PlusExclusief

Hoe een Amsterdamse kunstenaar in Saoedi-Arabië op zoek gaat naar ‘zijn’ schilderij – dat hij nooit heeft geschilderd

De Diriyah Star Night op de site van de Saudi Gazette. Echt of nep? Beeld
De Diriyah Star Night op de site van de Saudi Gazette. Echt of nep?

Tot zijn verbazing leest de Amsterdamse kunstenaar Jeroen van der Most op een Saoedische website dat iemand voor 3,2 miljoen dollar een schilderij van hem heeft gekocht. Hij heeft het werk alleen nog nooit gezien. Is het een vervalsing, of speelt er iets anders? Met verslaggever Lex Boon volgt hij het spoor van de Diriyah Star Night, tot in de zinderende hitte van de woestijn.

Lex Boon

Het is al ver na middernacht en het vliegtuig heeft zojuist de luchthaven van Doha verlaten. Daarna heeft de piloot een tijdje de kustlijn van Qatar gevolgd en nu vliegt hij hoog boven de Perzische Golf. Door het raampje lichten de eilanden van Koninkrijk Bahrein op, met eerst een continu van neonkleur veranderende skyline. Even later is er alleen nog een felle lichtgevende streep door een donker landschap te zien. De woestijn, denk ik. Tot ik besef dat het zwart het water is en de lichtstreep een lange reeks bruggen. Die verbinden de kleine eilandstaat met het gigantische ­vasteland van Saoedi-Arabië.

Daar moet Dhahraan liggen, de stad waar Jeroen van der Most over een paar dagen een speech over kunstmatige intelligentie zal geven. Maar we vliegen door, nog zo’n 1200 kilometer te gaan. Eerst over hoofdstad Riyad heen, midden in de woestijn, en dan naar Jeddah, helemaal aan de andere kant van het land, aan de Rode Zee.

“Straks zitten we in Jeddah, en wat dan?” had Jeroen vlak voor het inchecken gevraagd. Ik weet het ook niet. De laatste keer dat ik van onze contactpersoon, ‘De uitvinder’, heb gehoord, is meer dan een week geleden. Maar als we antwoorden wilden krijgen, leek afreizen naar Saoedi- Arabië de enige mogelijkheid.

Ik kijk naar mijn reisgenoot, de kunstenaar, op het einde van de rij. ‘Mijn naam is Jeroen van der Most, wij kennen elkaar niet,’ zo begon zijn mail, die ik nu vier maanden geleden ontving, waarin hij vertelde dat hij ‘iets bizars’ had meegemaakt.

Nooit gezien

Op de site van de Saudi Gazette, een Engelstalige krant in de Golfstaat, was een nieuwsbericht verschenen over een kunstwerk met de titel Diriyah Star Night. Er was een foto van een Van Gogh-achtige Sterrennacht te zien, in blauwtinten en met een kronkelende lucht, maar dan niet met de contouren van Saint-Rémy-de-Provence, maar iets wat op een ruïne van een stad leek.

‘Het beroemde kunstwerk Sterrennacht van de legendarische kunstenaar Vincent van Gogh heeft zijn landgenoot Jeroen van der Most geïnspireerd om een uniek werk te maken,’ stond er bij het artikel. De inspiratie zou hij hebben opgedaan tijdens een bezoek aan de historische Saoedische stad Diriyah, vlak bij hoofdstad Riyad.

Het schilderij zou in 2018 zijn gemaakt, en al voor de voltooiing zou een zakenman 2,5 miljoen dollar hebben betaald voor het werk ‘van ­k­unstenaar Jeroen in Amsterdam’. Vervolgens had hij het weer voor 3,2 miljoen dollar doorverkocht aan een Saoedische zakenvrouw, stond te lezen in het kranten­bericht.

Alleen: Jeroen van der Most (42) had het schilderij nooit eerder gezien. Hij was ook nog nooit van zijn leven in Saoedi-Arabië geweest. En voor zover hij wist – en hij wist het wel zeker – stond er niets op zijn bankrekening.

Hij was eigenlijk een relatief onbekende kunstenaar, dus waarom stond er in een Saoedische krant dat zijn werk miljoenen waard was?

Hij dacht, toen hij zijn eigen naam googelde en op het bericht was gestuit, eerst aan een naamsverwisseling. “Maar toen zag ik het plaatje. Het is gewoon een rip-off van een schilderij dat ik jaren geleden heb gemaakt,” vertelde Jeroen toen we elkaar voor het eerst uitgebreid spraken.

Tweet Cathedral, een werk dat Jeroen van der Most in 2011 maakte op basis van zo’n duizend tweets over de aardbeving in Nieuw-Zeeland. Beeld Jeroen van der Most
Tweet Cathedral, een werk dat Jeroen van der Most in 2011 maakte op basis van zo’n duizend tweets over de aardbeving in Nieuw-Zeeland.Beeld Jeroen van der Most

Op zijn site liet hij een werk zien dat hij had gemaakt in 2011. Hij had de techniek die hij destijds gebruikte als data-analist ingezet om tweets over een zware aard­beving in Nieuw-Zeeland te visualiseren. Daarbij had hij een vorm gekozen waarbij de deels ingestorte kathedraal van de stad Christchurch in een Sterrennacht-achtig landschap weer rechtop stond. Het Museum of New Zealand in Wellington nam het werk op in de collectie en Jeroen werd gesterkt in zijn idee dat er met data en technologie ook kunst te maken was.

Tegenwoordig is hij fulltime kunstenaar, die bij zijn werk gebruikmaakt van artificial intelligence. Hij laat bijvoorbeeld een computer een oneindige stroom afbeeldingen van bloemen analyseren, waarna hij met een druk op de knop compleet nieuwe bloemsoorten kan creëren. Ze bestaan niet echt, maar lijken dat wel.

Op een soortgelijke manier berekende hij een keer wat het volgende werk in het ­oeuvre van Van Gogh zou zijn als hij nog één schilderij had gemaakt. En dat maakte Van der Most vervolgens echt, inclusief de dikke verfstreken, zoals op de Diriyah Star Night – een werk dat zomaar wél van hem had kunnen zijn.

We keken samen nog eens naar de foto op de site van de Saudi Gazette. Het schilderij zat in een forse goudkleurige lijst en werd door twee paar mysterieuze handen, gestoken in witte handschoenen, tegen een grijze wand gehouden. Zou het schilderij echt bestaan of was het gefotoshopt?

“Veel van mijn werk gaat over wat echt is, en wat nep, en waarbij het onduidelijk is wat de rol van de kunstenaar precies is,” zei Jeroen. “Daarom vind ik het fantastisch dat dit gebeurt.”

Sharia

De piloot heeft de landing ingezet, en door het vliegtuigraampje zie ik in de verte een fontein. Met een een gigantische kracht wordt het water uit de Rode Zee de lucht ingespoten, tot een hoogte van 312 meter – bijna net zo hoog als de Eiffeltoren.

Nog even en we zijn in het land dat lange tijd gold als een van de meest gesloten landen ter wereld, het Koninkrijk Saoedi-Arabië. Tot voor kort waren de enige toeristen die welkom waren moslims die voor de pelgrimstocht naar de heilige stad Mekka kwamen. In het land is het wahabisme de dominante stroming, de leer binnen de islam die pretendeert het meest zuiver te zijn. De rechtsorde is gebaseerd op de sharia, het islamitisch recht. Het is een land dat bovenaan de lijst staat van olie-exporterende landen en onderaan de internationale persvrijheidsindex.

Het koninkrijk werd in 1932 gesticht door koning Abdelaziz al-Saud, die zo’n honderd kinderen kreeg bij 22 vrouwen. Zelfs op zijn 77ste werd hij nog vader, waardoor het nog steeds een van zijn zonen is – de zesde op rij – die op de troon zit. Inmiddels staat een nieuwe generatie klaar, en de afgelopen jaren heeft de Saoedische kroonprins Mohammed Bin Salman – 36 jaar – steeds meer macht naar zich toegetrokken. De kroonprins heeft de afgelopen jaren ingrijpende economische en sociale hervormingen doorgevoerd, en tegelijkertijd de politieke repressie opgevoerd – critici worden het zwijgen opgelegd.

Vrouwen hebben er nog steeds minder rechten dan mannen, hoewel er wel wat verandert. Ze mogen nu bijvoorbeeld autorijden. En een paar jaar geleden was het ondenkbaar dat vrouwen in het openbaar aan het werk waren, nu roept bij de paspoortcontrole een vrouwelijke functionaris ons naar voren.

Welcome to our country,” zegt ze hartelijk, en ze vraagt gelukkig niet wat we komen doen. We hebben niet echt een plan. De uitvinder ontmoeten, hopen we, om eindelijk antwoorden te krijgen. En misschien zelfs de Diriyah Star Night met eigen te ogen zien.

Kleine ontdekkingen

In de maanden voor de reis hadden we eerst een paar kleine ontdekkingen gedaan. Een week voor de Saudi Gazette bleek ook de Saoedische nieuwssite Al ­Bilad een soortgelijk bericht te hebben geplaatst. Daar vond ik een door Google opgeslagen versie van, want het oorspronkelijke artikel was om onduidelijke redenen van de site verwijderd.

Het opvallendste was dat bij dat bericht een andere foto was geplaatst. Het was nog steeds hetzelfde goudomlijste schilderij voor de grijze wand, maar nu van iets meer afstand. De Diriyah Star Night werd vastgehouden door twee geblondeerde jonge vrouwen. Ze droegen een wit overhemd, en een zwart schort, zoals die door de medewerkers van bijna alle grote veilinghuizen worden gedragen.

Ik zocht via allerlei manieren contact met de Saudi Gazette en Al Bilad, maar kreeg geen reactie. Toen ik op een moment van verveling op Instagram alle foto’s bekeek die met #diriyah waren getagd – de historische stad op het schilderij – kwam ik de foto van de Diriyah Star Night tegen, geplaatst door een in Jeddah gevestigde fotograaf. Ik stuurde haar een bericht en ze vertelde dat ze het schilderij onlangs had gefotografeerd – geen fotoshop dus! Ze stuurde me de naam en het telefoonnummer van haar opdrachtgever.

Dat bleek een Saoedische uitvinder te zijn. Op de foto’s die ik van hem vond, stond een indringend kijkende dertiger, met stoppelbaard en grote bril, en de mondhoeken wat omhooggekruld. Hij droeg een thobe, een lang wit gewaad, met op zijn hoofd een rood-wit geblokte ghutrah die door een dik zwart koord op zijn plek werd gehouden – de klassieke outfit voor een Saoedische man. Ik las dat hij meer dan 45 innovaties op zijn naam had staan, zowel in de medische sector, luchtvaart, energiebranche en voorzieningen voor blinden.

De uitvinder reageerde binnen enkele minuten op mijn bericht. Hij bevestigde nogmaals dat het schilderij echt was, en hij was verantwoordelijk voor alle communicatie rond de Diriyah Star Night. De eigenaar was een vriendin van hem, en ze was een van de vele duizenden prinsessen die er in het land zijn.

‘Het is behoorlijk wat geld voor een hedendaags kunstwerk van een Nederlandse kunstenaar,’ appte ik.

‘Yes ’ antwoordde hij.

‘De kunstenaar zal wel trots zijn,’ stuurde ik terug.

‘En rijk,’ antwoordde de uitvinder.

Hoewel hij me al snel my dear noemde, en ik hem my friend, vertelde ik niet meteen dat ik wist dat Jeroen van der Most niet betrokken was bij dit schilderij. De uitvinder leek te denken dat het een echt werk was. Zou de prinses, als ze echt bestond, slachtoffer zijn van oplichting? Dat een malafide kunsthandelaar de naam van Jeroen had misbruikt? Maar zou iemand, ook al was ze rijk, echt 3,2 miljoen dollar uitgeven aan een werk van een onbekende kunstenaar? Of speelde er iets frauduleus, en was dit een manier om geld wit te wassen?

Wat het ook was, Jeroen vond het allemaal even fantastisch. “Dit is voor mij ook een kunstproject aan het worden. Er is een werk van mij gefaket, dus misschien moet ik dit weer gaan faken, om er alsnog een echte Van der Most van te maken. De real fake Diriyah Star Night.”

Ik wilde vooral eerst weten wat er aan de hand was.

Gsm-mast vermomd als palmboom

Als we ’s ochtends tegen een uur of negen het hotel in Jeddah verlaten, na vier uur slaap, is het licht zo fel dat je alleen met samengeknepen ogen iets kunt zien.

Het voelt alsof het nu al tegen de 30 graden is. Om aan de hitte te ontsnappen en te wachten op een bericht van de uitvinder, nemen we een taxi naar een ­winkelcentrum.

We rijden langs een uitgestrekt stedelijk landschap, over een weg met in totaal veertien rijstroken. Er zijn zandkleurige woonblokken, kantoorgebouwen met ­donker spiegelend glas en af en toe duikt er een paleis op. Ik zie een hoge gsm-mast vermomd als palmboom, meters hoger dan de echte palmbomen die overal staan.

Het cadeau van de prinses: de zwart-witfoto van Diriyah, met het gebroken glas. Beeld Floris Kok
Het cadeau van de prinses: de zwart-witfoto van Diriyah, met het gebroken glas.Beeld Floris Kok

Een jaar of zes geleden was elke vorm van entertainment in dit ultraconservatieve land nog verboden. Muziek in de openbare ruimte werd niet getolereerd, nu kondigt een reclamebord een concert van Justin Bieber aan. In de nieuwe bioscoop draait de nieuwe James Bond. Even verderop wordt een dancefestival gepromoot waar Nederlandse artiesten als Afrojack, Martin Garrix, Tiësto en Armin van Buuren optreden. Vlak naast de Red Sea Mall wordt aan het nieuwe Formule 1-­circuit gebouwd.

Wat niet op de reclameborden staat: dat mensenrechten hier op grote schaal worden geschonden en dat er executies en lijfstraffen plaatsvinden. Dat de vrijheid van meningsuiting hier ernstig wordt ­beknot en je met een kritische tweet al in de problemen kunt komen.

Ik probeer te onthouden dat het in een land als Saoedi-Arabië vooral draait om wat je niet ziet, maar wat ik in de Red Sea Mall zie is veel herkenbaarder dan verwacht. De gescheiden ingangen voor mannen en vrouwen waar ik over had gelezen zijn hier niet. Het gebed is bezig, maar lang niet alle winkels zijn gesloten. Nergens zijn de vrijwilligers van de mutawa te bekennen, de religieuze handhavers die hier een paar jaar geleden er nog voor zorgden dat niemand iets deed wat in strijd was met de regels van de islam. Lang niet alle vrouwen lopen met een gezichtssluier rond.

De hervormingen zijn er niet alleen op papier, of voor het imago in het Westen, maar veranderen het leven echt. Zou de Diriyah Star Night iets te maken hebben met deze ontwikkeling? Lang werd beeldende kunst afgekeurd, nu plots omarmd. Maar dan was nog steeds de vraag: wat had de naam Jeroen van der Most hiermee te maken?

Bij de Starbucks in de Red Sea Mall bestel ik de koffie die ik thuis ook drink, en kijk ik op mijn telefoon: nog geen bericht. “Hoe vaak per dag kan ik hem appen zonder opdringerig te zijn?” vraag ik aan Jeroen.

Pakje uit Saoedi-Arabië

Kort na het eerste contact vertelde ik de uitvinder dat ik Jeroen had gesproken, en dat hij niet van het bestaan van dit schilderij wist. ‘Laat me dat dubbelchecken,’ stuurde hij terug.

Een duidelijk antwoord kwam er in de weken die volgden niet, hoe vaak ik er ook naar vroeg. “We hebben geprobeerd de zakenman te bereiken die het werk heeft verkocht aan de prinses, om meer te weten te komen over de kunstenaar. Helaas ­konden we hem niet bereiken, we weten alleen de naam,” kreeg ik toegestuurd in een voicebericht.

En die naam was volgens de uitvinder Jeroen. Alleen Jeroen, niet Van der Most, en mijn vragen daarover werden genegeerd. Wel liet de uitvinder weten dat de prinses mij graag een klein geschenk van haar cultuur wilde sturen. Ik probeerde het te weigeren, maar wilde ook niet onbeleefd zijn – zeker niet tegen een prinses – en stuurde het adres van het dichtstbijzijnde pakketpunt. Al snel daarna werd duidelijk dat de uitvinder er baat bij zou hebben als er een artikel over het schilderij in een Nederlandse krant zou verschijnen.

Hij vroeg of het artikel al klaar was.

Ik vertelde dat ik eerst de onduidelijkheid rond de naam van Van der Most wilde oplossen.

Hij stuurde dat ook een krant in Groot-Brittannië contact had gezocht, dat een krant in de Verenigde Staten interesse had en dat ze aan het praten waren met een krant uit Dubai.

Ik vroeg of het al gelukt was om contact te krijgen met de vorige eigenaar.

Hij stuurde terug dat er inmiddels ook een andere Nederlandse krant een e-mail had gestuurd.

My friend bleef vriendelijk, maar toen ­duidelijk werd dat ik voorlopig nog geen verhaal zou publiceren werden de reacties steeds iets korter, en kwamen er steeds meer dagen tussen te zitten, totdat het helemaal stil werd.

Het was weken later dat ik het bericht kreeg dat er een pakket uit Saoedi-Arabië op me lag te wachten. Ik haalde het op, schudde het heen en weer, en hoorde het gerinkel van gebroken glas. Toen Jeroen en ik het pakket openmaakten, zagen we door het bubbeltjesplastic heen de contouren van Diriyah. Dit keer niet op een ­schilderij, maar op een oude, ingelijste zwart-witfoto. Het glas had de reis niet overleefd en de scherven hadden krassen gemaakt op de foto. Er zat geen brief bij, geen kaartje, geen verdere aanwijzing. Helemaal niets.

Ik begreep inmiddels waarom Diriyah zo’n belangrijke plek was voor Saoedi-­Arabië, en zeker voor een prinses. In 1744 werd daar een pact gesloten tussen krijgsheer Mohamed Ibn Saud en prediker Mohamed Ibn Abdel Wahab. De invloedrijke prediker zou de krijgsheer steunen in de strijd om de macht, als hij trouw zou zweren aan de fundamentalistische visie van Ibn Wahab op de islam.

Dankzij dat pact regeren de nakomelingen van Ibn Saud, met tussenpozen, nog steeds over het land en in de 1938 ontdekte olievoorraden in de bodem. Het wahabisme, de leer binnen de islam die pretendeert het meest zuiver te zijn, is nog steeds dominant in het land.

Boven de scherven van de foto van Diriyah vroegen we ons af of we de stukjes ooit passend zouden krijgen. Langzaam begon het door te dringen: als we echt antwoorden wilden, moesten we er misschien maar gewoon naartoe.

Ik had onze komst nog niet eens aangekondigd, toen de uitvinder na twee maanden stilte opeens weer iets van zich liet horen.

Excuus, hij was nogal druk geweest, maar hij hoopte me ooit in Saoedi-Arabië te ontmoeten, inshallah.

Ik heb goed nieuws, stuurde ik terug, want we zijn er over iets meer dan een week.

De historische Saoedische stad Diriyah. Aan de 17,5 miljard euro kostende renovatie wordt al jaren gewerkt.  Beeld Ameen Qaisran
De historische Saoedische stad Diriyah. Aan de 17,5 miljard euro kostende renovatie wordt al jaren gewerkt.Beeld Ameen Qaisran

Wolkenkrabber

Net als ik een bericht wil sturen met de vraag waar we in de Red Sea Mall goed kunnen lunchen, trilt mijn telefoon. ‘Hello dear,’ stuurt de uitvinder, en daarna gaat het snel. Zijn kantoor is in de buurt van het winkelcentrum, en hij zal na de lunch – hij beveelt een Jemenitisch tentje aan – zijn chauffeur sturen om ons op te halen. Even later stappen we in een donkere Cadillac Escalade en worden we naar een wolkenkrabber aan de Rode Zee gereden.

Een vrouw staat ons op te wachten en neemt ons mee naar een van de hoogste verdiepingen, en daar staan we dan, nog binnen 24 uur na vertrek van Schiphol, in het kantoor van de uitvinder. Hij is iets groter dan ik had verwacht en zijn kenmerkende bril ontbreekt, maar ik herken hem meteen.

“Welkom, welkom,” zegt hij. “Zo fijn dat jullie er zijn.”

En hij lijkt het, breed glimlachend, echt te menen.

Aan de muur van zijn kantoor hangt een ingelijste historische krant met Thomas Edison op de voorpagina, onder een glazen stolp staat zijn laatste uitvinding – een koran voor blinden – maar de meeste aandacht trekt het adembenemende uitzicht over de Rode Zee.

Nadat we een uurtje in zijn kantoor hebben gezeten, denk ik dat hij misschien wel echt my friend zou kunnen zijn. Hij is ontzettend aardig en gastvrij, heeft een vrolijke twinkeling in zijn ogen en praat honderduit.

Over het schilderij of de prinses lijkt hij nog niet te willen praten, wel over de snelle ontwikkelingen in het land. Die moesten er wel komen, legt hij uit. ­Bijna 70 procent van de bevolking is jonger dan dertig, en op kosten van de staat heeft een groot deel daarvan in het buitenland kunnen studeren. Die willen ook in hun eigen land films kunnen kijken en naar muziek kunnen luisteren, en de kroonprins heeft dat begrepen.

Hij roept zijn assistent erbij en laat haar een tafel reserveren bij een restaurant. “Ik kom jullie om half acht ophalen,” zegt hij daarna. “Dan kunnen we bij het eten over alles praten.”

Saudi champagne

Als we die avond in de lobby zitten te wachten, kunnen Jeroen en ik het bijna niet geloven: na al die maanden zonder duidelijkheid, lijken we nu antwoorden te gaan krijgen. Misschien krijgen we het schilderij wel echt te zien. We vragen ons alleen af of de uitvinder ook iets van ons wil, dat hij al deze moeite doet.

Tegen een uur of negen komt de uitvinder voorrijden, en rijden we naar een groot openluchtrestaurant aan de kust, naast een amusementspark. Er worden waterpijpen gebracht, de tafel wordt vol Arabische gerechten gezet en de uitvinder geeft ons een glas Saudi champagne: een soort appelsap gemixt met bruisend water.

Onder de uitgelichte palmbomen en met een fijn briesje vanaf de Rode Zee praat de uitvinder weer honderduit. Hij heeft marketing gestudeerd, heeft drie verschillende bedrijven en staat op het punt te promoveren.

Een paar tafels verderop zit een groep van negen Saoedische vrouwen, zonder hoofddoek, waterpijp te roken. Af en toe zoeken ze oogcontact met mannen aan de andere tafels en wordt er daarna gelachen. Een paar jaar geleden was het onvoorstelbaar geweest dat dit in alle openheid zou gebeuren. Ik vraag aan de uitvinder of de conservatieve krachten in dit land niet in opstand gaan komen nu de veranderingen zo snel gaan.

“Dat durven ze niet,” zegt de uitvinder. “Ze weten dat ze zich stil moeten houden.”

Er is namelijk een duidelijke rode lijn, waarvan iedereen weet dat je daar niet overheen moet gaan. Het Saoedische koningshuis heeft de absolute macht, en de kroonprins duldt geen tegenspraak of kritiek. Dus als hij hervormingen wil doorvoeren, kun je ze maar beter accepteren. Wie dat niet doet, wie de rode lijn overschrijdt, komt in de problemen.

Het is pas na een paar uur praten en eten, als het al tegen middernacht is, dat het gesprek op de Diriyah Star Night komt. Het begint met een verhaal van de uitvinder over een bezoek aan een kunstgalerie in Riyad en wat hij daar tegenkwam. Hij appt de foto’s door.

Op mijn telefoon zie ik een schilderij van de Colombiaanse kunstenaar Fernando Botero, met een prijskaartje van 1,5 miljoen dollar ernaast. Het meest opvallende vond de uitvinder een beeld van een soort Mickey Mouse-achtig figuur, liggend op een tafel, van de hedendaagse Amerikaanse kunstenaar KAWS. De prijs: 1,7 miljoen dollar. Hij kon het amper geloven, en had gelezen over een volledige blauw schilderij dat voor nog veel meer miljoenen was verkocht.

“Een Rothko?” vraag ik.

“Geen idee. Maar zelfs al hebben ze er een goed verhaal bij, ik wil het niet horen. Het is gewoon een blauw doek. Het is alleen maar marketing.”

En marketing was iets waar hij zelf ook goed in was. “For example,” zegt hij. “Neem de Diriyah Starry Night.”

Warrig verhaal

In het uur dat volgt vertelt de uitvinder, in een warrig verhaal vol zijpaden, hoe het schilderij tot stand was gekomen. Er is dus een prinses, een goede bekende van hem. Hij wil niets over haar zeggen, behalve dat ze van het werk van Vincent van Gogh én van de historische stad Diriyah houdt. Bij een groepje mensen rondom de prinses – hij vertelde niet wie precies – was er een plan ontstaan om daar iets mee te doen: de creatie van de Diriyah Star Night. De prinses was enthousiast geweest over dit plan en had er 3,2 miljoen dollar voor over gehad om dit te realiseren.

Het is een bedrag waarvan ik me al vanaf het begin niet kan voorstellen dat het waar is, maar volgens de uitvinder klopt het echt. Een Mickey Mouse-figuur was al 1,7 miljoen dollar waard en raakte het hart van de prinses niet, dit schilderij wel. Het geld was voor het werk, maar ook voor alles eromheen, zoals de marketing en communicatie, een display bij haar thuis en de pogingen om het in een museum te krijgen. Iedereen die had meegewerkt had een deel van dit geld gekregen.

Ik vroeg hem of ze het schilderij in ­China hadden besteld, waar een industrie bestaat van kunstenaars die op basis van digitale afbeeldingen handgeverfde reproducties maken. Volgens de uitvinder was het schilderij echt in Nederland gemaakt. Er zat namelijk ook een Nederlandse kunstenaar met de naam ‘Jeroen’ in het clubje rond de prinses.

Wat zijn achternaam was, wat voor kunst hij maakte, wat hij deed in Saoedi-Arabië en hoe hij te bereiken was: de uitvinder wist het niet, ook al had hij het transport vanuit Nederland geregeld.

Jeroen van der Most aan het werk in Diriyah. Beeld Lex Boon
Jeroen van der Most aan het werk in Diriyah.Beeld Lex Boon

Als de uitvinder even een telefoontje moet beantwoorden, wisselen Jeroen en ik blikken van ongeloof uit. Daar zitten we dan, midden in de Saoedische nacht, en ik heb geen idee wat waar is, en wat niet. Die ongesluierde Saoedische vrouwen aan tafel, is dat een teken dat het land echt aan het veranderen is, of is het allemaal schijn? De vriend van de Nationale Garde die zojuist even aanschoof, was dat echt een vriend, of iemand die ons toch even in de gaten kwam houden? En ook al zou het allemaal kloppen wat de uitvinder nu vertelde, hoe is de naam van Jeroen van der Most dan in dit verhaal verzeild geraakt?

Ik vraag de uitvinder ernaar, en hij zegt dat hij het niet weet. Hij lijkt nu ook te twijfelen of de Nederlandse ‘Jeroen’ echt de kunstenaar was, of alleen een tussenpersoon. Hij vertelt dat het alleen zijn taak was om de publiciteit te regelen. Het zou indruk maken, als mensen het schilderij zouden zien hangen bij de prinses, en het zouden kennen van de krant. Bovendien zou de kans bestaan dat de waarde nog hoger zou worden, omdat mensen het ­zouden willen kopen.

Het verhaal in de Saudi Gazette was alleen geen onderdeel van het plan, integendeel. De prinses had tegen bekenden over het schilderij gepraat, er zou daarna op sociale media over zijn gepost en op Arabische sites berichten zijn verschenen. Het was niet de bedoeling dat er voor de grote onthulling al verhalen rondgingen, dus het was ze gelukt om die berichten verwijderd te krijgen – zoals van Al Bilad. Alleen had de Engelstalige Saudi Gazette het bericht ook overgenomen en was het op tal van aanverwante sites verschenen, en lukte het niet meer dat weg te krijgen.

Dat verhaal staat volgens de uitvinder vol fouten. Zo heet het schilderij eigenlijk Diriyah Starry Night, in plaats van Diriyah Star Night. En volgens hem stond bij de Arabische berichten alleen de naam ‘Jeroen’, zonder achternaam. Hij lijkt te suggereren dat de Saudi Gazette de achternaam erbij heeft gegoogeld, omdat Jeroen nu eenmaal een kunstenaar uit Amsterdam is en ooit soortgelijke werken heeft gemaakt.

“We zeggen hier weleens: dank God, voor deze fout. Dat geldt misschien hier ook,” zegt de uitvinder. “Zonder de fout hadden we hier nu niet met zijn allen gezeten. Misschien komt er iets moois uit.”

Het schilderij is volgens de uitvinder bij de prinses in Riyad, bijna duizend kilometer verderop. Maar hij zal vragen of het schilderij morgen naar Jeddah kan worden gereden, zodat we het met eigen ogen ­kunnen zien.

“Dat zou fantastisch zijn,” zeg ik.

“En misschien kan ik het dan alsnog signeren,” zegt Jeroen. Hij zegt het een beetje lachend, maar de uitvinder reageert meteen enthousiast.

“Ja, alsjeblieft,” zegt hij. “Het is niet gesigneerd, dus zet het op jouw naam. Heb je je schilderspullen mee?”

Als de uitvinder ons weer terugbrengt naar het hotel, is het nog steeds druk op de weg. Voor de drive-through waar we volgens hem nog echt even koffie moeten halen, staat een lange file. Hij vertelt dat vanwege de hitte veel mensen overdag ­slapen, en ’s avonds leven.

Even later wijst hij op een auto die voorbij komt. “Kijk, daar rijdt een vrouw.”

Al Balad

De volgende ochtend lopen we eerst naar een winkel met kantoorartikelen, om verf en penselen te kopen. Daarna nemen we een taxi naar Al Balad, de oude stad van Jeddah.

Als we arriveren, is het gebed net begonnen en is het stil op straat. We zien alleen zwerfkatten en arbeidsmigranten, die bezig zijn met het renoveren van de oude straten. We lopen langs gesloten winkels. Een kleine straatkat ligt roerloos op straat. Zijn ogen glanzen nog een beetje, maar bewegen niet meer. Twee andere katten staan vanaf een afstand naar hem te kijken, een vlieg zit op zijn onderlip. De kat staat op het punt zijn laatste adem uit te blazen, in de brandende zon. Als ik even door mijn knieën ga, voel ik mijn achterbenen branden tegen mijn kuiten.

In de kronkelende smalle stegen, in de schaduw van vervallen huizen en een enkele palmboom, is het iets koeler. De houten luiken van een scheefstaand pand zitten vol met tientallen duiven, die even aan Amsterdam doen denken. Daaronder stroomt een moskee leeg, en verdringen mannen zich rondom een kar met meloenen. “Hello, how are you,” zegt een man tegen ons, als we voorbij lopen. Even verderop krijg ik bij een winkel een handje dadels aangereikt. Weer groet iemand ons. Iedereen lijkt hier minstens zo vriendelijk en gastvrij te zijn als de uitvinder.

Terwijl we rondslenteren, praten Jeroen en ik over de gebeurtenissen van de avond daarvoor. We hebben het idee dat het in grote lijnen wel klopt, wat de uitvinder ons verteld heeft, maar we konden ook niet uitsluiten dat het allemaal totale onzin was. Misschien bestond de prinses niet eens.

We proberen lijnen te trekken tussen opgroeien in een land waar alles wat de zintuigen prikkelt verboden was, en hoe je er dan naar kijkt als je opeens in aanraking komt met kunst.

Het was in ieder geval duidelijk dat het de uitvinder vooral om zaken was te doen. Toen Jeroen voorstelde het schilderij alsnog te tekenen, om zo de real fake Diriyah Star Night te maken, zag ik de twinkeling in zijn ogen. Het was voor de uitvinder een manier om de fout in het artikel van de Saudi Gazette te herstellen, en het schilderij authentieker te maken doordat het opeens wel door een echte kunstenaar was gesigneerd.

“Dat is gewoon waar hij ook op uit was,” zegt Jeroen. “Hij wil gewoon hetzelfde als ik, maar dan met een andere reden. Dat is zo bizar, zo waanzinnig.”

Terwijl we door de oude stad wandelen, stuurt de uitvinder een voicebericht. Hij heeft goed nieuws, zegt hij. “Vanochtend, om acht uur, is het schilderij ingeladen in Riyad en het is nu onderweg. Ik verwacht dat het vanavond tussen vijf en zeven bij mijn villa is.”

Mancave

De villa waar we de avond doorbrengen is zijn kleine villa, een plek waar hij vrienden en relaties kan ontvangen, zonder dat zijn vrouw er last van heeft. Het is ingericht als een mancave, met grote loungebanken en een gigantische flatscreen, waarop een sciencefictionfilm aanstaat. In de hoek met de pokertafel staan muurschilderingen op de wand.

Er komen weer waterpijpen en een bediende dekt de tafel, voor een maaltijd met vissen die eerder die dag nog in de Rode Zee zwommen. We praten en praten weer, en na het eten vraagt de uitvinder of we willen plaatsnemen op de bank, en gaat hij naar met de bediende naar boven om iets klaar te zetten. Vijf minuten later worden we naar boven geroepen.

Op de grond van een zithoek op de overloop, met zitzakken en nog een grote flatscreen, ligt een grote zwarte koffer met goudkleurige handgrepen. We maken de koffer open, tillen de deksel omhoog, en staan oog in oog met de Diriyah Star Night.

Toen ik het schilderij voor het eerst zag, vond ik het vooral kitscherig. Het was niet echt een mooi schilderij, toch? Nu val ik stil, en zoek ik naar woorden. Ik stamel ‘wow, it’s beautiful’ en ben echt onder de indruk. De gouden lijst, onder het felle licht, zorgt ervoor dat de kleuren eruit springen. De verf zit er veel dikker op dan ik had verwacht. De lijnen van de oude historische stad voelen vertrouwd. Maanden ben ik bezig geweest met dit schilderij, het kwam voorbij in mijn dromen, en nu kan ik het opeens aanraken.

Jeroen van der Most signeert de Diriyah Star Night. Beeld Lex Boon
Jeroen van der Most signeert de Diriyah Star Night.Beeld Lex Boon

Ik registreer niet eens hoe Jeroen reageert op het schilderij, tot ik hem met de uitvinder hoor praten over de olieverf die is gebruikt.

“Zoals je ziet staat er geen handtekening op,” zegt de uitvinder. “De man die het heeft gemaakt is er niet trots op. Ik weet zeker dat dit werk niets voor hem betekent.”

“Kan ik het signeren?” vraagt Jeroen.

“Ja, ga je gang,” zegt de uitvinder.

Jeroen pakt zijn kwast en de tube verf die hij vanochtend heeft gekocht. De witte verf is iets te helder voor het donkere schilderij, dus hij vermengt het met wat speeksel. Daarna schildert hij, linksonder, een deel van zijn naam, in sierlijke letters: MOST.

De uitvinder vertelt dat er nog een ander plan is. De favoriete kleur van de kroonprins, Mohammed bin Salman, is namelijk blauw, en hij houdt ook van Diriyah. En hoe verras je iemand, die al een jacht van honderden miljoenen bezit, een Frans chateau van een paar honderd miljoen, en een – twijfelachtige – Leonardo da Vinci van 400 miljoen? Iemand die zoveel macht en geld heeft dat alles binnen handbereik is? De prinses hoopt dus dat het schilderij hem uiteindelijk zal bereiken.

Later die avond rijden we naar een klein park, met uitzicht op de fontein die ik eerder die week vanuit de lucht zag. Een man ligt in zijn thobe op de schoot van een vrouw in haar abaya. Samen kijken ze naar de fontein, zoals alle verliefde stelletjes in het park doen. Het water wordt in een dikke straal honderden meters de lucht ingepompt, waarna het water in miljarden druppels weer terugvalt naar zee. De uitvinder koopt een ijsje voor ons, en het is allemaal wat surreëel.

“Kneiterbizar toch,” zegt Jeroen, als we terug zijn in het hotel, weer diep in de nacht.

“Ik snap er eigenlijk helemaal niets van,” zeg ik.

Juridische implicaties

De volgende ochtend moeten we ons al vroeg melden in de jachthaven voor een boottocht die de uitvinder heeft geregeld. Zijn gastvrijheid kent geen grenzen, maar is ook wat dwingend. Voor vertrek stuurt hij een appje dat hij er helaas niet bij kan zijn, maar hij wenst ons veel plezier.

Op het water, mijlenver van de kust, met het ronkende geluid van de buitenboordmotoren, kom ik voor het eerst deze reis tot rust. Jeroen en ik praten niet veel, en staren over het water. Alles wat er in de afgelopen dagen is gebeurd, roept weer nieuwe vragen op. Zou een schilderij dat 3,2 miljoen waard zou zijn echt zo makkelijk in een busje worden gezet? Of zat de waarde niet in het fysieke object, en zouden ze, als ze toch niet tevreden zijn over de naam MOST op het doek gewoon een nieuwe bestellen? In China, of zou de kunstenaar ‘Jeroen’ echt bestaan? En wat zou er nu met het schilderij gebeuren? Waren er niet allemaal juridische implicaties, nu Jeroen zijn naam op het schilderij had gezet?

Ik lijk me er drukker om te maken dan Jeroen, die de gebeurtenissen al vanaf het begin ziet als een kunstproject. In een fake reality verkocht hij een schilderij van 3,2 miljoen, en nu staat zijn naam echt op dat schilderij – wat dat ook betekent. Dat heeft voor hem helemaal niets met geld te maken, maar het is die grens, tussen echt en nep, waar hij zich als artificial intelligence-kunstenaar graag mee bezighoudt.

Dat gaat voor hem ook over loslaten. Op een dag zal kunstmatige intelligentie elke techniek, stijl en compositie perfectioneren. Voor iedereen binnen handbereik. Het beheersen van een vorm wordt irrelevant, de kunst is niet het fysieke werk. Wat is dan nog de rol van de kunstenaar?

Hij weet dat hij nu nog de baas is over de algoritmes waar hij mee werkt, maar hij heeft zich weleens afgevraagd of er in de toekomst een werk van Jeroen van der Most zou kunnen ontstaan, zonder dat Jeroen van der Most er iets mee te maken had. En nu was dat er opeens, in de echte wereld, door een hele reeks toevalligheden. Terwijl we over de Rode Zee varen, waar we zojuist nog dolfijnen zagen zwemmen, is het die fantastische, wonderlijke complexiteit van het echte leven die me vrolijk maakt – en waarvan ik me niet kan voorstellen dat kunstmatige intelligentie het ooit kan evenaren.

Tijdens ons laatste diner met de uitvinder, die avond, proberen we uit te leggen dat dit voor ons het eindpunt is van het verhaal. Hij is het er niet mee eens: hier begint het pas, nu het foutje uit de Saudi Gazette is hersteld.

Ik heb zelden iemand ontmoet die zo aardig en gastvrij is als de uitvinder, my friend, maar onze perspectieven beginnen te botsen. De uitvinder begint zich zorgen te maken of hij niet te veel heeft verteld, en ik beloof hem in het verhaal gewoon de uitvinder te noemen.

De eerste schets van Diriyah Star Night, nadat Jeroen er een tijd heeft rondgelopen. Beeld Jeroen van der Most
De eerste schets van Diriyah Star Night, nadat Jeroen er een tijd heeft rondgelopen.Beeld Jeroen van der Most

Ik begin daarna over mensenrechten, en de vrijheid van meningsuiting, en heb er al snel spijt van. De uitvinder begint over problemen die overal spelen. Protesten op straat, de bestorming van het Capitool in Amerika, al de haat op sociale media – wat schiet je daarmee op? En was er in Amsterdam ook niet een journalist vermoord deze zomer? In Saoedi-Arabië was een duidelijke rode lijn, en voor wie uit de buurt van die lijn blijft kan het leven aangenaam zijn, in dit land waar elke dag miljoenen vaten olie uit de grond worden gepompt.

Ik ben te moe, te verward, te ongemakkelijk om een discussie te beginnen. En wat weet ik er eigenlijk van. Ik ben hier net, en tot een paar maanden geleden wist ik bijna niets van Saoedi-Arabië. Het lijkt erop dat we, na drie lange dagen, met tafels vol eten en uitgebreide gesprekken, eindelijk uitgepraat zijn.

Een echt afscheid is er niet. De uitvinder brengt ons weer terug naar het hotel en zegt dat hij ons de volgende ochtend misschien wel naar de luchthaven kan brengen. De volgende ochtend stuurt hij zijn chauffeur, stappen wij in het vliegtuig en zie ik uit het vliegtuigraampje de uitgestrekte leegheid van de woestijn.

Hema in Dhahraan

Als we aan de andere kant van het land zijn – van de Rode Zee naar de Perzische Golf – worden we opgehaald door een chauffeur van het congres waar Jeroen de volgende dag een verhaal moet houden over zijn werk, zoals hij wel vaker dit soort optredens heeft. Hij had deze uitnodiging afgeslagen, maar toen we besloten dat we naar Saoedi-Arabië wilden voor antwoorden, was dit de snelste manier om een visum te bemachtigen. Als personal assistant van Jeroen kreeg ik ook een uitnodigingsbrief.

In Dhahraan, en de nabijgelegen grote stad Damman, voelt het conservatiever en minder vrij dan in Jeddah. In de mall zie ik bijna geen enkele vrouw ongesluierd rondlopen – wel is er een Hema – en de nauwe, drukke straten van het centrum van Dammam zijn het domein van mannen, merk ik tijdens een lange wandeling. Pas na een uur lopen, zie ik een vrouw op straat.

Op het congres vertelt Jeroen dat hij gebruikt maakt van kunstmatige intelligentie, maar dat de natuurlijke wereld hem inspireert. “De complexiteit van een hemel vol sterren is iets dat buiten het menselijk begrip valt. In de toekomst wil ik wel iets doen met een sterrennacht,” hoor ik hem zeggen op het podium.

De dag na het congres huren we een auto, verlaten we Dhahraan en even later rijden we dwars door de woestijn. Het zand is eerst nog wat grijzig, maar als we verder rijden krijgt het zand steeds meer kleur, tot we in een volledig okergeel landschap rijden, met het mooiste zand dat ik ooit zag. En af en toe een kameel.

Na een uur of vier komen we langs de luchthaven, waar vannacht onze vlucht naar Amsterdam zal vertrekken, en rijden we door naar de westkant van Riyad. Daar stuurt de navigatie ons een weg in die toegang lijkt te geven tot een bouwplaats, afgezet met borden met artist impressions van hoe toeristisch dit gebied in de toekomst moet worden.

We parkeren onze auto, melden ons bij de bewakers, en mogen het terrein op. Een paar tellen later staan Jeroen en ik voor de zandkleurige, afgesleten wanden van de historische stad Diriyah. Bij Jeroen springen gelijk de tranen in zijn ogen, en later zal hij het omschrijven als de energie, of de vonk, die je voelt als je aan een nieuw project begint.

We worden door een gids door het labyrint van zandkleurige wanden geleid. Achter die voorste, karakteristieke wanden opgebouwd uit de aarde – stukjes stro steken er nog uit – bevindt zich een gigantisch dorp, waar we bijna twee uur doorheen lopen, zonder andere bezoekers tegen te komen. Al meer dan tien jaar is Diriyah een gesloten gebied, maar naar schatting 17,5 miljard euro kostende renovatie is bijna afgerond, en we zijn blij dat we een afspraak hebben kunnen regelen.

De stegen, de huizen, de paleizen. Alles is zo strak gerenoveerd, dat het iets wegheeft van een pretpark. De historische stad zit nu vol automatische schuifdeuren, brandblussers, lichtknopjes, bewakingscamera’s, lampjes, computers en sensoren. We lopen door gloednieuwe musea en de gids vertelt het verhaal van het ontstaan van Saoedi-Arabië, zoals het binnenkort wordt verteld aan de miljoenen bezoekers die ze jaarlijks verwachten.

We luisteren half, en zijn vooral verbaasd dat we hier nu lopen, door een plek die we alleen van een schilderij kennen. Het is tegen het einde van de middag en terwijl de zon ondergaat, krijgt heel Diriyah een prachtige rode gloed. Daarna wordt het donker en zijn hoog in de hemel de eerste sterren te zien.

Op mijn telefoon zoek ik het originele artikel van de Saudi Gazette op, en lees ik een van de verzonnen citaten van Jeroen voor.

‘Toen ik een van de modderhuizen binnenging, keek ik uit het raam naar het landschap en moest ik denken aan het verhaal van Van Gogh, die de stad van Saint-Rémy in de vroege ochtend zag. Ik besloot om Diriyah te tekenen, en ik beeldde me een nacht vol met sterren in. En uiteindelijk maakte ik een kunstwerk met wat ik zag en wat Van Gogh zag. Op een verschillende plek, in een andere tijd, maar met hetzelfde gevoel van kunst.’

Jeroen loopt de huizen van het dorp in, op zoek naar een raam met uitzicht. Daarna haalt hij uit zijn tas een tekenvel en binnen een paar minuten verschijnt een eerste schets van de Diriyah Star Night. En dan, als we even later weer door een van de nauwe stegen lopen, kan ik het bijna niet geloven, maar zie ik hoog in de lucht de felle lichtgevende streep van een vallende ster.

Het is een sterrennacht boven Diriyah, en dan nu een echte.

Deze publicatie is tot stand gekomen met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden