Bart van der Put

Hoe veilig is het in de bioscopen?

Nu de bioscopen weer open zijn, is de vraag hoe veilig we er zitten. Genoeg vrijwilligers die het willen uitproberen. Met dank aan de magie van het witte doek, weet Paroolrecensent Bart van der Put.

John Goodman zaait paniek in Matinee van Joe Dante, 1993. Beeld Hollandse Hoogte

Vlak voor de heropening van de bioscopen wees een onderzoek van de Universiteit van Amsterdam uit dat de ­virusverspreiding in afgesloten ruimtes zonder wijd open ramen of deuren voortvarender geschiedt dan in de buitenlucht. 

Over open deuren ­gesproken: dat lijkt mij geen verrassende bevinding. We mogen aannemen dat bioscoop­exploitanten niet stonden te juichen bij berichten waarin goede ventilatie van levensbelang wordt geacht. Wie heeft er een goed ventilatiesysteem? Waar zitten de bezoekers het veiligst in het luchtcirculatieplan? En wie zit er verdorie toch nog te hoesten in het donker?

Of die vragen ertoe doen, zal de komende maanden duidelijk worden, in landen waar grootschalige testen en bron- en contactonderzoek gemeengoed zijn en de bioscopen ook worden opengesteld. Er wordt deze maand volop geëxperimenteerd met de openstelling, waarbij de proefkonijnen zich niet alleen vrijwillig aanmelden maar ook nog bereid zijn om voor hun deelname te betalen. Dat is de magie van het witte doek.

Het zou goed zijn indien de komende maanden ­wereldwijd onderzoek wordt gedaan naar de bioscooppraktijk tijdens een longviruspandemie. Dan kunnen sceptici zoals ik misschien nog voor de herfst hun gejammer staken en ook weer een film op het witte doek zien. 

Hopelijk wordt dan ook gedocumenteerd welke films in besmettingshaarden vertoond werden. Als niezen door de reflexmatige uitstoot besmettend werkt, geldt dat dan ook voor schaterlachen? Ik ken mensen die bij een goed ­geplaatste grap zo hard bulderen dat het hele terras verschrikt omkijkt. Als dat besmettend werkt, kunnen cabaretiers ook wel inpakken. Was het leuk? Nou en of, we hebben ons kapot gelachen!

Levensverzekering

Maar, hoor ik al roepen, er worden toch maatregelen bij de toegang genomen? Inderdaad, er zal een quasimedische controle plaatsvinden. In de nieuwe bioscooppraktijk worden de patiënten van het publiek gescheiden met ­behulp van een vragenlijstje en eerlijke antwoorden. Wie liegt is niet sociaal, maar zit toch in de zaal. 

Wie er dan voor de gevolgen aansprakelijk is weet ik niet, maar William Castle liet over dat vraagstuk geen twijfel bestaan.

In 1958 introduceerde de Amerikaanse producent en ­regisseur de levensverzekering voor bioscoopbezoekers bij de première van zijn film Macabre. Castle had met verzekeraar Lloyd’s of London een speciale polis uitgedokterd: wie tijdens de film van schrik stierf, was voor duizend dollar verzekerd, tenzij er al een hartkwaal in het spel was. Dat sloot aan op de inhoud van de film, die om een moord door middel van een hartaanval draait.

De bioscoopgevels waren beplakt met een polisbrief op reuzenformaat en het publiek moest in de foyer een persoonlijke polis ondertekenen. Om het spektakel te vervolmaken liet Castle bij plaatselijke premièrevoorstellingen verpleegsters rondlopen en parkeerde hij ambulances en lijkwagens voor de bioscopen. Er vielen geen doden, maar de reclamestunt zette een investering van negentigduizend dollar om in een opbrengst van vijf miljoen. Ook dat is de magie van het witte doek.

Elektrische stoel

William Castle begon zijn loopbaan op Broadway, hij werkte bijna twintig jaar in Hollywood en produceerde puike films van Orson Welles (The Lady from Shanghai) en ­Roman Polanski (Rosemary’s Baby). Maar hij ging de ­geschiedenisboeken in als de koning van de gimmick, een kermisklant in hart en nieren. 

he Tingler (1959) was zijn klapstuk: om het publiek te laten schrikken, verstopte hij elektrische trilmechanica in bioscoopstoelen. In 1995 vertoonde het Filmmuseum The Tingler met een reconstructie van het procedé, dat Castle Percepto doopte. Uw criticus hoorde het gezoem van de vibratorzittingen in de zaal, maar voelde weinig op Castles elektrische stoel. Dat was het nadeel van een dikke broek.

Net als de legendarisch incompetente B-filmer Ed Wood kreeg William Castle een liefdevol eerbetoon van een ­navolger. In Joe Dantes Matinee (1993) speelt John Goodman een naar Castle gemodelleerde pulpfilmmaker, die tijdens de Cubaanse raketcrisis van 1962 in Florida een bioscoop op stelten zet en alles uit de kast trekt om paniek te zaaien. Dat gaat hem goed af: de stadsbewoners raken door het dolle heen, de supermarkt wordt leeggekocht en de bioscoop verandert tijdens de voorstelling in een bouwval.

De muze van de showman zit als verpleegster in de foyer en laat bezoekers bij binnenkomst een contract tekenen: de filmmaker is niet aansprakelijk wanneer mensen bioscoopbezoek met de dood moeten bekopen. In Castles The Tingler spreekt patholoog annex angstonderzoeker Vincent Price het publiek in de zaal rechtstreeks toe: ‘You must scream for your life!’ 

Inderdaad: een avondje gillen in het donker is gezond. Maar zorg er dan wel voor dat alle ­ramen en deuren openstaan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden