Plus Reportage

Hij is de enige tassenreparateur in Amsterdam - nog even dan

Willem Wentholt in zijn atelier. ‘Dit was ooit een eierhandel waar de ratten met eieren in de voorpoten de zaak uitliepen.’ Beeld Marie Wanders

Kapotte handtas of rolkoffer? Dan is er in Amsterdam één man die u kan helpen: Willem Wentholt (75). Nog even dan, want de reparatieveteraan wil met pensioen.

Willem Wentholt is tassenreparateur. Excuus: dé tassenreparateur. In Amsterdam is hij de laatste van een vrijwel uitgestorven ambacht. Stopt hij – zijn afscheid heeft hij al herhaardelijk aangekondigd – dan heeft de Amsterdammer met een gescheurde Louis Vuitton of wiebelend rol­koffertje pech. “Ja, dan moet je naar een tassenmaker in Oud-Beijerland, onder Rotterdam. Of nóg verder weg.” De reparateur zegt het met enige ernst, maar een ondeugende glimlach verraadt dat hij het misschien ook wel een mooi idee vindt: de enige in zijn soort.

Al meer dan vijftig jaar werkt Wentholt als tassenreparateur – sinds 1983 in zijn huidige zaak, de Wentholt Luggagerepairshop, op een verstopt hoekje van de Nieuwezijds Kolk. Soepeltjes lepelt hij een sterk verhaal op: “Dit was lang geleden een oude eierhandel waar de ratten zó welig tierden dat ze met eieren in de voorpoten de zaak uitliepen.” Direct een dijenkletser erachteraan: “De bezichtiging voelde goed. Ik veni, ik vedi en ik fietsti weer weg.”

Nog ééntje dan, over zijn affiniteit met lederwaren: “Ik had als baby geen wiegje, ik lag in de Hongerwinter van 1944 in een koffer.”

Wentholt is het type ruwe bolster, blanke pit: een directe ras-Amsterdammer met een hart zo groot als een hutkoffer. Gooi er een muntje in en hij rijgt de markante anekdotes aan elkaar. Zoals toen hij twaalf was, en hij na een ongelukkige val een jaar doorbracht in het atelier van zijn vader, zelf derde generatie tassenreparateur. Of die keer dat hij, inmiddels eigen baas, stante pede koffers moest maken voor actrice Elizabeth Taylor. “Ze had in de Kalverstraat bergen schoenen gekocht en zei: ‘Honey, I’ve been shopping!’”

Ni hao

Wentholt werkt in de zaak met zijn liefde en rechterhand Fadua. Ze kan Wentholts verhalen wel dromen, maar ­geniet zichtbaar van de herhaling. Doordeweeks werkt het duo samen in de zaak, een houtje-touwtje atelier dat ­vooral wordt gekenmerkt door de eindeloze kasten met laatjes. Schroefjes, studs, riempjes, knoopjes, ritsen, kettinkjes, sluitingen, handvatten: alles is geordend. Moet er een klein, zilverkleurig slotje komen? Daar is een laatje voor. Heeft meneer een schouderhengsel nodig voor een groene Guccitas van schildpadleer? Dan wordt er een ­passend gouden kettinkje opgesnord. Aan de muren hangen gerestaureerde tassen en vergeelde krantenknipsels over de zaak.

Veel van Wentholts werk komt via hotels, winkels uit de P.C. Hooftstraat en van luchtvaartmaatschappijen, die koffers brengen die de bagageband niet hebben overleefd. Als dé Amsterdamse leerexpert kan Wentholt rekenen op internationale clientèle. “Van klanten uit Moddergat tot Patagonië. Er wordt nog weleens een beroep gedaan op mijn talenkennis. Leuk, maar bij ni hao houdt het op.”

Goed om te weten over de vermaarde reparateur: hij stelt soms mensen teleur. Hij moet wel. Er is te veel werk, en vaak komen mensen spullen brengen die hij niet wil maken. Zoals fietstassen, of een plastic tas van de Albert Cuyp voor drie tientjes. Daarvan is volgens Wentholt de reparatie niet verantwoord. Hij maakt alleen tassen met een waarde vanaf 125 euro.

Maar: hij laat zich ook door zijn hart leiden. Als de emotionele waarde groot is, maakt Wentholt een uitzondering. Laatst nog, toen een man met zijn dochtertje een versleten etui kwam brengen – het leren portemonneetje van haar overleden moeder. Niet écht een tas en bovendien geen geld waard, maar vanwege het sentiment ligt het nu gerestaureerd klaar om opgehaald te worden.

Over waarde gesproken: tassen blijken een uitstekende barometer voor onze economie: Wentholt kan aan de hand van reparatieverzoeken goed duiden hoe het ervoor staat met de Nederlandse koopkracht. “Als het slecht gaat, zoals een aantal jaar terug, krijg ik meer klanten, allemaal met goedkope reiskoffers. Als het goed gaat met de economie komen dames met designtasjes binnen.”

Wentholt houdt van de afwisseling. Soms doet hij in een week honderdvijftig kleine reparaties aan trolleys en laptoptassen, soms is hij een halve dag bezig met een echte Vuitton die een nieuwe leren bodem en boordranden nodig heeft. “Alles moet zo origineel mogelijk. Dat is natuurlijk het uitdagende werk.”

Uitdagend werk dat je maar moet durven: een schaar zetten in een peperdure damestas is niet niks. “Mijn vader zei altijd: ‘Je moet niks uit elkaar halen wat je niet meer in elkaar kunt zetten’. Zo ga je nooit de mist in.”

Charme

Wentholt heeft als enige tassenreparateur in Amsterdam een monopolie in handen, maar dat is niet de belangrijkste reden dat de klanten blijven komen. Wentholts charme is zijn aantrekkingskracht. Als mensen hun gerepareerde tas komen halen, vinden ze het vaak moeilijk afscheid nemen. Er wordt wat gekletst, grapjes vliegen over en weer: het is met de reparateur te gezellig in de zaak.

Dat vindt Wentholt ook: het liefst maakt hij met iedereen een praatje. Er zijn dan ook maar weinig momenten dat hij de zaak sluit. De deur op slot draaien voor een vakantie gebeurt nauwelijks. Volgens Wentholts geliefde kan hij zijn klanten gewoon niet achterlaten.

Toch zal dat een keer moeten gebeuren. Nu Wentholt 75 is, kijkt het stel uit naar lekker overwinteren in Spanje. Maar dan moet iemand de zaak overnemen; iemand met verstand van lederen zaken. Een vijfde generatie Wentholt wordt het niet: zijn enige dochter zit in de Oostenrijkse ­hotelerie en is daar gelukkig. Wentholt zoekt een bedreven opvolger die het bedrijf met naam en al kan voortzetten. Die opvolgers staan nog niet in de rij. “Terwijl ik er voor een redelijk bedrag zo uitstap, hoor. En echt: je hebt het er binnen een jaar uit.”

Rond sluitingstijd komt de meneer van het portemonneetje binnen met zijn dochter. Hij is opgelucht en gelukkig met het resultaat. Het meisje gelooft het wel: zij heeft vooral aandacht voor de stokoude winkelkater Tijger achter de toonbank, die zich stoïcijns laat knuffelen. Wentholt knoopt een gesprek aan met het meisje en vraagt of ze binnenkort terugkomt, voor een kletspraatje en nog meer knuffels met Tijger. Haar vader zegt toe.

“Nou, je kunt met mijn beroep echt een leuke boterham verdienen,” zegt Wentholt aan het einde van de dag, als ­Fadua met twee verdiende colaatjes komt aanlopen. Met een knipoog: “Maar dan moet je wel een beetje werken en niet zoals wij de hele tijd kletsen.”

‘Ik had als baby geen wiegje, ik lag tijdens de Hongerwinter in een koffer.’ Beeld Marie Wanders
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden