null

PlusExclusief

Hoe vlooienbaal Kareltje een aaibare kitten werd. ‘We hebben geen moment overwogen hem te laten inslapen’

Beeld Tess Kievit

De Stichting Amsterdamse Zwerfkatten vangt jaarlijks meer dan duizend katten op: verwilderd, zwervend, gewond of weggedaan. Als journalist Hein Janssen een foto ziet van Kareltje, meer dood dan levend aangetroffen langs de weg, verliest hij direct zijn hart aan de kitten. Een wereld van vrijwilligers en dierenleed en -liefde gaat voor hem open.

Hein Janssen

1

Die snor. Die witte snor. Dat was het vooral. En die wenkbrauwen ook, lange witte wenkbrauwen. Toen op Twitter een foto verscheen van een armzalig hoopje net gevonden poes was ik verkocht.

In het meer dood dan levende kitten­lichaam met een vacht vol vlooien en oogjes troebel van de ontstekingen stonden die witte snor en wenkbrauwen als dunne antennes overeind. Het diertje was binnengebracht bij de Stichting Amsterdamse Zwerfkatten (SAZ) en de tekst onder de foto was duidelijk: dit kleintje is nauwelijks nog levensvatbaar, maar wij gaan ons best doen om hem op te lappen. Ze hadden hem intussen Kleintje genoemd.

null Beeld

Nu verschijnen er op sociale media voortdurend foto’s van katten die gewond zijn, zoekgeraakt, verwaarloosd, of die een huis zoeken, maar Kleintje trof mij in het bijzonder. Ik dacht echter ook: zou het echt zo zijn dat de SAZ zo’n bijna verloren diertje helemaal probeert op te kalefateren? En dan? Wat gebeurt er dan met hem? Wat gaat dat allemaal kosten, gezien de hoge tarieven van dierenartsen? En wie zijn die mensen die al hun energie in dit werk stoppen?

Hoe dan ook: Kleintje liet me niet meer los en ik besloot hem financieel te adopteren. Hem zelf in huis nemen kon niet, daar lopen al twee poezen rond, dat zou te veel worden. Maar dat hij de beste medische zorg moest krijgen, dat was ik aan hem verplicht. Dus onder dat zielige fotootje van Kleintje op Twitter meldde ik mij aan als adoptievader. De volgende dag kreeg ik een reactie. “Goedemorgen Hein, wat liet je me gisteren vreugdevol schrikken door je reactie om Kleintje financieel te adopteren. Ik denk dat het goed is dat je in ieder geval van me hoort dat Kleintje er slecht aan toe is. Of hij het gaat redden, is onbekend. Jans, onze eigenaar/coördinator, heeft hem tijdelijk in huis genomen om hem de juiste zorg te kunnen geven.”

Ik besloot de gok te wagen en maakte het bedrag voor de eerste behandelingen over. Toen mocht ik Kleintje een naam geven: hij zou voortaan Kareltje heten. Na ongeveer een week kreeg ik een paar foto’s – hij zag er al iets beter uit – en de melding dat hij weliswaar nog erg mager was en veel nieste, maar dat de vlooien bijna weg waren en dat hij iets van karakter begon te tonen. Toen besloot ik op zoek te gaan naar de wereld achter Kareltje.

2

Aan de rand van Sloten, dat rustieke stukje Amsterdam, staat op een klein industrieterrein het pand waar nu vier jaar de SAZ is gevestigd. Als je erlangs loopt, kun je door vijf grote etalageruiten in de dagverblijven van de katten kijken. Op de grond liggen hier en daar vrijwilligers die geduldig contact proberen te maken met de schuwe exemplaren.

null Beeld Jurre Rompa
Beeld Jurre Rompa

Binnen is het groot en schoon en vol leven. Coördinator Jans Stroeve en haar partner Edwin van den Wildenberg sturen de vrijwilligers, de administratie, het kantoor en sinds kort ook de voedselbank aan. Edwin leidt me rond en meteen zie ik in de ziekenboeg weer zo’n arm mormeltje liggen – piepklein, opgerold, dichte oogjes: eenzelfde hoopje ellende als Kareltje pas nog was. Edwin zegt dat de kosten van de dierenarts in dit geval kunnen oplopen tot 2500 euro. Ook zijn er twee kittens die gevonden zijn bij een autosloperij en waarschijnlijk koelvloeistof hebben gedronken. Ze hebben zware metalen in hun bloed. Ik wil weten waarom gekozen wordt voor een medische behandeling en niet voor een spuitje.

Edwin: “In dit geval zou je een spuitje kunnen overwegen, maar dan zie je zo’n katje liggen, je ziet hoe hij die kleine oogjes opendoet en ja, dan ga je er toch voor. Later, als hij het heeft gered, kun je je niet meer voorstellen dat je ooit hebt getwijfeld. Kareltje is wat dat betreft een goed voorbeeld.”

null Beeld Jurre Rompa
Beeld Jurre Rompa

Onvoorwaardelijke dierenliefde, daar gaat het hier om. In de kennels loopt van alles rond: katten met drie poten, schele katten, dikke, dunne, beeldschone, rare en kordate katten. Er zijn klimpalen, er is speelgoed. Op de quarantaine-afdeling liggen de katten die ziek zijn, of zwak, of nog onderzocht moeten worden.

Jans: “We hebben nu meer dan 170 katten in huis, dat is erg veel. Hier zit van alles: wilde katten, verwilderde katten, ­crisiskatten, afstandskatten, katten met gedragsproblemen, zwerfkatten. Tijdens de coronacrisis hebben veel mensen een huisdier genomen, maar daar willen ze nu vanaf, vaak om financiële redenen of omdat de lol eraf is. Soms worden mensen ineens allergisch voor katten. Er zijn te veel katten in Amsterdam, ook De Poezenboot en het asiel zitten vol.”

Het terugdringen van het aantal zwerf­katten is dan ook een belangrijke taak voor de SAZ. Daarvoor wordt het zogeheten TNR-systeem (trap, neuter, return) ingezet: wilde katten worden gevangen, daarna gecastreerd of gesteriliseerd en indien mogelijk weer teruggezet, waarna ze door de SAZ nog regelmatig worden ­bijgevoerd.

Jans: “Er zijn steeds minder plekken waar je katten kunt terugzetten. Amsterdam wordt volgebouwd. We hebben laatst elf katten van een moestuincomplex opgehaald omdat daar nu gebouwd gaat worden, die kun je daar niet terugzetten.”

De voedselbank met diervoeding wordt door Edwin gecoördineerd en gefinancierd door giften, donaties en vooral door de steun van Stichting Dierenlot. Hoe bepaal je of iemand die aanklopt voor gratis voer dat ook werkelijk nodig heeft?

Edwin: “Dat gaat in goed vertrouwen. Ik denk niet dat mensen voor hun lol naar een voedselbank gaan, maar misbruik zal er altijd zijn. En we zijn ook streng: je kunt bijvoorbeeld niet nóg een kitten nemen als je bij de dierenvoedselbank loopt.”

Jans en Edwin hebben hun leven in dienst gesteld van de kattenopvang. Zij werkte ooit bij Albert Heijn, hij had een klus- en schildersbedrijf. Nu zijn ze dag en nacht voor de SAZ in de weer – vorig jaar zijn ze voor het eerst in acht jaar weer eens op vakantie geweest.

Bij de SAZ werken zo’n negentig vrij­willigers en drie betaalde krachten. Ook hebben ze drie auto’s. Aan subsidie van de gemeente Amsterdam komt jaarlijks 76 duizend euro binnen, de kosten bedragen 2 ton – donaties en giften moeten het tekort dekken. Daarom, zegt Jans, zijn spontane acties als het financieel adopteren van een kat zo belangrijk – alle beetjes ­helpen alle beestjes.

In principe worden katten die geschikt zijn voor plaatsing naar De Poezenboot of de Dierenopvang Amsterdam gebracht. Het lukt ook regelmatig katten rechtstreeks te plaatsen, waardoor de dieren veel stress bespaard blijft. Ik vraag hoe Kareltje bij de SAZ terecht is gekomen. Hij blijkt in juni gevonden te zijn, ergens langs de snelweg bij Nijkerk. Omdat de opvang daar vol zat, is hij naar Amsterdam gebracht. Zo’n 5, 6 weken oud, uitgemergeld, onder de vlooien en met niesziekte. Jans heeft Kareltje een paar weken in huis gehad, daarna is hij ‘in de pleeg gegaan’ bij Peggy de Ligt en haar vriendin Claudia Verwey. “Nee, we hebben geen moment overwogen hem te laten inslapen,” zegt Jans. “Je kunt er maar één keer een eind aan maken – dat is mijn motto in dit soort gevallen.”

3

Het wordt tijd om Kareltje op te zoeken, hem voor het eerst in het echt te zien. Als cadeau heb ik een grijze speelgoedmuis bij me. Peggy en Claudia wonen in een waar kattenpaleis: drie verdiepingen katvriendelijk ingericht, houten kattenspeelgoed, designmandjes, klimrekken, een luikje naar de grote tuin. Zelf hebben ze vier katten, Kareltje is hun eerste pleegkat.

Ik geef hem de muis, een van de andere katten gaat ermee aan de haal. Dan pak ik hem op en knuffel hem. Zijn snor kriebelt tegen mijn wang. Ja, hier doe ik het dus voor, dit is Kareltje, brutaaltje – van vlooienbaal naar aaibare kitten.

null Beeld Jurre Rompa
Beeld Jurre Rompa

Peggy: “Toen ik die dag bij de SAZ was, kreeg ik de opdracht meteen door te lopen naar de dokterskamer om te kijken of dat katje, Kareltje dus, nog in leven was. Ik trof daar een meer dood dan levend diertje aan dat zijn longetjes uit zijn lijf aan het knorren was. Ik heb hem uitgebreid geknuffeld, al zat hij onder de vlooien. Elk dier dat zijn ogen open heeft, heeft een toekomst. En Kareltje had zijn ogen open, hoe ontstoken ze ook waren. Hij heeft het nog behoorlijk benauwd en zal aan de antibiotica moeten, maar hij is herstellende.”

Kareltje rent intussen door de kamer. Ik trek de onderste la van een kastje open. Hij haalt er wat speeltjes uit, klimt erin en gaat liggen slapen.

Peggy en Claudia werken beiden fulltime bij ABN Amro. “Een echt bankstel,” aldus Peggy. Maar op vrijdag is ze vrij en helpt ze als vrijwilliger bij de SAZ: kantoorwerk en het digitaliseren van de voedselbank. “Als Kareltje straks helemaal gezond is, moet voor hem een gouden mandje worden gezocht, een huis waar hij welkom is. Tot die tijd blijft hij hier. Hij gaat niet eerst naar het asiel of terug naar de SAZ, dat is zielig. Hier leert hij kat te zijn.”

Voordat het zover is, resteert voor mij als adoptievader nog één behandeling: Kareltjes castratie. Wanneer hij er rijp voor is, zal dat bij de SAZ zelf gebeuren.

Kareltje is intussen uit de la gesprongen, ruikt weer aan mijn speelgoedmuis, maar prefereert een eenvoudig pingpongballetje. Wat naast zijn snor en die wenkbrauwen ook opvalt, is dat hij hoog op zijn poten staat. Mooi katje.

4

Drie weken later. Ik ben terug bij de SAZ. Pleegmoeder Peggy en Kareltje zijn er ook. Hij ligt in zijn reismandje te spelen met, jawel, de grijze speelgoedmuis. Dit is voor hem de grote dag: dierenarts Piet zal hem castreren en ik mag erbij zijn. Maandag is sterilisatiedag bij de SAZ. In de gang staan de mandjes met katten in een rij opgesteld.

Piet Hellemans is misschien wel de bekendste dierenarts van Nederland: tot 2018 presenteerde hij het programma Beestengeluk en hij is vaste gast in Eigen huis en tuin. Hij behandelt er kijkersvragen en neemt vaak een dier mee naar de studio, van poes tot reptiel. Bij de SAZ voeren vier collega-artsen en hij om beurten, tegen een aangepast tarief, castraties en sterilisaties uit.

Als Kareltje aan de beurt is, gaat hij eerst onder narcose, daarna krijgt hij wat ooggel tegen uitdroging van de ogen. Dan zet Hellemans een sneetje in het scrotum en pulkt hij met zijn vingers een voor een de balletjes eruit. Niks geen knip-en-plakwerk, maar een beetje gepriegel, alsof je een pistachenootje pelt. Als de balletjes zijn verwijderd, wordt het bloedvat dichtgeknoopt met een stukje van de zaadstreng. Kareltje zit vol snot, dus in één moeite door wordt zijn neus gespoeld. Daarna mag hij langzaam weer bijkomen. Peggy en ik zitten erbij en kijken ernaar. Als Hellemans even pauze heeft, vraag ik naar zijn werk.

Piet Hellemans tijdens de castratie van Kareltje. Beeld Jurre Rompa
Piet Hellemans tijdens de castratie van Kareltje.Beeld Jurre Rompa

Hij vindt het geweldig om dit hier kunnen doen, zegt hij. “Door castreren en steriliseren draaien we wat populatie betreft de kraan dicht. Hoe minder katten, hoe beter. Bij drachtige poezen halen we als het kan de vruchtjes weg. Dat is niet leuk, maar het moet. Ik ben een loodgieter, maar dan voor dieren.”

Hellemans is net terug uit Roemenië waar hij met vijf collega’s ruim driehonderd dieren heeft gecastreerd: katten, ­honden en één konijn. Regelmatig gaat hij ook naar Curaçao om het zwerfdierenprobleem daar een beetje te verlichten. Ook van hem wil ik weten wanneer het nog verantwoord is een doodzieke kat te behandelen.

“Een dierenarts beslist dagelijks over leven en dood,” antwoordt hij. “Voor mij zijn er twee belangrijke ethische vragen: lijdt het dier en kan het beter worden? Ik euthanaseer een dier alleen als het lijdt én niet beter kan worden. Bij één van beide gaan we ervoor en laten we het dier niet inslapen. Ik doe mijn kunstje als lood­gieter, maar de vrijwilligers zijn hier de echte helden: zij zetten ’s ochtends vroeg de wekker om de katten te voeren.”

Kareltje na de geslaagde ­castratie. Dierenarts Piet Hellemans kijkt tevreden toe. Beeld Jurre Rompa
Kareltje na de geslaagde ­castratie. Dierenarts Piet Hellemans kijkt tevreden toe.Beeld Jurre Rompa

In een van de kennels probeert vrijwilliger Ingrid met engelengeduld en een likje kattensnoeppasta een schuwe kat te benaderen. Intussen is Jans druk aan het redderen en regelen. Weer is er een bijna vermorzeld katje onder een motorkap gevonden, en in de ziekenboeg is er eentje slecht aan toe. Ze blijft er nuchter onder. Met discipline, onderkoelde humor en doorzettingsvermogen heeft ze maar één doel: katten verzorgen tot ze naar een nieuw huis kunnen. Maar ook dan houdt de zorg niet op.

“We stellen best hoge eisen,” zegt ze. “Als we katten plaatsen, willen we weten waar ze terechtkomen. We hebben ze gevangen, we hebben ze opgelapt, dan moeten ze ook goed terechtkomen. Niemand is zo goed voor de katten als wij, maar ja, dat zegt natuurlijk iedereen.”

Kareltje is intussen uit zijn narcose ontwaakt. Voor mij is hij nu Karel.

5

Na zijn castratie is Kareltje weer terug in het pleeghuis van Peggy en Claudia. Daar kruipt hij behaaglijk weg in de nek van Claudia. Tegelijk hebben ze een tweede pleegkat in huis genomen, Prinses, ook al zo’n opgelapt kleintje. Hopelijk vinden die twee vanuit hier dat ‘gouden mandje’, het huis waar ze uiteindelijk terecht zullen komen.

Ik hoop maar dat ik Karel daar nog een keer kan bezoeken.

Hein Jansen met Kareltje. Beeld
Hein Jansen met Kareltje.

Waar kan de kat heen?

In Amsterdam zijn naast de SAZ nog twee instellingen die zich bekommeren om thuisloze katten: De Poezenboot en DOA (Dierenopvang Amsterdam).

De Poezenboot zit in een ark aan het begin van het Singel. Deze specifieke kattenopvang werd vijftig jaar geleden opgericht door mevrouw Van Weelde en wordt nu gerund door coördinator Judith en zestien vrijwilligers. De boot huisvest gemiddeld zo’n vijftig katten – van vondeling tot afstandskat. De Poezenboot krijgt geen subsidie, maar kan bestaan door donaties, legaten en giften. Vaak ook van toeristen uit de hele wereld – de boot staat namelijk in veel reisgidsen als speciale attractie. Katten worden pas uitgeplaatst als ze gezond en gechipt zijn.

DOA, ofwel het asiel, biedt onderdak aan gemiddeld driehonderd katten die op straat zijn gevonden, hun huis kwijt zijn of zijn gedumpt. Op de website worden alle gevonden katten vermeld; als de eigenaar zich niet meldt, kan de kat na medische verzorging geplaatst worden. Er werken veertig vaste medewerkers en tweehonderd vrijwilligers. DOA heeft de wettelijke plicht zwerfkatten op te vangen, de gemeente staat garant voor de eerste veertien dagen daarvan. Er wordt gericht aan fondsenwerving gedaan. DOA biedt ook diensten aan als dagopvang, pension, fysiotherapie, gedragstherapie en dierenarts.

null Beeld

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden