Andreas Sennheiser: ‘Tien jaar geleden keken mensen je raar aan als je met oordopjes zonder kabel rondliep.’

Plus Portret

Hoe de eens zo bespotte draadloze oortjes de norm werden

Andreas Sennheiser: ‘Tien jaar geleden keken mensen je raar aan als je met oordopjes zonder kabel rondliep.’ Beeld Jean-Pierre Jans

Tien jaar geleden maakte het Duitse Sennheiser al draadloze oortjes, maar toen wilde niemand ermee gezien worden. Inmiddels zijn ze dankzij Apple de nieuwe standaard. Andreas Sennheiser: ‘Ik zie ze als een dagelijkse metgezel.’

Wezenloos voor zich uit starend, pratend in het luchtledig. Dragers van bluetoothoortjes, veelal professionals als taxichauffeurs en vertegenwoordigers die zo handenvrij hun werk konden doen, werden er publiekelijk om geridiculiseerd. Zozeer dat draadloze oordopjes door het massapubliek werden geschuwd.

Draadloze koptelefoons daarentegen zijn inmiddels ­gemeengoed. Daar kan ook tegen worden gesproken – of dat nu voor een telefoongesprek is of om stemhulp in te roepen – maar daar wordt veel minder meewarig naar ­gekeken. Immers: zo’n op- of over-het-oorapparaat geeft duidelijk aan dat de bazelaar geen psychische problemen heeft.

Voorspelbare ophef

Vrijwel alle oortjes hielden hun draadje. Dat leidde ­tegenover het bluetoothgeweld van hun gebeugelde ­neven tot een gestaag dalend animo voor wat in de audiowereld IEM’s (in-ear monitors) wordt genoemd.

Tot Apple – met de technische steun van audiodochter Beats – de oortelefoonaansluiting uit zijn iPhone haalde en de voorspelbare ophef daarover minzaam over zich heen liet komen. Die stap had net zo veel van doen met het vrijmaken van kostbare ruimte in het mobieltje als met een vooropgezet plan om de wereld opnieuw op te schudden.

Met, in december 2016, de introductie van de draadloze Airpods deed Apple voor de IEM-wereld hetzelfde wat het eerder onder meer voor de pc-branche (met de Mac), de muziekwereld (met de iPod) en de telefoonindustrie (iPhone) had gedaan.

Niet geaccepteerd

Net als bij die reuzenstappen, was Apple lang niet de eerste. Tien jaar geleden al introduceerde het Duitse Sennheiser draadloze oordopjes. Een sprong in het diepe, ­erkent medetopman (met broer Daniel) Andreas Sennheiser. “Bluetooth was daar nog niet betrouwbaar genoeg voor, dus we werkten nog met onze eigen draadloze ­verbinding,” zegt de 45-jarige audiofiel. “In die tijd was het doodnormaal dat de draadloze verbinding regelmatig ­haperde of het contact helemaal verloor. En de geluidskwaliteit van bluetooth bleef toen enorm achter bij een bedrade verbinding.”

Maar dat was niet de belangrijkste reden dat ze niet aansloegen. “Tien jaar geleden was het niet geaccepteerd dat je met oordopjes zonder kabel rondliep. Mensen keken je raar aan, zie de bluetoothheadsets voor mobieltjes. Het was simpelweg not done.”

De wereld is veranderd. Sennheiser schaamt zich er niet voor daartoe de credits aan Apple te geven. “Je hebt partijen als Apple nodig om een markt te veranderen. We zien Apple ook niet als directe concurrent. Het is een elektronicafabrikant die ook oordopjes en koptelefoons biedt. Maar hun oplossing en hun markt is een andere dan de onze. Wij zijn in staat die draadloze trend een stap verder te laten maken.”

De traditionele koptelefoonmakers hadden eventjes het nakijken bij het marketinggeweld van Apple die sinds de introductie de markt voor draadloze oordopjes domineert. “We wisten vanuit de techniek dat dit eraan zat te komen,” zegt Sennheiser, “maar soms heb je een duwtje van buitenaf nodig om zo’n ontwikkeling aan te wakkeren.” Een voor een komen de traditionele fabrikanten met hun varianten; zoals Bose, JBL, Onkyo, Philips, Sony en – sinds dit voorjaar ook Sennheiser met de Momentum True Wireless (€300).

Als een bril

“Draadloze oordopjes hebben de toekomst,” zegt Andreas Sennheiser. “Ik voorspel dat ze in de nabije toekomst een dagelijkse metgezel zijn die je ’s ochtends in je oor stopt en er pas ’s avonds weer uithaalt; zoals de bril die veel mensen dragen. Daar zijn we nog niet, maar dat is wel ons uitgangspunt.”

Nadelen zijn er ook. Vanwege hun bescheiden omvang is er weinig ruimte voor elektronica en batterij. De Momentums van Sennheiser gaan volgens de specificaties maar vier uur mee op één lading, de tweede generatie Airpods vijf uur.

Draagcomfort – met batterij en elektronica die op een of andere manier door de oorschelp moeten worden gedragen – is een andere uitdaging. En bedieningsgemak; de ­gebruiker moet zo ongeveer morsecode leren om volume aan te passen, een volgend nummer te kiezen of een telefoontje aan te nemen.

De norm

“In volgende versies zullen we kijken hoe we de mogelijkheden kunnen uitbreiden, zodat oordopjes relevanter worden,” zegt Sennheiser. “Dan gaat het om geluidsinstellingen, maar ook om betere integratie van spraakdiensten, en geluidsonderdrukking. We willen ze ook steeds verder kunnen personaliseren zodat je de geluidskwaliteit kunt aanpassen aan je eigen gehoor, zelfs als je gehoorverlies hebt. Maar dat zijn allemaal ideeën voor de toekomst.”

“Ik geloof dat vroeger of later koptelefoons en oordopjes met een kabel een nicheproduct zullen worden voor een specifiek publiek dat niets wil toegeven op kwaliteit. Puur vanwege het gemak zal draadloos de norm worden als je oordopjes wilt gebruiken.”

“De tekortkomingen, zowel op het gebied van geluidskwaliteit als de bluetoothverbinding, zijn zo goed als weggewerkt. Bluetooth is zo stabiel geworden, het batterij­leven verbetert week op week. Alle tekortkomingen zijn binnenkort weg.”

Geluid in 3D

Waar Apple de draadloze oordopjes gemeengoed maakt, wil Sennheiser 3D-geluid naar de consument brengen. Het Noord-Duitse merk is daarmee al een grootmacht in ­geluidsstudio’s en musea, bij tv- en filmproducenten, ­gameontwikkelaars en liveconcerten.

Twee jaar geleden bracht het al zijn eerste (bedrade) 3D-oordopjes uit, de 250 euro kostende Ambeo Smart headset, waarmee de gebruiker niet alleen geluid uit alle richtingen kan horen maar ook 3D-geluid kan ­opnemen.

Deze maand volgt een audiosysteem voor thuis, de Ambeo Soundbar (€2500). Volgens Sennheiser kan daarmee elke geluidsbron worden opgewerkt tot een 3D-ervaring. “Dat is belangrijk, want er zijn nog nauwelijks opnames of tv-programma’s die in 3D-audio geleverd worden. Maar zelfs als je naar simpele stereo luistert, is er al een verschil.”

Het aanbod aan oorspronkelijk 3D-geluid zal volgens hem toenemen. “Tv-fabrikanten benaderen ons, virtual reality is in ­opkomst, grote spelers als BBC en Netflix zijn ermee bezig. Ons einddoel is een geluids­beleving die niet onderdoet voor de werkelijkheid. Alsof je in het stadion zit terwijl je op tv naar voetbal kijkt.”

Voor games en virtual reality (VR) is 3D-audio zelfs cruciaal, vindt hij. Sennheiser werkt zowel samen met Microsoft en diens virtualrealitybril Hololens als met het rivaliserende Magic Leap en heeft met de Ambeo AR One (€250), oortjes voor het ­gebruik bij zulke brillen.

“Gamestudio’s en VR-bedrijven realiseren zich dat geluid het essentiële element is als je de gebruiker in een virtuele 3D-omgeving wilt laten ­bewegen. Mensen hebben een blikveld van hoogstens 170 graden. Dus is het belangrijk met geluid aan te geven dat er naast of achter je iets gebeurt, anders draaien ze zich niet om.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden