PlusPortretten

Hoezo Marie Kondo? ‘Overweldigend en luid, dat geeft ons inspiratie’

José Visser: ‘Een huis moet inspirerend zijn. Ik wil dat iemand die bij mij op de koffie komt, blij wegfietst.’ Beeld Nina Schollaardt
José Visser: ‘Een huis moet inspirerend zijn. Ik wil dat iemand die bij mij op de koffie komt, blij wegfietst.’Beeld Nina Schollaardt

Opgeruimde interieurs zijn de norm, opruimgoeroe Marie Kondo regeert over menig huishouden. Voor deze Amsterdammers mag het allemaal juist wat méér zijn. Ze vertellen over de liefde voor hun vele spullen. ‘Ik houd van alles wat plastic is.’

Tim Igor Snijders

José Visser (55) is stewardess bij KLM. Ze woont met haar man (54) en drie kinderen (22, 19 en 15) op drie verdiepingen in Amsterdam-West, waar haar plafondhoge stellingkast steeds voller komt te staan met spullen van over de hele wereld.

“Ik kom altijd met een vollere koffer van een reis terug dan ik heen ging. Dat vrouwenbeeldje komt uit Mexico, de tinnen wolf vond ik in India, de kralen ananas kocht ik in Taiwan. Soms verstop ik dingen een beetje, die komen dan later zomaar tevoorschijn. ‘Volgens mij zie ik weer allemaal dingen binnensluipen,’ zegt mijn man weleens. Ik weet niet of hij het zo leuk vindt, al die spullen.”

“Andere objecten maakte mijn moeder, zoals de groene, wollen kaartenset. Ze bleef borduren tot het eind – ze werd 81. De stellingkast is als een kleurrijke letterbak, een soort tentoonstelling. Een huis moet inspirerend zijn. Ik wil dat iemand die bij mij op de koffie komt, blij wegfietst. Tegenwoordig lijken de meeste interieurs op elkaar, dat vind ik jammer. En saai.”

“Wie veel spullen heeft, is altijd aan het ordenen. Ik ben ook moeder, we kunnen moeilijk met z’n allen in een slordig huis wonen. Maar door de jaren heen ben ik ook dingen kwijtgeraakt en ik geef regelmatig dingen weg aan vrienden. Ik heb altijd ad hoc een cadeau. Dan zegt mijn dochter: ‘Mam, ik moet over vijf minuten naar een feestje en ik heb niks.’ Dan pak ik snel iets mooi in en doe ik er wat nepbloemen bij.”

“Er staan nog veel meer spullen in de opslag, onder meer op de boerderij van mijn schoonmoeder. Zo heb ik nog veel meer hanen, ze doen mij denken aan mijn jeugd op Curaçao. Om de zoveel tijd breng ik spullen weg naar de kringloop. Dan laden mijn man en ik de auto vol, leveren we het af en rijden we snel weg. Anders zou ik weer meer halen, natuurlijk.”

“Ik koop ook nieuwe dingen bij de koopjeswinkels: Action, Flying Tiger. Ik ben altijd aan het scharrelen, soms voel ik me een soort inkoper. Al die objecten zijn voor mij ook materiaal. In mijn atelier beneden maak ik collages door het karton op te knippen van oude fotoboeken, spelletjesdozen en mijn eigen oude schilderingen. Zo wordt een oude lectuurbak van Ikea een fruitmandje in een stilleven. Spullen moeten gebruikt worden, vind ik; die zijn niet alleen om naar te kijken.”

“Ik ben niet iemand die heel sentimenteel doet over spullen. Mijn dierbaarste bezit? Dat zijn mijn kunstboeken, denk ik. Voordat ik ging vliegen, deed ik de lerarenopleiding tekenen en textiel, later werkte ik als stylist. Ik denk nog steeds in beeld, daarom zijn die boeken belangrijk voor me. Op Koninginnedag heb ik ooit mijn studieboek van Janson (een belangrijk standaardwerk van kunstgeschiedenis, red.) verkocht voor 50 cent. Al mijn aantekeningen stonden erin. Daar heb ik echt spijt van.”

Jimmy Paul van Rinsum (rechts) en Ralf Moerman. ‘Wij vinden het interieur van anderen vaak een beetje cliché, met die ene dure bank die iedereen al heeft.’ Beeld Nina Schollaardt
Jimmy Paul van Rinsum (rechts) en Ralf Moerman. ‘Wij vinden het interieur van anderen vaak een beetje cliché, met die ene dure bank die iedereen al heeft.’Beeld Nina Schollaardt

Jimmy Paul van Rinsum (36) is modeontwerper, zijn vriend Ralf Moerman (43) is manager kaartverkoop bij het DeLaMar Theater en yoga-instructeur. Ze verhuisden onlangs naar een groter appartement in de Indische Buurt.

Van Rinsum: “Wat andere mensen troep vinden, vind ik geweldig. Dat heb ik altijd gehad. Ik haal veel inspiratie uit popcultuur en houd van alles wat plastic is, van Hello Kitty en Disney tot Bratz en Barbie.”

Moerman: “Hij houdt van supervol, van mij mag er best een plankje leeg blijven. Die Disneypoppetjes, denk ik dan, die ken ik wel. Daar zijn er duizenden van gemaakt. Dan heb ik meer met ‘unieke’ kitsch. Alle poppen zijn van hem, dus hij mag het ook allemaal schoonhouden.”

Van Rinsum: “Dat gaat hier een stuk beter dan in ons vorige huis, een appartement van 40 vierkante meter in de Jordaan. Het verbaast me dat alles wat hier staat, daarin paste.”

Moerman: “Er komt ook alleen meer bij. We overleggen over alles. Net als Jimmy vind ik spullen leuk, maar ik denk eerder: wat een gedoe. Als je iets leuks ziet in de tweedehandswinkel, moet je het ook nog meenemen. Jimmy wil het altijd wel meesjouwen en uiteindelijk ben ik ook blij dat het hier staat.”

Van Rinsum: “Ik loop rustig een hele vakantie rond met een set glazen onder de arm. We vinden veel dingen op rommelmarkten en antiekbeurzen of ik koop iets voor twee euro bij Intertoys. De poppen zoek ik via Marktplaats of eBay, de Bratz worden bijvoorbeeld niet meer gemaakt. De barbies in de vitrinekast verschijnen maar in een beperkte oplage. Ze zijn allemaal gebaseerd op een model uit de jaren zestig en van porselein - echt een collector’s item. Als mensen ons interieur zien, zeggen ze vaak: ‘O, het is wel heel bijzonder’, gevolgd door een stilte.”

Moerman: “Ze vinden het dan gewoon lelijk! Haha. Maar mensen vinden het ook leuk om rond te snuffelen. Er is hier zo veel te zien.”

Van Rinsum: “Wij vinden het interieur van anderen vaak een beetje cliché, met die ene dure bank die iedereen al heeft. Veel moderne woonkamers zijn chic. Mooi, maar het lijkt op een hotel.”

Moerman: “Ons meest dierbare bezit? Voor mij is dat het kunstwerk aan de muur, een sculptuur van plastic figuurtjes door de Vlaming Miguel Delie. We kochten het vier jaar geleden op de Affordable Art Fair. Toen een van de poppetjes er afviel, kwam de kunstenaar het werk persoonlijk restaureren.”

Van Rinsum: “Ik heb steeds een ander favoriet ding. Nu is dat de Bratzpop van een jongen met een discman en een gitaar. ‘OMG’, zeggen vrienden, ‘die lijkt precies op jou!’”

Topher Gross en Holly Hollbrook met hun hondje Alice. ‘We weten dat de Nederlanders zeggen: ‘Doe normaal’, maar dit is ons normaal.’ Beeld Nina Schollaardt
Topher Gross en Holly Hollbrook met hun hondje Alice. ‘We weten dat de Nederlanders zeggen: ‘Doe normaal’, maar dit is ons normaal.’Beeld Nina Schollaardt

Haarstylist Topher Gross (43) en zijn vrouw Holly Holbrook (44), werkzoekend, verhuisden in mei vanuit Brooklyn naar Amsterdam. In hun appartement in Centrum blijven maar weinig stukjes muur onbenut.

Holbrook: “Overweldigend en luid, zo zou ik ons interieur omschrijven.”

Gross: “Ja, er is veel te zien. Je moet inspiratie blijven vinden in je huis. Ik zie ook nog elke dag iets nieuws. De meeste huizen van onze vrienden, zowel in Brooklyn als in Amsterdam, zijn minimalistischer.”

Holbrook: “In Nederlandse huizen hebben we tot nu toe veel beige en grijs gezien.”

Gross: “We weten dat de Nederlanders zeggen: ‘Doe normaal’, maar dit is ons normaal.”

Holbrook: “Ja, en voor ons is dit heel erg Marie Kondo. We hebben veel spullen weggedaan, want we konden niet alles uit New York meenemen. Wat je hier ziet, is een afgeslankte versie van ons leven.”

Gross: “Daar had ik zestig paar sneakers, hier past alles op een plank.”

Holbrook: “Over de inrichting zijn we het niet altijd eens; we sluiten compromissen. En ons compromis is, dat we allebei precies krijgen wat we willen, haha. Aan de muur hangt een prent van twee bijtende poedels, bijvoorbeeld. Die vind ik erg verontrustend. Maar Topher vindt het mooi.”

Gross: “Holly’s stijl is sixties en seventies, ik ben meer van de jaren tachtig. Als de kleur van een meubel of muur niet pijn doet aan je ogen, is ie niet fel genoeg.”

Holbrook: “Van zijn kleurenpalet krijg ik soms een migraine.”

Gross: “Veel van de kunst aan de muur is gemaakt door vrienden van ons, vaak queer kunstenaars. Het zegt iets over wie we zijn. Ik ben zelf trans. Een van de redenen dat we de VS wilden verlaten, was omdat Trump herkozen dreigde te worden. In dat politiek klimaat wilden we niet leven.”

“Mijn favoriete werk aan de muur is die barbie in de lijst. Ze heeft het gezicht van een hond, haar eigen gezicht heeft ze vast in haar hand. Het was het de eerste keer dat we samen een kunstwerk kochten, op onze huwelijksreis naar Barcelona.”

Holbrook: “Alles wat ik van mijn oma heb, is voor mij van grote, sentimentele waarde. Ze was antiekhandelaar. Ik heb al haar servies bewaard en veel van haar Franse potjes, gemaakt door de fabrikant Limoges. Ze had er honderden. Ze zijn belachelijk en waardeloos, het is een echte ‘tchotchke’ (een snuisterij, red.).”

Gross: “Ik houd ook erg van de keramieken bloedhond op de schouw. Hij is kitschy en goud, en zijn gezicht is zo levendig. Ik heb hem gekocht met Koningsdag, jaren geleden. We woonden hier nog niet, ik heb hem vastgehouden in het vliegtuig naar huis.”

Holbrook: “Hij doet me denken aan de porseleinen dieren die maffiosi in New Jersey in de hal hebben staan, zoals in The Sopranos.”

Gross: “Die bewaken het huis.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden