PlusAchtergrond

Hier zijn de antieke gevelstenen van de gemeente terechtgekomen

Het liep storm toen de gemeente vorig najaar een weggeefactie met antieke gevelstenen aankondigde. Vier nieuwbakken stenenbezitters vertellen over hun pronkstukken.

Paul Mosterd: trotse ontvanger van een oud gevelstuk. Beeld Nosh Neneh

Een zoet tafereel: twee maagdelijk witte kussentjes die een stenen leeuwtje van een eeuw oud beschermen tegen een ruw afdekdoek, in een hoekje van het parkeerterrein van ­Gassan Diamonds. Dit tafereel is het gevolg van een actie die de gemeentelijke afdeling Monumenten en Archeo­logie eind vorig jaar op touw zette, en die ertoe zou moeten leiden dat de gemeente twee overvolle depots met bewaarde bouwfragmenten zou kunnen leegruimen. Iedereen met een idee voor een geveltop of een ander historisch bouwfragment kon dit indienen; de voorkeur zou uitgaan naar plaatsing in de – min of meer – openbare ruimte in Amsterdam.

Aanvankelijk was er niet zo veel animo voor, uiteindelijk liep het storm en kwamen er ruim vierhonderd aanvragen binnen (zie ook het kader ‘Altijd prijs’).

Met de pet langs

Verantwoordelijk voor het vertroetelen van het leeuwtje zijn Jan Coenraads en Ron Coens, respectievelijk secretaris en voorzitter van de Vereniging van Eigenaren Uilenburgerwerf. Ze kregen gevelstenen toebedeeld van de Stoom-, Meel- en Broodfabriek De Leeuw, een bakkerij die vanaf eind negentiende eeuw honderd jaar lang stond waar nu hun appartementen staan. Hoe wisten ze dat er een leeuwtje op hen wachtte? Coenraads: “Dat ­vertelde de aannemer in 1998, toen dit gebouw werd neergezet. Toen ik las over deze actie, heb ik de gemeente ­gevraagd of er toevallig niet ook ergens een leeuwtje lag.”

Dat werd gevonden, en dat niet alleen. Naast het leeuwtje in kwestie kregen ze twee ornamenten met de jaartallen 1881 en (het Joodse) 5642 en een aantal letters, en een steen met het woord ‘fabriek’ erin uitgehouwen, allemaal afkomstig van het voormalige bakkerijgebouw. Het duurde een poosje, maar afgelopen maand ging het rap en mochten Coenraads en Coens hun stenen op komen ­halen. Voorlopig liggen die op het parkeerterrein van ­Gassan, in afwachting van restauratie en plaatsing in een blinde muur ter plekke. Coens: “We vinden dit een mooie manier om een stukje van de rijke Joodse traditie van deze buurt terug te brengen.”

Er kwam nog wel een aapje uit een ambtelijke mouw. Coenraads nam contact op met de gemeente: moest hij een vergunning aanvragen voor plaatsing van de stenen in de muur? Nee, zo werd hem gezegd, want het betreft de kant van hun huizencomplex waar niet de voordeur zit, dus is het de achterkant – en is een vergunning niet nodig. Vervolgens kwam er een rekening van 217 euro voor een ‘vergunningsvrije bepaling’. De gemeente geeft, de ­gemeente neemt. De plaatsing zal uiteraard ook geld kosten. Coenraads en Coens gaan bij hun medebewoners met de pet langs; Gassaneigenaar Benno Leeser heeft hun een bijdrage toegezegd.

Stella van Heezik.Beeld Nosh Neneh

Bloemenperk van steen

Stadsherstel, de stichting waarvoor Stella van Heezik werkt, ontfermt zich sinds kort over de gerenommeerde Cromhouthuizen aan de Herengracht. Zodoende kreeg ze het aanbod van Monumenten en Archeologie om eens te kijken naar een alliantiewapen van de Cromhouts. Zou ze daar wellicht wat mee kunnen? En of, want zo’n vrijwel identiek wapen – in feite een granieten afgietsel van een huwelijksband – staat op een van de huizen, en dit wapen uit het ­gemeentelijk depot heeft op een aanpalend ­Cromhouthuis gestaan. Op die exacte plek bevindt zich inmiddels een dakkapel, dus terugplaatsing was niet echt een optie.

Van Heezik: “Maar omdat het een soortgelijk wapen is, wilden we het toch erg graag hebben. We zetten het nu achter in de tuin van de huizen, tegenover de gevelsteen die nog wel op het dak staat. Zo kunnen de mensen het op ooghoogte bekijken, de details beter zien, en zich erover verbazen hoe groot zo’n steen eigenlijk is.” Zodra de Cromhouthuizen weer opengaan voor publiek, kan de bezoeker zich in de Bijbelse tuin van de panden komen vergapen.

Gemma Geurts is bewoner van Overhoeks, de nieuwbouwwijk pal achter Eye in Noord, en bestuurslid van de Vereniging Beheer Overhoeks, verantwoordelijk voor de tuinen ter plekke. Onder de balkons en balkonnetjes van de diverse appartementengebouwen ter plekke deed zich een hardnekkig probleem voor: er wilde niets groeien. “We hebben van alles geprobeerd,” zegt Geurts, “planten, gras, struiken, maar het bleven half braakliggende woestijntjes met her en der een zieltogend plantje. De enige oplossing om het een beetje aan te kleden waren kiezelstenen.”

Eind vorig jaar las Geurts een berichtje in het stadsblad van Noord over de gemeentelijke weggeefactie. Er ging een lichtje bij haar branden: wat als ze een partijtje van die oude bouwstenen zouden bemachtigen om de kiezel­veldjes mee op te fleuren? “We hadden eigenlijk maar twee criteria: niet te klein en niet te licht, om baldadigheid en diefstal te voorkomen.” De Overhoekers kregen een aantal kavels toegewezen waar ze blij mee waren, en afgelopen mei kwamen daar pardoes wat stukken bij. “Sommige ­ornamenten hebben zelfs een bloemmotief. Dus planten we straks stenen bloemen onder de balkons,” ­aldus Geurts, die steeds enthousiaster raakte over het gemeentelijke idee. Ze werkt dezer dagen aan het ontwerp voor de plaatsing van de stenen, die ze afgelopen week ophaalde.

Binnentuin Hermitage

In de Hermitage, aan de Amstel, loopt adjunct-directeur Paul Mosterd blij rond: aan zijn museum zijn twee kleine pilaren, zuiltjes met onderbouw, toegekend. Oorspronkelijk hoorden die bij een inmiddels afgebroken deel van het voormalige Besjeshuis. “We werden er door monumentenzorg op geattendeerd,” zegt Mosterd. Inmiddels zijn de zuiltjes gearriveerd. Omdat het deel van het ­gebouw waar ze ooit stonden niet meer bestaat, ging ­Mosterd op zoek naar een nieuwe locatie. “Ze moeten binnen staan, en achter glas, dat waren de voorwaarden van monumentenzorg.” Naast de regentessenkamer, in een niet meer gebruikte opgang vanaf de Amstel, vond hij die plek. “We zetten ze aan weerszijden bovenaan de opgang, mooi uitgelicht.”

Van de antieke zuiltjes is Mosterd zo geestdriftig geraakt, dat hij inmiddels met Monumenten en Archeologie in ­onderhandeling is over een aantal geveltoppen waarmee hij de binnentuin van de Hermitage wil opluisteren en, en passant, het verhaal van Amsterdamse stadsgevels aan bezoekers wil vertellen. Terwijl de gemeente zich over zijn aanvraag buigt, is hij naarstig op zoek naar een ‘potje’ om zijn plan mee te bekostigen. De gevelstenensaga wordt vervolgd.

Gemma GeurtsBeeld Nosh Neneh

Altijd prijs

Annette ten Doeschate werkt bij de gemeentelijke afdeling Monumenten en Archeologie en is projectleider van de weggeefactie. Ze is ­ingenomen met het succes: “We organiseerden aanvankelijk twee bijeenkomsten voor erfgoedinstanties en daaraan verwante organisaties, maar het liep niet direct storm. Pas toen onze catalogus online kwam en nadat de media erover berichtten, werd er druk gereageerd.”

Uiteindelijk kwamen er ruim vier­honderd aanvragen binnen. Circa honderd daarvan waren goed onderbouwd. Ten Doeschate: “Van een volkstuinencomplex ontvingen we zelfs een aquarel met een artist’s impression van hoe ze de stenen zouden willen plaatsen, echt heel mooi gedaan.” Ruim driehonderd ­aanvragen waren minder sterk onderbouwd, variërend van lijkt-me-leuk-voor-in-de-tuin tot een ‘mooie herinnering aan Amsterdam voor mijn zoon die in Groningen gaat studeren’. In totaal had Monumenten en Archeologie een kleine honderd kavels te vergeven, maar er stonden ook nog 25 kratten met brokstukken in de gemeentelijke depots.

Ten Doeschate: “Uiteindelijk krijgen alle aanvragers iets. Ook de mensen die hun aanvraag niet specificeerden kunnen iets op komen halen. Dan gaat het om brokstukken uit de laagste categorie, daarvoor organiseren we straks zogenoemde ophaaldagen.”

Bovendien: doordat veel van de toegewezen honderd kavels al zijn opgehaald, is er nu ruimte in de depots om bepaalde fragmenten en kleinere stukken uit te leggen op de vloer, zodat ze beter zichtbaar zijn. “We kunnen die stenen goed fotograferen en onder de aandacht brengen. Daarna komt er, hopelijk in september, mogelijk nog een ronde. We zullen bekenden en eerdere geïnteresseerden opnieuw benaderen en vragen zich weer bij ons te melden.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden