PlusInterview

Hoe vertel je een kind dat het een vondeling is? ‘Een kind voelt: ik ben niet gewenst’

Vondelingen krijgen intensieve begeleiding. Twee psychologen van jeugdhulporganisatie Levvel vertellen over de opvang van afstandskinderen, zoals de baby die in februari uit een container in Zuidoost werd gehaald.

Monicque van Kemp (links) en Nathalie Schlattmann. ‘Het is belangrijk dat het hele verhaal wordt verteld.’   Beeld Nosh Neneh
Monicque van Kemp (links) en Nathalie Schlattmann. ‘Het is belangrijk dat het hele verhaal wordt verteld.’Beeld Nosh Neneh

Om de paar jaar krijgt Levvel, die specialistische jeugdhulp verleent in Amsterdam en omliggende gemeenten, te maken met een pasgeboren vondeling. Na de melding van de vondst van een kind schakelt Levvel (voorheen Spirit en de Bascule) direct crisispleegouders en hulp­verleners in om de vondeling op te vangen.

Gedragswetenschapper Monicque van Kemp, tevens kinder- en jeugdpsycholoog, en Nathalie Schlattmann, klinisch psycholoog van Levvel hebben meer dan twintig jaar ervaring in het begeleiden en behandelen van kinderen en (pleeg)ouders. Op de situatie van de baby die een paar weken geleden in Zuidoost in een container werd gevonden kunnen zij om privacyredenen niet ingaan. Wel willen ze kwijt dat ze getroffen waren door het artikel dat ze in Het Parool lazen met daarin de reactie van de brandweerman die het baby’tje redde en het tegen zijn lijf legde.

Van Kemp: “Dat is de beste reactie die je je kunt wensen. Een baby’tje dat te vondeling is gelegd, krijgt in eerste ­instantie een negatieve boodschap: ik ben niet gewenst. Dat een brandweerman een baby’tje onmiddellijk tegen zijn lijf legt, is heel goed, omdat het meteen voelt dat het welkom is, dat het er mag zijn. Dat voelt een kind.”

Schlattmann: “Een afstandskindje krijgt een valse start van het leven. Je hoopt dat iemand zo’n kindje meteen omarmt. Het negatieve gevoel van zijn start wordt daarmee minder dominant. Je hoopt dat het positieve gaat overheersen, met daarna een omarming door verplegers en pleegouders. Je hoopt dat er een begin van een nieuw verhaal komt.”

Wat krijgt een kind te horen over het moeilijke begin van zijn leven?

Van Kemp: “De eerste reactie van iedereen is vaak: ‘We hebben het er niet meer over, het kind herinnert zich het toch niet’, maar vergeet dat maar. Het is heel belangrijk dat een kindje vanaf het prille begin hoort wat er is ­gebeurd. Ook al is het pasgeboren en klein. Ons advies: praat tegen zo’n kindje. Zeg al op babyleeftijd dat het iets naars heeft meegemaakt maar dat het nu veilig is en dat er voor hem gezorgd wordt. Want aanvankelijk kreeg het de boodschap dat het niet gewenst is en dat volwassenen niet te vertrouwen zijn. Dat kan in zijn latere leven slecht uitpakken. De ontwikkeling van de hersenen van kinderen die zich niet gewenst voelen, verloopt anders dan van kinderen die wel veilig gehecht zijn.”

Is zo’n uitleg ook belangrijk als ze nog zo jong zijn?

Schlattmann: “Zeker, zelfs bij een pasgeboren baby. Herinneringen van baby’s zitten in hun lijf, geuren en geluiden. Stel dat een kindje bij een drukke straat is neergelegd en het wordt later overstuur bij een snelweg, dan kun je een kind geruststellen: ‘Je bent als baby bang geweest bij de drukke weg. Je was toen helemaal alleen, maar nu ben je bij ons en wij zorgen dat je veilig bent.’ Stel het gerust en ondertitel wat er gebeurd is. Het heeft de preverbale ervaringen namelijk in zijn lijf en impliciete geheugen opgeslagen.”

Van Kemp: “Door het te vertellen, geef je het kind een context zodat het bestaansrecht krijgt. Je vertelt dat ­mensen hem wilden redden en dat hij in een ziekenhuis verzorgd is. Je zegt daarmee: jij mag er zijn, je bent een survivor.”

Schlattmann: “Het is belangrijk voor zijn ontwikkeling dat hij geen schuldgevoel krijgt.”

Worden sommige, heel nare details weggelaten?

Van Kemp stellig: “Nee. Je vertelt alle details, ook de heftigste. Dus ook waar het gevonden is. Dat gebeurt op maat en wat een kind kan dragen op dat moment. Het maakt veel los maar het is het waargebeurde verhaal, het kind was erbij. Soms is het gruwelijk, maar het is wel zijn of haar verhaal. Stel dat je details weglaat en een kind reageert in sommige situaties heel boos of verdrietig, dan snapt het niet waar deze of andere heftige emoties vandaan komen.”

Schlattmann: “Als je het niet vertelt, leest het kind misschien op zijn vijftiende een krantenartikel of hoort het het verhaal van een tante. Dat wordt een grote klap. Dan is het zijn vertrouwen in de pleegouders of andere verzorgers kwijt en worstelt het met zijn identiteit.”

Wat wordt er verteld over de rol van de biologische ­ouders?

Schlattmann: “We adviseren pleegouders altijd op een respectvolle manier over de biologische ouders van het kind te praten. Een kind is namelijk loyaal aan zijn eigen ouders.”

Van Kemp: “Pleegouders zullen uitleggen dat er sprake was van een noodsituatie. Dat de ouders niet voor hun kind konden zorgen. Er zit vaak een zwaar verhaal achter. Je vertelt daarmee dat het geen slecht, maar een onschuldig kind is.”

Schlattmann: “Op die manier hoeft het zich niet schuldig te voelen en worden de eigen ouders ook ontschuldigd. Dat is belangrijk voor de ontwikkeling van een positief zelfbeeld.”

Krijgen crisispleegouders een speciale training om ­vondelingen op te vangen?

Van Kemp: “Crisispleegouders zijn ervaren pleegouders die wij bij nacht en ontij kunnen bellen voor de opvang van een kindje. Ze krijgen, net als de meeste pleegouders, onder meer een training trauma-sensitief opvoederschap aangeboden.”

Schlattmann: “Het kind heeft in de buik van zijn moeder haar stress gevoeld. De stress werd nog groter toen het te vondeling is gelegd. Het is daarom enorm belangrijk dat dit soort pleegouders een kalm brein hebben. Het kind leert dat te spiegelen. Het brein van het kind komt zo tot rust en het stresssysteem ook.”

Gaat een kind vaak terug naar de biologische ouders?

Schlattmann: “Rechters vinden het belangrijk dat ­kinderen contact hebben met hun eigen ouders. Er wordt uiteraard gekeken wat in het belang van het kind en de ouders is.”

Hoelang duurt de begeleiding en zijn er bepaalde ijk­punten in het leven, zoals de puberteit, dat de begeleiding geïntensiveerd wordt?

Schlattmann: “Er vindt direct na de vondst altijd intensieve begeleiding plaats, als het nodig is bijna elke dag en daarna eens in de zoveel weken. Er zijn geen ijkpunten in het leven van het kind waar we ons op richten. Het ene kind heeft meer begeleiding nodig dan het andere. Het is maatwerk. We zijn er als dat nodig is.”

Van Kemp: “Heel veel kinderen zijn veerkrachtig. Het kan heel goed gaan zodat er nauwelijks hulp nodig is. ­Andere kinderen kunnen in de puberteit stagneren. Je moet deze kinderen goed blijven monitoren. Hoe gaat de ontwikkeling van het kind en hoe zit het in zijn vel? De vaste pleegzorgbegeleider houdt eens in de zoveel weken een vinger aan de pols tot aan zijn 21ste levensjaar. De ­begeleider maakt ook een levensboek met het hele verhaal en soms foto’s erin van de eigen ouders en andere ­belangrijke hechtingsfiguren.”

Hoe verloopt het verdere leven van afstandskinderen?

Schlattmann: “Eind jaren negentig bestond er geen ­wetenschappelijk bewezen traumabehandeling voor ­kinderen en waren er veel minder reddingsboeien aan ­behandeling en begeleiding. De kans dat het met een kind met een dergelijke moeilijke start goed komt, is veel groter geworden.”

Van Kemp: “We weten steeds meer over de eerste duizend dagen van een kind, die al tellen bij de eerste dag van de conceptie, en wat er aan hechting ten grondslag ligt. Het is soms een zware klus, maar we hebben veel kennis en begeleiding te bieden.”

Heeft iedere vondeling, onder welke omstandigheden hij ook gevonden is, kans op een mooi leven?

Schlattmann: “Wij geloven erin dat met een goede begeleiding elk kind de kans heeft goed op te groeien.”

De brandweerman bood aan dat het meisje later een taartje mag komen eten op de kazerne.

Van Kemp: “Het is heel fijn om dat als aanbod te hebben. Het kan heel succesvol zijn voor een kind om zijn redder te zien.”

Baby in vuilcontainer

De aanleiding van dit interview is de vondst van een pasgeboren baby in een dichte tas in een ondergrondse vuilcontainer in Zuidoost op 21 februari. Een omwonende belde de ­politie toen zij tijdens het weggooien van haar vuilniszakken gehuil uit de container hoorde komen. De brandweer wist de baby uit de container te halen. Het meisje werd per ambulance naar het nabijgelegen AMC gebracht. De 17-jarige ouders zijn op verdenking van poging tot kindermoord aangehouden.

De impact van het incident in de samenleving was groot. De brandweer, de spoedeisende arts en zijn team van Amsterdam UMC, locatie AMC, die het meisje onderzocht, vroegen zich af hoe het verder moest in het leven van dit baby’tje. Een van de brandweermannen zei: “We hopen dat ze nooit te weten krijgt wat er is gebeurd.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden