PlusAchtergrond

Hoe het verkiezingsfeest in 2016 voor Johan Fretz in een nachtmerrie veranderde

In 2008 maakte de verkiezing van Barack Obama grote indruk op schrijver Johan Fretz. Wat hij niet kon vermoeden, was dat het de Amerikaanse verkiezingsnacht van 2016 zou zijn die zijn wereldbeeld zou doen kantelen. Aan de vooravond van de presidentsverkiezingen van 2020 een reconstructie van een horrornacht.

Johan Fretz in de Melkweg in de nacht van 8 op 9 november 2016.Beeld Martin Oudshoorn

19.00 uur

Natuurlijk begrijp ik heel goed dat de redacteur van de talkshow geen tijd voor me heeft en nog van alles moet doorspreken met de voormalige eurocommissaris, die na haar afzwaaien is gaan werken bij de Bank of America  Merrill Lynch, en die vanavond komt vertellen hoeveel Hillary Clintons aanstaande verkiezingswinst betekent voor het doorbreken van het glazen plafond. Maar waar ik minder begrip voor heb, is dat ze me in een gerenommeerde poptempel als de Melkweg zulke smerige automaatkoffie voorschotelen. Hoe moet ik de tijd nu doden? Boven het podium hangt een spandoek met daarop: ‘American President’s Night 2016’, en daarnaast in led-letters van gloeiend, blauw neonlicht: ‘Love Trumps Hate’.

“Fretz!”

Het is de stem van Erik van Bruggen, een bekende campagnestrateeg. Met zijn bedrijf BKB is hij de initiatiefnemer van deze vierjaarlijkse American President’s Nights. Hij is er twaalf jaar eerder mee begonnen, op de dag dat ook filmmaker Theo van Gogh zou komen kijken, ware het niet dat die enkele uren daarvoor bruut en koud was afgeslacht op de Linnaeusstraat. Daarna was John F. Kerry volgens het boekje roemloos ten onder gegaan tegen George W. Bush, waarmee ik zeker niet wil beweren dat het een met het ander te maken had, maar wel dat de herverkiezing van Bush junior me geen moer meer kon schelen, want terwijl de uitslagen uit de staten een voor een binnendruppelden, zag ik op mijn netvlies alleen nog maar hoe Van Goghs levenloze lichaam op de straat lag, een wit doek eroverheen, de contouren van een mes in zijn indrukwekkende buik. Wat had ik toen nog met Amerika te maken? Als je erover nadenkt, is het sowieso een vreemde gewoonte, om de verkiezingen in een ander, ver land met zoveel bombarie te volgen.

“Kijk,” zegt Erik. Hij draait zijn telefoonscherm naar me toe. “Inside info vanuit Clinton headquarters. Het ziet er goed uit, Fretzie. Florida: looking great. Rust belt: heel goed. Dit wordt een mooie avond.”

“Ik hoop het, al zullen we meer opluchting voelen, dan euforie.”

“Een vrouw wordt president van Amerika, dat moet je niet bagatelliseren. Dat is een big thing!”

“Sorry. Je hebt gelijk. Misschien kan ik die opwinding gewoon niet zo opbrengen, omdat we nu eenmaal al weten dat het niet meer kan misgaan,” zeg ik, en ik laat hem het kansberekeningmetertje zien van The New York Times – ‘The Failing Fake News New York Times’ , zoals de aanstaande verliezer, Donald J. Trump, vaak zegt – en hoe die meter Hillary 92 procent winstkans geeft. (Achteraf kun je zeggen dat precies die zelfde verveling en verzadiging waar ik me op beriep vat had gekregen op duizenden Amerikanen in Wisconsin, Michigan en Pennsylvania, mensen die daarom maar waren thuisgebleven, niet wetende welke verstrekkende gevolgen dat zou hebben voor het verdere verloop van de geschiedenis. Maar op dat moment stond het gewoon vast: het kon niet meer misgaan en wie daar nog aan durfde te twijfelen, leefde duidelijk in een alt-right-illusie die samenhing van hallucinaties en leugens.)

“Het komt goed, Fretz!” zegt Erik. “Het komt goed.”

De redacteur breekt in en vertelt me dat het fijn zou zijn als ik nu alvast bij de schmink kan gaan zitten, omdat het voor de cameramensen fijn is om al bij de soundcheck te zien hoe mijn huid er op beeld uitziet, en hij voegt er nadrukkelijk aan toe dat hij daar absoluut niets discriminerends mee bedoelt, maar dat het met een donkere huid – “Of hoe zeg je dat? Getint? Gekleurd? Het spijt me sowieso!” – nu eenmaal lastiger is in te schatten.

23.30 uur

Ik kom het podium af na mijn ode aan Obama’s Amazing Grace. Ik vertelde het publiek ook hoe ik in 2008 op de Lindengracht een verkiezingsfeest organiseerde, in de nacht dat hij president werd. Dat lijkt nu een heel leven geleden. Ik loop door de gang naar de lift. Vanuit de zaal klinkt het gemoedelijke geroezemoes van honderden mensen, die zich weinig zorgen maken over de goede afloop.

De liftdeuren sluiten. Stilte. We zoeven omhoog. Een blik in de WhatsAppgroep van mijn vrienden: ‘Het wordt een landslide, bye Donnie!’ - ‘Ze gaat Texas winnen, ik zweer het je. Misschien zelfs Alaska!’ Aan de backstagebar bestel ik een wodka. Alvast even proosten op Hillary. Ik hef het glas en zeg: “Als Florida straks gecalled is, dan kan ik lekker vroeg naar huis.”

De regisseur van de talkshow komt bij me staan. Naast hem staat een knappe jonge vrouw. Terwijl ze zich voorstelt, probeer ik uit de non-verbale communicatie tussen haar en de regisseur op te maken of ik hier te maken heb met de vriendin of de dochter van laatstgenoemde, want hoewel het grote leeftijdsverschil tussen beiden onmiskenbaar is, kun je met zulke inschattingen niet voorzichtig genoeg zijn.

“Maan is mijn dochter,” zegt de regisseur trots, alsof hij mijn gedachten leest.

“Ah. Dat vermoedde ik al, wat leuk,” zeg ik, kennelijk net iets te opgelucht, want er valt meteen een ongemakkelijke stilte. En dan dringt plots ook nog tot me door dat dit niet zomaar de dochter is van de regisseur, maar de beroemde zangeres, Maan, en dit lijkt me een goed moment om een einde te maken aan deze ontmoeting, zodat hun kennismaking met mijn stuntelige gedrag tot een (soort van) minimum beperkt blijft, dus ik wil netjes gedag zeggen, maar exact op dat moment klampt de redacteur van de talkshow me aan en zegt hij, op een toon waarvan de paniek nog niet geheel tot me doordringt: “Fretz, je moet nu naar beneden komen. Florida is too close too call!

Bezoekers van President's Night in de Melkweg op de avond van de Amerikaanse verkiezingen in 2016.Beeld Hollandse Hoogte / ANP

00.30 uur

Beneden is het stiller dan daarnet. Ik open WhatsApp: ‘Miami-Dade moet nog binnenkomen. Geen zorgen, jongens. She got this!’ Precies! Miami-Dade. Blijven ademhalen. Dit komt goed. Dat heeft Erik beloofd. Ergens achter in de zaal zie ik het glunderende gezicht van een jongen met priemende helblauwe ogen, zijn blonde krullen puilen onder een Make America Great Again-pet uit. Zou hij die pet ironisch dragen of…?

Synthesizers loeien luid. Breaking News op het grote scherm. De CNN-presentator zegt: “We can now project that Florida will go to Donald J. Trump.” En het geroezemoes in de zaal krijgt op slag een andere klank. De frequentie verandert. De zorgeloosheid en de hoogmoed vloeit eruit. De wereld onder onze voeten begint te verschuiven. We hebben het nog niet helemaal door, maar er is al niets meer aan te veranderen. In de appgroep: ‘Kak! Maar ze heeft de Midwest nog. De blue wall!’ Maar ik kijk naar het kansenmetertje van The New York Times, waar de naald drastisch koers heeft verlegd, van 90 procent Hillary naar 57 procent Trump. Mijn hartslag dropt down, up, down en in mijn hoofd klinkt een beroemde zin van Malcolm X: ‘Everything that came out of Europe, every blue eyed thing, is already an American. And as long as you and I have been over here, we aren’t Americans yet.’

01.30

Ohio goes to Donald J. Trump. Texas goes to Donald J. Trump. Arizona goes to Donald J. Trump. Ik zoek Erik in de menigte, maar ik kan hem nergens vinden. En het geroezemoes begint nog anders te klinken, alsof het vacuüm wordt getrokken. Mijn hartslag zit inmiddels achter mijn oogkassen en de naald van The New York Times raakt Trump bijna aan. WhatsApp: ‘Oef… Maar houd hoop! Michigan gaat ze pakken.’

02.00

Michigan goes to Donald J. Trump. Pennsylvania goes to Donald J. Trump. En de zaal neemt de vorm aan van een Zuid-Afrikaans voetbalstadion. Dat moment waarop Arjen Robben in z’n eentje op keeper Casillas afstormt, WK finale 2010. Hij raakt de bal, dat moment tussen hoop en vrees. Stilte voor de storm. WhatsApp: ‘Ok… Het ziet er niet best uit. Wisconsin MOET ze winnen!!’

03.15 uur

Wisconsin goes to Donald J. Trump. ‘Donald J. Trump will be the next president of the United States of America.’ Iedereen staart wezenloos naar het grote scherm. Alleen de jongen met de Make America Great Again-pet juicht. Ik ga daas op de grond zitten, voel het opgedroogde bier aan mijn spijkerbroek plakken. WhatsApp: ‘Dit komt niet meer goed, WTF!?’ Boven het podium nog altijd die neonletters: Love Trumps Hate. Ik weet voor het eerst niet meer zo zeker of ik nog wel in die woorden geloof.

Aanhangers van Hillary Clinton.Beeld Hollandse Hoogte / ANP

05.00 uur

Ik loop de Melkweg uit. Lijnbaansgracht. Ik ben inmiddels al vierentwintig uur wakker en sta in de regen op een taxi te wachten naast het politiebureau. Een agent staat tegenover een zwarte man. De man zegt: “Goed joh. Dan ga ik wel weg. Als jij zo doet tegen mij! Weg uit dit land. Mijn eigen land! Waar ik ben geboren en opgegroeid!” De agent zegt: “Dat moet je vooral doen!”

05.15 uur

Ik zit in de taxi en kijk in de WhatsAppgroep: ‘We moeten wat doen, de politiek in?!’ Ik druk mijn wang tegen het raam, sluit mijn ogen. Zolang het nog donker is, ik nog niet ben gaan slapen en dus nog niet ben wakker geworden op een nieuwe dag, blijft de oude wereld misschien nog heel even intact. Onveranderd. Nee. IJdele hoop. Nabij de Marnixstraat bedenk ik me: ik ga nog niet naar huis. “Pardon, chauffeur, kunt u me ergens anders afzetten?”

05.30 uur

De taxi rijdt weg, de Lindengracht af. En ik sta voor het oude schoolgebouw van de Toneelschool. Het is precies acht jaar geleden. Drieëntwintig was ik en ik organiseerde een verkiezingsfeest. We dronken en dansten op de krakerige vloeren, de kleine DJ Géza Weisz draaide onvermoeibaar plaatjes, en af en toe zette hij de schuiven omlaag. Dan hoorden we de CNN-commentator zeggen: ‘Ohio goes to Barack Obama. Florida goes to Barack Obama’ , en schreeuwde ik mijn stem schor om aan mijn schoolgenoten te vertellen dat wij op het punt stonden om geschiedenis te beleven. Change we can believe in

Het werd al bijna licht, toen we nog maar met een paar mensen over waren, op de grond zaten en de commentator zei: ‘We can now project that Barack Obama will be the 44th president of The United States of America. That for the first time since The Kennedys, there will be a couple with young children living in the White House.’ Chicago ontplofte, bij mij biggelden de tranen over mijn wangen. Ik stond op, liep naar het hoge raam en keek naar buiten, naar de Lindengracht. Alles trilde van verwachting.

En nu ik daar beneden sta, acht jaar later, nu blijkt de inlossing van die verwachting veel weerbarstiger dan ik in die euforie van toen droomde. Ik kijk omhoog, naar dat hoge raam, naar die plek waar ik toen stond. En als ik heel goed kijk, dan zie ik mezelf daar nog altijd staan. Een gaaf gezicht, een jongen nog, in het bezit van de onsterfelijkheidswaan van de jeugd en het rotsvaste geloof in de grootse verandering die komen gaat. 

Hij weet nog niet wat ik vannacht heb ontdekt: dat er acht jaar later een keiharde backlash zal komen op de verkiezing van de eerste zwarte president, dat oude, tribale sentimenten die voorgoed verleden tijd leken, opnieuw hun weg omhoog zullen vinden. Dat hoop geen golf is waarop je mee kunt surfen, maar een koppig werkwoord, van telkens opnieuw maar blijven reiken, desnoods tegen beter weten in, ook al kom je er nooit bij. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden