Achtergrond

Hila (7) doet dankzij een robot in tutu toch mee in de klas

Hila zit vanwege haar gezondheid al sinds maart thuis, maar kan nu sinds kort door middel van een robot weer mee doen in de klas. Beeld Nosh Neneh

De Amsterdamse Hila (7) kan vanwege haar gezondheid sinds het begin van de coronacrisis niet meer naar school. Sinds kort doet ze weer mee in de klas, dankzij een robot in een roze tutu.

Het dictee in groep 4 van basisschool De Burght op de ­Herengracht verloopt op bijna alle vlakken hetzelfde als op duizenden andere scholen: geconcentreerde gezichten, onrustig wriemelende voeten en af en toe een kind dat uit enthousiasme het woord alvast hardop voorzegt. “Heeft iedereen zin drie gemaakt?” vraag juf Lianne ­Potuijt (27). “Is het jou ook gelukt, Hila?”

De aangesproken leerling knippert ter bevestiging met het blauwe licht boven op haar hoofd. Dat wil zeggen: dat doet de robot die namens haar in de klas staat.

Hila zelf – donker haar en ogen, een verlegen glimlach – zit een paar honderd meter verderop in haar eigen woonkamer, waar ze met haar iPad haar robot bestuurt. Die ­robot zou zo uit de film Wall-E kunnen komen, ware het niet dat ‘ze’ een ­roze tutu met veel glitters aan heeft.

De robot kan meer dan alleen met een lichtje knipperen: ze heeft verschillende gezichtsuitdrukkingen en via een microfoon en een luidspreker kan Hila met de juf en klas praten. Via een ­camera kijkt Hila live mee met wat er in de klas en op het bord gebeurt.

“De kinderen van andere klassen zeggen soms: wow, jullie hebben een robot in de klas!” zegt Potuijt tijdens de lunchpauze. “Maar dan zeggen wij, nee hoor, dat ís ­Hila. Zo zien de kinderen het ook echt, dat Hila er zelf bij is.”

De robot heeft tijdens de les dan ook een prominente plek op een van de voorste tafeltjes van het lokaal, en wordt door de vierdegroepers met alle egards behandeld. Zoals je zou verwachten is het tijdens deze spellingsles nooit helemaal stil in de klas, behalve als Hila wat zegt: dan spitsen alle oren zich en kun je een krijtje horen vallen. En ja, de verbinding is misschien soms wat krakerig, waardoor een vraag of antwoord geregeld herhaald moet worden, maar al met al is dit een uitkomst, zegt Helena Linnebank (43), Hila’s moeder.

Beeld Nosh Neneh

Contact met klasgenoten

Hila lijdt aan het syndroom van Currarino, een zeldzame aangeboren afwijking aan de wervelkolom. Het risico op infecties in onder andere maag, nieren en ruggenmerg is groot; geen gelukkige combinatie met Covid-19. Op doktersadvies zit ze daarom sinds het begin van de corona­crisis thuis.

Toen rond mei duidelijk werd dat de crisis niet van kortdurende aard zou zijn, ging Linnebank op zoek naar een manier om Hila toch aan het onderwijs in haar klas te laten deelnemen. Sinds een paar maanden komt een juf van Ziezon, een netwerk dat onderwijsondersteuning biedt voor zieke kinderen, een paar uur per week lesgeven bij Hila thuis. Daarnaast is er sinds een week of vijf de robot, waarmee Hila ook echt in de klas kan meedoen.

Via de robot kan Hila ongeveer de helft van het onderwijs live volgen, aldus Potuijt. “De ochtenden is ze er vaak volledig bij, met bijvoorbeeld rekenen en taal. Bij andere ­lessen als gym en muziek heeft het minder zin.”

Hila heeft in de woonkamer van haar huis een eigen bureau, waar­boven de taalregels die in de klas op het bord staan op kleurige papiertjes zijn opgeprikt. Terwijl de kinderen in de klas zelf hun dictee nakijken, doet Hila thuis hetzelfde.

Keek haar moeder in het begin nog met Hila mee of ze wel bij de les bleef, intussen doet de zevenjarige alle lessen zelf. Linnebank: “Je ziet echt dat ze heel goed meedoet. En ze moet ook wel opletten, want de juf kan haar elk ­moment een vraag stellen. Ze kan dus niet even iets anders gaan doen.”

Naast het maken van sommen en dictees is ook het feit dat Hila op deze manier op sociaal gebied weer mee kan doen in de klas een belangrijk voordeel. “Ik had niet door hoe verdrietig Hila was, totdat ze de robot kreeg,” zegt haar moeder. “Toen zag ik pas hoe blij ze was, hoezeer ze opleefde. We moeten heel voorzichtig zijn met sociale contacten in verband met besmettingsgevaar en daardoor had ze al maanden nauwelijks klasgenootjes gezien. Dat sociale contact is enorm belangrijk, voordat ze de robot had was ze sommige ­namen van klasgenoten na een paar maanden afwezigheid gewoon vergeten.”

Hila doet via de robot zo veel mogelijk mee met haar klas: in de pauze mogen steeds twee andere kinderen met de ­robot op de gang zitten om een fruithapje te eten. “Het grappige is: de aantrekkingskracht zit hem niet in de ­robot, ze willen echt met Hila eten,” zegt Potuijt. “Ik heb ook gezien dat ze samen gingen tekenen. Dan zitten ze aan één stuk door te babbelen: wat maak jij, welke kleur ­gebruik jij?”

Beeld Nosh Neneh

Enorm gemotiveerd

Het levert soms ook moeilijke momenten op. Van verjaardagen in de klas wordt Hila weleens verdrietig, omdat ze daar niet aan mee kan doen. Tegelijkertijd thuis een taartje eten is dan wel leuk, maar helpt niet echt. “Dan mag ze zelf bepalen of ze de robot even uit wil zetten,” zegt Potuijt.

Hila’s moeder prijst de inzet van de juf, die meteen ­enthousiast was over het plan. “Het succes van zo’n robot hangt uiteindelijk in grote mate af van de leerling,” zegt Potuijt. “Hila is enorm gemotiveerd, daarom werkt het voor haar heel goed.”

Hoewel Potuijt enthousiast is over de robot, benadrukt ze dat het voor de lange termijn geen oplossing is. “Het liefst wil ik als leerkracht natuurlijk dat alle leerlingen echt in de klas zijn, want school is zo veel meer dan les alleen. Het gevaar is dat we te veel op de robot gaan leunen, dat het een permanente oplossing wordt in plaats van een tijdelijke. Dat is niet de bedoeling. Het lastige is natuurlijk dat niemand weet hoe lang dit gaat duren, daar zullen de ouders, school en leerplichtambtenaar uiteindelijk met ­elkaar over in gesprek moeten.”

Beeld Nosh Neneh

Robots op school

Hila werkt met een zogenaamde AV1-robot van het Noorse bedrijf No Isolation. Hiervan zijn er nu vijf in gebruik in Amsterdam en nog eens twee in bestelling, zegt Anne Niessen, die namens het Samenwerkingsverband Amsterdam-Diemen de inzet van de robots coördineert.

In Amsterdam wordt via Klassecontact van KPN ook gewerkt met een ander model robot, waarbij via een beeldscherm contact wordt gemaakt met de klas.

Welke robot wordt ingezet, ligt aan beschikbaarheid, maar heeft ook te maken met de voorkeur van kind en ouder, zegt Niessen. “Sommige kinderen willen liever niet met hun hoofd in beeld, anderen vinden dat juist fijn.”

Een AV1-robot kost zo’n 4500 euro, met daarbovenop nog een jaarlijks onderhoudscontract van een paar honderd euro. Dat betalen de ouders niet zelf; de kosten worden via het Samenwerkingsverband betaald met subsidiegeld van de gemeente.

Sommige scholen zijn terughoudend om een camera toe te laten in de klas, zegt Niessen. “Ze vrezen voor de privacy van hun leerlingen.”

Door het vele zoomen in de coronaperiode lijkt dat bezwaar nu een minder grote rol te spelen. “De robots van No Isolation nemen geen geluid en geen beeld op en als je een screenschot wilt maken blokkeert hij. Daarnaast is het ook een kwestie van vertrouwen en goede afspraken maken.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden