PlusPortretten

Hoe kijken de alleroudsten naar de problemen in de stad? ‘Herrie op de Wallen, dat hoort er nu eenmaal bij’

Klaas Mulder (89): ‘Ik heb een e-mailadres. En verder: aju paraplu.’ Beeld Bonnita Postma
Klaas Mulder (89): ‘Ik heb een e-mailadres. En verder: aju paraplu.’Beeld Bonnita Postma

Amsterdam was niet altijd een stad van fatbikes, toeristen en babyccino’s. Decennia geleden leefden bewoners in armoede en gingen voor een pakje boter naar de melkboer. Hoe kijkt de oudste generatie naar de stad van nu? ‘Mensen moeten verdraagzamer zijn. Je hebt die toeristen zelf uitgenodigd.’

Rose Heliczer

Klaas Mulder (89) is opgegroeid in de Indische buurt. Inmiddels woont hij al jaren met zijn vrouw Betsy in een eigen flat in de Stadionbuurt. Ze gaan er nog vaak op uit. ‘Mensen moeten meer verdraagzaam zijn. Je hebt die toeristen zelf uitgenodigd.’

Het is druk in de stad.

“Kijk, het stikt van de auto’s in de stad, dat is helemaal nergens voor nodig. De grachten die we hebben zijn er voor boten, niet voor auto’s. De kades zijn er niet op gebouwd. En het gaat er ook om: hoe wil je je als stedeling gedragen? Je hebt bakfietsen, daar kan ook van alles in. En je kan de taxi nemen naar de rand van de stad.”

Komt u nog weleens in het centrum?

“Betsy en ik maakten, voor corona, elk jaar een tochtje met de rondvaartboot, dat was prachtig. Die stad is me dierbaar. Al die winkels en theaters: het is echt een moordstad.”

U bent niet de enige die dat vindt. Bewoners hebben overlast van toeristen die de stad platlopen.

“Kijk, je begint als stad met reclame te maken en als die toeristen komen ga je bezwaar maken tegen dat ze hier zijn. Dat is de wereld op zijn kop! Die toeristen komen naar Amsterdam en waar gaan ze naartoe? Naar de rosse buurt. Het is vrij verkeer van mensen. Klachten als zodanig, mensen hebben er nu gewoon meer de tijd voor.”

Denkt u dat het daaraan ligt?

“Dat weet ik wel zeker. Vroeger werd er veel harder gewerkt. En als je een probleem had, loste je dat zelf op. Mensen hebben de tijd om zich hiermee bezig te houden. Je kan wel gaan zeggen: ik wil dat niet hebben, maar ja: ze zijn er wel. We wonen met twee keer zoveel mensen op de wereld als vijftig jaar geleden. En het worden er steeds meer.”

“Weet je wat ik zou wensen? Meer saamhorigheid en verdraagzaamheid. Vroeger had je jeugdverenigingen. Je ­leerde er met elkaar omgaan. Er waren mensen van allerlei soorten pluimage. En elke week hield er iemand een voordracht over een onderwerp waar hij zich in verdiept had. Je moest kritisch zijn, want je moest het voor een hele groep gaan vertellen, die om antwoorden ging vragen.”

Online kun je van alles de wereld insturen en krijg je feedback van mensen met heel verschillende achtergronden.

“Dat is anders. Die mensen verschuilen zich achter hun anonimiteit. Als je op een vereniging zegt: ‘Dat is een klootzak’, dan zeggen ze: ‘Wat krijgen we nou? Leg uit.’ En dan moet je het uitleggen. Online commentaar kan me niet bekoren. Ik kijk er niet meer naar. Ik heb een e-mailadres. En verder: aju paraplu.”

Annie Starrenburg (92): 'Je moet er toch zelf wat van maken, van het leven.' Beeld Bonnita Postma
Annie Starrenburg (92): 'Je moet er toch zelf wat van maken, van het leven.'Beeld Bonnita Postma

Annie Starrenburg (92) woont in een flat in Hoofddorp. Ze heeft een beroerte achter de rug, maar praat met de levenslust van iemand op de helft van haar leeftijd. ‘Ik ben gelukkig naar de kapper geweest, mijn haar zag er niet uit. Vorige week kon ik eindelijk terecht. Nou goed. Laten we beginnen.’

Kwam u weleens op de Wallen?

“Niet heel vaak, maar ik maakte er af en toe een wandeling met mijn man. De vrijmoedigheid van de meisjes die zich zo presenteren, vond ik interessant. Je zag er vooral Nederlandse mannen lopen, die toeristen waren er nog niet zo. Je kwam er niet als jong meisje alleen, maar met je verloofde of man kon het.”

Heeft u zich nooit gestoord aan de drukte?

“Nee, want je was jong. Het hoorde bij het wonen in de stad. Maar het was wel iets rustiger. Je kon in elk geval gewoon lopen over de Wallen. Wat jij zegt, over een massa mensen, dat lijkt me beklemmend. Daar moet wat aan gedaan worden, dat snap ik wel.”

Een van de ideeën die burgemeester Halsema onderzocht, is toegangspoortjes rondom het gebied plaatsen.

“Moeten ze niet doen. Het is een open stad en dat moet het blijven. Je kunt de boze wereld niet buitensluiten. Je zou een goede manier moeten vinden om ermee om te gaan.”

Ook zijn er plannen om het toerisme te spreiden.

“Weet u, ik vind het zielig voor de mensen die op de Wallen wonen. Die zitten er vast al heel lang en hebben er met veel ­plezier gewoond. Maar als je er pas bent komen wonen, zul je je moeten aanpassen. Je weet dat je in het hart van een stad zit. Dat is altijd herrie. Het hoort er nu eenmaal bij. Als je naar het platteland verhuist, kun je ook niet verwachten dat de haan stopt met kraaien in de ochtend.”

Bent u weleens met het vliegtuig op ­vakantie geweest?

“Ik ben als kind nooit op vakantie geweest. En later gingen we op vakantie naar de Veluwe. Daar is het mooi hoor! Weet je waar ik me heel erg aan kan storen? Als het gaat over de armoede van nu. De mensen weten niet meer wat armoede is, echt niet hoor! Wij hadden geen maandverband, mijn moeder knipte lapjes stof, en wc-papier hadden we ook niet. Je moet er zelf wat van maken, van het leven. En niet de hele tijd maar om je heen wijzen.”

Chris Boothof (91): 'We hebben een tijd gehad dat ze achter het Centraal Station liepen, ik ben bang dat dan weer terug komt.' Beeld Bonnita Postma
Chris Boothof (91): 'We hebben een tijd gehad dat ze achter het Centraal Station liepen, ik ben bang dat dan weer terug komt.'Beeld Bonnita Postma

Chris Boothof (91) woonde decennialang in een groot huis met een prachtige tuin in Geuzenveld, maar een eigen huis werd te zwaar. Hij verhuisde naar verpleeghuis De Rietvinck, achter de Haarlemmerdijk. Daarmee is hij weer terug in de Jordaan, waar hij opgroeide. ‘Ik zat toch altijd met mijn hart in dit buurtje.’

Hoe was het om na al die jaren weer terug te zijn?

“De jongens hebben me 16 juli 2021 in een rolstoel door de Jordaan rondgereden. Ik heb op het Haarlemmerplein zitten kijken naar de fonteinen en de meisjes die voorbijfietsten. Ik was weer helemaal terug in die gezellige drukte. Ik ben een stadsmens en een Amsterdammer en ik vind het heerlijk, al dat geroezemoes en de drukte om me heen. Dat heb je niet zo in Geuzenveld.”

Vindt u het nooit te druk in de stad?

“Ik vind drukte gezellig. Vroeger had je hier op de Haarlemmerdijk de winkeldagen. Dan hingen door de hele Haarlemmerdijk en Haarlemmerstraat luidsprekers. Er werden plaatjes gedraaid en de mensen uit de Spaarndammerbuurt kwamen hier winkelen. Alle winkels waren verlicht en tot negen uur open. In 1948-1950 was dat zo’n beetje. Heel gezellig. De winkels waren wel anders toen. Nu is het veel meer gericht op toeristen.”

Kwam u weleens op de Wallen?

“Ik kwam daar regelmatig met mijn vrienden. Eén van hen, Theo, had een ­horloge. Nou, dan zagen we een man naar binnen gaan en dan keek Theo op zijn horloge. Kwam die vent na tien minuten naar buiten. ‘Dat heeft niet al te lang geduurd,’ zei Theo dan. Zo vermaakten we ons. Verder kwamen er vooral provincialen. Amsterdammers hebben dat toch allemaal allang gezien.”

Wat vindt u van het idee van een erotisch centrum buiten de stad?

“We hebben een tijd gehad dat ze achter het Centraal Station liepen; ik ben bang dat dan weer terugkomt. Het is heel moeilijk om zoiets uit de stad te weren. Net als coffeeshops. Die kun je ook niet sluiten. Daar krijg je straathandel voor terug.”

Er zijn tegenwoordig veel klachten over de drukte van centrumbewoners. Er is veel geluidsoverlast, bijvoorbeeld.

“Geluidsoverlast, daar haalt u iets aan. De mentaliteit is veranderd. Ik heb daar wel een voorbeeld van. In Kattenburg zakte weleens een huis in elkaar en dan hing er een bordje met ‘onbewoonbaar verklaard’ erop. Daarna kwam er dan een heimachine die een blok de grond in sloeg, zo tussen twee huizen in. Je hoorde die mensen niet. Ik vind dat eigenaardig. Nu dienen mensen een klacht in als er een crèche voor de deur is. Soms vraag ik me af of het niet gewoon zoeken naar een probleem is.”

Verhalen uit de Amsterdamse oven

Ooit was er een Amsterdam zonder rolkoffers, havermelkcappuccino’s en rondrazende maaltijdbezorgers. Het was een stad waarin vis en groente met de handkar en klingelende bel door de straten gereden werd, de Westergasfabriek nog in werking was en de jeugd voor de gezelligheid in de hal van het Amstelstation rondhing. Maar het waren niet alleen romantische jaren. Er was tering, armoede en de Tweede Wereldoorlog brak uit. Het afgelopen jaar ging Rose Heliczer samen met Marnix van Wijk in gesprek met de alleroudsten van de stad. De podcastserie Verhalen uit de Amsterdamse oven schept een beeld van het Amsterdam uit hun jeugd, op basis van de verhalen van zes markante ouderen. Elke aflevering richt zich op een andere buurt.

Verhalen uit de Amsterdamse oven – Kleine geschiedenissen uit de grote stad is hier te beluisteren.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden