PlusAchtergrond

Het nachtleven is Naar de klote! - net als de gelijknamige film

Naar de klote! uit 1996, met in het midden (in nepbontjas) Thom Hoffman als DJCowboy.Beeld onbekend

Het nachtleven is Naar de klote! De gelijknamige film over de dancescene in de jaren negentig ligt ook voor pampus.

Vrijdag worden op het veertigste Nederlands Film Festival de Gouden Kalveren uitgereikt. Over bekroningen is altijd wat te doen, maar wanneer je als debutant in de prijzen valt helpt dat allicht om verder te komen. In 1992 kreeg de uit Zuid-Afrika afkomstige Ian Kerkhof de hoofdprijs voor Kyodai Makes the Big Time, een experimenteel relatiedrama dat hij in zijn tweede studiejaar op de filmacademie had gemaakt. De film werd door de festivaljury tot de beste van het jaar uitgeroepen. Dat was tegen het zere been van de gevestigde filmproducenten. Wie de hoofdprijs geeft aan een studentenfilm die nauwelijks publiek trekt, saboteert alle pogingen om de Nederlandse Film in de vaart der volkeren op te stoten. Daar waren die Kalveren toch voor bedoeld?

Een betere start kon een aanstormend talent met Kerkhofs temperament en ambitie zich nauwelijks wensen. Vier jaar en acht tegendraadse korte en lange films later besloot de maker plotseling om doelbewust naar een groter publiek en grotere zalen uit te wijken. Hij had het licht gezien, het was een stroboscoop.

Terwijl Kerkhofs personages net zo met het bestaan worstelden als hun geestelijk vader, bleek er in het nachtleven uitzinnig feest gevierd te worden. Er werd gedanst op ­opzwepende nieuwe muziek en getript op nieuwe drugs. Er was een complete subcultuur ontstaan waarin zich ook weer kleinere subcultuurtjes bevonden, allemaal met ­eigen mores, muziek en dope. Daar moest een grote ­publieksfilm over gemaakt worden. Dat werd Naar de klote!

Het enige leven

Voor we hoofdschuddend met Kerkhof Naar de klote! gaan, moeten we uit respect voor alle getroffenen even stilstaan bij de huidige staat van het nachtleven. Het is bar en boos: alles is dicht, niets is nog toegestaan en het einde van deze nachtmerrie is nog lang niet in zicht. Dat is afgrijselijk voor alle mensen die er hun brood verdienden.

Het moet bovendien een bezoeking voor twintigers zijn. Wanneer je eindelijk van het ouderlijk juk verlost bent, moet je kunnen feesten en beesten tot je er genoeg van hebt of brokken maakt. Daar wordt een kind volwassen van.

Het is een tijd geleden, maar toen ik er nog de leeftijd en het lichaam voor had, was het nachtleven het enige leven. Midden jaren tachtig beschikte Amsterdam over een redelijke verscheidenheid aan uitspanningen, al waren er veel deuren die voor ons soort mensen gesloten bleven. Daarom deed een bevriend nachtdier een voorstel dat ik onmogelijk kon afslaan: “Ik ga een nieuwe club beginnen en jouw kuif moet achter de draaitafels.” Dat was Joost van Bellen, die me in mijn psychobillyperiode als dj in een beatkelder in de Jordaan de kneepjes van het vak bijbracht.

Het is waarschijnlijk zinvol om te vermelden dat psychobilly de griezelpunkversie van ouderwetse rockabilly­muziek was en dat een torenhoge kuif in die subcultuur hogelijk gewaardeerd werd. De psychodecibellen die ’s nachts uit de clandestiene beatkelder lekten, werden in de buurt echter niet gewaardeerd. Daarmee begon een zwerftocht vol uiterlijke transformaties, langs illegale en legale clubs en door wisselende subculturen.

Excessieve drugsconsumptie

Steracteur Thom Hoffman torst geen torenhoge kuif in Naar de klote! Hij noemt zich DJ Cowboy en draagt een bijpassend hoofddeksel en een absurde nepbontjas. In Ian Kerkhofs schets van het nachtleven in het midden van de jaren negentig belichaamt DJ Cowboy de Oude Garde: hij is de koning van de scene tot hij door twee huppelende modellen van de troon gestoten wordt. Ik kon wel lachen om die karikaturale voorstelling van de vermeende pikorde in het milieu. Maar in de dancewereld werd Kerkhof verguisd. Vanwege de pillen.

Met het enthousiasme van een bekeerling bewerkte de filmmaker een simpel verhaaltje over snel geld en foute vrienden tot een odyssee langs vijf verschillende drugs­ervaringen. De ervaringen kregen een weerslag in het destijds baanbrekende digitale videobeeld en het met extra subwoofers gepimpte geluid.

De experimentele stijl en ­excessieve drugsconsumptie maakten Naar de klote! tot een raar beest in de bioscopen, maar ‘De ervaring van de jaren negentig’ trok in de herfst van 1996 bijna zeventigduizend bezoekers en dat was een respectabel aantal.

Wie de film nu terugziet krijgt een amusant inkijkje in de subculturele mores in Mokum aan het eind van de vorige eeuw, toen het massatoerisme, de smartphone en andere plagen de feestroes nog niet verstoorden. Maar terugzien is lastig: Naar de klote! is verdwenen. Net als de maker, die naar Zuid-Afrika terugkeerde en Aryan Kaganof werd. Zijn prettig gestoorde partypillenfilm zwerft in staat van ontbinding rond op internet, als een verkleurde prentbriefkaart uit een ver oord dat niet meer bestaat. Nomen est omen.

Filmposter van Naar de klote!
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden