Plus

Hier kunnen Britse Amsterdammers terecht voor de smaak van thuis

Beeld Suzanne Ranzijn

Als de brexit er komt, zal Amsterdam waarschijnlijk meer nieuwe Britse stadgenoten verwelkomen. Waar kunnen zij terecht als ze heimwee hebben naar ale en fish-and-chips?

De Britse premier Theresa May heeft nog tot november om met een nieuwe deal te komen, maar veel bedrijven hebben al besloten het zinkende schip te verlaten en te verhuizen naar het continent, Amsterdam schijnt er een geliefde locatie voor te zijn. Momenteel wonen er al ruim tienduizend Britten in de stad; in 2017 vormden ze na de Amerikanen de grootste groep migranten. Waar kunnen de Britse Amsterdammers ­terecht voor hun geliefde ales, pies en fish-and-chips?

Vertaler Martin Cleaver verhuisde in 1973 van Engeland naar Amsterdam. “Het is droevig gesteld met Brits expat­eten sinds Marks & Spencer sloot (in 2017, red.). Dat was mijn home from home. Nu is het vinden van pork pies, goede worst en bovenal smoked haddock – gerookte schelvis – moeilijk geworden.” Toch lijkt er hoop: een aantal winkels en restaurants zet zich specifiek als Brits op de kaart.

Restaurant The Cottage in Oost serveert Brits comfortfood als Shepherd’s pie, Scone and Butter pudding en Welsh rarebit. En alles smaakt hier net zo lekker als het klinkt. Ook dorstigen kunnen hier terecht voor thee, Pimm’s, verschillende Engelse ciders en een uitgebreide bierkaart, en wekelijks is er een wisselende Sunday roast.

Betke Winters opende The Cottage met haar partner Gillis Willeboordse, zijn zus Colette en diens partner Maarten van der Schaft – allemaal Nederlanders. “We wilden iets klassieks en tijdloos openen. Tijdens een vakantie in ­Engeland vielen de puzzelstukjes in elkaar en hadden we ons plan: een zaak waar je de hele dag terechtkunt, met de gezellige sfeer van een huiskamer meets pub, maar dan wel met eten van goede kwaliteit. Een beetje zoals in de gastropubs in Engeland.”

Bomvol Britse gasten

De twee vrouwen staan in de keuken en koken Britse klassiekers met een eigen draai. Het publiek bestaat uit buurtbewoners, maar ook uit Britse expats. “Met de Sunday ­roast is het hier net Londen.” Elke week is er één soort vlees met klassieke bijgerechten als roast potatoes en Yorkshire pudding. Groenten komen uit eigen moestuin en de lokale slager – Poldervaart op de Pretoriusstraat – ­levert het vlees. Het zit altijd bomvol Britse gasten. “Ze kennen elkaar vaak, en vertellen de adresjes door.”

Simon Richardson, managing director bij een recruitmentbedrijf, woont drieënhalf jaar in Amsterdam en is vaste gast bij de Sunday roast. “Het lijkt wel of ik een abonnement heb, ik ga een paar keer per maand. Betke en Gilles werken met goede en verse ingrediënten en zijn veel in Engeland geweest. Het smaakt er echt als thuis.” De roast biedt Richardson ook de kans om de Engelse keuken te promoten bij collega’s uit andere landen. “Die denken dat we alleen goed zijn in ontbijten.”

Richardson mist naast de Sunday roast vooral de fish-and-chips uit zijn thuisland. Maar ook die is inmiddels te vinden in Amsterdam. “People do want a slice of home,” zegt de Engelse chef Justin Brown, die een paar jaar geleden naar Amsterdam verhuisde. Bij gebrek aan ‘proper fish-and-chips’ opende hij zijn eigen pop-up The Chippy. “In Engeland zegt niemand fish-and-chipsshop, maar zeggen ze ‘chippy’. Ik wist dat Britten het door deze naam zouden vertrouwen.”

Het werkte. Binnen één week na de oprichting van zijn Facebookpagina had Brown tweeduizend volgers, en ook de pop-ups en de eenjarige vestiging op de Kinkerstraat liepen direct als een trein. “De klantenkring bestond in het begin vrijwel compleet uit Engelse expats en toeristen. Na aandacht in Het Parool en op blogs kwamen er ook veel Nederlanders. Die blijken vooral crazy over de gefrituurde Mars, populair in Noord-Engeland.” In oktober komt er een permanente vestiging van The Chippy in Zaandam.

Kunnen al die Britten met heimwee niet gewoon kibbeling halen? “Kibbeling zit in licht beslag, terwijl de korst van fish-and-chips dik en super knapperig moet zijn – ik maak mijn beslag van bloem, gist en lokaal bier. Het is echt iets heel anders.” Nog een verschil: de friet eet je met malt-azijn, Brown gebruikt Sarson’s, die hij uit Engeland laat komen. “Nederlanders vragen vaak om mayonaise. Die heb ik, maar ik probeer ze ook de azijn te laten proberen. Meestal zijn ze aangenaam verrast.”

Belabberde reputatie

Er is meer dat de Nederlander kan leren van de Britse keuken. Dat die een belabberde reputatie heeft is onterecht, vindt de Vlaamse kookboekenschrijfster en fotograaf ­Regula Ysewijn, tevens groot ambassadeur van de Britse keuken. Na Pride & Pudding in 2015 komt deze maand haar Britse bakboek uit. De recepten zijn gebaseerd op historisch onderzoek, met klassiekers als Victorian sandwich cake, mince pies en scones, maar ook Cornish fairings (gemberkoek) en maids of honour (zoete kaastaartjes).

Ysewijn: “Dat vooroordeel over een slechte keuken komt uit de 18de eeuw, toen Frankrijk de eigen keuken als verfijnder en superieur stelde tegenover die van Engeland – de ándere grote wereldmacht. Maar de Britten waren toen al eeuwenlang beroemd om de kunst van het roosteren: een mooi stuk vlees braden zonder fratsen.” De aandacht voor de herkomst van het product is belangrijk volgens Ysewijn: “Er zijn veel verschillende runder- en varkensrassen, en goede restaurants en slagers weten waar hun vlees vandaan komt.”

Puur koken met aandacht voor ingrediënten; dat sluit goed aan bij huidige ideeën over eten. Daarnaast is de ­Nederlandse culinaire blik al sterk op Groot-Brittannië ­gericht; denk aan de populariteit van kookboekenschrijvers als Jamie Oliver, Nigella Lawson en Nigel Slater. Redenen genoeg om culinair Groot-Brittannië te omarmen.

Van cheddar tot thee

Zin in nog meer Brits? British General Store en Marks & Spencer zijn niet meer, maar sinds afgelopen ­november is er Kelly’s Expat Shopping op de Ferdinand Bolstraat, voor houdbare Britse en Amerikaanse producten: van blikken baked beans en haggis tot clotted cream, bacon, black pudding en cheddar uit de koeling. Ook voor thee, marmelade en kant-en-klare steamed puddings en crumpets kun je hier terecht. Eichholtz ­delicatessen op de Leidsestraat heeft eveneens een groot aanbod aan houdbare Britse producten.

Bierenimportbedrijf Britbeer levert Engelse craft beers aan Café de Wildeman, de Bierkoning en de Craft Bar, en voor Britse ciders rijd je naar de Paardenstraat, waar Ciderwinkel ­Appels & Peren zestig Engelse ciders en perries (van peren) van negen producenten verkoopt.

Voor een full English breakfast zit je goed bij een van de vestigingen van Greenwoods, en elke woensdag staat de Pieman Bakery op het Haarlemmerplein met Engelse pies.

Daarnaast biedt ‘exclusief steakhouse’ Mr. Porter op de bovenste verdieping van het W hotel elke zondag een Sunday roast aan met verschillende soorten vlees en bijgerechten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden