PlusAchtergrond

Het Surinaamse bazuinkoor Tradocaz speelt op bruiloften én begrafenissen

Na de moord op Peter R. de Vries maakten ze indruk op de plek des onheils in de Lange Leidsedwarsstraat. Het Surinaamse bazuinkoor Tradocaz van Clide Esseboom levert muziek voor vreugde en verdriet.

Patrick Meershoek
Clide Esseboom (op saxofoon) speelt met zijn orkest op de begrafenis van mevrouw Lea Oostwoud, die net geen 85 is geworden. Beeld Dingena Mol
Clide Esseboom (op saxofoon) speelt met zijn orkest op de begrafenis van mevrouw Lea Oostwoud, die net geen 85 is geworden.Beeld Dingena Mol

In de grote zaal van het multiculturele rouwcentrum in Zuidoost wordt afscheid genomen van mevrouw Lea Oostwoud, die op de gezegende leeftijd van bijna 85 jaar is gaan hemelen. Het verdriet is groot en uitbundig: rondom de kist heffen familieleden, prachtig gekleed in de kleuren paars en perzik, een luide klaagzang aan. Vanuit de zaal worden troostende woorden geroepen. Er wordt geknuffeld en omhelst, er wordt gesnikt. Het portret van de overledene is levensgroot geprojecteerd op de muur: het lijkt alsof ze ­tevreden toekijkt naar haar eigen afscheid.

De sfeer slaat als bij toverslag om als de muzikanten in de hoek van de zaal een punt zetten achter het stemmige ­repertoire en een vrolijk nummer inzetten. Tru na hemel a de go, een troostlied dat klinkt en swingt als een feestnummer. In de hele zaal staan mensen op om te dansen, vrouwen in rouwkleding lopen zwaaiend met hun zakdoekjes naar voren om de familieleden rond de baar vast te pakken en mee te trekken. Er wordt gezongen en gelachen, alsof mevrouw Oostwoud haar verjaardag viert in plaats van roerloos in haar kist ligt.

Dat gebeurt altijd in overleg met de familie, vertelde saxofonist Clide Esseboom eerder over de keuze van het repertoire. “Voor de uitvaart praat ik met de nabestaanden over hun wensen. Wat vinden zij mooi? Waar hield de overledene van? Mensen die streng christelijk zijn, geven de voorkeur aan kerkliederen. Maar er zijn ook mensen die van een beetje vrolijkheid houden. Dat kan natuurlijk ook. In het algemeen is het zo dat tijdens de dienst christelijke koraalmuziek wordt gespeeld. Daarna is het tijd voor ­kaseko, zodat de mensen dansend naar buiten kunnen.”

Twee keer feest

Het is allemaal muzikale troost in moeilijke tijden. Esseboom (54) is de voorman van het bazuinkoor Tradocaz, een traditioneel Surinaams orkest dat desgevraagd de muziek levert bij de hoogte- en dieptepunten in het leven. Poku prisiri staat op de ene kant van het visitekaartje van Esseboom, sound of silence op de andere. “In Afrika wordt gehuild bij de geboorte van een kind. Niemand weet wat het leven gaat brengen. Aan het graf is ook plaats voor vreugde: we waren blij dat je er was. In de Surinaamse cultuur vieren we twee keer feest.”

Het is bijzonder werk, erkent Esseboom, om als muzikant zo dicht op het verdriet van andere mensen te spelen. “Ik heb vijf jaar bij Trafassi gespeeld. Daar ging bij elk ­optreden het dak eraf. Dit is het andere uiterste. Het is ons werk om de mensen uit te luiden met mooie muziek en het leed te verzachten. Dat gebeurt volgens de culturele traditie.” Dezelfde traditie die verordonneert dat het orkest ­bestaat uit een altsaxofoon, een trompet, een tuba, een snaredrum en een grote Surinaamse trommel, de skratjie drum.

De mannen van het bazuinkoor kregen landelijk aandacht na een optreden in de Lange Leidsedwarsstraat na de moord op misdaadverslaggever Peter R. de Vries. De muziek maakte diepe indruk op de honderden mensen die naar de plek des onheils waren gekomen om een bloemetje te leggen of een kaars te branden. Beelden van het troostconcert gingen daarna als een lopend vuurtje over het internet. “Ik was diep onder de indruk van het nieuws,” vertelt Esseboom. “Het was alsof een dierbare van me was doodgegaan. Ik vond dat ik iets moest doen.”

Bij het rouwcentrum van Yarden in Amsterdam-Zuidoost. Na een luide klaagzang over de dood van mevrouw Lea Oostwoud wordt een vrolijk troostlied ingezet. Beeld Dingena Mol
Bij het rouwcentrum van Yarden in Amsterdam-Zuidoost. Na een luide klaagzang over de dood van mevrouw Lea Oostwoud wordt een vrolijk troostlied ingezet.Beeld Dingena Mol

Die behoefte viel samen met een oproep van een vriendin aan de Surinaamse gemeenschap om een stille tocht te houden door de binnenstad. Esseboom trommelde zijn orkest op en koos de muziek uit. “Het werd een mengeling van traditionele en nieuwe muziek. Een klassieker is Jeruzalem, een nummer met een spirituele boodschap. Daarmee wordt de overledene aanbevolen in de hemel: laat hem welkom zijn. En Nearer, my God, to thee, dat het ­orkest zou hebben gespeeld tijdens de ramp met de Titanic.” Lachend: “Als dat verhaal tenminste klopt.”

Ook Margrietje van Louis Neefs werd gespeeld, in een weemoedige én opgewekte kaseko-uitvoering. Het optreden versterkte voor de aanwezigen in de Lange Leidse­dwarsstraat het besef dat hier iets bijzonders aan de hand was. “Muziek biedt troost en stelt mensen in staat hun verdriet met elkaar te delen,” zegt Esseboom. “Een goed gekozen nummer kan helpen om de emotie in goede banen te leiden. We hebben veel positieve reacties gekregen. De Nederlanders waren dankbaar, de Surinamers trots.”

De Volewijckers en Ajax

Esseboom komt uit een muzikale familie. Zijn vader Charles maakte in Suriname deel uit van de befaamde Militaire Kapel onder leiding van Eddy Snijders. Neef Iwan Esseboom was weer zanger van de formatie The Funmasters. “Ik leerde al op jonge leeftijd piano en saxofoon spelen,” vertelt Clide. “Mijn vader deed ook verjaardagen, bruiloften en uitvaarten. Ik ging geregeld met hem mee als hij moest spelen. Een christelijke opvoeding deed de rest. In de kerk leerde ik de koraalmuziek kennen en de psalmen. Daar heb ik nog steeds profijt van.”

Het had weinig gescheeld of de loopbaan van Esseboom had een heel ander spoor gevolgd. Na de overkomst naar Nederland voetbalde de jonge Surinamer als laatste man bij De Volewijckers in Noord. Daar trok hij de aandacht van Ajax. Hij maakte de overstap, maar van een profcarrière kwam het niet. Te veel temperament en te koppig om daar wat aan te doen, vat Esseboom de oorzaak samen. En de muziek lokte. “Ik verdiende een zakcentje door piano te spelen op het Leidseplein. De club vond dat niet kunnen. Het moest voetbal zijn en niets anders.”

Het werd de muziek. Esseboom speelde bij verschillende formaties in verschillende stijlen, maar heeft tegenwoordig een eigen groep, Tradocaz, waarmee hij traditionele ­kaseko speelt. Op festivals, maar ook op feesten en partijen. “Het maakt niet uit of we voor vijfhonderd mensen spelen of voor vijftig. Ik ben een spiritueel mens, ik ga er vanuit dat je terugkrijgt wat je geeft. Ik doe altijd mijn best. Mijn vader zei vaak: er zijn blazers en belazers. Misschien dat alleen de kenners het verschil horen, maar dat maakt mij niet uit. Ik word ingehuurd om te blazen.”

Heupwiegend

In het geval van mevrouw Oostwoud is het bazuinkoor ­besteld voor het hele pakket. Van het afscheid in het rouwcentrum tot de kerkdienst en de gang naar het graf op de Nieuwe Ooster. Daar begeleidt het orkest de acht dragers in uniform van de Surinaamse uitvaartvereniging, die dansend en zingend de overledene naar haar laatste rustplaats brengen, gevolgd door een eveneens dansende en zingende groep familieleden, vrienden en kennissen. Ook de begeleider van de begraafplaats staat heupwiegend te wachten naast het golfkarretje met de kransen.

Clide Esseboom: ‘Bij Peter R. de Vries was het alsof een dierbare van me was doodgegaan. Ik moest iets doen.’ Beeld Dingena Mol
Clide Esseboom: ‘Bij Peter R. de Vries was het alsof een dierbare van me was doodgegaan. Ik moest iets doen.’Beeld Dingena Mol

Aan het graf herhaalt zich het ritueel van het afscheid. Er wordt gezongen, er wordt gedanst en er wordt gehuild. De dragers zingen onder begeleiding van het bazuinkoor nog een afscheidslied en dan wordt mevrouw Oostwoud achtergelaten met de familie en vrienden. De muzikanten en de dragers wandelen samen terug naar de parkeerplaats. Er wordt al lopend een sigaretje gerookt en een moeder ­gebeld. Esseboom herinnert zijn muzikanten aan de tijden van de twee uitvaarten van de volgende dag. “Zorg dat je pak er netjes uitziet,” drukt hij ze op het hart.

Bazuinkoor verklaard

Het bazuinkoor is een typisch Surinaams verschijnsel, voortgekomen uit de kerstening vanaf de achttiende eeuw door de Duitse hernhutters en de Engelse methodisten en anglicanen. Oorspronkelijk speelden de orkesten op snaarinstrumenten Duitse koralen en Engelse hymnen, vanaf het begin van de vorige eeuw gebeurde dat op blaasinstrumenten en kwam ook wereldse muziek op het repertoire te staan. Er wordt onderscheid gemaakt tussen het groot ­bazuinkoor (met slagwerk) en het klein bazuinkoor (zonder slagwerk).

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden