Plus Achtergrond

Hollandse gezelligheid: van bruine kroeg tot kamperen

Beeld Nationaal Archief/Collectie Spaarnestad/Harry Pot

Niets zo Hollands als gezelligheid. Maar wanneer vinden we iets gezellig? Petra Vethman (52) schreef er een boek over en verklaart Hollandse gezelligheid in zes thema’s.

1. Gezelligheid in huis

“Waar in tropische landen gerust een tl-balk aan het plafond wordt gehangen, houden Nederlanders van donker. Dat komt van vroeger, toen we tijdens lange winters op grootmoeders houten meubels zaten, rond bescheiden kaarslicht.”

“Onze inrichting is in de afgelopen decennia uiteraard enorm veranderd, maar er is één ding dat Nederlandse huizen van alle tijden typeert: spulletjes. Wij vinden het allemaal érg gezellig als de boel een beetje dichtslibt.”

“Die snuisterijen en frutseltjes zetten we graag in de vensterbank volgens ‘de wet van twee’; onze opmerkelijke voorliefde twee dezelfde plantjes, kandelaars of Boeddhabeeldjes voor het raam te zetten. Woonblad VT Wonen is die trend ooit begonnen.”

“Dat we in Nederland ’s avonds de gordijnen openlaten, komt ook van vroeger: toen we en masse gelovig waren moest de pastoor kunnen zien dat we niks te verbergen hadden. Inmiddels vinden we het ook juist gezellig om ons achter gesloten gordijnen terug te trekken.”

2. Gezellig samen eten?

“Van oudsher is diners geven voor Nederlanders geen usance. Vriendjes en vriendinnetjes werden vroeger zelfs traditioneel het huis uitgestuurd voor het avondmaal. Dat lijkt ongezellig, maar samen eten was een heilig moment voor het gezin.”

“Er werden wel diners gegeven, maar vooral door de ­elite, en dat waren stijve, formele avonden. Niet per se ­gezellig.”

“Kaasfondue en gourmetten brachten daar in de jaren zestig en zeventig verandering in. Tijdens zulke informele avondjes zat men samen babbelend aan tafel te klooien met miniatuurpannetjes. Foodtrendanalist Marjan Ippel noemt dat ‘het culinaire equivalent van samen een spelletje doen of tv kijken’. En samen iets doen: dáár zijn Nederlanders dol op.”

“Nu nog wordt er met kerst door de meeste mensen ­gegourmet, aldus cijfers van Albert Heijn. Ja, we noemen het inmiddels camp, maar vinden het éigenlijk heel gezellig.”

3. Hè, gezellig: een verjaardag!

“Nederland staat onder andere bekend om de kringverjaardag. Waar die kring vandaan komt, heb ik niet wetenschappelijk kunnen onderbouwen, maar ik heb wel theorieën. Bijvoorbeeld: het was met zo’n kring erg makkelijk voor de vrouw des huizes om rond te gaan met blokjes kaas en rolletjes ham.”

“Franse chef Alain Caron vertelt in mijn boek hoe hij in de jaren tachtig in Nederland werd uitgenodigd voor een huisfeestje. Dat bleek niet meer dan samen op de grond bier drinken met wat crackers en vieze kaas. Hij was ­geschokt, maar wij Nederlanders vinden zoiets gezellig, want het is informeel.”

“De formele, stijve kring zie je nog steeds, maar is vreselijk ouderwets. Je zit dan immers vast op de stoel die je aan het begin koos. Ga je ergens anders zitten, zeg je namelijk impliciet dat je bent uitgepraat met je oude gesprekspartner. En dát is niet gezellig.”

4. Gezellig op vakantie

“Nederland is kampeernatie nummer één. Naar verhouding wonen hier de meeste kampeerders ter wereld, blijkt uit cijfers van de ANWB. Dat heeft veel te maken met de ­gezelligheid van slapen in een tent. Een tent is, net als een huurbungalow trouwens, immers een kleine variant van ons huis, en zo’n knusse miniversie vinden we gezellig. En het eenvoudige geluk van ’s avonds spelletjes doen bij kaarslicht vindt men gewoon fijn.”

“Kamperen begon eind negentiende eeuw, met jongemannen die als reactie op de industrialisering en urbanisering de ­natuur in gingen.”

“Wij Hollanders zijn dol op praatjes maken en op de camping heb je geen alibi nodig om zomaar iemand aan te spreken. Daarbij zijn Nederlanders extreem egalitair en op de camping is geen hiërarchie. Rangen en standen doen er niet meer toe. Dat blijkt wel als je bedenkt dat Nederland met Joop den Uyl en Wim Kok twee kamperende premiers heeft gehad.”

5. Gezellig aan de toog

“Begin negentiende eeuw mochten armlastige burgers thuis een tapperijtje openen om wat bij te verdienen. Vandaar dat zo veel kroegen vandaag nog Huiskamer of Huyschkaemer heten. En omdat in die tijd de huizen bruin en donker waren ingericht, vinden wij de echt ­Nederlandse bruine kroeg gezellig.”

“Sinds jaar en dag zoeken we in het café een soort tweede huis, een plek waar je in alle rust kunt reflecteren op de dag. ‘Je derde leven’, noemt Midas Dekkers dat in zijn cafémemoires: het leven tussen je bestaan thuis en op kantoor.”

“Een café vinden we fijn als er een losse sfeer hangt en ­iedereen gelijk is. Ofwel: als je met iedereen een praatje kunt maken. Denk aan Amsterdamse cafés als Brandon of De Prins, waar arbeiders en grachtengordelbewoners naast elkaar zitten.”

“Het bruine café heeft inmiddels veel concurrentie, maar wie weet zorgt de terugkomst van de kopstoot voor een ommekeer voor de gezellige kroeg.”

6. Volkse gezelligheid

“We dragen ons Nederlanderschap niet vaak uit, maar áls er volks feestgevierd wordt, kunnen we ons even ontzettend nationalistisch gedragen. Dan gaan we er helemaal voor, tot polonaises aan toe. In Café Nol zingt iedereen bijvoorbeeld uit volle borst Amsterdamse liedjes mee en voelen we ons allemaal enorm verbonden. Niemand zit als zoutpilaar stil, want dat is niet gezellig. En zelfs iemand als ik, niet eens echt ras-Amsterdammer, hoort er op zo’n moment bij en krijgt drankjes aangeboden.”

“Mede door de reformatie hebben we in Nederland relatief weinig nationale feestdagen. Het leven was immers enkel een voorbereiding op het hiernamaals. We zijn als volk beter in feesten geworden en hebben zelfs een carpe diem-mentaliteit omarmd. Kijk maar naar events als Pride en de Uitmarkt. Dat is heel goed: wat volkse gezelligheid, daar knapt de Nederlander van op, ook al komt de kater ­later.”

Petra Vethman: Gezellig! Ambo|Anthos, €21,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden