Plus Reportage

Hoe slaap je in de Stayokay op het Timorplein?

Stayokay werd negentig jaar geleden opgericht als de Nederlandse Jeugdherberg Centrale voor rondtrekkende jongeren. Wie slapen er tegenwoordig? En vooral: hoe?

De Stayokay op het Timorplein. Beeld Dingena Mol

In kamer 373 staan meerdere slippers bij de deur. Het ruikt er wat muf, in combinatie met de zoete tonen van goedkope shampoo en deodorant. Bij twee van de drie stapelbedden hangen natte handdoeken over de rand van het bed, waarvan een met een Donald Duckprint. Sokken slingeren rond. Op het dressoir ligt een open zakje met stroopwafelkruimels.

Het is aan het begin van de avond in het Stayokay hostel aan het Timorplein, en ik heb geen idee met welke vijf vreemden ik de nacht door ga brengen. Dat terwijl we op armlengte van elkaar zullen liggen, in deze smalle kamer van hooguit vijftien vierkante meter.

Dit was het moment dat het handig was geweest om alvast het linnengoed om het matras te doen – maar dat leer ik later pas.

Vannacht slaap ik in elk geval met de eigenaar van een bruin leren jasje, dat hij/zij over een beslapen bed heeft gegooid. In de hoek staat een eerste aanwijzing: een koffer die gisteren is ingecheckt op de luchthaven van Sydney, van toestel is gewisseld in Abu Dhabi en inmiddels in deze kamer in de Indische buurt staat.

‘Welcome to the best stay of your life!’ staat er op de muur geschilderd. Er slingert een plastic zakje met een Scandinavische tekst. Ze komen dus niet allemaal uit Australië. Of zegt dat zakje niets, en is het van een Guatemalaan op rondreis?

Alle clichés

Zouden mijn kamergenoten beschonken en stoned zakjes nep-drugs aan het kopen zijn op de Wallen? Of vinden alle clichés juist hier plaats, in deze gemengde slaapzaal, later op de avond. Een beetje zoals de brievenschrijver in De Telegraaf in 1929 schreef, toen hij bij de oprichting van de Nederlandse Jeugdherberg Centrale (NJHC) waarschuwde voor de gevaren van het overmatig reizen en trekken der vrijgevochten jeugd. ‘Wordt er de uithuizigheid niet door bevorderd, de familieband niet losser gemaakt?’ schreef hij, waarna hij zich afvroeg wie er de verantwoordelijkheid droeg ‘Voor alles wat gebeuren kan, waar verschillende groepen van jeugd, jongens en meisjes buiten eigen sfeer samenkomen?’

Dat was negentig jaar geleden, toen in Nederland de eerste jeugdherbergen ontstonden. Ze waren bedoeld als ontmoetingsplaatsen voor de jeugdbewegingen. Plekken waar, tegen de zin van katholieken en gereformeerden, ruimte was voor contact met andersdenkenden.

Al snel vormden de jeugdherbergen een organisatie, die in 1935 bestond uit zeventig locaties in heel Nederland. Die organisatie werd in 2003 omgedoopt tot Stayokay en in de 22 huidige locaties is het woord jeugdherberg inmiddels verboden. Het zijn hostels, die betaalbare accommodatie voor iedereen willen bieden. Op een plek als Gorssel zijn dat vooral Nederlandse families en groepen, in Amsterdam komen veel buitenlandse toeristen.

De hostelbar. Beeld Dingena Mol

Die kunnen naast de drie locaties van Stayokay voor meer dan vijftig andere hostels in de stad kiezen. De prijzen lopen uiteen: tussen de twintig en vijftig euro heb je een bed in een gemengde kamer.

En dat blijft toch raar, of op zijn minst ongemakkelijk. Dat je vrijwillig uren binnen de ademzone van wildvreemden gaat liggen. Zeker als je een beetje smetvrees hebt, je eigenlijk te oud voelt voor een hostel en je geen idee hebt hoe je kamergenoten eruitzien.

Gootsteen verstopt

Misschien wil Gözde Akyol (26) het uitleggen, die bij het inchecken uitgebreid had verteld over de regels van het hostel. Roken, drinken en eten op de kamers is bijvoorbeeld verboden, maar ‘kleine snacks’ zijn wel toegestaan. Bij de receptie, op de begane grond van het voormalige schoolgebouw, is Akyol alleen net even druk. “De gootsteen in kamer 117 is verstopt,” zegt ze door de portofoon, tegen iemand die het moet oplossen.

Haar collega Lisa Vleeshouwers (23) wil wel helpen. Van de zeshonderd bedden in het hostel zijn er deze donderdagavond nog maar drie vrij zegt ze, terwijl ze mijn kamer opzoekt. En wie denkt dat een hostel alleen voor jonge backpackers is heeft het volgens haar mis. “Het is echt heel gevarieerd. Van tieners tot ouderen, van over de hele wereld. Daarom ben ik ook fan van hostels. Reizen blijft daardoor beschikbaar voor een veel breder publiek.”

Niet iedereen slaapt in gemengde kamers. Een groot deel van dit hostel, dat in 2007 werd geopend, bestaat uit privé­kamers. Met twee, vier of zes bedden. Die trend zie je overal: hostels en budgethotels zijn naar elkaar toegegroeid. Maar er zijn dus ook klassieke gemengde kamers, met in kamer 373 vier verschillende nationaliteiten, meldt Vleeshouwers. Een Nederlander, dat ben ik, een Australiër, een Amerikaanse en drie Zweedse vrouwen.

Ik ga naar ze op zoek in de hostelbar. Die geeft een beetje het gevoel van een kantine van een middelbare school. In de vele hoekjes van de grote ruimte zitten plukjes jonge mensen. Sommigen zitten achter een laptop, anderen staan met zijn vijftienen rond een tafelvoetbalspel.

Een groep Duitse scholieren zit wat verveeld onderuitgezakt rond een tafel met gekleurde stoelen. Twee Spaanse vrouwen die hun moeders, misschien zelfs oma’s, zouden kunnen zijn, zitten aan een tafeltje op hun telefoons te spelen. Een Aziatische toerist heeft thuisbezorgd.nl al ontdekt, en belt ondertussen met het thuisfront. 

Er zijn stelletjes en gezinnen, maar alleen niemand die aan het profiel van een van mijn kamergenoten voldoet. Of de Zweden moeten tussen het groepje vrouwen aan de bar zitten, waar het gesprek gaat over hoe lekker selderij met pindakaas is.

Algemeen directeur Marijke Schreiner (rechts) aan het ontbijt. Beeld Dingena Mol

“Nee, sorry,” zegt Amy King (24). “Wij zijn allemaal mee met de Ultimate Break Tour.” Dat blijkt een groepsreis voor Amerikanen te zijn, kriskras door Europa. Vandaag hebben ze ‘The whole red light district thing’ gedaan en morgen zitten ze in Parijs. “Maar Amsterdam is echt prachtig. I can’t get over it,” zegt Amy. “We drinken nu een biertje, gaan daarna naar het Anne Frank Huis en dan stappen.”

Als de Amerikanen zich gereed maken om naar de stad te gaan, ga ik terug naar kamer 373. Daar heeft iemand het licht uitgedaan. En als ik naar mijn stapelbed loop, blijkt er in het bed boven al iemand te liggen, verborgen onder een witte deken. Het zal de Australische jongen zijn, want in Sydney is het nu 04.30 uur. Zachtjes sluip ik de kamer weer uit. Mijn eerste kamergenoot ga ik dus niet ontmoeten.

Terugkerende problemen

“Het brandalarm staat zeker op nummer één,” zegt duty manager Maxim ten Have (25) even later, terwijl hij door de lange gangen loopt en opsomt wat de terugkerende problemen zijn. “Dan slopen ze dat eraf om te gaan roken. Als je dan binnenkomt zeggen ze dat het alarm er zomaar afviel, terwijl er een natte, opgerolde handdoek voor de deur ligt om de rook van de gang te houden. Jongens, ik ben toch niet achterlijk, zeg je dan.”

Op nummer twee staan Amerikanen die spacecake hebben gegeten. “Dan zeg je: ga even liggen, je voelt je nu slecht, maar morgen voel je je beter.”

En nummer drie kan Ten Have eigenlijk niet bedenken. En het is ook niet zo dat nummer één en twee elke week voorkomen. Meestal zijn de problemen simpel: een kapot lampje, verstopte wc, lift die vastzit of, zoals eerder vanavond in kamer 117, een doucheputje dat niet doorloopt. “Een keer heb ik in een duty-verslag gelezen dat er problemen waren met een seksend stelletje, dat ondanks klachten van hun kamergenoten niet wilde stoppen.”

Het valt dus allemaal wel mee met het gedrag van de vrijgevochten jeugd. Ook nu Ten Have zijn ronde van 22.00 uur loopt, waarna het officieel rustig moet zijn in het hostel, is het vrij rustig. Dat er wat gelach en muziek uit de kamers klinkt is niet erg. En dat een man van in de veertig tegen de regels in met een biertje over de gang loopt, is eigenlijk ook weer niet zo’n groot probleem.

De incheckbalie van StayOkay. Beeld Dingena Mol

Als ik rond 22.30 uur de kamer binnenkom om te gaan slapen, blijkt ook de Amerikaanse te zijn gearriveerd. Ze zit rechtop in bed, met oordopjes in, in het donker een film op haar laptop te kijken. Als ik langsloop, blijft ze strak naar haar scherm staren. Ook als ik in het donker minutenlang bezig ben met het aanbrengen van mijn lakens, kijkt ze niet om, en durf ik haar ook niet aan te kijken. Zonder haar gezicht echt te hebben gezien, kruip ik in mijn bed, met alleen een houten wandje dat mijn hoofd van haar voeten scheidt.

Ik durf bijna niet te bewegen.

De volgende ochtend lees ik op mijn ­telefoon de aantekeningen terug die ik ’s nachts, half slapend, heb gemaakt:

22.42 Prrtt... is dat een scheet van de Australiër boven me? Hij draait zich om, waardoor het hele bed beweegt.

23.25 Piep. De Amerikaanse krijgt een mailtje of berichtje binnen.

00.02 De Zweden zijn thuis! Langdurig zacht gerommel, zonder dat ze iets zeggen. Aardig.

00.33 Een wekker gaat.

00.34 Mijn bovenbuurman gaat plassen, maar ik hoor hem niet doortrekken. Vies of beleefd?

02.48 Het bed beweegt. Een schim klimt uit het bed boven me, en verlaat de kamer.

05.05 Wakker.

06.14 Echt wakker.

07.00 Nu echt-echt wakker. Net als ik wil opstaan, klinkt een wekker. Iemand springt de douche in.

Om een ongemakkelijke ontmoeting in pyjama’s te vermijden, besluit ik naar beneden te gaan. Ik heb een nacht met vijf vreemden doorgebracht, van wie ik er nog steeds niet een gesproken heb.

In het hostel is het drukker dan verwacht. De eerste groepen maken zich alweer gereed om te vertrekken. Op een matje op de grond ligt een backpacker gitaar te spelen.

“Die ligt waarschijnlijk te wachten tot hij kan inchecken,” zegt Marijke Schreiner, de algemeen directeur van Stayokay, even later. Het hoofdkantoor van Stayokay zit op de bovenste etage, dus elke ochtend moet ze over de reizigers heenstappen.

Een van de gedeelde kamers in de StayOkay. Beeld Dingena Mol

“Zie je ze staan, al die dronkenlappen en drugsgebruikers,” zegt Schreiner, terwijl ze in de rij voor het ontbijtbuffet staat. Haar punt: het beeld van de overlastgevende budgettoerist klopt niet. “In het Amstel Hotel breken ze de tent ook weleens af. En die stag nights van de Engelsen? Dat zijn jongens met hartstikke veel geld. Natuurlijk, wij hebben ze ook weleens, maar ze zitten ook in Airbnb’s en vier- en vijfsterrenhotels. De overlastgevende toerist slaapt in alle categorieën, en toch richt de wethouder zijn pijlen op de budgettoerist.”

Niet dat het niet goed gaat met Stayokay. Vorig jaar steeg de omzet met 4,2 procent, naar 43,7 miljoen. Vooral Amsterdam deed het goed. Jaarlijks zijn er ruim 390.000 overnachtingen in de drie Stayokay-hostels in de stad. Schreiner maakt zich echter druk over een nieuwe aangekondigde toeristenbelasting, die haar gasten extra hard gaat raken, vertelt ze bij het ontbijt. “De toeristenbelasting is al verhoogd naar 7 procent, en er zit een extra vast bedrag van 3 euro aan te komen. Dat is op een overnachting van 30 euro 10 procent extra. Dat is veel hoor, als je hier met een schoolklas komt.”

Nederlandse tieners

En dat raakt de kern van Stayokay. Schreiner: “Het oorspronkelijke idee als veilige plek voor Nederlandse tieners is natuurlijk door de tijd ingehaald. Die gaan nu naar Chersonissos, Mallorca, Albufeira en noem maar op. Daardoor zijn wij ook ook veel internationaler worden, vooral bij onze vestigingen in Amsterdam. Iedereen komt ook hier naartoe vliegen. Onze ­doelgroep is daarom veranderd, maar niet onze missie. We willen doen wat we al negentig jaar doen, betaalbare overnachtingen bieden, zodat ook mensen zonder dikke portemonnee op vakantie kunnen.”

Duty manager Maxim ten Have loopt zijn ronde. Beeld Dingena Mol

Bovendien: ook mensen met geld komen volgens haar naar hostels. “Onze gasten reizen met een andere mindset. Ze zonderen zich niet af in stilte, maar zoeken juist contact. Ze kiezen daarom bewust voor een hostel, of dat nu een backpacker in Amsterdam is of een familie in een van onze hostels in de rest van Nederland.”

Over contact gesproken: in de ontbijtzaal zitten drie blonde vrouwen, één met nat haar. Zouden het de Zweden zijn?

“Sliepen jullie in kamer 317?” vraag ik.

“Ja, jij ook, toch? We dachten je schoenen al te herkennen,” zegt Sara Hermelin (23), die samen met haar zus Sophia (23) en vriendin Felicia Ohlsson (22) op reis is. Vijf weken in totaal, vanuit Stockholm via Kopenhagen, Amsterdam en Berlijn richting Slovenië en Kroatië.

Ze hadden er wel over getwijfeld, toen ze de bedden in een gemengde slaapzaal boekten, vertellen ze. Maar een andere kamer was niet beschikbaar en een hotel, zoals ze in de andere steden hebben geboekt, was in Amsterdam te duur.

Ik wil net vertellen dat ik vrij goed heb geslapen en geen gesnurk heb gehoord, tot ik bedenk dat hun beleving misschien anders was. Wellicht heb ik de hele nacht gesnurkt. “Nee hoor,” stelt Sophia me gerust. “We hebben eigenlijk prima geslapen. Het voelt bijna als een hotel.” 

Beeld Dingena Mol
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden