Plus PS van het jaar

Het succes van de onverwoestbare kantineklassieker: de roze koek

De smaak van de cakejes los, zonder fondant, is alsof ze een week te lang hebben gelegen. Beeld Dingena Mol

Al blijft het een tamelijk klef cakeje met fondant zo zoet dat het door je kiezen trekt: de roze koek is onverminderd populair. Op bezoek in de fabriek. ‘Je moet weten wat het koekje doet.’

Daar liggen ze dan, duizenden roze koeken. De bovenkanten lillen nog van het verse fondant. Kalmpjes glijden ze over een lange band door de koelruimte richting inpakafdeling. Om vanaf daar, hop, te worden vervoerd naar de supermarkt, de snoepautomaat en het tankstation.

De roze koek is een even raadselachtige als onverwoestbare kantineklassieker. Een tamelijk klef cakeje met een laag erop die zo roze is dat het pijn doet aan je ogen. Fondant zo zoet dat het door je kiezen trekt. Op zekere leeftijd neem je je jezelf, of je lichaam dan ten minste, toch veel te serieus om ooit nog een roze koek te kopen. Maar tegelijk eet Nederland ze massaal. Elke dag komen er vele duizenden van de band rollen.

Wat is toch de charme van de roze koek?

“De koek is natuurlijk niet echt lékker,” zegt culinair journalist Mara Grimm. “Niet als in: verfijnd. Als je het cakeje los eet, smaakt het alsof het een week te lang heeft gelegen. En de fondantlaag is heel zwak van smaak. Maar samen werkt het. Een beetje zoals min en min plus is: de roze koek heeft een soort geruststellende zoetheid.”

Nostalgie

Ze schrijft de populariteit toe aan nostalgie. “Het is de smaak van je jeugd. Kinderen houden sowieso van zoet, dus die vinden de roze koek heel lekker. Als je ’m als volwassene weer eet, komt dat gevoel terug.” Millennials die in de jaren negentig weleens naar Villa Achterwerk keken, zullen zich het grote genoegen herinneren dat presentator Roos (Raymonde de Kuyper) schepte in het achter elkaar wegschuiven van roze koeken, die ze in een speciale kluis bewaarde.

Beeld Dingena Mol

Grimm verwijst naar een boek van Muriel Barbery, De Delicatesse, waarin de grootste culinair criticus van Frankrijk vlak voor zijn dood op zoek gaat naar de ultieme smaak. “En dat blijkt uiteindelijk een zak soesjes te zijn uit de supermarkt. De smaak van vroeger.”

Het werkt in het buitenland net zo, zegt ze. “In Frankrijk heb je de carambars, die harde caramelreepjes. Franse volwassenen vinden dat heerlijk, en ook Nederlanders die als kind vaak in Frankrijk zijn geweest. Maar als je ze als Nederlandse volwassene voor het eerst eet, zijn ze vreselijk.”

Bakkers van Enkhuizen

Tot 2004 was de roze koek een Amsterdams product. Firma De Bruin begon ermee in 1948, tot hij in 1988 werd overgenomen door Lotus Bakeries. Vanaf dat moment kwamen de koeken uit de Elementenstraat, bij Sloterdijk. Tot het daar, in 2004, te klein en te duur werd. De productie verkaste naar Enkhuizen en trok in bij de fabriek waar al sinds de jaren dertig onder meer de Echte Enkhuizer jodekoek wordt gemaakt. In de crisis hadden de bakkers van Enkhuizen hier hun krachten gebundeld.

Nu worden hier, aan de Oosterdijk, op een minuut of tien van het centrum van Enkhuizen, jodekoeken, mergpijpjes en roze koeken gemaakt. Er werken zo’n honderd mensen. Een van hen is Kees (45). Jaren geleden begon hij in de fabriek als ovenist en hij is doorgegroeid tot coördinator. Kees is deze ochtend om half vijf begonnen. Dat is normaal, laat zelfs – op maandag beginnen ze om vier uur, omdat de machines dan het hele weekend hebben stilgestaan.

Zoals de meeste medewerkers van de fabriek woont Kees in Enkhuizen. Vijf minuten fietsen – ideaal. Hij werkt er al meer dan twaalf jaar. “Het scheelt dat ik een bakkersachtergrond heb,” zegt hij. “Goede bakkers vinden is lastig. Je moet weten wat het koekje doet.”

Hij houdt van de roze koek, die hij consequent ‘het koekje’ noemt. In de supermarkt kijkt hij ook altijd even hoe ze erbij liggen. Hij ziet het in één oogopslag als er iets mis is. Dan klopt de hoogte niet, of heeft het fondant de verkeerde tint. Van die pakken maakt hij een fotoo­tje, of hij neemt er eentje mee. “Er zijn zo veel koeken, die van ons moeten er wel mooi uitspringen.”

Voor de varkens

De grote uitdaging, zegt hij, is het behouden van de kwaliteit. “Dat is niet voor iedereen weggelegd. Je kunt problemen met de grondstoffen hebben, waardoor het beslag of het bakproces kan afwijken.” Als de koeken van onvoldoende kwaliteit zijn, worden ze afgekeurd en komen ze niet in de winkel te liggen, maar worden ze gebruikt in diervoeding. Kees, grijnzend: “Voor de varkens. Die krijgen ook lekkere roze koeken!”

De samenstelling van het glazuurwater wordt gecontroleerd. Beeld Dingena Mol

Hij geeft een rondleiding door de fabriek. Boven, in de deegmakerij, staan grote genummerde bakken deeg: voor de jodenkoeken. De roze koek wordt gemaakt van beslag, dat is vloeibaarder. Voor de mergpijpjes is het Moskovisch beslag.

In twee grote tanks wordt het beslag gedraaid, in een andere ruimte mengt Mark (46), een van de deegmakers, het suikerwater voor het fondant. Boven een tank hangt een gigantische zak met suiker. Een paar honderd kilo gaat erin, dat via een kleine opening aan de onderkant in de tank sijpelt. Als alles in één keer in de tank zou storten, zou de machine vastlopen.

Geplette schildluizen

Het suikerwater wordt door buizen gepompt door de vloer naar grote tanks waar de roze kleurstof erin wordt gemengd. Heikel punt: hoe zit het met die kleurstof? Wordt die gemaakt van schildluizen, zoals de Keuringsdienst van Waarde claimde?

Daar wil de fabriek niet veel over kwijt. “De kleurstof wordt centraal aangeleverd,” zegt de fabrieksmanager, Selma Stet (44). En brandmanager Laura Simons (28): “De stof die wij gebruiken, wordt in heel veel producten gebruikt om de roze kleur te krijgen.”

We werpen een blik op het etiket. E120 staat er: karmijnrood ofwel cochenille. Dit is inderdaad de kleurstof gemaakt van geplette schildluizen. De fabriek benadrukt dit liever niet, maar iedereen die een pak koeken in de supermarkt koopt, kan het nummer opzoeken.

Complexe koek

Fabrieksmanager Stet werkt sinds mei op deze fabriek. Ze geeft leiding aan de plant – zoals de fabriek wordt genoemd – en staat aan het hoofd van de bakkerij. Werken met levensmiddelen vindt ze leuk. Hoe korter de houdbaarheidsdatum, die van de roze koek is rond de 55 dagen, hoe spannender. “Een pak pasta kun je rustig vijf maanden van tevoren wegzetten, dat geeft toch een andere dynamiek.”

Het glazuur droogt op lange lopende banden. Beeld Dingena Mol
Beeld Dingena Mol

Haar collega Laura Simons werkt normaal gesproken op het hoofdkantoor van Peijnenburg. Ze doet productmanagement en brandmanagement. “Geen dag is hetzelfde,” zegt ze. “Ik kijk naar verpakkingen, naar natuurlijke aroma’s, en of we ergens een display kunnen neerzetten. Wij zeggen altijd: proeven is geloven!”

De roze koek is klaar om gebakken te worden. Het fondant gaat via grote pompen richting bakkerij. Daar is het een graad of 35, terwijl het buiten relatief koel is. In de zomer, tijdens de hittegolf, leverde de warmte wel problemen op: in de bakkerij werd het toen 45 graden.

De roze koek, zegt Kees, is een complexe koek. Een jodekoek, bijvoorbeeld, bestaat maar uit één bestanddeel. Deeg. De roze koek heeft er twee – cake en fondant. Als die samengevoegd worden, luistert het heel erg nauw: anders kunnen de twee componenten op elkaar reageren.

Het bakken van de roze koek, zo veel is duidelijk, is serious business. Daarom zijn er overal kleine schermpjes die de juiste temperatuur aangeven, en kun je op verschillende plekken door een luikje in de oven kijken naar de koek als ie nog vloeit, of juist al aan het uitharden is. De ovenisten halen er zelfs een extra sterke zaklamp voor.

Keertrommel

Het beslag komt via grote buizen van boven, uit de deegmakerij, en landt dan in een voorraadbak van waaruit de bakblikken – nog uit de Amsterdamse fabriek – worden gevuld. Die glijden over een lopende band de oven in, een gevaarte van veertig meter lang.

Aan het eind flippen ze om, via een keertrommel, om op de terugweg af te koelen, op de kop, onder de oven langs, tot de vereiste temperatuur voor het fondantbadje. Daar hoeven ze maar heel even in; de roze fondant blijft onmiddellijk plakken. Voor het maximale effect belanden ze daarna op een trilband. Waarom dat is, mogen we van de fabriek niet vermelden – de concurrent leest mee. En daarna glijden de koeken de koelruimte in. Het is een fraai gezicht: meters en meters glanzende roze koeken kalmpjes onderweg naar de inpakafdeling. “Dit wordt dus allemaal opgegeten, hè,” zegt Simons tegen niemand in het bijzonder.

Schoolverpakking

Op de inpakafdeling zit een handjevol medewerkers in opmerkelijke rust te werken. Hier valt de koek in een bedje van plastic, folie eromheen, en dan door de metaaldetector naar de uitgang. Niet dat iemand met ringen of oorbellen de fabriek in mag. Wie een pen nodig heeft, krijgt een speciale die de metaaldetector kan onderscheppen.

Op de inpakafdeling valt de koek in een bedje van plastic, folie eromheen, en dan door de metaaldetector naar de uitgang. Beeld Dingena Mol

Het merk Echte Enkhuizer Glacé heeft drie verpakkingen: die van vier stuks, de zes mini’s en de enkele, die ook wel de schoolverpakking wordt genoemd. Ook op scholen doet de roze koek het nog altijd prima, zegt Simons. Het imago heeft niet te lijden onder de groeiende aandacht voor gezondheid. De haver­repen, de schoolkoeken, die wel. Koeken waarvan je zou kunnen denken dat ze een verantwoord tussendoortje zijn, maar die bomvol suikers blijken te zitten, zoals Liga of Sultana (zie kader).

Je hebt gezond, en je hebt genieten, zegt Simons. “En gezond is gezond, en genieten is genieten. Alles wat daartussenin zit, dat heeft het lastiger.”

Snelle suikers

Van de roze koek, simpel samengevat, heeft nooit iemand gedacht dat ie gezond is. En anders helpt die glanzende knalroze fondantlaag je wel uit de droom. Een roze koek, zo verkoopt de fabrikant het, heb je gewoon af en toe verdiend. Gezinnen kopen de pakken vaak, en opvallend veel studenten. En de Bloedbank deelt ze uit aan mensen die net bloed hebben gegeven. Snelle suikers.

Kijk, dan doe je als roze koek toch ook iets goed. 

Hoeveel kcal bevat een roze koek?

In één roze koek (55 gram) zit 240 kcal en onder meer 32,9 gram koolhydraten, waarvan 21 gram suikers (ruim 5 suikerklontjes). Het gemiddeld aantal kcal per dag voor mannen is 2500, dat voor vrouwen 2000. Eén fruitbiscuit (13 gram), zoals Sultana, bevat 51 kcal, 9,9 gram koolhydraten, waarvan 5 gram suikers (ruim 1 suikerklontje).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden