. En in de jaren zestig kregen we het wat ruimer, de economie ging omhoog en dat was hier ook te merken. De sfeer, het werd gezelliger.”

Gezellig is het nog steeds. En divers, blijkt wel uit de serie die Floor maakte. Met pubers, op die leeftijd tussen kind en geen-kind-meer: daar zit van alles in. Of Dorothé, die net aan de Ottolenghi­klassieker met palmkool en kikkererwten zat – Floor zag het en legde het vast. En dan is er nog die architect, wiens huis een snaarstrakke Japanse rechthoek is, met veel glas en een tuin om jaloers op te worden. Maar ook Jochem, die hier opgroeide en zijn tuin vol beelden en zelfs een Maria-­kappelletje heeft. En die hond, die met beide poten op het tuinhek geposteerd staat te kijken met de blik van een buurman die het allemaal nog maar eens moet zien.

Pim Beeld Michael Floor
PimBeeld Michael Floor

Proseccotuinders

De meesten wilden wel, als Floor vroeg of hij een foto mocht maken. Ook omdat de camera zo tot de verbeelding spreekt. Het is er zo eentje waar je van bovenaf in kijkt, waarbij het allemaal even duurt totdat hij – KLOEINK, want zo klinkt het – klikt en het vastgelegd is.

“Het is de diversiteit aan mensen die ik wilde laten zien,” zegt Floor. “Iedereen anders. Sommigen komen hier om zich terug te trekken, anderen juist voor de gezelligheid. Maar iedereen mag er zijn. Kijk, we lopen nu op de Geertruidalaan. Alle paden zijn vernoemd naar de vrouwen van de oprichters. Honderd jaar geleden natuurlijk, dus allemaal prachtige ouderwetse Hollandse namen. Er valt zo veel te zeggen over deze plek. Maar ik ben me ook wel bewust van hoe wij hier tien jaar geleden binnenkwamen. Bakfiets, ­jonge tweeverdieners uit de stad. ­P­roseccotuinders, zo wordt de ­nieuwe lichting genoemd door de oude. Haha, ik kan er wel om lachen.”

Ron: “Tja, er zijn andere mensen bij gekomen. Yuppen. Maar er zitten goeie bij, hoor. Een paar. Alleen sommigen komen zondags, steken de barbecue aan, glaasje wijn erbij en dan zijn ze dezelfde avond weer weg. Leuk hoor, maar daar heb je als vereniging niks aan. Die draait op vrijwilligers. Ze vinden het zo leuk voor de kinderen. Ja, denk ik dan, maar ze begrijpen niet dat er mensen voor nodig zijn om het zo leuk voor de kinderen te houden. Nu komt dat hoofdzakelijk op de oude ­garde aan. En die oude garde – ik kijk ook even naar mezelf – wordt nu wel oud.”

Jesse en Levi Beeld Michael Floor
Jesse en LeviBeeld Michael Floor

Ons Buiten werd ooit, net als de andere tuinparken in Amsterdam, opgericht uit ­idealisme, om arbeiders frisse lucht te geven, met ruimte en vooral groen. En hoewel de samenstelling is veranderd, de tuinders bestaan uit een groep die diverser is dan ooit, geldt nog steeds dat het groen verenigt. Een minisamenleving, noemt Floor het, waarvan de rol misschien ver­anderd is maar waar de sociale idealen nog fier overeind staan. Je moet het samen doen hier, en je wíl het samen doen.

Dat betekent wel dat er regels zijn. Belangstellenden krijgen bij de jaarlijkse informatieavond een opgeheven vinger voorgehouden: een tuindersleven komt met verantwoordelijkheden. “Daar zijn ze best streng in.”

Geert Beeld Michael Floor
GeertBeeld Michael Floor

Welnee, vindt Ron, het stelt geen reet voor. “Oké, je moet een keer per jaar de sloot baggeren en verder moet je je heg knippen en je tuin een beetje bijhouden. Nou, dat zou je thuis toch ook doen? Je merkt wel: de mensen die hier niet wonen laten alles groeien. En ik snap: iedereen doet op z’n eigen manier, zelf hou ik van netjes, maar het kan natuurlijk anders. Alleen: je móét het een beetje bijhouden, want het groeit allemaal als kool. Duizendknoop, je kent het wel. Daarom moet je hier eigenlijk ook veel zijn. Het is niet een beetje voor erbij. Tenminste, beter van niet.”

Tussen rietsigaren en kikkers

“Kijk,” zegt Floor, en hij wijst naar een paar witte partytenten op het grasveld voor de kantine. “Daar gaat het gebeuren dit weekend. Het trouwfeest van mijn vrouw en mij. Geweldig, toch? We konden ons geen leukere plek bedenken dan hier, we zijn ons hier echt thuis gaan voelen.”

Pippa en Maureen Beeld Michael Floor
Pippa en MaureenBeeld Michael Floor

Geen wonder, want het ís een oase. Omringd door de Zuidsingel, waar riet­sigaren, gele lissen en koekoeksbloemen staan. Tussen de kwakende padden en kikkers, tussen de eenden, egels en vossen en uilen. Echt, je staat in tien minuten fietsen alweer op de Zuidas, maar je voelt het niet. Sinds de pandemie is de vraag naar een huisje geëxplodeerd. Lange wachtlijsten, weinig doorloop, ook omdat het nog zo betaalbaar is, al komt die betaalbaarheid dus met een verantwoordelijkheid.

Ron, even later, op het terrasje bij de kantine tussen z’n oude maten. Keuvelend, over niks in het bijzonder maar alles in het algemeen. Iets over een heg die gesnoeid moet, en een paadje aangeharkt. Hou je het nog vol Ron?

Grote lach: “Dit is het tuinleven hè, en ik kan het iedereen aanraden.”

Milan Beeld Michael Floor
MilanBeeld Michael Floor

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden