Roos SchlikkerBeeld Oof Verschuren

‘Hij wil hier niet zijn. Maar deze mensen wil niemand op straat’

PlusRoos Schlikker

Toen ik in oktober een fel stukje schreef over de GGZ klonk er hier en daar gebrom. 

Een bipolaire vrouw was – doodsbang zichzelf of haar 2-jarige kind iets aan te doen – vastgebonden per ambulance naar de Amsterdamse crisisdienst gebracht, had gesmeekt om opname, maar werd op de taxi gezet. Naar huis. Laaiend was ik.

Tuttut, klonk het op Twitter. Hoe wist ik dat die beslissing incorrect was? En hoe durfde ik te stellen dat de GGZ kapotbezuinigd was? Nounou.

Best begrijpelijk, die reacties. Er wordt in de psychiatrie keihard gewerkt, kritiek voelt snel onaangenaam. Toch bleek uitgerekend Ed van Leeuwen, directeur bedrijfsvoering van die crisisdienst, zeer open voor gesprek. Hij stuurde een bericht. ‘Even bellen?’

Tijdens het telefoontje was hij – “Ik ben gewoon een jongen uit Noord” – direct en eerlijk. “Ik kan niet uitsluiten dat het anders had gemoeten met deze mevrouw. Maar vaak kunnen we niet anders. De meeste mensen zitten hier gedwongen en voor laagdrempelige crisis-opname is nauwelijks plek. We piepen en kraken. Kom maar kijken.” Dus drink ik koffie op de afdeling.

Naast Van Leeuwen is collega-manager Lodewijk van Grasstek aangeschoven. Grote mannen, stevige schoenen, een eeuwigheid werkzaam in de psychiatrie. “Ze hebben dit pand zo’n beetje om ons heen gebouwd.”

Er is veel veranderd. Vrijwillige opname was tien jaar geleden nog gewoon. Op de Koninginneweg zat extra crisisopvang, veel gebruikt voor mensen die zelf voelden dat het misging. Toen besloot de politiek te ambulantiseren, dus mensen meer thuis te helpen.

Geen gek idee, van opname knapt niet iedereen op. De Koninginneweg werd gesloten en ook elders werden bedden afgebouwd. Van Leeuwen: “Wij dachten dat het geld dat zo vrijkwam werd geïnvesteerd in ambulante zorg. Maar dat is slechts deels gebeurd. Bovendien kwam er later nog een bezuinigingsslag en werd er op diezelfde ambulante zorg bezuinigd, die dus al niet helemaal opgebouwd was.”

Momenteel heeft de crisisdienst slechts tien bedden. Deze worden voornamelijk bezet door patiënten die er onvrijwillig zitten. Van Grasstek pakt zijn telefoon. “Ik wil niet sensationeel doen, maar kijk… Uurtje geleden gebeurd.” Hij toont foto’s van ingeslagen ruiten, een kapotgesmeten wasbak, overal scherven.

Droogjes: “Die meneer wil hier niet zijn. Maar deze mensen wil niemand op straat. Want als hij iemand iets aandoet, op wie zijn de ogen gericht? Op ons. We moeten hem dus houden.” En hoeveel mensen die hulp willen moeten ze wegsturen? “Vijf, zes per week.”

Zoveel. Ik schrik ervan. “Tja, hiervoor ga je niet de hulpverlening in,” schokschoudert Van Leeuwen. Vanmorgen zag ik dat er slechts één woord in zijn Whats-appprofiel staat. ‘Ontoerekeningsvatbaar.’ Geestig.

Eenmaal op de stoep staar ik richting zijn kantoor.

De muren zwijgen. Maar binnen beuken woedenden tegen deuren omdat ze eruit willen. Buiten zullen spoedig weer wanhopigen smeken: “Laat me binnen, laat me blijven.” Het gebouw praat niet. Het kreunt in zijn voegen. Een te kleine jas. Met steeds meer naden die losgetornd raken. En daar is niets grappigs aan.

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken. Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Reageren? r.schlikker@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden