null

PlusAchtergrond

Hoe Maartje negen jaar lang een vuilniszak achter zich aansleepte

Beeld Sjoukje Bierma

Vanwege een in 2013 verkeerd geplaatste afvalzak moest Maartje afgelopen najaar voor de rechter verschijnen. ‘Dat niemand halverwege opstaat en zegt: laten we deze zaak even skippen.’

Jasper van den Bovenkamp

Toen Maartje (41, liever niet met haar achternaam in de krant) eens een stel ongure gasten een zak McDonald’s-afval op de stoep voor haar Amsterdamse huis zag dumpen, stapte ze er onverveerd op af. Ze pakte de zak van het trottoir en plantte hem op het dak van de auto waar de jongeren omheen hingen.

Afval op straat gooien: voor Maartje was dat een dikke vette no-go.

Maar toen kreeg ze op een dag, het was 5 november 2013, een proces-verbaal door de brievenbus: ze had zich schuldig gemaakt aan overtreding van artikel 8, lid 1 van de Afvalstoffenverordening. Preciezer: een boa van de gemeente Amsterdam had eerder die week geconstateerd dat ze haar huisafval niet in maar naast de ondergrondse afvalcontainer op de Javastraat had gezet. Bij de brief zat als bewijsstuk een scan van het adresetiket dat in de zak gevonden was, met daarop Maartjes gegevens.

“Dat kan ik niet geweest zijn, dacht ik meteen,” zegt ze, terugblikkend op de dag dat het afvalavontuur begon. “Ik zet nooit vuil naast een container. Meteen daarna dacht ik: wat eng dat boa’s vuilniszakken openmaken. En toen: hadden ze verdomme niks beters te doen?!”

Daar kwam bij, herinnert Maartje zich, dat in die periode de containers altijd propvol zaten omdat de ophaaldiensten gedurig staakten. Maartje, of haar partner Ruben, liep dan een rondje langs de aangrenzende Balistraat en het Javaplein, op zoek naar een paar vierkante centimeter containerruimte.

En dan nu zo’n blafferige tekst – wat dachten ze wel.

Ze tekende bezwaar aan. Negen jaar na dato zijn alle details wat vervaagd maar het moet wel ongeveer zo gegaan zijn, denkt ze, want anders had ze gewoon de boete van 150 euro betaald en was het daarna weer stil geworden.

Bevriende rechter

Maar het werd niet stil. Toen Maartje en Ruben op een dag in 2015 thuiskwamen, vonden ze opnieuw een opvallende envelop in de brievenbus. Het bleek een oproep voor een rechtszaak over de vuilniszak.

“Die hele toestand was echt weggezakt in ons geheugen; we waren inmiddels twee jaar verder. Hoe bestond dit in hemelsnaam? Maar we voelden ons ook strijdlustig. We zouden die mensen van de rechtbank wel even vertellen wat een nonsens dit allemaal was.”

Met gepaste onrust – “Tuurlijk, ik was heus ook een beetje zenuwachtig of ik eenmaal tegenover die rechter goed uit m’n woorden zou komen” – maar ook een dosis goede moed, schreed Maartje op 22 juli 2015 de rechtszaal binnen. Ze wierp een vluchtige blik op het in toga’s gestoken driemanschap achter de desk.

Maar wacht, die man daar in het midden, dat moest de rechter zijn, maar was dat niet… “Volgens mij ken ik jou,” tutoyeerde ze. Er volgde een korte en warrige uitwisseling, maar al snel betrad Ruben de zaal, die was meegereisd om Maartje te supporten: “Nou ja, zeg.” De rechter snapte het meteen. “Hoi Ruben,” zei hij. “Wat een stom toeval.”

Ruben kende de rechter tamelijk goed en Maartje goed genoeg om hem in zijn ambtskleed te herkennen. Het zou een partijdig rommeltje worden en dus schorste de rechter annex vriend de zaak. Verdachte keerde met haar partner onverrichter zake huiswaarts.

Aangetekende brief

Gevoelens van meligheid en ontgoocheling suisden op de terugreis door Maartjes hoofd. Ze snapt het nog steeds niet. “Al die tijd, het geld, de documenten, de voorbereiding, de spanning, de reis, de mensen die daar klaarzaten – allemaal voor een gecancelde rechtszaak over een fucking vuilniszak.”

En het was allemaal nog niet klaar. Waarschijnlijk zou Maartje nog eens worden opgeroepen, had de bevriende rechter toegelicht, maar dat zou denkelijk wel zo lang duren dat de zaak dan wegens verjaring zou worden geseponeerd.

De jaren verstrijken. Kunstenaar Maartje en therapeut Ruben verhuizen naar Amersfoort, krijgen kinderen en vergeten opnieuw de vuilniszak.

Ze zijn op een dag, eind oktober 2021, nét even weg als een politieagent bij hun Amersfoortse huis aanbelt. De schoonmaakster doet open. Nietsvermoedend maakt Maartje even later de aangetekende brief open. ‘Hierbij roep ik u op te verschijnen…’, leest ze, ‘ter rechtszitting…’, ‘teneinde aanwezig te zijn…’, ‘strafzaak…’, ‘aan u is het navolgende ten laste gelegd…’.

Haar mond valt open. “Godskolere,” floept eruit, “de vuilniszak.”

Ze leest en herleest, terwijl een naargeestige angst zich van haar meester maakt. De beschuldigende toon van die brief! Het grijpt haar naar de keel, ze voelt zich een misdadiger. “En dan nog iets: die taal is zo verschrikkelijk formeel en ingewikkeld. Je hoeft maar een klein beetje slechter Nederlands te kunnen dan ik en je begrijpt er helemaal niks meer van.”

Geseponeerd

Twee weken later, ternauwernood van de schrik bekomen, vindt Maartje een blauw-wit briefje op de mat. ‘Niet thuis – Bezorging gerechtelijke brief.’ Wat nu weer? De eerstvolgende zaterdag tussen elf en vier uur, zo begrijpt ze al snel, wordt ze thuis verwacht om aangetekende post van een deurwaarder in ontvangst te nemen. Een nieuw vloekwoord bevrijdt zich. “Gewoon even je halve weekend blocken, wat denken ze zelf.”

Het is exact dezelfde brief met dezelfde schuimbekkende zinnen. Administratief foutje, blijkt bij navraag. Enfin.

22 november 2021. In de rechtbank van Amsterdam dient om 14.40 uur de zaak van Maartje. Ze is er zelf niet bij. “Ik heb er lang over getwijfeld, maar het was me te veel gedoe. We hebben allebei werk, kinderen, een leven, snap je.”

De rechter toont zich verrast over de absentie van verdachte, noteert schrijver dezes, wél bij de zaak aanwezig. Er zou geen afmelding zijn ontvangen.

De officier van justitie vat vervolgens de geschiedenis van negen jaar vuilniszak in een enkele zin samen. Ze wijst er ten slotte op dat na al die jaren het recht op vervolging is verspeeld, precies zoals de bevriende rechter destijds had voorspeld. De rechter stemt ermee in en seponeert. Oud feit.

Slachtoffers toeslagenaffaire

Maartje heeft nog altijd geen bericht van de uitslag ontvangen. “Maar,” benadrukt ze, “ik heb me dus wel degelijk afgemeld. Telefonisch en via een zorgvuldig geformuleerde e-mail. Het geeft aan hoe ondoorzichtig het allemaal werkt voor gemiddelde burgers zoals ik.”

En wat ze ook niet snapt: dat er niet iemand halverwege is opgestaan om de hele zaak te skippen. “Er waren zo veel redenen om dat te doen: te lang geleden, niet nuttig, zonde van de tijd, zonde van het geld – zonde van alles. Maar binnen ‘het systeem’ kan zoiets kennelijk niet.”

Wat ze nu wél een stuk beter begrijpt is wat de slachtoffers van de toeslagenaffaire hebben ondervonden. “Ik was al overspannen, maar moet je je voorstellen dat er serieus geld mee is gemoeid. Ik voelde me enorm gewantrouwd door de overheid. Die gaf me telkens het gevoel dat ik de boete maar het beste kon betalen, ook al schreeuwde alles in mij dat het niet klopte. Als ik dit allemaal doortrek naar die gedupeerden… Dan voel ik zo veel medeleven.”

‘Zeldzaam’

De zaak van Maartje is om meerdere redenen best uniek, zegt inmiddels gepensioneerd rechter Martien Diemer, die in 2015 op de zaak was gezet. “Ik deed hoofdzakelijk moord en doodslag. In mijn vijfentwintigjarige loopbaan is dit mijn enige vuilniszaak geweest. Dat ik uitgerekend daarbij Maartje tegenover mij trof, was extreem toevallig.”

Een juridische nasleep van negen jaar op zo’n klein vergrijp is al even zeldzaam, zegt Diemer. “Normaliter is de verjaringstermijn drie jaar. Door het genoemde toeval en een paar administratieve fouten kon dit zo uit de hand lopen.”

Explosie aantal huisvuilboetes

Het aantal boetes voor verkeerd aangeboden huisvuil is in Amsterdam de laatste twee jaar geëxplodeerd. Ging het in 2017 nog om ruim 1600 boetes, in 2020 waren dat er iets meer dan 12.000, en in 2021 maar liefst 25.537. Volgens een woordvoerder van de gemeente is de toename onder andere te wijten aan de zogenoemde Aanpak Bijplaatsingen, een inmiddels twee jaar durend offensief tegen rommel in de stad.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden